Tour de France Femmes 2026: Voorbeschouwing op het parcours –  De vrouwen, de vloek en de Ventoux
foto: Fotopersburo Cor Vos (archief)
Tim de Vries
Julian Dubbeld
Dian Tjerkstra
Niels Bastiaens
vrijdag 12 juni 2026 om 09:00

Tour de France Femmes 2026: Voorbeschouwing op het parcours – De vrouwen, de vloek en de Ventoux

De Tour de France Femmes gaat op zaterdag 1 augustus van start in Zwitserland. Of beter gezegd, in Lausanne. Organisator ASO heeft dit jaar weer zijn best gedaan om een aantrekkelijk parcours door Zwitserland en Frankrijk uit te tekenen, waarbij de tijdrit terugkeert en de Mont Ventoux de hoofdrol spelen. Daar moet de beslissing vallen, toch? WielerFlits blikt vooruit.

FR flagTour de France Femmes

Datum
zaterdag 1 augustus 2026 - zondag 9 augustus 2026
Categorie
2.WWT|Women Elite
Afstand
1176 KM
Start
CH flagLausanne
Finish
FR flagNice

“Als ik niet beter wist, had ik je nu een knal voor je kop gegeven.” Was getekend, een luid vloekende Nicole Cooke. De tweevoudig tourwinnares, olympisch en wereldkampioene — nooit verlegen om een stevige mening — kan er nog kwaad om worden dat haar prestaties, en die van vele voorgangers, steevast overgeslagen worden. “Als mensen zeggen dat het destijds geen Tour was omdat het die naam niet mocht dragen, vergeten ze dat het de ASO was die dat juridisch onmogelijk maakte. Daarbij: ik denk niet dat er fans zijn die bij het duel tussen Van Moorsel en Longo op Alpe d’Huez zullen denken dat dat niet tijdens de Tour was.”

Cooke weet waar ze het over heeft. In 2006, toen ASO vrouwenwielrennen nog heel vies vond, haalde zij ongenadig hard uit op de Kale Berg tijdens de Grande Boucle Féminine Internationale, één van de ‘alternatieve Tours’ tussen 1990 en 2009. Was Cooke een man, hadden vele boeken melding van haar grootse solo gemaakt. Cooke ontbond haar duivels aan de voet. Haar concurrenten zagen haar pas na de finish, een goede veertig kilometer verderop, weer terug. Rechtstreeks uit het handboek heroïek.

Marthe Hesse is in 1903 de eerste vrouw die de Mont Ventoux te fiets bedwingt. In 1998 wil Jeannie Longo dolgraag als eerste in de Tour op de top van de klim doorkomen om een anonieme Tour te redden. De berg kent echter geen medelijden. Ondanks dat ze zichzelf omhoog vloekt, finisht ze op ruim achttien minuten achterstand. Wie wel als eerste de top aantikt op de voor velen meest legendarische van alle Tourbeklimmingen: één van die andere drievoudige Tourwinnaressen, Fabiana Luperini. In 1999 is de eer aan Valentina Polkhanova.

Fast forward naar 2016. Dan komt Anna Kiesenhofer als eerste boven op de Ventoux. Wanneer ze vijf jaar later Olympisch wegkampioene wordt, vraagt iedereen zich opnieuw hardop af wie ze is want in de tussenliggende jaren heeft ze nauwelijks wat laten zien. In 2022 kan het niet op voor Marta Cavalli met winst in twee Ardennenklassiekers en de zege in de Mont Ventoux Challenge. Tijdens de tweede touretappe komt ze hard ten val en op de fiets komt het daarna niet meer goed. Soms doet een vlaag herinneren aan de wielerhemelbestormende Cavalli van weleer, verder is het vooral ellende. De gebroken botten mogen helen, de angst voor het rijden in het peloton komt ze niet meer te boven.

De grote Tourfavorieten zullen zich met die verhalen in het achterhoofd ongetwijfeld eens achter de oren krabben en misschien voor de Ventoux-rit zelfs de vraag stellen: “Wil ik wel winnen?”

Spagaat
Wat ook kan: het hele vrouwenpeloton als slachtoffer van de Vloek van de Ventoux. Iedereen is het erover eens dat het vrouwenwielrennen er op alle denkbare vlakken oneindig veel beter voorstaat dan in de tijd van Nicole Cooke. Zo vindt de ASO nu wél dat vrouwen een eigen Tour en de Ventoux aankunnen. Ook in het vrouwenpeloton staan de zaken er veel beter voor. De rijkste ploeg heeft een grotere jaarbegroting dan alle ploegen in de vrouwentour van 2006 bij elkaar. Teams hebben eigen bewegingswetenschappers, koks, persverantwoordelijken en ga zo maar door. Dit is mede met dank aan de terugkeer van de vrouwentour, juist ook door ASO.

Er zijn ook andere verhalen te vertellen, want het vrouwenpeloton zit in een spagaat. Verhalen van de UCI die zich enkel bekommert om de top van de wielerpiramide en vooral het model van het mannenwielrennen toepast. Van steeds meer kleinere koersen die verdwijnen en van alsmaar meer clubs, verenigingen en opleidingsteams die in de remmen moeten knijpen; talentenpijplijnen drogen op. Van een alsmaar groter wordend gapend gat tussen de wereldtoppers en rensters die (nog) niet alle voorwaarden hebben ingevuld om te kunnen presteren. En van vrouwen die moeten blijven vechten voor hun plaats in de sport.

Wat er in de toekomst ook gebeurt, de parcoursbouwer kan alleen maar een zo mooi mogelijk parcours samenstellen. En net als de voorbije jaren is er gekozen voor een Tour met een overduidelijke climax. Natuurlijk zal de tijdrit enorm belangrijk zijn, net als de vele venijnige ritten in het middengebergte, maar de Tour winnen lijkt vooraf slechts op één berg echt te kunnen. Misschien kan er juist daar, op de vervloekte Ventoux, iemand met alles afrekenen; inclusief de eerder genoemde vloeken.

De Tour de France Femmes 2026 in vogelvlucht

  • Een eerste Grand Départ in Zwitserland
  • Een bezoek aan drie regio’s
  • Een bezoek aan twaalf departementen
  • Negen etappes
  • Drie vlakke ritten
  • Drie heuvelritten
  • Twee bergritten
  • Eén tijdrit
  • Eén aankomst bergop
  • 1.175 kilometer
  • 18.795 hoogtemeters

Etappes Tour de France Femmes 2026

DatumEtappeVanNaar
01-081
Lausanne
Lausanne
02-082
Aigle
Genève
03-083
Genève
Poligny
04-084
Gevrey-Chambertin
Dijon
05-085
Mâcon
Belleville-en-Beaujolais
06-086
Montbrison
Tournon-sur-Rhône
07-087
La Voulte-sur-Rhône
Mont Ventoux
08-088
Sisteron
Nice
09-089
Nice
Nice

Etappe 1

De Tour de France Femmes gaat in 2026 van start in Zwitserland, het land van FDJ United-Suez-renster Elise Chabbey en Movistar-renster Marlen Reusser. Dit jaar blijft het Tourpeloton drie dagen in het westen van Zwitserland, waarna de rensters op dag drie de grens oversteken de Bourgogne in.

Op dag een van de Tour de France Femmes rijden de rensters een rit van 131 kilometer ten noorden vam Lausanne. Na de start aan het Meer van het Genève rijdt het peloton in de richting van het Meer van Neuchatel. Eerst wacht nog een twintigtal kilometer langs het meer, waarna de plaatsen Payerne en Lucerne worden aangedaan.

Halfweg wacht de eerste van de drie klimmetjes van de dag. De klim naar Villars-le-Comteis (5,4 km aan 5,8%) wordt op 54 kilometer van de aankomst gerond, waarna de Cote de Vulliens (3 km aan 5,3%) snel daarna volgt.

De rensters zetten daarna de weg terug naar Lausanne in. Eerst over glooiende wegen, daarna langs het meer. Als de renners Lausanne in rijden, wacht nog het slotklimmetje en de strijd om de eerste gele trui. Op een klim van 2,6 kilometer aan 4,5% zullen de eerste tijdsverschillen in het klassement ontstaan. Deze rit lijkt opnieuw een kolfje naar de hand van Marianne Vos, die vorig jaar in een zelfde soort rit naar Plumelec de gele trui veroverde.


Etappe 2

De tweede rit in de Tour de France Femmes is een etappe met twee gezichten. Aan de ene kant wachten de nodige hoogtemeters, aan de andere kant wordt er door de vlakke finale een sprint verwacht. Het peloton begeeft zich nog steeds in Zwitserland.

De etappe voert de renners zondag in 149 kilometer vanuit Aigle naar Genève om het meer van Genève heen. De etappe begint zondag nog lekker vlak met enkele prachtige vergezichten op het meer. Na een kilometer of dertig duikt echter de eerste officiële klim op: de Côte de Chexbres (3,2 km aan 5,6%), waarna de Côte de Savigny (2,5 km aan 5%) volgt.

Na de Côte de Savigny wachten nog drie gecategoriseerde klimmetjes. Halfweg koers is er de klim naar Cossonay (2 km aan 6%), waarna de Côte de Bougy-Villars (900 meter aan 10,4%) en de Monts-sur-Rolles (2,3 km aan 6,5%) op 53 en 47 kilometer van de aankomst volgen.

Hierna pas kunnen de sprintersploegen orde op zaken stellen. In de laatste biljartvlakke kilometers richting Genève zal er om de zege worden gespurt, is toch de verwachting. Schrijf Lorena Wiebes dan maar alvast op.


Etappe 3

Op dag drie van de Tour de France Femmes rijden de rensters eindelijk Frankrijk binnen. Al vroeg nadat het startschot deze maandag wordt gelost in Genève voor een rit van 157 kilometer, moeten de rensters de Jura over. Dit gebergte begint na twaalf kilometer met de beklimming van de Col de la Faucille (11,4 km aan 6,3%). De top op 1.323 meter is meteen een van de hoogste van deze hele Tour de France Femmes.

Het peloton zal op deze Col de la Faucille al flink uit elkaar gerammeld worden en verschillende vluchters zullen hun kans ruiken om een gooi te doen naar de ritzege. Daarvoor zullen ze wel hun voorsprong nog meer moeten uitbouwen. Dat zullen de vluchters gaan proberen op de Côte de la Lajoux (3,6 km aan 5,6%) en de Col de la Savine (5,6 km aan 5,1%) na 37 kilometer en 79 kilometer.

Na de Savine begint een lange afdaling naar Champagnole en liggen de meeste hoogtemeters op deze dag inmiddels achter de rug. Nog één klim wacht de rensters dan nog op: de Côte de Chaux-Champagny (1,8 km aan 6,4%) op zo’n 25 kilometer van de aankomst.

De laatste 25 kilometer richting Poligny zijn vlak of dalend, perfect voor het peloton om orde op te zaken. Alhoewel… hoeveel rappe vrouwen gaan een rit als deze overleven? Een massasprint ligt niet helemaal in de lijn der verwachting en dus kan het wel eens een opmerkelijke rit gaan worden.


Etappe 4

Dit jaar zit er voor het eerst sinds de Grand Départ in Rotterdam weer een tijdrit in de Tour de France Femmes. Op dinsdag krijgen de vrouwen een individuele tijdrit van 21 kilometer voor de kiezen, waardoor we een vormende dag voor het algemeen klassement tegemoet gaan.

De tijdrit gaat van start in het kleine plaatsje Gevrey-Chambertin, waarna de rensters in noordelijke richting naar Dijon trekken. De eerste zeven kilometer van de tijdrit zijn recht toe, recht aan naar de mosterdstad rijden. Als de rensters al bijna in Dijon aankomen, slaan ze linksaf nabij Marsannay-la-Côte om nog een klimmetje te doen.

Deze klim stijgt in 1,8 kilometer aan 6,9% en gaat dus voor de nodige verschillen zorgen. Ook na de top wordt er nog een kilometer of twee licht geklommen. Eenmaal boven wacht een afdaling van Dijon, waar de finishlijn is getrokken op de Cours General de Gaulle in het stadscentrum.


Etappe 5

Etappe vijf van de Tour de France Femmes is een lastige heuvelrit door het hart van de Beaujolais. Over 140 kilometer krijgen de rensters maar liefst acht beklimmingen voor de kiezen, goed voor zo’n 2.800 hoogtemeters.

Vanuit Mâcon, gelegen aan de oevers van de Saône, begint de weg meteen te golven. De Côte de Cenves opent de dag met bijna 9 kilometer klimmen aan 4,4%. Het is continu op en af, met korte afdalingen en nieuwe hellingen die elkaar in rap tempo opvolgen.

De route slingert door het typische Beaujolais-landschap, met smalle wegen tussen wijnranken en dorpjes. Klimmen als de Col de la Croix de l’Orme (2,1 km aan 5,5%), Col de Fontmartin (3,8 km aan 5,6%) en Col de Gerbet (4,6 km aan 6,4%) zorgen ervoor dat de rensters weinig rust krijgen. Wanneer de rensters ongeveer op de helft zijn, volgt een iets rustigere fase.

Richting de finale wordt het opnieuw klimmen, met de Col de Durbize (3,6 km aan 5,8%) als opwarmer voor de laatste klim van de dag: de Mont Brouilly. Deze klim van 3,2 kilometer aan 7,3% is kort maar pittig, en ligt op slechts 11,5 kilometer van de finish. Vanaf de top is het grotendeels dalen richting de finishplaats Belleville-en-Beaujolais.

Etappe 5
Start: FR flag Mâcon
Finish: FR flag Belleville-en-Beaujolais

Etappe 6

De zesde etappe van de Tour de France Femmes voert het peloton door de Ardèche. Over 153 kilometer en met ruim 2.500 hoogtemeters belooft dit een zware etappe te worden.

Na een rustige aanloop begint het echte klimmen al vroeg in de etappe. In de omgeving van Montbrison stapelen de korte hellingen zich op. De Côte de Périgneux (1,4 km aan 6,2%) en de Côte de Prunerie (2,9 km aan 4,9%) zetten direct de toon, waarna het parcours blijft golven zonder echte rustmomenten.

De route trekt door een ruig en bosrijk gebied waar de wegen smal zijn. Na een afdaling volgen de Côte d’Aurec (3,3 km aan 6,1%) en de Côte de Praneuf (1,7 km aan 5,6%). Het hoogste punt van de dag ligt op 1.450 meter.

Halverwege de etappe staat nog een stevige test op het programma met de Col de Lalouvesc. Deze klim van 8,6 kilometer aan 5% ligt op bijna 50 kilometer van de finish. Na de top begint een lange afdaling van bijna 30 kilometer.

Daarna volgt in volle finale nog één laatste hindernis: een klim van 3,8 kilometer aan 5,7% nabij Boucieu-le-Roi. Vervolgens gaat het opnieuw naar beneden richting de finishplaats Tournon-sur-Rhône, een stadje aan de Rhône dat bekendstaat om zijn historische centrum en wijngaarden. Met veel afdalende kilometers in de finale krijgen vluchters hier mogelijk een goede kans op de overwinning.

Etappe 6
Start: FR flag Montbrison
Finish: FR flag Tournon-sur-Rhône

Etappe 7

Hebben we dan nog niet gehad in deze Tour de France Femmes: een echte aankomst bergop. De korte finish voor puncheurs in de openingsrit van Lausanne nemen we dan niet mee. In de zevende etappe is het toch heel een ander verhaal richting de iconische Mont Ventoux. De Kale Berg is het hoogtepunt van de koninginnenrit in dit rondje, al moeten we daar wel de kanttekening bij plaatsen dat het dan vooral om die beklimming zelf gaat, en minder over de aanloop. In totaal wachten er 144 kilometer.

Want laat ons eerlijk zijn: vanuit La Voulte-sur-Rhône, een dorpje met nog geen 5.000 inwoners in de Ardèche, krijgen de renners niet heel veel lastigheid voor de wielen geschoven. Onderweg wachten wel de beklimmingen van de Col de la Grande Limite (6,6 km aan 5%), Col du Colombier (3,2 km aan 6,4%) en Col du Suzette (3,9 km aan 6,5%), maar die klimmetjes lijken op het eerste zicht te kort om grote verschillen teweeg te brengen.

Die eerste twee liggen ook te ver van de aankomst, maar de ligging van de Col du Suzette – op zo’n 100 kilometer van de finish – is wel interessant. Zo’n twintig kilometer voor de voet van de gevreesde Ventoux zal je ook daar al attent moeten zijn. En dus kunnen de benen ook al een eerste keer vol lopen. Daarna gaat het via korte passages langs de Col de la Chaîne en Col de la Madeleine – waar vorig jaar nog de beslissing in deze Tour viel – naar het legendarische slot: de Mont Ventoux, vanuit de kant in Bédoin.

Zo lang als de Madeleine vorig jaar is de Mont Ventoux niet, maar het betreft hier toch ook 15,7 kilometer klimmen aan 8,8%. Een primeur op het hoogste niveau in het vrouwenpeloton, al won ex-olympisch kampioene Anna Kiesenhofer wel een rit in de Ronde van de Ardèche op de Reus van de Provence.

Op de klim zal er met minuten worden gestrooid. In het begin lopen de percentages meteen op tot boven de 10% in het bos, vanaf de open vlakten en Chalet Reynard vlakt het iets uit, om vervolgens in volle wind weer een steil slot op te leveren. In de laatste kilometers richting de wereldberoemde zendmast heeft de wind vrij spel en wordt de klim zelfs nog een beetje steiler. Het gemiddelde van de laatste twee kilometer: meer dan 9%.

Wie hier als eerste boven komt, maakt grote kans om de Tour de France Femmes te winnen. Demi Vollering, Pauline Ferrand-Prévot en Kasia Niewiadoma zullen zich hier maar al te goed bewust van zijn.

Etappe 7
Start: FR flag La Voulte-sur-Rhône
Finish: FR flag Mont Ventoux

Etappe 8

Wie dacht dat de Tour de France Femmes afgelopen was na de Mont Ventoux, komt bedrogen uit. In de omgeving van Nice kan het nog wel eens twee dagen gaan spoken. Bijvoorbeeld op zaterdag, als de rensters zich mogen opmaken voor de langste rit in deze ronde van Sisteron naar Nice met een kleine 1.900 hoogtemeters.

Is dit terrein nu spek voor de bek van de klimmers, sprinters of puncheurs? Dat is lastig te zeggen. Zelf klasseert de organisatie deze rit als ‘vlak’. In principe maakt ieder type renner hier wel kans op de zege. Met 175 kilometer koers gaat het over de langste etappe in de rittenkoers, waarbij we voor het eerst in de ronde naar finishplaats Nice afzakken. Daar wacht daags nadien de grote finale.

De rensters vertrekken in Sisteron. Geen onbekende in het wielermilieu, want het is een van de vaste startsteden in Parijs-Nice. Het traject zal daarom misschien ook een beetje aan die rittenkoers doen denken. Na een vijftiental kilometer begint de weg lichtjes op te lopen, en dat zal quasi de hele eerste zestig kilometer blijven duren. Nooit echt steil of in die mate dat je van een beklimming kan spreken, maar het kan de minder sterk klimmende renners wel pijn doen.

Na 64,5 kilometer wacht de eerste top, van de Col des Robines. Een klimmetje van op papier slechts 2,6 kilometer aan 4,6%, waarna het even in dalende lijn gaat. Kort daarna volgt de Col de Toutes Aures, goed voor 6,4 kilometer aan 3,1%. Een tweeluik dat kan tellen dus, maar er is weinig reden om haast te maken. Na 80 kilometer koers verandert het terrein plots volledig en krijgen we een tachtigtal kilometers die plots in dalende lijn verlopen. Renners die gelost zijn, hebben dus alle tijd om terug te keren voorin.

De reden waarom we dan twijfelden of het te zwaar zou zijn voor de sprinters, wacht helemaal aan het einde. Het venijn van deze rit zit immers in de staart. Het tweeluik met de Col de Colomars (1,4 km aan 5,6%) en Col de la Ginestière (2,5 km aan 4,4%) zal de benen van veel snelle vrouwen afsnijden. Je zou er ook kunnen wegrijden, want na de laatste top is het nog maar tien kilometer naar finishplaats Nice.

Na de top wacht eerst een plateau, gevolgd door een korte afdaling, om weer op het vlakke te eindigen op de beroemde Promenade des Anglais, waar de finishlijn ligt.


Etappe 9

De slotrit in de Tour de France Femmes is een etappe die we kennen uit Parijs-Nice, waarbij er meerdere keren een omloop wordt gereden waarin de Col d’Eze het zwaartepunt vormt. De vierde en laatste keer wordt deze klim van de zwaarste kant beklommen, waarna de finish vijftien kilometer dalen in Nice ligt getrokken.

Eerder bestempelden we de zevende etappe naar de Mont Ventoux als de koninginnenrit. Qua finish blijven we daarbij, maar iets zegt ons dat de televisiekijker in de negende etappe meer plezier zal beleven. Zoals u weet is de slotetappe in Parijs-Nice bij de mannen ieder jaar weer goed voor verrassingen en spectaculaire omwentelingen van wat er eerder in de week is gebeurd. Nu koersen we met de vrouwen exact op dat terrein en zou je dus eenzelfde soort spektakel kunnen verwachten.

We starten en finishen in Nice, op de Promenade des Anglais. Nadien tekende de parcoursbouwer enkele lokale ronden uit rond de iconische Col d’Èze. Eerst wacht drie keer een lange ronde van 23 kilometer, waarbij de Col d’Èze vrijwel meteen op het menu staat. Het gaat dan wel over de kant vanuit Nice met een afstand van zo’n 7,7 kilometer aan 5,9%. Via Villefranche-sur-Mer dalen ze terug naar Nice. Die ronde staat drie keer op het menu, goed voor de eerste 70 kilometer van de rit.

Maar de Tour Femmes zou de Tour Femmes niet zijn als er niet nog een extraatje zou worden toegevoegd in een pittige slotronde. In aanloop naar een andere flank van de Col d’Èze doemt plots de brutale Chemin du Vinaigrier op. Een monster, want de percentages zullen stijgen tot 16%. Alles samen gaat het om 6 kilometer aan 7,6%, waardoor de passage wel wat korter maar dus ook steiler en zwaarder uitvalt dan de voorgaande beklimmingen van de Col d’Èze. Nadien wachten nog vijftien dalende kilometers.

Op de Col d’Èze zullen renners die nog een ultieme gooi naar de eindzege in de Tour Femmes willen doen, dus al hun kaarten op tafel moeten gooien. Explosiviteit kan goed van pas komen, aangezien de etappe maar 99 kilometer kort is en de beklimmingen nooit écht lang worden. Op de Promenade des Anglais zal vervolgens het eindpodium van de Tour de France Femmes worden opgesteld en daar worden de truiwinnaars gehuldigd na negen zware dagen koers.


Wielerflits Magazine is jouw Tour Femmes-gids!


De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. En het is niet voor niets De Meest Complete Tour de France Femmes Gids. In onze Zomergids lees je alles over de Tour de France Femmes en de Tour voor mannen, van etappes tot favorieten en indrukwekkende achtergronden over de teams en de bergen. Je leest over Nienke Vinke, unieke fotografie uit het vr0uwenpeloton, Jonas Vingegaard, de knechten van Tadej Pogačar, Mathieu van der Poel, Raymond Poulidor en nog veel meer!

Bestel de Tourgids
Tour de France-poster

Om te reageren moet je ingelogd zijn.