Wielerploegen 2018: BEAT Cycling Club

Door , woensdag 21 februari 2018 om 08:00

foto: Wouter Roosenboom

Met de Topcompetitie en de nieuwe Holland Cup in het verschiet, komen de Nederlandse Continentale teams het komende seizoen veelvuldig onder de aandacht bij WielerFlits. We bespreken alle acht Nederlandse Conti’s. We trappen af met nieuwkomer BEAT Cycling Club.


BEAT Cycling Club
Land: flag-nl Nederland
Sponsor: n.v.t. (BEAT is een club en draagt geen sponsornaam)
Sinds: 2018
UCI-code: BRT
Fietsen: Argon 18
Tenue 2018:

foto: BEAT Cycling Club

2017
Aan het einde van 2016 kwam het vooraf aangekondigde initiatief van onder anderen Geert Broekhuizen (oud-marketing en communication manager van onder andere Giant-Alpecin) en Edwin Gulickx dan eindelijk naar buiten: zij richten samen BEAT Cycling Club op. Volgens beiden was het huidige verdienmodel in het wielrennen uiterst fragiel en met een nieuw businessmodel – een clubmodel, met een vaste identiteit en betrokkenheid van de leden – wilden zij in 2018 toetreden tot het professionele en internationale wielerpeloton. “Het is niet eerder vertoond dat wielerfans het heft in handen nemen en zelf een professionele wielerploeg oprichten”, stelde Gulickx in november 2016. “Door invloed te hebben in de club, kun je met ideeën, inspraak en geld een bijdrage leveren aan de eerste wielerclub in de geschiedenis die toewerkt naar de Tour de France.”

Zo ver is het nog lang niet. Desalniettemin heeft de club de eerste horde genomen. Waar Piotr Havik zich vanaf begin 2017 liet begeleiden door BEAT Cycling Club, sloot ook baansprinter Theo Bos zich aan bij het initiatief. In zijn kielzog volgden later in 2017 ook Matthijs Büchli en Roy van den Berg. De baanrenners bezorgden de club de eerste Nederlandse titels uit haar prille geschiedenis: Büchli pakte het rood-wit-blauw op de Keirin en de Sprint. Met z’n drieën wonnen ze goud op de Teamsprint en ook in het Wereldbeker-circuit boekten zij de nodige successen. Het drietal maakt echter deel uit van de baan-tak van BEAT Cycling Club en dus niet van de weg-afdeling. Die bestond in 2017 enkel uit Havik. Hij droeg het tenue van BEAT in enkele Belgische kermiskoersen, Nederlandse criteriums en tijdens het Nederlands kampioenschap voor elite. Tijdens de tijdrit eindigde hij als dertiende; in de wegrit werd hij 22ste. In de wedstrijden van de Topcompetitie kwam Havik uit namens Westland Wil Vooruit.

Havik reed enkele wedstrijden in het shirt van BEAT – foto: Wouter Roosenboom

Transfers
De allereerste naam die BEAT Cycling Club presenteerde voor 2018, was die van ploegleider Egon van Kessel. Met de ex-bondscoach verzekeren Broekhuizen en Gulickx zich van een uitermate ervaren sportdirecteur. Nadat Havik te horen kreeg dat zijn stagecontract bij Katusha-Alpecin niet geleid had tot een vaste verbintenis, werd hij de eerste renner die zich aan de ploeg verbond. Op dezelfde dag werd ook bekend dat Bas Tietema zich bij BEAT Cycling Club zou voegen. De Zwollenaar kwam over van het inmiddels verdwenen Ierse An Post-ChainReaction, nadat hij daarvoor drie jaar lang het traject bij opleidingsploeg BMC Development had doorlopen. Beide Nederlanders komen bovendrijven in eendagskoersen en zijn niet traag aan de meet, als ze aankomen in een klein groepje.

Havik en Tietema zijn niet de enige kopmannen met dienst komend seizoen. BEAT Cycling Club wist zich ook te versterken met Aksel Nōmmela. De 23-jarige coureur uit Estland is een echte sprinter en zal in de 1.2-koersen zijn mannetje kunnen staan in de massaspurts. In 2016 werd hij al eens negende in de Ronde van Drenthe (1.1). In datzelfde jaar eindigde hij in Doha als laatstejaars belofte achtste op het WK voor renners onder 23 jaar, nog voor mannen als Mads Pedersen (Trek-Segafredo), Erik Baška (BORA-hansgrohe) en Fabio Jakobsen (Quick-Step Floors). In 2017 wist hij op het Europees kampioenschap voor elite een zevende plek uit de brand te slepen. In het najaar werd Nōmmela tot slot knap vijfde in het Kampioenschap van Vlaanderen (1.1).

Bas Tietema op de Paterberg – foto: BEAT Cycling Club

Naast deze drie mannen, verzekerde BEAT Cycling Club zich van de diensten van de pas 18-jarige Danny Maas en Alex Mengoulas (20). Waar de jongste van het stel over komt van de junioren en moet ontdekken waar zijn sterke punten liggen, werd Mengoulas bij de nieuwelingen al eens Nederlands kampioen tijdrijden. In zijn periode bij de junioren bewees hij dat hij in de wat zwaardere wedstrijden goed mee kan. Met Arjen Livyns en Wesley Van Duyck werden ook twee Belgische talenten van 23 jaar aan het rennersbestand toegevoegd. Vooral Livyns heeft zich al bewezen op het UCI.2-niveau. Hij eindigde in de top-10 van onder meer Omloop Het Nieuwsblad voor beloften (zevende), de Antwerpse Havenpijl (derde) en de GP Criquelion (tweede).

De laatste twee renners die door de ploeg bekendgemaakt werden, zijn bijzondere gevallen. Nahom Desale (25) woont pas een kleine drie jaar in Nederland. Hij is geboren en opgegroeid in Eritrea, een van de traditionele wielerlanden uit Afrika. Als 19-jarig broekje werd hij begin 2011 vierde tijdens de tijdrit van het nationale kampioenschap van Eritrea, dat gewonnen werd door Daniel Teklehaimanot. Ook Daniel Abraham Gebru is in Eritrea geboren, maar hij beschikt over een Nederlands paspoort. De 33-jarige coureur is de nestor van BEAT Cycling Club en woont al zeventien jaar lang in Nederland. Hij is lid van het paralympische KNWU-selectie, waarvoor hij in 2016 goud veroverde tijdens de wegwedstrijd van de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro. Bovendien is hij de regerend Nederlands kampioen tijdrijden bij de elite zonder contract. Hij werd tijdens het NK Tijdrijden in ‘s-Heerenberg vijftiende in een gemengde wedstrijd met de profs, waar Tom Dumoulin uiteraard won.

In
flag-nl Daniel Abraham (Willebrord Wil Vooruit)
flag-er Nahom Desale (Willebrord Wil Vooruit)
flag-be Arjen Livyns (Pauwels Sauzen-Vastgoedservice)
flag-nl Danny Maas (Willebrord Wil Vooruit)
flag-nl Alex Mengoulas (UWTC De Volharding)
flag-ee Aksel Nōmmela (Leopard CT)
flag-nl Bas Tietema (An Post-ChainReaction U23)
flag-be Wesley Van Duyck (Vetrapo-John Saey)

Misschien wel BEAT’s grootste wapen: Aksel Nōmmela – foto: BEAT Cycling Club

Renners voor 2018
De ultieme doelstelling van BEAT Cycling Club is op termijn – als eerste wielerclub in de geschiedenis – een deelname af te dwingen voor de Tour de France. Aan ambities geen gebrek bij de club van Broekhuizen. “In 2018 hopen we onze club verder uit te bouwen”, legt hij uit. “We werken aan een stabiele toekomst met een solide fundament. Onze ambitie is om wielerliefhebbers daarin mee te nemen en te laten zien hoe je zo’n wielerploeg opzet vanaf de grond af aan. Voor ons is het daarom belangrijk om de club goed neer te zetten. We willen natuurlijk wel verder doorgroeien. Dan heb je een goede organisatie nodig, maar ook sportief succes is belangrijk. Daar haken voor ons nieuwe leden en partners op aan, die het volgende avontuur weer mogelijk maken. Dus enerzijds gaan wij voor een mooi en succesvol seizoen, maar anderzijds is dat vooral het verder uitbouwen van onze teams en onze club, waarbij we nieuwe activiteiten aan het ontwikkelen zijn voor wielerliefhebbers, zoals het meefietsen tijdens trainingskampen en betrokkenheid bij wedstrijden.”

BEAT Cycling Club gaat het seizoen aanvangen met een selectie van negen renners. “Een heel compacte groep”, vindt Broekhuizen. “Dat is een bewuste keuze, omdat we komend seizoen een enkelprogramma met zo’n vijftig koersdagen gaan rijden. Met name hier in de Benelux. We gaan ook een aantal etappekoersen daarbuiten rijden, maar de primaire focus ligt dus vooral op Nederland en België. We moeten ook niet vergeten dat we een nieuw team zijn. Als Continentale ploeg moet je je startplek nog afdwingen bij organisaties. Voor 2018 hebben we denk ik een aardig programma samengesteld. We gaan strijden in de Topcompetitie en rijden een aantal wedstrijden in de Holland Cup. Ook zitten er een heel aantal Belgische koersen bij, waaronder komend weekend de 1.1-koers Dwars door West-Vlaanderen.”

De renners op wie Broekhuizen voornamelijk rekent, zijn Havik, Tietema, Nōmmela en Livyns. Zij zullen de voornaamste renners zijn om successen te behalen, legt de initiatiefnemer uit. “Sportief gezien zijn er binnen onze ploeg renners met dromen en ambities. Nōmmela heeft een aantal goede jaren bij Leopard achter de rug. Hij heeft een sterk eindschot en tijdens ons trainingskamp in Oudenaarde hebben we ook gezien dat hij wat klimmetjes kan overleven. Daarnaast beschikken we over Livyns. Voor ons is het verbazingwekkend dat hij niet is opgepikt door een ProContinentaal-team. Het is een heel sterke jongen, die heel goed uit de voeten kan in de Ardennen en het Waalse werk. Piotr heeft zich natuurlijk vorig jaar al bewezen, maar we verwachten ook veel van Tietema. Dat zijn voor ons de vier jongens die echt wel mee gaan doen in de wedstrijden van de Topcompetitie, 1.2-koersen en misschien zo af en toe een rol kunnen spelen in 1.1-koersen.”

Broekhuizen kijkt uit naar Arjen Livyns – foto: BEAT Cycling Club

Broekhuizen is vooral blij dat zijn team mee kan doen aan de Topcompetitie. Hij tempert wel de verwachtingen met het oog op een eventuele eindoverwinning. “Het is voor ons belangrijk, omdat wij Nederlandse roots hebben. Het is een mooie manier om onze club te profileren in Nederland. Ik vind ook dat de organisatie van de Topcompetitie enorm goed werk heeft verricht om die competitie statuur te geven. Wedstrijden zijn bovendien te zien op Eurosport. Het is een prachtig platform voor teams om zich te laten zien. Voor ons is het een mooie manier om ons snel in de kijker te rijden. Daniel Abraham – die komend seizoen een paralympisch programma bij de KNWU combineert met het BEAT-programma – doet voor ons de Wattmeister Challenge. Het is iemand die hoge vermogens weg kan trappen. We verwachten ook wel iets van hem en gezien zijn status is dat ook wel terecht, denk ik.”

Met de veelal jonge talenten, bestaat de kans dat profploegen hen de komende transferperiode wegkapen. Waar veel Continentale ploegen hopen om renners bij een ProContinental- of WorldTour-formatie af te leveren, zit dat BEAT Cycling net iets anders. Zij bouwt met haar leden het liefst aan een stabiele toekomst en wil met haar renners meegroeien naar het volgende niveau. “Misschien kunnen wij over twee jaar al een volgende stap maken (naar ProContinentaal-niveau, red.)”, denkt Broekhuizen hardop. “Maar als ze zich in de kijker rijden van een grotere ploeg, dat zou voor hen natuurlijk hartstikke mooi zijn. Dan denk ik vooral aan de vier sterksten bij ons in de ploeg. Desale, Maas, Van Dyck en Mengoulas moeten zich nog verder gaan ontwikkelen. Zij komen pas net kijken en daar willen we graag ons steentje aan bijdragen. Er wacht ons in ieder geval een spannend avontuur. Alles is nieuw. Maar onze hoofdpeilers voor 2018 zijn om onze organisatie future proof te maken en daarnaast om de sportieve ambities van onze renners waar te maken.”

Omdat het businessmodel van BEAT Cycling Club vragen blijft oproepen, legt Broekhuizen graag uit waar zijn ploeg haar inkomsten vandaan haalt. “Het is goed om te weten dat wij geen sponsorloos model hebben. Wij werken net als een voetbalclub met partners en hebben inkomsten vanuit onze clubactiviteiten. Denk aan lidmaatschappen, merchandising en activiteiten die we ondernemen voor het bedrijfsleven. Maar zo zijn er verschillende partners aangehaakt, waaronder Isostar, NLtraining, AGU en Argon 18. Isostar staat ook vermeld op de zijkant van ons tenue. Dus de perceptie dat wij gebouwd zijn op enkel inkomsten van leden of dat we aan crowfunding doen, is niet correct. We zijn een club met verschillende inkomstenbronnen, waar sponsoring nog steeds een heel belangrijke is. Maar we gaan niet onze naam, kleuren en kleding aanpassen naar één bedrijf en daar ons hele financiële model aan ophangen.”

foto: BEAT Cycling Club

BEAT Cycling Club 2018
flag-nl Daniel Abraham Gebru
flag-er Nahom Desale
flag-nl Piotr Havik
flag-be Arjen Livyns
flag-nl Danny Maas
flag-nl Alex Mengoulas
flag-ee Aksel Nōmmela
flag-nl Bas Tietema
flag-be Wesley Van Dyck
Totaal: negen renners

Dit artikel delen:

14 Reacties

Aristos 21 februari 2018 om 09:14

Ik vind dit zo een twijfelachtig business model. Ik heb veel fietsvrienden, maar niemand is ook maar lid van een fanclub van een de grote Nederlanderse wielerploegen. Waarom zouden zij dan lid worden van BEAT. Ik wens ze alle succes toe, maar om daar nu lid van te worden? Ik zie echt niet de toegevoegde waarde voor mij als supporter.

Secondant 21 februari 2018 om 09:19

Kan iemand mij uitleggen hoe deze sympathieke club met mooie wielershirts aan zijn inkomsten komt zonder sponsoren? Op zich staat mij het idee wel aan dat zij het huidige verdienmodel van het wielrennen aan de kaak stellen, maar hoe betalen zij dan de renners?

Ik begrijp dat de salarissen van de continentale renners geen topsalarissen zijn, maar de baanploeg zal niet heel goedkoop zijn. Daarnaast zullen er toch onkosten gemaakt worden voor het materiaal, de wedstrijden die overal gereden moeten worden, reiskosten, kosten voor begeleidend personeel et cetera.

Ik weet dat je voor een paar tientjes ‘lid’ kunt worden van Beat Cycling, maar ik kan mij niet voorstellen dat alle leden samen genoeg in de snoeppot stoppen om alle kosten te dekken.

Contador 21 februari 2018 om 09:31

Ik stel mij zo voor dat 20 a 30 procent van het budget wordt opgebracht door de leden. Het materieel en dergelijke zal door de partners worden geleverd.

west 21 februari 2018 om 09:47

Die “leden” zijn natuurlijk in realiteit niet jij en ik die een tientje inleggen. Daar is hard gelobbyd om allerlei “zakenlui en rotary-achtige figuren” lid te maken. Die betalen hun lidmaatschap en wat extra’s in ruil voor wat afgesproken diensten/promotioneel materiaal. Eigenlijk dus een sponsor, maar dan zonder naam op het shirt.

Youri IJnsen 21 februari 2018 om 09:51

@Secondant
Goede vraag. Ik heb een extra alinea toegevoegd (de laatste), die daar hopelijk antwoord op geeft. Helder nu?

Secondant 21 februari 2018 om 10:03

@Youri,
Thanks! Helder. Absoluut een poging waard natuurlijk. Ben benieuwd of dit aanslaat, maar vrees dat dit op bijvoorbeeld WT-niveau niet zal werken. Zeker niet als je meerdere ploegen in één land hebt die in dezelfde vijver willen vissen.

Thanks! Niet vergeven, gewoon slordig ;-) – YIJ.

Aristos 21 februari 2018 om 10:40

@West: dat is volgens mij nou juist niet de bedoeling. Zij willen echt “jij” en “ik” als leden van de vereniging. En die moeten dan contributie betalen, en mogen dan soms meetrainen. En verder is het de bedoeling dat die leden dan merchandise (fietsshirts) afnemen.
Dat is toch wish-full-thinking??

west 21 februari 2018 om 11:03

@Aristos
Das natuurlijk gedeeltelijk waar en gedeeltelijk een marketingverhaal. Daarmee kan je jezelf onderscheiden en een fanbase opbouwen maar met alleen contributie wordt het natuurlijk nooit financieel haalbaar. Wat @Youri schrijft in de laatste alinea.

Domestique 21 februari 2018 om 11:43

Edit redactie: Thx, aangepast!

Jan Kokx 21 februari 2018 om 11:54

Edit redactie: Aangepast

finton 21 februari 2018 om 12:57

Ik neem aan dat Abraham vanwege een handicap mee mocht doen met de Paralympics. Is dat opeens genezen dan? Of was het niet zo erg dat hij nu opeens op dit niveau mee kan?

jorryt 21 februari 2018 om 13:58

onderontwikkeld been. Hij heeft ook nog voor een normale ploeg gereden en ging daarna zich richtten op de paralympische spelen.

Frits des Jeux 21 februari 2018 om 17:00

Klinkt allemaal leuk, maar het is gedoemd te mislukken als de omgeving niet veranderen gaat. Je bent hoe dan ook afhankelijk van sponsoren. Je ziet dat zelfs al in het amateurvoetbal met clubs als De Dijk, Duno D en andere potentiele luchtkastelen en opvolgers van Chabab en VVA ’71. Zodra de toestroom van geld stopt vallen ze volledige uit elkaar of worden failliet verklaard. Ja, de club blijft bestaan maar keldert weer naar beneden.. als beat het alleen van contributie e.d. moet hebben redden ze het ook niet. Als ze de stap omhoog kunnen zetten met een sponsor heel mooi, maar haakt de sponsor weer af en wordt er geen gelijkwaardige vervanger gevonden zal een dure licentie voor een jaar erna niet verkregen worden. In het wielrennen is er door verdelingen van tv gelden, transferinkomsten en prijzengelden geen extra inkomen te genereren. Je bent in het huidige systeem dus altijd afhankelijk van externe geldschieters.

Pas als dat veranderd en de ploegen tv gelden, transferinkomsten en prijzengeld krijgen, heeft een ploeg een inkomstenmodel. Afhankelijk van het prijzengeld kan de ploeg een x bedrag dan aan premies uitkeren, maar dan alleen bij echt extreme prestaties. Niet meer bij elke etappewinst e.d.

Nu worden alle prijzengelde verdeeld onder renners en personeel. Waarom eigenlijk? Ze worden toch aangenomen om prestaties te leveren. Dat is hun salaris al. De sponsor krijgt dus niks terug voor hun investering.

Er moet nog veel veranderen wil een dergelijk initiatief echt rendabel kunnen zijn.

NDI22 22 februari 2018 om 02:02

@Frits
Maar zo kan ik ook 10-20 succesvole amateur voetbalclubs noemen die al heel lang op het hoogste amateur niveau meedraaien, 1500-2500 leden hebben, veel organiseren en samenwerken met lokale bedrijven/scholen/gemeente, een grote lokale businessclub hebben die de club sponsoren en gebruiken om te netwerken, enzovoorts. Meerdere stromen van inkomsten verwerven en het kan best lukken. Vast geen WT en misschien is PC ook te hoog gegrepen de komende jaren, maar ik zie persoonlijk meer in club binding door het creeren van meerwaarde voor leden & sponsoren dan een klassieke opzet zoals een Roompot.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.