De Nederlandse UCI-zeges van 2020

De Nederlandse UCI-zeges van 2020

foto: Cor Vos

donderdag 31 december 2020 om 10:35
Special

Op de laatste dag van het jaar blikken we nog een keer terug op de Nederlandse overwinningen van dit kalenderjaar. Zowel de Nederlandse mannen als bij de Nederlandse vrouwen is een grote daling in het aantal profzeges te zien. WielerFlits zet alle cijfers op een rij.

De oorzaak van het grote verschil in juichmomenten behoeft weinig uitleg. Door de gevolgen van het coronavirus was het aangepaste wedstrijdseizoen korter en telde het minder wedstrijden. En minder koersen betekent ook minder kans op overwinningen.

Bij de mannen resulteert dat in een daling van 75 procent. In absolute cijfers gaat het om 84 zeges minder dan vorig jaar. Het seizoen 2019 was met 109 UCI-zeges een recordjaar. Dit seizoen bleef de teller steken op 24 UCI-overwinningen.

In deze lijst tellen alle UCI-overwinningen van eendags- en meerdaagse wedstrijden mee, van WorldTour-niveau tot en met .2 niveau. Ook zijn internationale en nationale kampioenschappen meegerekend. Beloftenkoersen (zoals .Ncup) en nevenklassementen tellen niet mee.


Wanneer werd gewonnen?

Als we kijken naar de maanden waarin ‘we’ succesvol waren, zie je duidelijk waar het grote verschil in aantal zeges is ontstaan. Vorig jaar was mei dé topmaand met twintig overwinningen. Dit jaar is er in zowel april, mei als juni geen enkele zege behaald. Dat is geen verrassing, want vanwege de internationale coronamaatregelen lag de wielerwereld stil. Pas in juli werd weer gefietst op internationaal niveau.

Nederlanders wisten in iedere maand dat werd gekoerst te winnen, met uitzondering van november, waarin nog een paar etappes van de Vuelta a España werden verreden. De eerste zege werd op 5 februari behaald in de openingsrit van de Ronde van Valencia door Dylan Groenewegen.

De laatste Nederlandse overwinning op de weg was wellicht ook een van de mooiste van 2020. Op 18 oktober sloot Mathieu van der Poel de zegereeks namens Nederland af met zijn weergaloze overwinning in de Ronde van Vlaanderen.

Nederland sluit het wielerjaar 2020 af zonder ritzege in een grote ronde. Het is voor het eerst in acht jaar dat geen enkele landgenoot een etappe wist te winnen in de Giro d’Italia, de Tour de France of de Vuelta a España. De laatste keer dat dat gebeurde, was in 2012.

De absolute climax van het seizoen: het slot van de Ronde van Vlaanderen, met Van der Poel als winnaar – foto: Cor Vos


Wie won het vaakst?

Op basis van alle UCI-koersen zou de eer gaan naar de piepjonge sprinter Olav Kooij (19) met zes individuele zeges. Voor dit artikel rekenen we beloftenkoersen echter niet mee. Twee van de zes zeges van de sprinter van het Jumbo-Visma Development Team waren overwinningen op Nations Cup-niveau, de internationale beloftencategorie van de UCI. In september won Kooij een etappe en het eindklassement van de Poolse rittenkoers Orlen Nations Grand Prix.

Olav Kooij wint een rit in de Coppi e Bartali – foto: Cor Vos

Kijkend naar zeges van UCI .2-niveau en hoger eindigt Kooij op een gedeelde tweede plaats, samen met Fabio Jakobsen. Beide sprinters wisten vier zeges te behalen. De zegekoning dit jaar is Mathieu van der Poel met vijf overwinningen. Opnieuw een groot verschil met vorig jaar. Toen was het Dylan Groenewegen die met vijftien zeges niet alleen zegekoning van Nederland werd, maar van heel het profpeloton.

Nog even terug naar het totale aantal Nederlandse zeges. Een belangrijke reden voor het gekelderde aantal zeges is het eerder beschreven feit dat het aangepaste seizoen een stuk korter duurde en minder wedstrijden telde. Een andere mogelijke verklaring voor de grote daling is het wegvallen van topsprinters Jakobsen en Groenewegen.

De horrorcrash in de Ronde van Polen was al op 5 augustus, vijf dagen na de eerste WorldTour-wedstrijd van deel twee van dit coronaseizoen. Vorig jaar waren beide sprinters goed voor in totaal 22 zeges. Groenewegen won toen 15 keer, Jakobsen 7 keer. Voor beide renners was de Ronde van Polen hun eerste, en laatste, koers na de coronapauze.


Waar ter wereld werd gewonnen?

De meeste zeges werden dit jaar geboekt in België. Dat waren er vijf. Daarna volgen Polen (4), Spanje (3) en Nederland (3). Waar vorig jaar nog in maar liefst 28 verschillende landen werd feestgevierd, is dat dit jaar ‘slechts’ negen. De oorzaak behoeft geen verdere uitleg meer.

Op één zege na – de vierde etappe in de UAE Tour door Groenewegen – werden alle zeges op het Europese continent behaald. Opnieuw een groot contrast met de afgelopen jaren, toen tropische oorden als Indonesië, de Filipijnen, Kameroen en Costa Rica ook vruchtbare bodem bleken voor Nederlands succes.


Vrouwen

Ook de Nederlandse vrouwen konden, door inmiddels bekende omstandigheden, niet de aantallen zeges van de laatste jaren evenaren. De teller stopte uiteindelijk bij 26 UCI-zeges. Dat is bijna 40% van het aantal overwinningen van vorig jaar, namelijk 66. In 2018 werden 68 zeges behaald en in 2017 59.

Anna van der Breggen mag zegekoningin genoemd worden, met acht overwinningen. Zij wordt op de voet gevolgd door Annemiek van Vleuten, die zeven keer mocht juichen. Marianne Vos staat haar koppositie van 2019 af. Met drie zeges is zij vierde in de lijst van 2020, kort achter Lorena Wiebes die vier keer won.

Boels-Dolmans is met zeven overwinning de ploeg die de meeste Nederlandse zeges mocht noteren. Naast de zeges van Van der Breggen was ook Chantal van den Broek-Blaak (Le Samyn en de Ronde van Vlaanderen) daarvoor verantwoordelijk.

Het vaakst wonnen de Nederlandse dames in België en Italië: acht keer. Zes zeges werden behaald op Spaanse grond. De enige overwinning buiten Europa kwam in februari van Nicole Steigenga, toen zij een rit in de Dubai Women’s Tour won.

De gemiddelde leeftijd van ‘de Nederlandse winnaressen’ ligt hoger dan de laatste twee jaar. Toen stond het gemiddelde op 28,9 jaar en dit seizoen is dat gestegen naar 30,1 jaar, mede door de successen van ervaren rensters als Van Vleuten, Vos, Van der Breggen en Van den Broek-Blaak.

Van Vleuten was dan ook de ‘oudste’ winnares. Tijdens haar ritzege in de Giro Rosa was ze exact 37 jaar, 11 maanden en 5 dagen oud. Lorena Wiebes was dan weer de ‘jongste’ winnaar: ze was 20 jaar, 11 maanden en 14 dagen oud toen ze de Omloop van het Hageland won.

De overwinningen van de Nederlandse vrouwen zijn verdeeld over twee eindzegeszeven ritten in etappekoersen en 17 eendagswedstrijden. Tien van de 26 zeges werden geboekt in de Women’s World Tour. De afgelopen jaren was dat nog de helft van alle keren. Op UCI .1-niveau werd vijf keer gewonnen.


Dit artikel delen:

3 Reacties

Lalsacien 31 december 2020 om 10:43

Is het ook duidelijk hoeveel wedstrijden er niet zijn doorgegaan? Dat geeft dan een duidelijker beeld van de (eventuele) daling van het aantal overwinningen!

iLLan 31 december 2020 om 13:37

Ja, het gaat eigenlijk om het percentage wedstrijden dat gewonnen wordt van het geheel.

platteprijs 31 december 2020 om 11:16

Het vroegtijdig wegvallen van Groenewegen en Jakobsen mag je gerust als belangrijke reden voor het lagere aantal overwinningen benoemen. Zonder dit tweetal win je ook zonder corona veel minder.

Headlines

Materiaalzone

Populair