Weekendinterview: Wilco Kelderman

zondag 11 mei 2014 om 08:00

Wilco Kelderman (23) is als kopman van Belkin Pro Cycling gestart in de Ronde van Italië. De derdejaars prof uit Barneveld mikt op een plek in de top tien. In de openingsploegentijdrit eindigde hij gisterenavond in de middenmoot, met een achterstand van iets meer dan een minuut op de winnende ploeg Orica-GreenEDGE. WielerFlits had eerder deze week een ontmoeting met Kelderman.

Wie zijn voor jou de favorieten voor de eindzege in de Ronde van Italië?
“Dat zijn Joaquim Rodriquez en Nairo Quintana. Rigoberto Urán? Nee, die is mijns inziens geen favoriet. Hij heeft dit jaar nog niet zo goed gereden. En Cadel Evans en Ivan Basso zijn nu te oud geworden. Voor de eindzege behoren zij niet meer bij de besten. Meestal heb je een vijftal favorieten en vlak daarachter kom ikzelf. Dat is een beetje mijn plaats. Ik hoop dat ik met ze mee kan doen. Het is eigenlijk heel simpel: als je die mannen niet kan volgen, ben je niet goed genoeg.

Maar ik denk dat ik dat kan. Dit seizoen heb ik het nog niet laten zien door verschillende redenen. In Parijs-Nice en de Ronde van Catalonië heb ik geen top tien gereden door valpartijen. In Parijs-Nice kom ik net voor een slotklim vast te zitten met mijn wiel, waardoor ik volgens mij uiteindelijk als twaalfde eindig in het algemeen klassement. In Catalonië kom ik in één van de afdalingen van de koninginnenrit ten val door een andere renner. Toen moest ik op de reservefiets verder. Dat zit toch heel anders. En ik was overal beurs en blauw. Dan word je toch nog 15e of 16e, maar verlies je net te veel voor een plek in de top tien. Dat is heel erg balen. Ik wil de excuses niet daarbij leggen, maar het is gewoon zonde dat je net niet top tien rijdt. In de Giro wil ik tonen dat ik het kan.”

Hoe goed heb je het parcours bestudeerd?
“De route heb ik wel bekeken, maar nog niet heel gedetailleerd. Meestal bekijk ik het van dag tot dag. Ik weet wel dat er in de eerste week al een paar lastige aankomsten zijn en dat de tiende of elfde rit al de tijdrit is. Daar kijk ik wel naar uit. En de laatste week is super lastig. De etappe met de Stelvio is erg zwaar. En met name ook de voorlaatste rit van deze ronde met de Zoncolan. Dat is misschien wel het belangrijkste punt deze Giro.”

Wat weet je van die bergen?
“Eerlijk gezegd bijna niks. Vorig jaar hebben we die bergen niet opgereden door het slechte weer toen. Hoe ze zijn, weet ik dus niet. Dit jaar ga ik ze voor het eerst oprijden.”

Is dat een voordeel?
“Ik weet niet of het een voordeel is. Je kan je je soms flink verkijken op een klim. Maar op zich maakt het niet veel uit. Tegenwoordig heb je met Google Streetview, YouTube en ploegleiders die gaan verkennen al goede hulpmiddelen. Dat scheelt al een heel hoop.”

Het kopmanschap bij Belkin deel je met Steven Kruijswijk. Is er stiekem één meer kopman dan de ander?
“In principe gaan we als gelijken de Giro in. Steven is meer ervaren dan ik en heeft het al een keer laten zien. Ik denk dat het ook prima kan om met twee kopmannen aan deze ronde te beginnen. We hebben er een ploeg voor; met genoeg knechten die ons kunnen helpen. ”

In de voorbereiding op deze Ronde van Italië ben je op hoogtestage geweest. Hoe is dat bevallen?
“Heel goed! Ik heb drie weken intensief op Tenerife getraind. De volgende stap is nu laten zien dat ik goed ben en hopelijk ben ik ook gewoon goed. Vorig jaar ben ik in de voorbereiding ook op hoogte gaan trainen. Dat betaalde toen uit. In de Ronde van Romandië eindigde ik als vijfde in het algemeen klassement. Dat gaf wel een mooi gevoel. De afgelopen hoogtestage lijkt succesvol te zijn. Vorige week donderdag heb ik nog gekoerst in Frankfurt (Rund um den Finanzplatz Eschborn-Frankfurt, Kelderman eindigde als 38e, red.) en dat ging goed. Die dag heb ik in de vroege ontsnapping meegereden om nog wat extra hardheid op te doen.”

Het zwaartepunt van deze Giro ligt overduidelijk in de laatste week. Hoe houd je daar rekening mee?
“Dat is met name mentale voorbereiding. Door jezelf er nu al op in te stellen dat die laatste week echt super lastig gaat zijn. In de eerste weken moet ik zoveel mogelijk energie sparen. Op vlakke etappes heb ik ploeggenoten om me heen die me uit de wind zullen zetten. Dat scheelt een hoop. En vergeet niet dat het parcours voor iedereen hetzelfde is. Voor iedereen gaat het superzwaar zijn.

Al hebben de andere mannen dit vaker gedaan. Die weten beter hoe ze zo’n derde week moeten aanpakken. Ik ben vooral benieuwd naar de rustdagen, hoe dat gaat uitpakken. Een rustdag kan namelijk alle kanten op.

Vorig jaar deden de rustdagen mij goed. Dat was sowieso een rare derde week door die extra rustdag vanwege de door slecht weer geannuleerde etappe. Die week was ik wel goed. Vooral in die rit naar de Galibier en die andere etappe dat ik in de aanval reed.”

Ga je dit jaar net zo aanvallend rijden?
“Ik houd nog altijd van aanvallen. Zoals ik dat dit seizoen nog heb gedaan in Parijs-Nice. Dat vind ik gewoon mooi koersen. Maar de Giro is anders. Daar moet je het niet te vaak doen. Vooral niet in de eerste twee weken. Je moet de kansen pakken op het juiste moment. Maar je moet ook krachten sparen.

In die koerstactiek zie je het verschil in mijn rol met vorig jaar. Toen ik vorig jaar voor de aanval koos, stond ik niet meer goed in het klassement – iets van 17e. Dan maakt het niet meer uit. Je focus verandert dan een beetje, dan kies je voor de aanval.”

Hoe goed is volgens jou de Belkin-afvaardiging?
“Die is heel goed. Met name op het vlakke terrein zijn we erg sterk. En bergop zijn we met drie goede mannen vertegenwoordigd. Dan spreek ik over Kruijswijk, Goos en ikzelf. Want als Goos goed in orde is, kan hij veel doen.”

Heb je invloed gehad op de selectie?
“Wel een beetje. Het is niet zo dat ik bepaal wie wel en niet meegaan. Maar ik heb natuurlijk wel mijn voorkeuren. De ploegleiding vroeg me weleens: “Wie zou je graag mee hebben naar de giro?” Dan zeg je wel van die, die en die renner heb ik graag bij me.”

Wie zijn dat dan? Kan je namen noemen?
“Jongens als Jos van Emden, Maarten Tjallingii en Rick Flens bijvoorbeeld. Dat zijn goede jongens om bij je te hebben. Die zijn supersterk. Maar dat valt niet altijd even goed op. Jos bijvoorbeeld. Die kan super door een peloton rijden. Als je bij hem in het wiel zit, kan je blind op hem vertrouwen. Daarnaast is ook Flens verschrikkelijk sterk. Hij kan uren op kop sleuren. Dat zijn gewoon dé jongens die je er graag bij wil hebben.”

Is dat één van de tekenen dat je rol binnen de ploeg is veranderd?
“Wel een beetje, ja. De afgelopen jaren heb ik zonder druk kunnen rijden. Een beetje in de schaduw van Bauke Mollema en Robert Gesink. Dat is nu niet meer zo. Je merkt bij de ploegleiders dat ze willen dat je goed van voren zit. De druk ligt nu meer op mij. Maar daar heb ik weinig last van. Ik leg mezelf meer druk op dan de ploeg doet. Wat belangrijk is, is dat de sfeer binnen het team goed is. Dan valt het met de druk mee. En ze geven niet voor niets die rol aan mij waardoor al die jongens voor mij gaan rijden. Het is meer een zaak mezelf rustig te houden.”

Wanneer is jouw Ronde van Italië geslaagd?
Het doel is een plek in de top tien. Dat is mijn een ultieme doel. Misschien ben ik straks met een twaalfde plaats ook tevreden, als ik maar met de besten mee omhoog heb kunnen gaan en heb kunnen demarreren als zij ook aanvielen.”

Lees ook:
15 maart: het Weekendinterview met Michel Cornelisse
22 maart: het Weekendinterview met Martijn Keizer
29 maart: het Weekendinterview met Kenny van Hummel
05 april: het Weekendinterview met Tyler Farrar
12 april: het Weekendinterview met Johan Museeuw
19 april: het Weekendinterview met Michael Boogerd
26 april: het Weekendinterview met Karsten Kroon
3 mei: het Weekendinterview met Bas Tietema

Dit artikel delen:

Laatste nieuws

Materiaalzone

Populair