Looij en Meijers blijven op Aziatische tour: “We vinden het eigenlijk wel goed zo”

Looij en Meijers blijven op Aziatische tour: “We vinden het eigenlijk wel goed zo”

Jeroen Meijers (links) en André Looij - foto: SSIOS Miogee

dinsdag 25 februari 2020 om 06:00

André Looij en Jeroen Meijers rijden ook in 2020 voor de Chinese ploeg SSIOS Miogee. Beide Nederlanders hebben hun eerste twee wedstrijden in Maleisië er nu ruim een week opzitten. Looij (24) spurtte in de vijfde rit van de Tour de Langkawi nog naar een vierde plek in de daguitslag, terwijl Meijers (27) twaalfde in het algemeen klassement werd. Komende week rijden ze de Tour of Taiwan. Onlangs las je hier al over hun improvisatievermogen. Maar hoe bevalt het Aziatische circuit de beide heren eigenlijk? WielerFlits vroeg het hen.

Omwille van het corona-virus zijn er door de UCI een aantal wedstrijden in Azië uitgesteld. Hoewel het duo net terug was in Nederland, besloten ze last minute weer terug te reizen voor de Tour of Taiwan. “Normaal gezien waren we na de Maleisische wedstrijden gebleven”, legt Meijers uit. “Vorig jaar zaten we dan vaak in hotels of appartementen die de ploeg voor ons regelde en betaalde. Maar dit keer gaan we dus even twee keer op en neer en leven we in een jetlag. Taiwan is een mooie 2.1-koers en kan goed zijn voor de UCI-punten. Dat vindt de ploeg belangrijk. Voor ons is het een extra wedstrijd op de planning. Een paar koersen zijn al uitgesteld door het corona-virus. Alles wat we dus kunnen rijden, is mooi meegenomen.”

Voor Meijers was het seizoen 2019 bijzonder vruchtbaar. De Noord-Brabander werd tiende in de Maleischische Tour de Iskandar Johor (2.2), derde in de Chinese Tour of Taiyuan (2.2), won een rit en het eindklassement in de Ronde van de Filipijnen (2.2), zegevierde en werd tweede in etappes van de Tour of Indonesia (2.1, hij werd derde in het eindklassement) en hij sloeg een dubbelslag in de Tour of China I (2.1). Daar won hij ook het eindklassement. Voor geboren Utrechter Looij was het een veel moeizamer seizoen. Pas op het einde van het jaar kwam hij er ietwat doorheen. Een vraag-antwoord-model over hun bevindingen.

WielerFlits: Hoe is dat jaar voor jou in Azië geweest?

Jeroen Meijers: “Het is me goed bevallen! (lacht) In het begin had ik zoiets: ‘Wat ben ik hier aan het doen, wat doe ik hier?’. Maar op een gegeven moment begin je eraan te wennen en moet ik concluderen dat ik een heel leuk jaar heb gehad. Natuurlijk, de resultaten waren goed. Dat maakt het sowieso leuker. Maar ook alles daaromheen. Ik heb best veel van de wereld gezien, waar ik anders denk ik sowieso niet naartoe was geweest. Je kunt ook een beetje je eigen ding doen, dat vind ik ook wel lekker. Geen grote verplichtingen.”

André Looij: “Het is mij ook zeker bevallen! Je bent alleen veel aan het reizen. Het is niet om de hoek, natuurlijk. En het is een keer iets anders dan in Nederland of België fietsen. Je doet alles samen. Je reist met de hele karavaan en je zit soms in een grote bus met alleen maar renners van verschillende ploegen. Na de koers slaap je vaak allemaal in hetzelfde hotel. Je hebt in Azië ook veel bredere wegen. Meer rechttoe, rechtaan. Geen kasseien zoals in België en geen rotondes of vluchtheuvels zoals hier in Nederland. Alleen in de sprints is het chaos, of als je naar een klim toe rijdt. Maar onderweg valt het wel mee.”

Meijers met Looij in het wiel – foto: SSIOS Miogee

Hoe vaak gaan jullie die kant nu op?

JM: “Dat hangt een beetje van het programma af. Als wedstrijden dicht bij elkaar zitten, vlieg je naar Azië voor een blok met koersen. Uit mijn hoofd zeg ik dat ik vier keer die kant op ben gegaan vorig jaar. De eerste keer was maar voor één wedstrijd van drie dagen (de Tour of Iskandar Johor in Maleisië, een 2.2-koers in april, red.), maar was ik wel anderhalve week onderweg. De tweede keer was een trip van vier weken, met daarin de 2.2-wedstrijd Tour of Taiyuan in China en de Ronde van de Filipijnen.

Na het NK op de weg volgde dan een derde blok van zes weken, waarin ik vier koersen reed. Dat waren de Ronde van Indonesië, de Tour of Xingtai, de Tour of China I en de Tour of China II. En de laatste keer was alleen de Tour of Peninsular in Maleisië. Dus over het algemeen probeer je wel zo veel mogelijk periodes te pakken, waarin je echt blokken met wedstrijden afwerkt.”

Wat kunnen jullie zeggen over het niveau van de renners in die koersen?

 JM: “Ik heb zelf een beetje het gevoel dat veel mensen denken: ‘O, het is Azië…’. Maar het is niet zo dat als je start, je ook die koers maar wint. In die laatste koers in Maleisië – dat was in oktober – had ik bijvoorbeeld het idee dat ik over mijn topconditie heen was. Toen werd ik er ook gewoon heel vlot afgereden. Het zijn geen pannenkoeken die daar rondrijden. Het enige verschil wat je merkt: de Chinezen snappen heel weinig van koerstactiek. De stijl van koersen is een beetje van wat we in Nederland kennen bij de junioren.

Vanaf de start vol het gas erop en als er dan een goede groep weg is – dat kan gerust dertig man zijn… Het lijkt ook wel een beetje op een Belgische kermiskoers. Wat dat betreft is het altijd heel lastig om te zeggen wat er gaat gebeuren. In Europa heb je best veel koersen waarvan je weet: ‘Er doen vijf grote ploegen met een goede spurter mee, dus eindigt het in een massasprint’. Dat is in Azië veel minder het geval. Voor mijzelf biedt dat wel meer kansen in de wat vlakkere wedstrijden. Maar anderzijds kan het ook heel frustrerend zijn. Als je een klassement wilt rijden en dat het in een vlakke rit opeens gebeurd is. Dat kan ook.”

AL: “Het niveau is anders dan wanneer je de Ronde van Vlaanderen rijdt. Alleen het is ook niet zo dat je zo maar eventjes je wedstrijdjes wint. Het is absoluut niet een gemakkelijk niveau. Er rijden gewoon goede renners. Ik ben ook niet tevreden over 2019. Het was mijn slechtste jaar tot nu toe. Ik heb maar één keer podium gereden. Dat viel tegen.

Ik ging er naartoe met de gedachte om sprints te winnen. Maar dat viel me aardig tegen. Het is veel meer sprinten op een grote baan. Dus het is veelal breed over de weg. Het zijn vaak ook maar korte ritten. Er zijn weinig etappes van rond de tweehonderd kilometer. De meeste jongens zijn daardoor best nog wel fris. Er blijven meer snelle renners over. Zeker wanneer er baanploegen uit Australië of Nieuw-Zeeland meedoen, bijvoorbeeld.”

Hoe kan het dan dat het niet ging zoals je wilde?

AL: “Ik kwam snelheid tekort. Simpel zat. Ik kon het nooit doortrekken tot op de lijn, als ik aanging. Er kwam altijd wel iemand overheen. Ook positie kiezen in de sprints vond ik lastig. Dat maakte het ook moeilijk. In het begin van het jaar werd ik nog derde in de Ster van Zwolle. Maar kort daarna brak ik in een van de nationale wedstrijden – volgens mij was het de Dorpenomloop Drenthe – een rib. Daardoor was ik even uit de running. Dat was eind maart of zo. In mei viel ik vervolgens in China. Dat werkte ook niet mee. Daardoor haalde ik mijn gebruikelijke niveau niet. Op het einde van het seizoen ging het wel iets beter.”

Meijers in actie op de grote plaat – foto: SSIOS Miogee

Welk verschil is nu het grootst met het koersen in Europa, buiten de tactiek om? Waar moet je rekening mee houden?

JM: “De weersomstandigheden. Het is in Azië altijd super warm. In sommige delen is het natuurlijk ook subtropisch, dus daar is het heel benauwd. Ik heb ook tijden gekend dat ik echt volledig gesloopt was, terwijl ik qua wattages echt niet veel getrapt had. En dan écht naar de kloten (lacht). Dat is wel een bijkomstigheid. Daarom is het heel moeilijk te vergelijken met koersen in Europa.

Dan nog iets. Ik heb ook de Ronde van Indonesië gereden, bijna elke dag tweehonderd kilometer met temperaturen boven de dertig graden Celsius en dat het super benauwd is. Als er dan – zoals ik net al zei – heel weinig controle in de ritten hebt, ben je aan het einde van de dag toch echt wel gekookt. Wat dat betreft zit er wel een heel groot verschil in de koersen in China, of wedstrijden in Zuid-Azië. In dat laatste gebied gaan de koersen toch meer over heuvelachtige of bergachtige parcoursen en is er minder controle. In China rijdt je in sommige koersen vijftig kilometer per uur en hoef je niets te doen. Daar zijn de wedstrijden iets meer gecontroleerd.”

Rijden er daar nu ook renners waarvan je denkt: ‘Dat die nog niet in Europa of de WorldTour rijdt…’? Zo’n Xianjing Lyu bijvoorbeeld?

JM: “Er zijn wel een paar Aziaten die hard kunnen trappen, maar die snappen het spelletje niet helemaal. Die Lyu kan wel echt hard rijden. Hij zit op een sleutelhanger, haha. Het is echt een klein mannetje. Ik heb een wedstrijd met hem gereden en die won hij (Tour of China I, red.). Maar er rijdt één zo’n hele grote gast bij hun uit Europa – ik weet niet waar hij vandaan komt (de Let Andris Vosekalns, red.). Maar die let de hele dag op hem. Lyu moet de hele dag die gast volgen, tot het omhoog loopt.

Alleen heb ik niet echt het idee dat hij er heel veel van begrijpt. Lyu is ook een mountainbiker. Maar ik heb een keer een afdaling achter hem gezeten en toen dacht ik echt: ‘Ben jij nu een mountainbiker?!’. Ik weet niet hoe hij dat doet, hoor. Maar bergop gaat-ie als een raket. En China is wel een apart land. Ik weet niet of hij het land uitkomt, zeg maar. Ik weet wel dat SEG Racing Academy een paar jaar terug ook een Chinees had (Zhi Hui Jiang, red.). Die kon toen naar een profploeg, maar van de Chinese autoriteiten moest hij op de baan blijven fietsen. En dus kon hij het land niet uit.”

Welke koers was nu het mooist, of welk land?

AL: “Maleisië is een mooi land, ook qua cultuur. Als je daar een verplaatsing deed, zag je soms ook apen op de weg en in de bomen. Dat is mooi en leuk om te zien. China is meer een industrieland. Eén grote bouwput. Amsterdam is voor ons bijvoorbeeld een grote stad, alleen daar is ieder stadje groter dan Amsterdam. Maar deze periode is wel een verrijking voor mijn leven. Ik ben in een compleet andere wereld. Plekken waar je nooit zou komen, zie je nu. Uiteindelijk is het wel je werk, maar je moet er ook een beetje van genieten.”

JM: “De Tour of Indonesia vond ik heel mooi. Qua parcours, maar zeker ook qua landschap. De laatste koers die ik gedaan heb (Tour of Peninsular in Maleisië, red.) vond ik ook wel mooi. Goed georganiseerd, alleen was mijn conditie toen niet goed meer. Dat was iets minder. Maar qua organisaties, hotels en eten, was het goed. Koersen in China zijn ook wel mooi, alleen is dat heel veel reizen. Dat is een nadeel. Vooral de verplaatsingen.

Ik heb de Tour of China I en II gereden. Qua verplaatsingen zijn dat de geksten. Toen zijn we in anderhalve dag ergens 2100 kilometer verplaatst. En weer een andere dag was het iets van 800 kilometer met de bus. Als je daar dan zo’n hele dag inhangt, is dat niet fijn. Je hebt dan ook niet echt het gevoel dat je in een wedstrijd zit. Je bent dan helemaal gesloopt, terwijl je niet zo veel gedaan hebt. Dat maakt het pittig, maar anderzijds is het iets waar iedere renner die deelneemt last van ondervindt. In Europa heb je dat niet.”

En voor 2020, wat zijn jullie wensen dan wel doelstellingen?

AL: “Ik ga meer op sprinten trainen en meer het krachthonk in. Ik train ook bij een krachttrainer nu. Dat is een beetje het verhaal en hopelijk maakt dat het verschil. Daar heb ik wel vertrouwen in. Een terugkeer bij de profs behoort denk ik niet meer tot de mogelijkheden. Ik begin ook een beetje op leeftijd te raken. Ze pakken eerder een snelle belofte, dan dat ze mij erbij nemen. Of je moet echt alles gaan winnen, dan is het een ander verhaal. Dat hoop ik natuurlijk, maar ik ben al tevreden als het beter gaat dan in 2019. Dat zou al mooi zijn. Dan kan ik ook meer van dit hele avontuur genieten.”

Looij, Meijers (gele leiderstrui) en Tim Ariesen tijdens de Tour of China I – foto: SSIOS Miogee

JM: “In 2019 had ik nog wel de gedachte om terug te keren bij de profs. Dat was het streven. Maar ik heb gemerkt dat het heel moeilijk is om via Azië terug te komen. Maar eerlijk is eerlijk: ik heb het zo gewoon ook naar mijn zin. Dus toen dacht ik: ‘Wat maakt het voor mij eigenlijk uit of ik nu daar fiets, of in Europa?’. Zo lang ik het leuk vind en ik kan er goed mee rondkomen, dan vind ik dit ook helemaal prima. Financieel is het oké. Als je goed presteert in Europa, verdien je absoluut meer. Ook als WorldTour-renner. Maar het is te doen. En anders moet ik maar uitslagen rijden, dan is het alleen maar beter (lacht).

Maar dat streven om terug te keren bij de profs, heb ik eigenlijk een beetje losgelaten. Ik wil nog steeds goed trainen en er in de wedstrijden vol voor te gaan. Maar niet per se meer met het streven dat ik terug móet naar Europa. Ik staar me daar niet blind meer op. Mocht er iets komen, dan ga ik er altijd over nadenken. Maar ik doe het allemaal niet meer omdat ik terug wil naar Europa. Ik heb in Azië het plezier teruggevonden in het fietsen. Dus waarom zou ik dat opgeven? Ik vind het eigenlijk wel goed.

Ik kijk er juist naar uit om dit nog een jaar zo te doen. En als het goed is komen er een paar grotere wedstrijden bij, normaal gesproken. Vorig jaar was het eerste jaar voor deze ploeg, dus konden we de grotere koersen in China niet doen. Hopelijk is dat dit jaar wel het geval. Dan moet je denken aan de Tour of Qinghai Lake, bijvoorbeeld. Daar hopen we dit jaar aan mee te doen. Dat zijn weer nieuwe wedstrijden en misschien komen er weer een paar andere landen bij. Genoeg uitdaging!”

Sfeerbeelden uit Azië


Tim Ariesen reed vorig jaar bij dezelfde ploeg. Hij besloot een punt achter zijn loopbaan te zetten.

Dit artikel delen:

2 Reacties

tvm 24 februari 2020 om 21:57

Mooi om te lezen!

hartstikkebedankt 24 februari 2020 om 23:27

Mooi interview, ik had zeker Meijers nog wel bij een Pct zien rijden maar als de gasten het zo naar hun zin hebben dan snap ik dat volkomen

Headlines

Materiaalzone

Populair