Dit moet je weten over de Wereldbeker Veldrijden 2021-2022

Dit moet je weten over de Wereldbeker Veldrijden 2021-2022

foto: Cor Vos

zondag 17 oktober 2021 om 14:45
Special

Zondag is de Wereldbeker Veldrijden 2021-2022 van start gegaan. Wat moet je weten over het meest prestigieuze en vorig jaar vernieuwde regelmatigheidscriterium? WielerFlits lijst het voor u op.

Geschiedenis

De Wereldbeker Veldrijden werd in 1993 in het leven geroepen. Het was voor de Internationale WielerUnie UCI een antwoord op het succes van de Superprestige, het oudste regelmatigheidscriterium (sinds ’82) en de GvA-Trofee (sinds ’87, vandaag X2O Trofee). De eerste Wereldbeker bestond uit slechts vijf proeven, weliswaar in vijf verschillende landen. Paul Herygers won drie (Igorre, Eindhoven, Eschenbach) van de vijf proeven en werd zo de eerste eindwinnaar, voor Danny De Bie en Marc Janssens.

Twee jaar later werd het aantal proeven opgetrokken tot zeven. Met België, Nederland, Frankrijk, Zwitserland, Spanje, Tsjechië en Italië waren meteen de belangrijkste Europese crosslanden vertegenwoordigd. Ook de daaropvolgende jaren  – weliswaar met zes of vijf manches – was sprake van een mooie internationale (lees: Europese) mix.

Dieptepunt in 2014
In het seizoen 2002-2003 kregen ook de vrouwen en de beloften en junioren mannen hun eigen Wereldbeker. Daphny van den Brand was de eerste vrouw op de erelijst. Ook in die periode kreeg de Wereldbeker een upgrade in kwantiteit. Het ging plots van zes naar elf manches, waaronder voor het eerst drie Belgische. Daarna was het wisselvalligheid troef. De Wereldbeker werd dan wel het meest prestigieuze klassement en het paradepaardje van de UCI onder het mom van de internationalisering van het veldrijden, maar dat ging niet altijd van harte.

Hanka Kupfernagel en Daphny van den Brand na de eerste WB-manche voor vrouwen in Frankfurt – foto: Cor Vos

Een absoluut dieptepunt noteerden we in het seizoen 2014-2015, toen de UCI amper zes organisatoren bereid vond een wereldbekermanche te organiseren. Bij die zes drie Belgische en twee Nederlandse. De internationalisering was toen wel bijzonder ver weg. Daarna ging het mondjesmaat weer beter. En na veel proberen, werd in 2015 voor het eerst een Amerikaanse manche toegevoegd aan het regelmatigheidscriterium. Intussen zijn manches in de VS vaste prik, maar de internationalisering is daarmee ook in 2021 nog geen feit.

Flanders Classics
Drie jaar geleden besloot de UCI om de Wereldbeker – in het kader van een herstructurering – uit te besteden. Diverse partijen, waaronder Golazo en Flanders Classics, stelden zich kandidaat. Laatstgenoemde won het pleit en krijgt de Wereldbeker voor acht jaar  (2020 – 2028) onder zijn hoede, inclusief de marketing- en sponsorrechten. 2020-2021 zou het eerste seizoen van het hervormde regelmatigheidscriterium worden, maar de coronapandemie strooide roet in het eten: slechts vijf van de oorspronkelijk veertien voorziene wedstrijden konden effectief ook doorgaan. Dit jaar is de echte nieuwe start.

Wout van Aert, vorig jaar eindlaureaat van de ingekrompen versie van de Wereldbeker – foto: Cor Vos

Erelijst
Mannen
2020-2021: flag-be Wout van Aert
2019-2020: flag-be Toon Aerts
2018-2019: flag-be Toon Aerts
2017-2018: flag-nl Mathieu van der Poel
2016-2017: flag-be Wout van Aert
2015-2016: flag-be Wout van Aert
2014-2015: flag-be Kevin Pauwels
2013-2014: flag-nl Lars van der Haar
2012-2013: flag-be Niels Albert
2011-2012: flag-be Kevin Pauwels
2010-2011: flag-be Niels Albert
2009-2010: flag-cz Zdeněk Štybar
2008-2009: flag-be Sven Nys
2007-2008: Geen officieel klassement
2006-2007: Geen officieel klassement
2005-2006: Geen officieel klassement
2004-2005: Geen officieel klassement
2003-2004: flag-nl Richard Groenendaal
2002-2003: flag-be Bart Wellens
2001-2002: flag-be Sven Nys
2000-2001: flag-nl Richard Groenendaal
1999-2000: flag-be Sven Nys
1998-1999: flag-be Mario De Clercq
1997-1998: flag-nl Richard Groenendaal
1996-1997: flag-nl Adrie van der Poel
1995-1996: flag-it Luca Bramati
1994-1995: flag-it Daniele Pontoni
1993-1994: flag-be Paul Herygers

Vrouwen
2020-2021: flag-nl Lucinda Brand
2019-2020: flag-nl Annemarie Worst
2018-2019: flag-nl Marianne Vos
2017-2018: flag-be Sanne Cant
2016-2017: flag-nl Sophie de Boer
2015-2016: flag-be Sanne Cant
2014-2015: flag-be Sanne Cant
2013-2014: flag-us Katherine Compton
2012-2013: flag-us Katherine Compton
2011-2012: flag-nl Daphny van den Brand
2010-2011: flag-nl Sanne van Paassen
2009-2010: flag-nl Daphny van den Brand
2008-2009: flag-de Hanka Kupfernagel
2007-2008: Geen officieel klassement
2006-2007: Geen officieel klassement
2005-2006: Geen officieel klassement
2004-2005: Geen officieel klassement
2003-2004: flag-de Hanka Kupfernagel
2002-2003: flag-nl Daphny van den Brand


Kalender

Zestien manches, verdeeld over zes landen. En, voor zover mogelijk, altijd op zondag. Die zondagen zijn niet toevallig. “Een bewuste keuze, want dat zijn de beste tv-slots”, zegt Tomas Van Den Spiegel, CEO van Flanders Classics, daarover in een interview in ons magazine RIDE. “Het is onze taak om van de Wereldbeker een Champions League te maken. Ervoor te zorgen dat een renner niet meer twijfelt en op termijn altijd voor de Wereldbeker kiest, met een hoog prijzengeld en belangrijke UCI-punten als inzet.”

In het najaarsnummer van RIDE besteden we ruimschoots aandacht aan het veldritseizoen en lees je het complete dubbelinterview met Sven Nys en Tomas Van den Spiegel. Profiteer nu van onze abonnee-actie en krijg tijdelijk bij het afsluiten van een jaarabonnement ons najaarsnummer gratis. Bestel je RIDE liever los? Bestel dan nu het najaarsnummer van RIDE en krijg het gratis thuisbezorgd.

Minpunt richting de internationalisering, die nog steeds nagestreefd wordt: zes landen is té weinig en zes Belgische manches is in verhouding te veel. Bovendien zijn de drie Nederlandse WB-manches nét over de Belgische grens. “We hebben acht jaar tijd om dat op punt te zetten”, aldus Van Den Spiegel nog. “Zes Belgische manches, dat zal binnen acht jaar sowieso niet meer het geval zijn. Anders zullen we, als Flanders Classics zijnde, niet in ons opzet geslaagd zijn. Het klopt dat we momenteel nog teveel gevangen zitten in Vlaanderen.”

Tomas Van Den Spiegel in gesprek met Sven Nys voor RIDE – foto: Raymond Kerckhoffs

Kalender Wereldbeker seizoen 2021-2022
10 oktober 2021 flag-us Waterloo (Eli Iserbyt & Marianne Vos)
13 oktober 2021 flag-us Fayetteville (Quinten Hermans & Lucinda Brand)
17 oktober 2021 flag-us Iowa City (voorbeschouwing)
24 oktober 2021 flag-be Zonhoven
31 oktober 2021 flag-be Overijse

14 november 2021 flag-cz Tabor
21 november 2021 flag-be Koksijde
28 november 2021 flag-fr Bésançon

5 december 2021 flag-be Antwerpen
12 december 2021 flag-it Val di Sole
18 december 2021 flag-nl Rucphen
19 december 2021 flag-be Namen
26 december 2021 flag-be Dendermonde

02 januari 2022 flag-nl Hulst
16 januari 2022 flag-fr Flamanville
23 januari 2022 flag-nl Hoogerheide


Puntentelling

In elke proef van de Wereldbeker worden punten toegekend. De winnaar krijgt 40 punten, de nummer twee 30, de nummer drie 25. De vierde krijgt er nog 22, van dan af gaat het puntje per puntje naar beneden. Van 21 voor de vijfde tot 1 punt voor de 25ste.

40 – 30 – 25 – 22 – 21 – 20 – 19 – 18 – 17 – 16 – 15 – 14 – 13 – 12 -11 – 10 – 9 – 8 – 7 – 6 – 5 – 4 – 3 – 2 – 1 

De leider/leidster in het klassement start de volgende wedstrijd in de bijhorende leiderstrui. Na 16 wedstrijden wordt een eindranking opgemaakt. De eindwinnaar/winnares strijkt 30.000 euro op. De prijzenpot vindt u in de tabel in het onderstaande puntje. Voorts is het eindklassement bepalend voor de startorde op het wereldkampioenschap.

Michael Vanthourenhout vorig jaar in de herkenbare leiderstrui in Namen – foto: Cor Vos

Nog dit: ook de beloften en junioren mannen en junioren vrouwen hebben een eigen wereldbekerklassement, maar voor hen tellen slechts vijf wedstrijden: Tabor, Namen, Dendermonde, Flamanville en Hoogerheide. De vier beste resultaten van deze vijf worden in rekening genomen. Concreet betekent dit dat in deze vijf WB’s de U23-mannen als Ryan Kamp, Pim Ronhaar, Thibau Nys, etc… niet zullen starten in de elitewedstrijden.


Start- en prijzengeld

In het profveldrijden is doorheen de jaren het startgeld een enorme bron van inkomsten geworden. Tenminste, voor de toppers, diegenen die het publiek naar het veld lokken of ervoor zorgen dat de kijkers voor het scherm gekluisterd blijven zitten. Maar daar willen de organisatoren van de Wereldbeker komaf mee maken. En dat doet de UCI/Flanders Classics met een grotere prijzenpot.

In onderstaande tabel vindt u de bedragen terug die de renners kunnen verdienen in de 16 wereldbekermanches. In elke wedstrijd krijgt de winnaar en winnares (mannen verdienen sinds kort evenveel prijzengeld als de vrouwen, de ronde som van 5.000 €). Opmerkelijk: ook de nummer 40 in het dagklassement strijkt nog 300 € op. Goed voor een prijzenpot van 39.500 €. Ter vergelijking, de winnaar van bijvoorbeeld de Superprestigemanche in Gieten of Gavere moet het doen met 1.400 €. Maar daar pakken de toppers uiteraard meer startgeld. Daarbovenop voorziet de Wereldbeker ook nog een overall-prijzenpot van 155.000 € voor mannen én vrouwen. 30.000 € voor de winnaar, 20.000 voor de tweede enzovoort.

“Geen goede zaak”, zegt Sven Nys in het RIDE-interview waarvan hierboven al sprake. “Toppers als Van der Poel en Van Aert, die veel volk op de been brengen, mogen daarvoor vergoed worden. Maar ook voor renners als Iserbyt, Aerts en Sweeck blijft startgeld cruciaal. Het is de helft van hun jaaromzet. Als dat verandert, vrees ik dat veel renners gaan afhaken.”

Nys is ook overtuigd dat renners wel eens zouden kunnen gaan kiezen voor het startgeld van een niet-WB cross op zaterdag in plaats van het prijzengeld in de Wereldbeker. Tomas Van Den Spiegel: “Dat wedstrijden door middel van hoge startgelden een wereldbekercross kunnen wegduwen, toont dat er fundamenteel iets schort aan de veldritsport.”


Deelnemers

Moeilijke materie, want de selectieprocedures zijn opnieuw gewijzigd in vergelijking met de voorbije jaren. Niet elke renner kan van start in de Wereldbeker. De basisregel is de volgende: De beste vijftig renners en rensters van de UCI-ranking zijn startgerechtigd, weliswaar met een maximum van acht renners per land, namelijk de eerste acht in de ranking. Daarnaast mogen alle landen die minder dan acht startgerechtigde renners hebben, hun team aanvullen tot acht renners en krijgen de toplanden nog – maximum, afhankelijk van land tot land – vier wildcards.

Voorts mag elk land dat minstens 8 renners inschrijft, ook nog twee U23-renners afvaardigen in de manches waar geen aparte U23-wedstrijd is. Belangrijk: een startplek van een top 50-renner is persoonlijk en mag niet worden ingevuld door een andere landgenoot. Bijvoorbeeld Wout van Aert en Laurens Sweeck passen voor de de Amerikaanse manches, dat betekent dat België twee plekjes minder kan invullen. Zij worden niet vervangen.

Voor de volledigheid nog dit: in de elitewedstrijden wordt gereden in merkentruien, In de vijf wedstrijden waar ook jongeren hun WB afwerken, rijden de jeugdcategorieën in hun nationale shirts. In alle categorieën mag het organiserende land van een WB-manche vier extra renners inschrijven, mits het maximum van twaalf renners per land niet wordt overschreden. Dit geldt bijvoorbeeld niet voor België.

De startvolgorde van een wereldbekerwedstrijd:

  1. Top 8 wereldbekerklassement (uitgezonderd de eerste manche)
  2. Top 50 UCI-ranking
  3. Startplekken 25-32 zijn gereserveerd voor rijders uit de top 50 van de weg- of  MTB-ranking.
  4. Niet gerangschikte renners (buiten top 50 UCI-ranking)

 TV

Zowel de vrouwen- als de mannenwedstrijden worden gecoverd door Telenet Play Sports, Sporza en Proximus in België. De wedstrijden zijn in Nederland ook live te volgen via Eurosport en de NOS. 

Overzicht: Veldrijden op TV

Dit artikel delen:

13 Reacties

Koers 10 oktober 2021 om 10:26

Voor de buitenlandse coureurs is het natuurlijk veel beter dat er meer prijzengeld is in plaats van meer startgeld, daar het startgeld ws zo goed als op gaat aan de meer lokale renners. Diezelfde buitenlandse renners verdienen bij gelijke kwaliteiten ws ook al minder aan salaris dan de Vlaamse/Nlse coureurs, omdat het voornamelijk populair (en dus op tv) is in BE/NL, en dan wordt de stap naar de weg extra aantrekkelijk. Daar speelt de nationaliteit veel minder een rol.

De mondialisering moet wat mij betreft ook niet overdreven worden, crossen in China heeft ws geen enkele zin. Probeer eerst maar eens de populariteit in de landen waar al gecrosst wordt te vergroten: ergens in het noorden van NL een mooie wb cross, een cross in de regio van Pidcock, en blijf ook in Tsjechie bezig. Dat het crossen zich voornamelijk afspeelt in en rond Belgie is voor de Amerikanen wellicht de enige kans om er wat aan te verdienen, als je de hele wereld moet overvliegen heb je natuurlijk enorme kosten.

Het is natuurlijk wel apart dat de wb zomaar de zondagen op kan eisen. Wel handig om te weten naar welk klassement je kijkt, maar sommige crossen moesten natuurlijk wel van hun historische datum afscheid nemen.

JensVdB 10 oktober 2021 om 10:43

Ik denk dat Toon Aerts gaat winne

Theo Bovengemiddelkamp 11 oktober 2021 om 09:56

Van der Poel, Van Aert, Pidcock, Merlier en Vermeersch zijn renners die sowieso van de WB geen doel maken, omdat een volledig seizoen niet te combineren valt met hun wegprogramma. Het zou inderdaad kunnen dat zij daarom een WB wedstrijd op zondag laten schieten, om te kiezen voor het startgeld op zaterdag. Jammer voor de WB, mooi voor de andere organisatie.

Doordat de drie grootste namen in de cross, MvdP, WvA en Pidcock, hun crossseizoen in functie van het wegseizoen indelen, is de status van de cyclocross gewijzigd. Enerzijds zijn zij absoluut een zegen voor de status van het veldrijden, anderzijds zorgt het er voor dat je een groot deel van het seizoen een onthoofd deelnemersveld hebt.

Internationaliseren betekent in mijn ogen niet dat er een internationaal WB circuit wordt georganiseerd, maar dat het peloton uit verschillende nationaliteiten bestaat. Volgens mij kan je uitsluitend internationaliseren door de jeugd op te leiden en wedstrijden voor deze categorie te organiseren.
Ik denk trouwens wel dat Belgische teams en organisaties ook een bepaalde verantwoordelijkheid hebben om te zorgen dat buitenlands talent een kans krijgt bij hun ploeg, of in hun wedstrijden. Want momenteel is het voor een buitenlandse renner dubbel zo moeilijk om prof te worden, dan voor een Vlaamse renner.

Alfons Haavers 11 oktober 2021 om 10:14

Gezien het cross-seizoen van WvA, MvdP en Pidcock wellicht korter en korter wordt, kan je je inderdaad afvragen of hun enorme succes op de weg eigenlijk wel écht zo’n zegen is voor de cross.

Het grootste deel van het jaar heeft het publiek het gevoel naar B-rijders te zitten kijken. Je ziet het nu al bij het artikel over de cross van gisteren. Eerste comment: ‘De jongens mogen nog even de prijzen verdelen totdat de mannen weer meedoen.’

In de hoogdagen van het veldrijden met o.m. Sven Nys en Lars Boom wist je wel dat je niet naar de allerbeste renners ter wereld zat te kijken, maar toch tenminste wel naar de beste crossers. Het was dan ook een hele winter lang smullen van de duels.

Nu gaat het grootste deel van het seizoen door zonder de besten. Dat is zoals je vroeger maanden naar de cross had gekeken zonder Nys, Albert, Boom en Stybar.

Zelfs op het WK moeten we nog zien of de G3 gaat meedoen. Ik begrijp best dat ze het aantal crossen beperken, want ook zij hebben ooit eens rust nodig.

Ook begrijp ik dat ze af en toe toch wat veldritten meepikken (zowel financieel interessant als een goeie voorbereiding op het wegseizoen). Maar eigenlijk kan je je wel de vraag stellen of de cross er echt mee gebaat is. Die 5 à 10 veldritten dat ze er alle 3 bij zijn, is het natuurlijk smullen. De rest van het seizoen speelt zich evenwel af in een waas van minderwaardigheid.

Eigenlijk moet je hopen dat de Iserbyts en Aertsen snel in staat gaan worden om van de 3 anderen te winnen, om er weer een meer volwaardige sport van te maken.

Beer 11 oktober 2021 om 10:40

Ik zou het leuk vinden, mocht er in de Kerstperiode, wanneer VDP, WVA & Pidcock er weer bij zijn, nog een afzonderlijk klassement bij kwam, naar analogie met het Vierschansentornooi. Het kan hierbij best om 4 Wereldbeker-crossen gaan die dan niet enkel voor de Wereldbeker meetellen, maar ook voor het 'Kerst cross'-tornooi. Op die manier zou je een aantal echte topcrossen krijgen met alle toppers aan de start en met een bijkomende inzet. Volgens mij zijn de toppers hier wél voor te motiveren en moet je hier ook andere wegrenners met een cross-verleden voor kunnen overtuigen. Dit kan een grotere boost voor het veldrijden geven dan 3 crossen in de USA in oktober.

Barry Batsbak 13 oktober 2021 om 11:30

Een viercrossentoernooi zou mooi zijn, maar dan gá je er gemakshalve maar vanuit dat “de groten” erbij zijn. Afgelopen zomer al gezien dat een gebroken sleutelbeen, een blinde darmonsteking of opspelende rugproblemen zomaar onaangekondigd roet in het eten gooien qua beschikbaarheid of bereidheid. Als je dan iets op poten zet voor de créme de la créme en 1 of 2 geven forfait, dan is je toernooi alweer onthoofd op het gebied van de elite-elite en kom je qua prestige alweer uit op niveautje Nieuwjaarscross te Baal (niets ten nadele van de nieuwjaarscross overigens).

Beer 13 oktober 2021 om 22:37

Afwezigheid door blessures kunnen er altijd zijn natuurlijk, ook met de huidige klassementen. Bedoeling zou moeten zijn om een format te creëren waarin het mogelijk is dat de toppers elkaar om de knikkers bekampen in een aantal topcrossen. Die mogelijk biedt de huidige wereldbeker niet. In de kerstperiode kunnen de grootste namen, met hun huidige wegprogramma’s, wel aan de start komen. Internationalisering ga je volgens mij best bereiken door meer (tv-)kijkers. Een 4-tal crossen met VDP, WVA, Pidcock, Stybar, Merlier, Vermeersch, Yserbyt, Aerts, Sweeck, Vanthourenhout en eventueel een Alaphillipe, Teunissen of Sagan aan de start, op het scherp van de snee; daar gaan toch ook buiten België en Nederland mensen voor voor de buis zitten.

Barry Batsbak 14 oktober 2021 om 08:31

Denk toch dat het verschil van Van der Poel, Van Aert en Pidcock met de rest dermate groot is dat het beeld in de wedstrijd niet anders is dan in een willekeurige cross waar ze alledrie verschijnen, ongeacht welke tegenstanders je er tegenaan gooit.

Kunnen we dan het viercrossentoernooi afronden met een ludiek evenement? Een cross voor non-crossers, dáár zou ik wel voor gaan zitten! De top 15 van het eindklassement van de Giro, de Tour en de Vuelta een crossfiets in de poten drukken en op het parcours van pakweg Gavere ofzo zetten voor 50 minuten + 1 ronde. Dan pak ik de nootjes erbij.

Arie den Blanken 11 oktober 2021 om 18:40

Het meest kwalijke aan de nieuwe opzet vind ik de beperking per land. Het systeem zoals bij snooker waar gewoon de ranking telt voor deelname aan de grote wedstrijden is naar mening zoals het hoort.. Al komen ze allemaal uit hetzelfde land maakt niet uit. Als er 50 renners(sters) mogen meedoen vind ik dat dat de beste 50 renners moeten zijn niet gehinderd door nationaliteit. .

Murcia 11 oktober 2021 om 19:11

Het idee van Beer hierboven vind ik zeker wat hebben, je krijgt dan het beste van het beste in de meest attractieve periode van de cross ook voor wat betreft TV. Het grootste probleem van de sport blijft dat een mondialisering nooit van de grond zal komen. MTB als neefje heeft dat element al plus de status van Olympische sport wat een echte noodzaak is om als sport wereldwijd te groeien. In plaats daarvan kun je je beter richten op manieren om in Vlaanderen en Nederland zelf de kwaliteit te verbeteren. Teveel parcoursen zijn bijvoorbeeld op elkaar gaan lijken, durf eens voor iets anders dan een geijkte parkcross te gaan. De wedstrijden in Brussel of Dendermonde vind ik al pogingen om binnen de restricties wat anders te proberen.

Koers 11 oktober 2021 om 20:29

Het is met name jammer dat de mtb’ers niet vaker het veld opzoeken in de winter. Je zou denken dat de toppers daar ook wel uit de voeten moeten kunnen.

Boomie1 12 oktober 2021 om 09:31

“Nys is ook overtuigd dat renners wel eens zouden kunnen gaan kiezen voor het startgeld van een niet-WB cross op zaterdag in plaats van het prijzengeld in de Wereldbeker. Tomas Van Den Spiegel: “Dat wedstrijden door middel van hoge startgelden een wereldbekercross kunnen wegduwen, toont dat er fundamenteel iets schort aan de veldritsport.””

Typisch Nys dit. Altijd kritisch ingesteld. Ik vond het een fantastische renner, maar hij vergeet er wel bij te zeggen dat hij mede verantwoordelijk is voor die hoge startgelden door naar losse crossen te trekken met de BK of WK trui aan voor een € 10.000,- per cross.

Tempobeul 13 oktober 2021 om 23:51

Vergeet ook niet dat Sven Nys sterke banden heeft met Golazo. Dat zal altijd wel meespelen in zijn commentaar op door Flanders Classics georganiseerde zaken.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Headlines

Materiaalzone

Populair