Tour de France 2026: Voorbeschouwing op het parcours – Start in Barcelona, twee keer Alpe d’Huez en Montmartre
Overzicht De Tour de France gaat op zaterdag 4 juli van start in Spanje. Of beter gezegd, in Barcelona, de hoofdstad van Catalonië. Organisator ASO heeft dit jaar weer zijn best gedaan om een aantrekkelijk parcours door het noorden van Spanje en Frankrijk uit te tekenen, waarbij de Pyreneeën en de Alpen een hoofdrol spelen. Waar gaat de beslissing vallen? WielerFlits blikt vooruit.
De 113de editie van La Grande Boucle start in Barcelona met een ploegentijdrit. In de drie daaropvolgende weken krijgen de renners al snel enkele Pyreneeënritten voorgeschoteld, zijn er passages door het Centraal-Massief, Vogezen en Jura en staat de Alpe d’Huez niet één, maar twee keer op het menu.
De Ronde van Frankrijk 2026 trapt af in Barcelona met een ploegentijdrit volgens de ‘Parijs-Nice-regels’, waarbij de individuele tijden tellen en het parcours langs de Sagrada Família en over Montjuïc leidt. De eerste rit-in-lijn naar Barcelona is direct voer voor puncheurs met pittige beklimmingen. Al vroeg doemen de Pyreneeën op: na een finale richting skioord Pla del Mir volgt een overgangsrit naar Foix met de nodige hoogtemeters. In de vijfde etappe krijgen de sprinters in Pau voor het eerst een kans op het vlakke.
Vervolgens trekt het peloton dwars door de Pyreneeën over legendarische Tourcols zoals de Aspin en Tourmalet, met een zware aankomst bergop in Gavarnie-Gèdre. Hierna verschuift de focus naar de sprinters (of de wind gaat een rol spelen) in ritten naar Bordeaux en Bergerac. Voordat de renners kunnen genieten van de eerste rustdag, wacht er echter nog een zeer geaccidenteerde etappe met ruim 3.300 hoogtemeters naar Ussel.
Daags na de rustdag keert de Tour op de Franse nationale feestdag terug naar Le Lioran voor het zwaardere klimwerk. Na twee overgangsritten richting Nevers en Chalon-sur-Saône maakt het peloton zich op voor de Vogezen, waar onder andere de Ballon d’Alsace en een loodzware rit naar Le Markstein voor een flinke schifting zullen zorgen. De laatste etappe voor de tweede rustdag finisht bovenop Plateau de Solaison, wat opnieuw spek naar de bek van de klimmers is.
De slotweek opent met een individuele tijdrit van 26 kilometer, gevolgd door een aanvallersrit en een bergrit naar Orcières-Merlette. De absolute ontknoping vindt plaats tijdens twee loodzware Alpenritten met een dubbele aankomst op de legendarische Alpe d’Huez, waarvan de tweede keer via de kant van de Col de Sarenne. De slotrit eindigt traditiegetrouw in Parijs, al kiest de organisatie voor een alternatieve finale met de Montmartre-klim als scherprechter.

De Tour de France 2026 in vogelvlucht
- 21 etappes
- 6 sprintritten
- 5 heuvelritten
- 8 bergritten
- 5 aankomsten bergop
- 1 ploegentijdrit
- 1 individuele tijdrit
- Passages door Pyreneeën, Centraal Massief, Vogezen, Jura en Alpen
- Twee opeenvolgende aankomsten op Alpe d’Huez
- De renners moeten 3.321 kilometer afleggen
- 54.450 hoogtemeters in totaal
Etappes Tour de France 2026
| Datum | Etappe | Van | Naar |
|---|---|---|---|
| 04-07 | 1 | Barcelona | Barcelona |
| 05-07 | 2 | Tarragona | Barcelona |
| 06-07 | 3 | Granollers | Les Angles |
| 07-07 | 4 | Carcassonne | Foix |
| 08-07 | 5 | Lannemezan | Pau |
| 09-07 | 6 | Pau | Gavarnie-Gèdre |
| 10-07 | 7 | Hagetmau | Bordeaux |
| 11-07 | 8 | Périgueux | Bergerac |
| 12-07 | 9 | Malemort | Ussel |
| 14-07 | 10 | Aurillac | Le Lioran |
| 15-07 | 11 | Vichy | Nevers |
| 16-07 | 12 | Circuit Nevers Magny-Cours | Châlon-sur-Saône |
| 17-07 | 13 | Dole | Belfort |
| 18-07 | 14 | Mulhouse | Le Markstein |
| 19-07 | 15 | Champagnole | Plateau de Solaison |
| 21-07 | 16 | Évian-les-Bains | Thonon-les-Bains |
| 22-07 | 17 | Chambéry | Voiron |
| 23-07 | 18 | Voiron | Orcières-Merlette |
| 24-07 | 19 | Gap | L'Alpe-d'Huez |
| 25-07 | 20 | Bourg-d'Oisans | L'Alpe-d'Huez |
| 26-07 | 21 | Thorny | Paris |
Etappe 1
De Grand Départ van de Tour de France vindt in 2026 plaats in Barcelona. Het is na San Sebastian in 1992 en Bilbao in 2023 pas de derde keer dat Spanje een Grand Départ host in Spanje. Dit jaar blijft de Tour drie dagen in Catalonië, om vervolgens over de Pyreneeën naar Frankrijk te trekken.
De ASO komt tijdens de start van de Tour met iets nieuws. Zoals wel vaker in de geschiedenis is gebeurd, start de ronde met een ploegentijdrit. Maar deze keer telt niet de tijd van de vijfde finisher, maar wordt voor iedere renner de tijd individueel opgenomen. Dat maakt de 19 kilometer lange tijdrit door Barcelona meteen een interessante.
De start van de ploegentijdrit is bij het Parc del Forum aan de noordkant van Barcelona lang de kustlijn, waarna de ploegen vaart maken naar het Port Olimpic, om vervolgens over kaarsrechte wegen ommekeer te maken terug naar het Forum, om zo richting de Carrer d’Arago het ‘echte’ centrum van de stad binnen te rijden en langs hoogtepunten als de Sagrada Familia en het Parc Joan Miro komen.
In de slotfase wordt de rit nog hectisch en lastig, als de renners via de Plaza de España de Montjuic (1,1 km aan 5,1%) oprijden. Eenmaal boven wacht nog een slotakkoord van 800 meter aan zo’n 7% gemiddeld.
Etappe 2
De tweede rit in de Tour is meteen een soort Catalaanse Luik-Bastenaken-Luik. In de finale in Barcelona wachten namelijk zeven gecategoriseerde beklimmingen. Gefinisht wordt er ook heuvelop, als er gesprint wordt naar het olympische stadion.
De etappe begint zondag vanuit de oude Romeinste havenstad Tarragona, waarna de renners de eerste 90 kilometer langs de kust rijden om vervolgens het Catalaanse binnenland in te rijden. Daar wachten de beklimmingen, te beginnen met de Côte de Begues (6,1 km aan 6,5%) halverwege de rit.
Na deze klim volgt een korte wapenstilstand, maar met nog iets meer dan vijftig kilometer te gaan barst de koers – althans qua beklimmingen dan – los. Eerst is er met de Côte de Santa Creu d’Olorda (8,4 km à 4,5%) nog een langere beklimming, daarna volgen echte kuitenbijters op een lokaal circuit in Barcelona die pijn zullen doen.
Op dat lokale circuit moeten de Côte du Chateau de Montjuic (1,3 km aan 9,3%) en de Côte du Stade Olympique (600 meter aan 7%) drie keer worden bedwongen en het is zeer aannemelijk dat die eerste klim met de steile stijgingspercentages voor slachtoffers gaat zorgen. Zeker omdat de top van die klim pas op 2,3 kilometer voor de meet ligt.

Etappe 3
Op dag drie van de Tour de France trekt het peloton naar Frankrijk. Maar om van Spanje naar Frankrijk te komen, moeten de renners eerst de Pyreneeen over. En dus wacht er een pittige rit met liefst 4000 hoogtemeters. Of er echt verschuivingen in het algemeen klassement zullen plaatsvinden, is wel nog maar de vraag.
De derde rit start maandag nog in Granollers, een kleine stad ten noorden van Barcelona. Over licht glooiende wegen rijdt het peloton dan al richting de Pyreneeen. Al vroeg in de etappe moet de Sant Feliu de Cordines (7,6 km aan 4,5%) worden bedwongen. De klim is niet al te moeilijk, maar is wel al een ideaal moment voor een vroege vlucht om een mooie voorsprong op het peloton te pakken.
Pas in de tweede helft van de rit wordt er weer geklommen. Na bijna 120 kilometer beginnen de renners aan de op papier moeilijkste klim van de dag. Het gaat dan om de Collada de Toses (9,3 km aan 6,5%). Na een lange afdaling zijn de renners in Frankrijk, voor het slot van de rit.
Met de Col du Calvaire staat nog een ongecategoriseerde, maar lange beklimming van 14,9 kilometer het peloton op te wachten. Maar met stijgingspercentages van rond de 3 à 4% mag deze klim geen brokken meer maken. In de slotfase van de rit klimmen de renners naar het Lac de Matemale, waar de slotklim naar Les Angles (1,7 km aa 7,6%). In deze oplopende kilometers kunnen explosieve renners nog wel iets forceren.

Etappe 4
De Tour de France gaat op dag vier verder aan de andere kant van de Pyreneeen. Net als vorig jaar doet de Tour de middeleeuwse stad Carcassonne aan, maar deze keer is de stad de startplaats van de etappe.
Etappe vier is een echte overgangsrit, die je normaliter pas in de tweede of derde week van de Tour de France ziet. Voor sprinters is de etappe veel te zwaar, terwijl klassementsrenners hier zeker nog niet aan de bak zullen gaan. En dus zal het vermoedelijk een dag voor de vlucht worden.
In de eerste koersuren zullen er nog weinig plekken zijn om echt weg te rijden. Ja, de Col de Villerouge en de Col de Bedos worden aangedaan, maar deze klimmetjes worden nooit echt steiler dan 4 of 5%. Datzelfde geldt voor de Col du Paradis na na zo’n zestig kilometer.
Na halfweg koers volgen de echte beklimmingen en dito bergpunten. Na bijna 100 kilometer starten de renners aan de beklimming van de Col de Coudons (10,7 km aan 5,5%), waar we ongetwijfeld een mooi gevecht zullen zien tussen de vluchters. Na deze klim blijven de renners lange tijd op een plateau, om na een kilometer of dertig de afzink te maken naar Belesta. Op de Col de Montségur (6,9 km aan 6,9%) volgt dan de climax. Na deze klim is het nog een kilometer of 35 dalen tot de meet in Voix.

Etappe 5
Na vier dagen koersen door de Catalaanse heuvels en Pyreneeen krijgen de sprinters dan op dag vijf eindelijk hun eerste massassprint, is toch wel de verwachting. De etappe brengt de renners van Lannemezan naar Pau.
De rit telt maar 158 en maakt grotendeels door de Gers-vallei een noordelijke lus om de Pyreneeën heen. Als de renners bij Vic-en-Bigorre aankomen, zijn er nog 45 kilometer tot de meet in Pau. Hier volgen nog drie (kleine) beklimmingen in twaalf kilometer, te weten; de Côte de Casteide-Doat (1,5 km aan 5,1%), Côte de Flancart (1 km aan 6,4%) en Côte de Baleix (1,3 km aan 7%).
Na die laatste klim zijn er nog 26 vlakke kilometers tot de meet in Pau, waar een Tourrit voor de 64ste keer in de geschiedenis zal finishen. De laatste keer dat de Tour in Pau finishte, was in 2024. Toen ging Jasper Philipsen er met de zege vandoor.

Etappe 6
De zesde rit in de Tour de France belooft vuurwerk! Vanuit Pau trekt het peloton deze keer namelijk over de echte Pyreneeën-cols en zullen er verschillen plaatsvinden in het algemeen klassement. De slotklim naar Gavarnie-Gedre (18,7 km aan 3,7%), boezemt misschien geen angst in, maar wat daarvoor komt….
Na de start in Pau wacht eerst een rustige, klassieke aanloop naar de Pyreneeen. Via Lourdes en Bagneres-de-Bigorres fietsen de heren-coureurs naar Arreau, waar de voet is van de eerste Pyreneeen-reus van de dag: de Col d’Aspin (12 km aan 6,5%). Op het profielkaartje lijkt de Aspin een verkeersdrempel met wat er nog komen gaat, maar de klim is echt pittig. Zeker omdat de klim in de steilste kilometers structureel boven de 9% zit.
Na de Aspin wordt er afgedaald naar de Saint-Marie-de-Campan, waar de klim naar de grootste bergtop van de dag begint: de mythische Col du Tourmalet (17 km aan 7,3%). Hoe langer de Tourmalet duurt, hoe steiler deze wordt. Vanaf de tiende kilometer komt de klim nauwelijks meer onder de 9%. Eenmaal op 2.115 meter wacht een bergsprint om de Souvenir Jacques Goddet, waarna het nog 39 kilometer tot de finish is.
De laatste 39 kilometer van de rit zijn niet al te lastig meer, alhoewel… Na een afdaling van 22 kilometer volgt nog een slotklim van 18 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 3,7%. Hier zou het nu echt handig zijn voor een klassementsrenner om nog een ploeggenoot bij je te hebben.

Etappe 7
Een dag na de zware rit over de Tourmalet is het peloton eindelijk definitief de Pyreneeen uit. De meeste renners zullen er na de eerste zes verraderlijke ritten wel blij mee zijn, de sprinters zullen zelfs juichen. Zij krijgen eindelijk weer kans op ritsucces.
Gestart wordt er deze vrijdag in het onbekende Hagetmau. Dit kleine dorpje met slechts 5.000 inwoners ontving nog nooit de Tour de France, dus deze vrijdag zal het er groot feest zijn. Na de start zullen de renners rap in noordelijke richting naar Bordeaux rijden. Heel veel valt er niet te beleven, aaangezien de wegen voornamelijk vlak zijn.
Op weg naar de spurtstad Bordeaux volgt alleen de beklimming van de Côte de Béguey (1,6 km aan 4,3%) op veertig kilometer van de aankomst, maar hier zal geen enkele klimmer vermoedelijk worden gelost. En dus gaat er ‘gewoon’ gesprint worden in Bordeaux.
De hoofdstad van de Gironde was al 133 keer het decor van een Touretappe en in het verleden wonnen er voornamelijk spurters. Denk maar aan Jasper Philipsen in 2023 of Mark Cavendish in 2010. In het verleden won hier ook regelmatig een Nederlander. We denken dan aan Cees Priem, Bert Oosterbosch, Jan Raas en Jean-Paul van Poppel in de jaren tachtig, maar ook zeker aan Servais Knaven in 2003. Hij is de laatste Nederlander die hier wist te winnen.

Etappe 8
De sprinters die hun sprint vrijdag in Bordeaux nog verprutsten, krijgen op dag acht in de Tour de France meteen een kans om zich te revancheren. Zaterdag wacht namelijk in de 182 kilometer lange rit van Périgueux, een stad bekend om haar Gallo-Romeinse historie en middeleeuwse kathedraal, naar Bergerac een zo goed als vlakke rit.
De route is zaterdag iets gevarieerder dan vrijdag. In de eerste tachtig kilometer rijden de renners nog in oostelijke richting naar Vezac, om vervolgens via het dal van de Dordogne naar Bergerac te rijden. Bergerac is een historische Franse stad aan de Dordogne, en is beroemd om haar sfeervolle vakwerkhuizen en de legende van Cyrano. Veel toeristen komen er voor de middeleeuwse charme, de omliggende wijnstreek en ontspannen boottochtjes op de rivier.
Heel vaak finishte de Tour nog niet in Bergerac. Miguel Indurain en Ramunas Navardauskas wisten hier ooit te winnen, Marcel Kittel deed het in 2017 voor het laatst. Wie is de volgende winnaar die zich hier Tour-ritwinnaar mag noemen?

Etappe 9
De laatste dag voor de rustdag is een echte heuvelrit, maar toch moeten de renners over slechts een gecategoriseerde beklimming. Dat het een sprint gaat worden, is niet aannemelijk met de 3.500 hoogtemeters voor de boeg.
De start is zondag in Malemort. Aan het einde van de ochtend wordt het startschot gegeven voor een rit van in totaal 185 kilometer. Vervolgens golft het de hele dag op en neer, als de renners kronkelend naar het noorden rijden, met ongecategoriseerde beklimmingen van de Puy Boubou (2,8 km aan 4,1%), Côte de Lagleygeolle (5,2 km aan 3,9%) en Côte de Miel (6,6 km aan 3,9%).
Halverwege de etappe volgen dan nog de Côte de Naves (2,8 km aan 6,7%) en de Puy de Lachaud (3,6 km aan 5,3%). De Suc au May (3,9 km aan 7,7%) is na 105 kilometer de enige gecategoriseerde beklimming van de dag.
In het slot van de wedstrijd volgt nog een aantal pittige beklimmingen. Wat te denken van de Mont Bessou (800 meter aan 8,5%) op 24 kilometer van de aankomst, die een kilometer lang rond de 8% omhoog loopt? De laatste helling is de Côte des Gardes (2,2 km aan 4,8%) op 14 kilometer van de streep. Zoek je in het woordenboek op ‘overgangsrit’, dan staat dit profiel erbij.

Rustdag
Etappe 10
Quatorze Juillet! De Fransen krijgen op hun eigen nationale feestdag een aantrekkelijke rit voorgeschoteld. Althans… dat is de verwachting op deze 14 juli. De vorige keer dat de Tour de France finishte in Le Lioran, wist Jonas Vingegaard Tadej Pogačar na een enerverende rit te kloppen.
In deze tiende etappe trekt het peloton in 167 kilometer door het Centraal Massief. Gestart wordt er ‘s middags in Aurillac, waarna een vlakke openingsfase volgt. Pas in de laatste tachtig kilometer volgt het overgrote merendeel van de liefst 3900 hoogtemeters onderweg.
Na bijna 100 kilometer zijn de renners pas boven op de eerste officiële klim van de dag. Dat is de Col de la Griffoul (5,9 km aan 6,7%), waarna de rest van de etappe geen vlakke meter meer telt. Er zijn de beklimmingen van de Col Prat de Bouc en de Cote de Murat, maar bovenop zijn geen bergpunten te verdienen.
De race ontbrandt pas goed op de Puy Mary (7,8 km aan 6%), die in de laatste kilometers nog stijgt met een stijgingspercentage van 9%, maar met de laatst 2,2 kilometer aan een steile 8,8%. Na een korte afdaling volgt dan de loodzware Col de Pertus (4,4 km aan 8,5%).
Er zijn dan nog maar 14 kilometer te gaan. In de absolute slotfase is er dan nog de Col de Font de Cère. De laatste veertig kilometer van deze etappe zijn gelijk aan de Tour-rit in 2023, die door Jonas Vingegaard dus werd gewonnen.

Etappe 11
De sprinters krijgen in de tweede week weer een kans op ritsucces. De 161 kilometer tussen Vichy, wereldberoemd om haar thermale bronnen en Art Deco-architectuur, en Nevers zijn namelijk zo goed als vlak en dus zullen maar weinig renners zich de illusie maken dat ze een massasprint kunnen voorkomen.
Onderweg valt er woensdag weinig te beleven. Als Vichy wordt uitgereden, volgen de renners lange tijd de Allier-riveier. Bij Moulins verlaten ze vervolgens het om richting de Loire-vallei te fietsen. Als ze die eenmaal zijn overgestoken, rijden ze via een omweg Nevers binnen.
Daar zal er vervolgens worden gesprint. Het wordt de vierde keer dat er in Nevers gesprint gaat worden: in het verleden wonnen Eric Leman, Guido Bontempo en Alessandro Petacchi hier al. Nevers is een historische stad aan de Loire, bekend om haar prachtige hertogelijk paleis, de gotische kathedraal en de heilige Bernadette. Bezoekers van de stad waarderen de rust, cultuur en het beroemde aardewerk.

Etappe 12
Op donderdag is het opnieuw voor de sprinters! Na twaalf dagen koers is het toch alweer de vijfde kans op een massasprint in de Tour de France. Tussen Circuit de Nevers Magny-Cours en Chalon-sur-Saône liggen nauwelijks hoogtemeters.
Formule 1-liefhebbers zullen Circuit de Nevers nog kennen als een oude Grand Prix. Tot 2008 kwam de Formule 1 er namelijk jaarlijks en zag het grote coureurs als Michael Schumacher er ooit winnen. Vanaf het circuit rijden de coureurs donderdag in oostelijke richting. Net als in voorgaande etappes wordt de Loire overgestoken, waarna de renners uiteindelijk bij het natuurgebied Morvan komen.
Hier wacht het enige hindernisje van de dag: de Côte de Montagny-lès-Buxy, een klimmetje van slechts 2,6 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 3,9%. Zullen sprinters hier echt meoten lossen? Wij kunnen het ons niet voorstellen. En dus zal het peloton zich in de laatste twintig kilometer voorbereiden op een massasprint.
Finishplaats Chalon-sur-Saône is wereldberoemd als de geboorteplaats van de fotografie. De nodige toeristen bezoeken de stad voor de historische vakwerkhuizen, fotomusea en Bourgondische wijnfeesten. Wie staat er dit keer prominent op de finishfoto?

Etappe 13
Na twee vlakke dagen in de Tour de France doemen er eindelijk weer echte bergen op. Binnen een mum van tijd heeft de ronde zich verplaatst van het midden van Frankrijk naar de Vogezen. De rit eindigt in Belfort, dat nog net iets buiten het gebergte ligt.
De dertiende etappe telt in totaal 205 kilometer en is daarmee de langste rit in deze Tour de France. Het is ook de enige etappe die langer is dan 200 kilometer. Voordat er echt geklommen zal worden in deze rit, moeten de renners eerst zo’n 150 kilometer in noordoostelijke richting vanuit startplaats Dole rijden.
Pas na 150 kilometer moet er voor het eerst worden geklommen, als de renners over de Col des Croix (5,4 km aan 4,9%) moeten. Hier zullen nog geen slachtoffers worden gemaakt, maar op die klim daarna toch wel zeker.
De Tour doet namelijk de Ballon d’Alsace (8,7 km aan 6,9%) weer aan. De klim was 121 jaar geleden de eerste echte beklimming in de Tourgeschiedenis en daar zal deze vrijdag ongetwijfeld bij worden stilgestaan. De Ballon d’Alsace is een echt lopende beklimming, maar heeft toch een piek van 8,8% nog onderweg.
Daarna volgt nog een afdaling van 30 kilometer richting Belfort. Echte waaghalzen kunnen hier nog wel wat proberen. Is dit een rit voor de aanvallers? Of gaan de favorieten zich mengen?

Etappe 14
Vuurwerk in de veertiende etappe van de Tour de France! Op zaterdag is het peloton namelijk écht in de Vogezen en gaan ze bijna alle bekende beklimmingen af. De rit telt in totaal 155 kilometer en vertrekt ‘s middags vanuit Mulhouse.
Vanuit Mulhouse komen de renners in rap tempo aan bij de voet van de eerste beklimming van de dag: de Grand Ballon (21,5 km aan 4,8%). De klim, die vanuit zeven kanten gedaan kan worden, is in werkelijkheid lastiger dan hij op papier eruitziet. Dat komt omdat er een aantal vlakke en dalende kilometers in de klim zitten. Haal je die eruit, dan wordt er een kilometer of vijftien met zo’n 7 aan 8% geklommen.
Na de Grand Ballon dalen de renners af naar de eerste finishpassage in Le Markstein, waarna een middenstuk met de Col du Page (9,8 km aan 4,7%) en opnieuw de de Ballon d’Alsace (9,8 km aan 6,9%) volgt.
Vervolgens is het na deze beklimmingen wachten op de slotklim. De Col du Schirm en de Col du Hundsruck moeten nog worden beklommen, maar die mogen geen naam hebben met wat er in het slot nog volgt.
In de laatste twintig kilometer volgt namelijk de Col du Haag (11,2 km aan 7,3%). Deze beklimming wordt vooral in de laatste anderhalf kilometer interessant, als het wegdek continu met bijna 11% (!) omhoog gaat. Eenmaal op de top wachten nog 5,5 relatief vlakke kilometers tot Le Markstein.

Etappe 15
In de vijftiende etappe van de Tour de France krijgen de renners nog maar eens een zware bergrit voorgeschoteld. Onderweg moeten er bijna 5.000 hoogtemeters worden afgewerkt, waardoor dit misschien wel dé dag voor het algemeen klassement gaat worden.
De etappe begint zondag nog in Champagnole in de Jura. Vanuit het pittoreske dorpje – er is veel groen te vinden aan de Ain – moet er vrijwel meteen worden geklommen. De renners moeten meteen de Mont Rivel op, die liefst 22 kilometer lang is maar een gemiddeld stijgingspercentage van slechts 2,1% heeft. Na deze klim volgt een korte afdaling tot de Côte de Doppes (15,2 km aan 3,6%). Ook deze klim is heel lang, maar heeft weer een laag stijgingspercentage.
Hierna volgt een afdaling van zo’n 50 kilometer en wat korte klimmetjes, tot op zo’n 60 kilometer van de meet. Met de Col la de Croitesse (7,6 km aan 8,8%) wordt dan de eerste echt serieuze col aangedaan, waarna er nog een kilometer of vijftig tot de meet is.
In de finale wacht met het Plateau de Solaison (11,3 km aan 9,1%) een beest van een slotklim. Deze klim, die enkele jaren geleden ook al in de Dauphiné werd gedaan, hakt er meteen in met stijgingspercentages boven de 10%. Daarna schommelen de percentages tussen de 8 en 10% tot de top.

Rustdag
Etappe 16
Na de Jura vertrekken de renners in de Tour in rap tempo naar de Alpen, waar de grote onktnoping in de Tour de France moet plaatsvinden. Op de dinsdag na de tweede rustdag wacht een tijdrit van 26 kilometer aan het Meer van Genève, in Thonon-les-Bains om precies te zijn.
De tijdrit brengt de renners langs het meer van Evian-les-Bains naar Thonon-les Bains en telt in totaal zo’n 500 hoogtemeters. Dat komt omdat er direct na de start een heuvel bedwongen moet worden. Deze klim is 9,6 kilometer lang en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 4,2%. De klim heeft een stempel van tweede categorie opgeplakt gekregen.
In zeven kilometer wordt er daarna weer afgedaald naar het meer. Vanaf het meer is het nog negen kilometer tot de finish in Thonon-les-Bains. In deze tijdrit kan het klassement nog maar eens flink op de schop.


Etappe 17
De zeventiende etappe in de Tour de France is op papier een vlakke rit, maar wie naar het profiel kijkt, concludeert iets anders: er moet flink worden geklommen. Toch lijkt een massasprint een aannemelijk scenario. De meeste van de 2.400 hoogtemeters moeten namelijk in de beginfase worden overwonnen.
Na een vlakke openingsfase vanuit Chambéry wordt er na een twintigtal kilometer toch een kilometer of dertig geklommen. Nergens wordt echt steil, want het hoogste punt van de rit is zo’n 1.100 meter: de Col des Prés. Alleen de laatste kilometers zijn nog enigszins pittig: zo’n 3,5 kilometer lang wordt er dan aan zo’n 6,6% geklommen.
Daarna wacht een afdaling naar Chambéry en de Col de Couz (8,6 km aan 2,8%). Deze heuvel is de laatste echte hindernis tot de meet, die dan nog 85 kilometer verwijderd is. Nergens is het in de laatste twee uur echt vlak, maar lastig is het allerminst. De laatste 35 kilometer gaan zelfs hoofdzakelijk naar beneden.
In de finale wacht een heuveltje van 2,5 kilometer aan 3,5%, maar of die in Alpenstad Voiron een sprint kan voorkomen? Zo laat in de Tour de France weet je het overigens nooit…

Etappe 18
De Alpen kondigde zich al even aan in de Tour de France, maar op donderdag is het dan eindelijk zover. De eerste echte Alpen-rit, met in totaal 3.800 hoogtemeters. De start is ‘s ochtends in Voiron, waarna er in 185 kilometer naar het skigebied Orcieres-Merlette wordt gereden.
Na de start rijden de renners meteen zuidwaarts richting Grenoble, waar de eerste klim van de dag volgt. Het gaat om de Engins (11,4 km aan 5,4%), waarna het peloton na een lange uitloper voor even de vallei intrekt. Halverwege de rit wacht dan de beklimming naar Monteynard (9,7 km aan 5,2%).
Na deze klim wacht lange tijd een plateau. Pas op 32 kilometer van de meet wordt er weer echt geklommen, maar dit gaat wel allemaal nog tegen vriendelijke stijgingspercentages. Pas op zeven kilometer van de aankomst begint de slotklim naar Orcieres-Merlette (7,1 km aan 6,8%).
Zes jaar geleden was de Tour de France voor het laatst in Orcieres-Merlette. Toen sprintte Primož Roglič voor Tadej Pogačar naar de zege. Hoe die Tour uiteindelijk zou aflopen op La Planche des Belles Filles, is bekend…

Etappe 19
Het slotweekend in de Tour de France is spectaculair te noemen, met liefst twee ritten die over de Alpe d’Huez gaan! Op vrijdag staat de Alpe d’Huez voor de eerste keer op het programma.
De start is, zoals al veel vaker in de Tour-geschiedenis, in Gap. Vanaf Gap volgt een rit van 128 kilometer met in totaal vier beklimmingen. De eerst volgt al meteen na de start en is de Col de Bayard (5,1 km aan 7,2%). Direct na de afdaling wacht meteen al de Col du Noyer (7,2 km aan 8,5%).
Het peloton zal na deze pittige openingsfase al flink zijn opgeschud. Er zijn dan pas 25 kilometer verreden. Na deze twee beklimmingen volgt een lange periode van relatieve rust. Pas 75 kilometer later moet er namelijk geklommen worden, als de Col d’Ornon (5,4 km aan 6,4%) de finale inluidt.
Na een afdaling van 13 kilometer komen de renners dan in Bourg d’Oisans aan. Dan weet je het wel: de Alpe d’Huez (13,8 km aan 8,1%) gaat beginnen!
Via de beroemde 21 haardspeldbochten kronkelen de renners zich vervolgens naar de top van de ‘Nederlandse Berg’, waar overigens al een hele poos geen mannelijke Nederlandse renner meer heeft gewonnen. Demi Vollering deed het wel in 2024 in de Tour de France Femmes. De laatste Nederlandse mannelijke winnaar op de Alpe d’Huez is nog altijd Gert-Jan Theunisse in 1989.

Etappe 20
De voorlaatste etappe in de Tour de France is absoluut de koninginnenrit. Weer wordt er gefinisht op Alpe d’Huez, maar de rit ervoor ziet er compleet anders uit. In totaal moeten er 5.600 (!) hoogtemeters worden overwonnen.
De start is op deze zaterdag in Bourg d’Oisans. Deze klim ligt aan de voet van de Alpe d’Huez, maar ook aan die van de Col de la Croix de Fer (24 km aan 5,2%). Deze klim zullen de renners als eerste doen, waardoor de renners na 34 kilometer koers al op een hoogte van meer dan 2.000 meter bivakkeren.
Na de top van de Croix de Fer duiken de renners richting Saint-Jean-de-Maurienne. Je weet dan dat de combi Col du Télégraphe-Col du Galibier eraan komt. De Télégraphe (11,9 km aan 7,1%) lijkt op een verkeersdrempel vergeleken met de overige beklimmingen in deze rit, maar zal de vermoeidheid maximaal laten toenemen bij de renners.
Zeker omdat er na deze klim geen afdaling volgt, maar hij bijna gelijk overgaat in de Col du Galibier (17,7 km aan 6,9%). Met zijn hoogte van 2.642 meter is dit meteen het dak van de Tour. In de etappe moet dan nog 61 kilometer worden afgewerkt.
Na een lange afdaling volgt dan nog de Col de Sarenne (12,8 km aan 7,3%). Hier zal het zaterdag gebeuren. Op deze beklimming stijgt het wegdek regelmatig ver boven de 10%, waardoor er ongetwijfeld grote verschillen tussen de klassementsrenners zullen ontstaan.
Eenmaal boven is het nog bijna 15 kilometer tot de finish op de Alpe d’Huez. Echt beklommen hoeft de Alpe d’Huez niet te worden na de beklimming van de Sarenne, toch volgt er na een korte afdaling nog een klimmetje tot de finish van 3,7 kilometer aan 6,2%. De Col de Sarenne zat overigens pas een keer eerder in de Tour de France. Destijds won de Fransman Christophe Riblon voor Tejay van Garderen en Moreno Moser. Kent u ze nog?

Etappe 21
De Tour zit erop… Nog een schriftelijke champagnerit door Parijs en dan kan er echt gevierd worden. Of nee! Opnieuw heeft de ASO ervoor gekozen om voor een spectaculaire lus door Parijs met de Montmartre te gaan. In totaal wacht er zondag nog 130 kilometer op de renners.
De aanloop naar Parijs zal rustig zijn, als de renners vanuit Thoiry eerst een kilometer of 50 keuvelen, foto’s maken en lol trappen met elkaar. Met nog iets minder dan 80 kilometer te gaan wordt Parijs binnengereden, waarna de koers echt begint.
De koers begint met eerst drie rondes van 6,8 kilometer rondom en over de Champs-Elysées, waarna nog drie keer een finale-omloop van 16,7 kilometer volgt. Daarin staat dan drie keer de Côte de la Butte Montmartre (1,1 km aan 5,9%) op het programma, inclusief de befaamde kasseitjes. De laatste top ligt op 6,1 kilometer van de streep.
Of er gesprint gaat worden, is nog de vraag. In 2025 – toen de Montmartre zijn intrede deed in de Tourfinale – zorgde de klim voor veel spektakel. Op een zeiknat parcours reden er in de finale vijf renners weg uit een kopgroep, waarna Wout van Aert erin slaagde om Tadej Pogačar te lossen. De Sloveen verzekerde zich wel van de eindzege en de gele trui.

Wielerflits Magazine is jouw Tourgids!
De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. En het is niet voor niets De Meest Complete Tour de France Gids. In onze Zomergids lees je alles over de Tour de France en de Tour Femmes, van etappes tot favorieten en indrukwekkende achtergronden over de teams en de bergen. Je leest over Jonas Vingegaard, de knechten van Tadej Pogačar, Lucien Van Impe, Mathieu van der Poel, Raymond Poulidor, Rick Pluimers en nog veel meer!

Om te reageren moet je ingelogd zijn.