Weekendinterview: Johim Ariesen

Door , zondag 1 november 2015 om 07:00

Foto: Metec-TKH

Voor Johim Ariesen (27) is het een lang, maar bijzonder succesvol seizoen geweest. Bijna iedere maand was de sprinter uit Rhenen aan het feest, wat zijn zegeteller aan het einde van dit jaar op tien brengt. Zijn eerste en vooralsnog enige profzege kwam er echter pas afgelopen maand, tijdens de Ronde van China I. Ariesen is inmiddels bezig aan zijn welverdiende vakantieperiode, en daarin is er ook tijd voor een terugblik met WielerFlits op zijn topseizoen.


Je verwacht het niet meteen wanneer je de nationale zegestand erbij neemt, maar Metec-renner Ariesen heeft met zijn tien UCI-overwinningen de meeste streepjes achter zijn naam staan aan het einde van dit jaar. Daarmee doet hij ruim beter dan Wouter Wippert en Niki Terpstra en bekleedt hij ook in de internationale zegeranking een knappe achtste plaats. “Als je naar een website als ProCyclingStats gaat en je ziet jezelf daartussen staan, dan is dat ontzettend gaaf. Maar eerlijk is eerlijk: als je mijn zeges gaat vergelijken met de koersen die Terpstra wint, is dat van een totaal ander niveau. Toch zie je wél duidelijk dat die ranking leeft in Nederland. Er zijn jongens die dat echt bijhouden, en dat had ik van bepaalde mensen niet verwacht. In het criterium van Boxmeer kwam Wout Poels plotseling naar mij toe om mij te feliciteren. Die jongen heeft dan net de Tour de France gereden, maar daar wel gezien dat jij hebt gewonnen. Dat is ontzettend leuk om te horen en dat maakt je extra trots.”

Ariesen lijkt na zijn superjaar wel voor het winnen geboren, maar niets is minder waar. De afgelopen jaren, waarin hij in dienst van onder andere Cycling team Jo Piels, Koga en Metec-TKH geen enkele UCI-overwinning opeiste, moest de amateur de keerzijde van de medaille ondervinden. Waarom hij net dit jaar boven water komt, weet de Nederlander maar al te goed. “Alles valt eindelijk op zijn plek. Anderhalf jaar geleden ben ik met een trainer begonnen en sindsdien maak ik enorm grote stappen. Ik wist na een goed laatste beloftejaar wel dat ik wat talent had, maar toch bleven de prestaties in de hoogste categorie maar tegenvallen. Met mijn trainer Jim van den Berg, zelf ook renner bij Parkhotel Valkenburg, train ik nu niet per se meer, maar vooral beter en gerichter dan daarvoor. Dat dit zijn vruchten afwerpt merk je in alle opzichten. Waar ik vroeger in de voorbereiding van een sprint nog zelf een plekje moest zoeken en hopen dat ik dat kon houden, kan ik nu zelf bepalen vanwaar ik de sprint wil aangaan. Dat is een wereld van verschil.”

Sinds ik met een trainer werk, maak ik enorm grote stappen. Ik train nu niet per se meer, maar vooral gerichter.

Chinees avontuur
Na zijn successen in de de Profronde van Noord-Holland (1.2) en de Volta ao Alentejo, Tour de l’Oise en de Course de Solidarnosc (2.2), was het pas in de Ronde van China I (2.1) van afgelopen maand tijd voor de eerste officiële profzege van Ariesen. “Het is leuk dat ik nu kan zeggen dat ik een profwedstrijd heb gewonnen. Maar als je dit deelnemersveld gaat vergelijken met dat van de Tour de l’Oise, waar ik onder andere Yauheni Hutarovich achter mij kon laten, dan was het niveau in Frankrijk misschien wel van een hoger niveau dan in China. De stempel die de UCI op een bepaalde koers plakt zegt niet altijd alles, want in eigenlijk alle 2.2-koersen waar wij met Metec aan de start komen, ligt de top heel hoog. Zo ook in deze Chinese rondes. Aan de titel ‘profzege’ hecht ik dan ook niet veel meer waarde dan aan mijn andere overwinningen. Het is gewoon goed om te weten dat je op dit niveau mee kan doen voor de overwinning tegen jongens als Mattia Gavazzi en Daniele Colli.”

Het bleef niet bij die ene knappe prestatie in China. In de twaalf dagen koers die Ariesen op Aziatisch grondgebied reed, sprintte hij zich maar liefst tien keer in de top 10. “In China houden ze er blijkbaar van om te sprinten, waardoor je veel vlakke omlopen voor de wielen krijgt. Mij als sprinter ga je daar niet over horen klagen, want zo heb je bijna elke dag een kans op winst. Maar vooral het sfeertje rondom de koers heen en de ontspanning voor de koers maakt het leuk rijden in China. Het is een spektakel, je rijdt van de ene naar de andere grote stad, en kan rond rijden zonder druk. Eens je weet wie de mannen zijn om in de gaten te houden, wordt het ook steeds makkelijker om positie te kiezen tijdens die ritten.” Ariesen had echter één groot nadeel ten opzichte van zijn concurrenten. “Ik was naar China gegaan als lid van de Nederlandse selectie en daar moesten we het helemaal op onszelf doen, zonder begeleiders. Je moest dus elke dag zelf je fiets in- en uitpakken, tassen sleuren, enz… Na een tijdje weegt dat door en word je minder fris.”

“Of de smog of vervuild voedsel mij daar ook parten gespeeld heeft? Tijdens de koers heb ik in ieder geval weinig last van de smog gehad. Het is hartstikke warm en de zon schijnt fel, waardoor het lijkt alsof het mistig is. Dat is dan waarschijnlijk die smog, maar dat voel je tijdens de koers zelf niet echt. Pas als je na afloop je kleren met de hand moet wassen en je ziet dat er zoveel troep uitkomt, dan merk je pas hoe erg het is. Dat heeft mij wel verrast, maar toch denk ik niet dat het erg is om in die omstandigheden te gaan koersen. Ongezond zal het waarschijnlijk wel zijn, maar als je zoiets twee of drie keer per jaar doet, dan valt dat best mee. Bij het voedsel ligt dat anders. Je hoort vele verhalen van renners die vervuild vlees gegeten hebben en je weet dat je dat risico loopt als je daar vlees eet. Daarom is het daar gewoon zaak om zo weinig mogelijk vlees te eten en het vooral bij nasi te houden met wat saus. Pas tijdens de terugreis naar huis, heb ik in een McDonalds terug wat vlees kunnen eten.”

Wat kan ik nog meer doen om de stap naar de profs te maken? Ik win tien UCI-wedstrijden, wat nog nooit iemand gelukt is op amateurniveau.

Daarmee kwam er pas eind oktober een einde aan het lange, maar succesvolle seizoen van Ariesen. De motivatie vinden om zolang door te gaan was naar eigen zeggen niet echt moeilijk. “Mijn grootste motivatie om te koersen is om mijzelf te blijven verbeteren op alle gebieden. Ook op de aspecten, zoals klimmen, waar ik minder goed in ben. Je wil progressie blijven maken en zolang dat lukt, is het leuk om te blijven fietsen. Maar natuurlijk speelt ook het winnen mee. Ik heb in maart, april, juni, juli, augustus en oktober gewonnen. Zolang je blijft presteren en winnen, is het heel gemakkelijk om je helemaal voor je job in te zetten en te blijven doorgaan. Ik ben nu pas anderhalve week thuis, maar daar word ik ook niet vrolijk van. Ik had best nog even willen doorgaan met koersen, maar dat gaat nu eenmaal niet. Ik zou wat kunnen gaan crossen, zoals ik vroeger deed, maar mijn crossfiets staat momenteel te koop. Misschien koop ik in plaats daarvan wel een mountainbike om op te bouwen naar volgend seizoen.”

Geen profcarrière
Dat seizoen zal Ariesen afwerken in de kleuren van Metec-TKH, de continentale ploeg waar hij ook de afgelopen twee jaar actief was. Ondanks zijn tien overwinningen, kwam er tot ieders verbazing geen enkele grote ploeg zich melden om de snelle renner uit Gelderland in te lijven. “Ik zie niet wat ik nog meer kan doen om de stap naar de profs te kunnen maken. Ik win tien UCI-wedstrijden, wat nog nooit iemand gelukt is op amateurniveau. Ik vraag me af of iemand dat ooit nog gaat overdoen. Beter kan ik dus eigenlijk niet doen, denk ik, want ik ga nooit nog meer winnen dan dit seizoen. Dat er dan niemand van een grotere ploeg is die mij contacteert, is jammer, maar ik neem er vrede mee. Ik had mij er na mijn mindere prestaties van de afgelopen jaren eigenlijk al bij neergelegd dat ik het niet tot prof zou schoppen, maar nu ik terug veel begin te winnen komen die vragen terug of ik niet hogerop wil. Natuurlijk wil ik dat, maar dat bepaal ik of jij niet. Als de ploegmanagers mij niet willen, dan is dat maar zo. Ik laat mij er in ieder geval niet door ontmoedigen, want ik heb het eigenlijk best naar mijn zin bij Metec.”

“Er zijn natuurlijk wel enkele verklaringen waarom ik die stap niet kan zetten. De belangrijkste reden waarom de ploegen zoals Roompot niet komen aankloppen is mijn leeftijd. Ik ben nu 27 jaar en dat is voor een wielrenner niet bepaald jong. Ik ben ervan overtuigd dat ik nog groeimarge heb, maar bij jonge renners is die nog zoveel groter. Mijn broertje (Tim Ariesen, red.) is 21 jaar en wint dit jaar ook twee hoog aangeschreven koersen. Waarom zou je als ploegmanager dan mij nemen in plaats van hem? Ik zou het wel weten en direct voor hem kiezen. Maar tegenwoordig zijn het vooral de managers van renners die bepalen wie prof wordt. En laat dat nu net iets zijn waar ik totaal geen ervaring mee heb. Ik heb momenteel geen manager en ik heb er ook nooit een gehad. Waarom niet? Ik heb werkelijk geen idee, ik weet gewoon niet hoe die markt in elkaar zit. Je hoort wel eens: ‘heb je die of die manager al eens gebeld?’ Maar echt concreet ben ik daar nooit op ingegaan. Ik dacht niet dat ik er een nodig had.”

Ik vind het heerlijk om tijdens de week in de groentewinkel van mijn vader aan het werk te zijn. Anders wordt het leven zo eentonig.

Dat Ariesen op amateurniveau blijft rijden, betekent ook dat hij zijn inkomsten grotendeels elders zal moeten blijven halen. Voor de Nederlander is dat geen enkel probleem, want hij werkt naar eigen zeggen met alle plezier als groenteboer in Rhenen. “Ik werk ruim zestien uur in de week in een van de winkels van mijn vader. Dat komt neer op vier ochtenden in de week. Mijn vader is altijd al groenteboer geweest en is intussen de manager van meerdere winkels, waarin dus ook ik en mijn broertje werken. Het voordeel is dat hij in de periodes dat ik moet koersen personeel van de ene naar de andere winkel kan halen om mij te vervangen, maar als ik er wel ben, werk ik met alle plezier. Ik vind het heerlijk om aan het werk te zijn, want anders wordt het leven zo eentonig. Ik ben een sociale jongen, en dan is het heel fijn om in die wereld te kunnen werken. Daar verandert winnen niets aan. Vandaag win je, maar morgen is er een nieuwe dag. Ik blijf beide jobs met plezier combineren.”

Profploegen slaan de plank mis door Johim Ariesen geen kans te geven

  • Eens (57%, 391 stemmen)
  • Oneens (43%, 291 stemmen)

Aantal stemmen: 682

Stem

Dit artikel delen:

17 Reacties

Verweggistan 31 oktober 2015 om 12:27

Goede keuze voor een interview, interessant verhaal.

Tuubke 31 oktober 2015 om 14:26

Dat hij zoveel won, was mij op PCS al opgevallen, maar ik wist eigenlijk niets van hem. Leuk om nu eens wat meer over hem te lezen, dank!

Overigens reed hij niet de Ronde van de Loise, maar de Tour de l’Oise – als je dat al wilt vertalen, is het de Ronde van de Oise.

simplex 31 oktober 2015 om 15:21

Goed verhaal van een voor ons nog veel te onbekende renner.
Interessant om zijn verhaal en weg eens te volgen.
Bedankt Niels.

Jans Koerts 31 oktober 2015 om 20:57

Jongere broer Tim heeft ook veel potentie en kan wellicht de stap naar de profs wel gaan maken op termijn.

Jans Koerts 31 oktober 2015 om 20:59

Een echte wielerfamilie, waarbij vader Dick ook een goede amateur was in de jaren 80. Jongere broer Tim heeft ook veel potentie en kan wellicht de stap naar de profs wel gaan maken op termijn?

LinusGerdemann 31 oktober 2015 om 22:57

Dit was nou wel wat voor Roompot geweest. Symphatieke gast lijkt me zo als ik het interview lees.

MrSjaakBraak 31 oktober 2015 om 23:47

Hij heeft ook wel een beetje pech dat er geen concurrentie meer is tussen ploegen om in de worldtour te komen, anders had hij wel wat puntjes meegebracht en was ie zo vast et prof circuit ingerold.

Thijs E 1 november 2015 om 00:38

Zoveel zijn er niet bij Roompot die in 2015 beter gepresteerd hebben dan hij. Misschien moet hij zich tot Zeeuw laten naturaliseren.

horsm 1 november 2015 om 09:28

erg leuk interview!

wolfje 1 november 2015 om 09:46

inderdaad een leuk interview

Manuel Beltran 1 november 2015 om 10:37

Ja, leuk interview

Orakel 1 november 2015 om 12:17

Toch mooie uitslagen in een veld met profs. Winnen voor Hutarovich, Vaitkus, Colli, Kruopis, Barbier, etc. Roompot zou interesse moeten tonen normaal gesproken.

Luukvanm 1 november 2015 om 12:18

Leuk interview

LinusGerdemann 1 november 2015 om 12:26

@Thijs E Het gebrek aan visie ontbreekt me überhaupt een beetje bij Roompot. Ze hebben daar een aantal jongens rondrijden die dit jaar niets hebben laten zien, ook niet meer de kans hebben om hogerop te komen en de reden waarvoor ze er zouden zijn ik ze niet echt toe in staat acht in de manier waarop ze rijden. Hoogerland heeft bijvoorbeeld alleen maar achterin mee gepeddeld. Weening vind ik een slimme aankoop. Een jongen met koersinzicht. Ik heb vooral het idee dat Boogie met al zijn enthousiasme de mentor is ipv van sommige renners. Ik had liever gezien dat ze een jongen als Ariesen een kans gaven dan Hoogerland verlengden.

IljoKeisseFan 1 november 2015 om 15:46

Leuk interview. Had bij Roompot Groenewegen kunnen vervangen maar die gaan liever voor de Zeeuwse kliek. Als hij bij SEG had gezeten had hij inmiddels wel bij een ProContinentaal team rondgereden..

ProfrondeZevenbergen 1 november 2015 om 20:15

Idd een leuk interview. Ik heb het helemaal uitgelezen.

Matthias_Cuypers 3 november 2015 om 09:55

Fijn interview, ik vind Niels 1 van de beste redacteurs die jullie in huis hebben!

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.