Steven Rooks over zijn dubbelslag in de Tour: ‘Op Alpe d’Huez wéét je dat je geschiedenis schrijft’
Interview Slechts één renner heeft in de rijke Tour de France-geschiedenis Alpenritten gewonnen op Orcières-Merlette en l’Alpe d’Huez. De Noord-Hollander Steven Rooks toonde zich in 1988 en 1989 in deze skioorden in de Haute Savoie de beste klimmer. “Natuurlijk zit ik de komende dagen met kippenvel van trots voor de televisie en komen de herinneringen terug wanneer in deze Tour achtereenvolgens ritten naar Orcières-Merlette en Alpe d’Huez op het programma staan”, kijkt Rooks vooruit naar de ontknoping van deze Ronde van Frankrijk.
Liefst 39 kilometer afzien tegen de klok naar Orcières-Merlette en de heroïsche solo door de mensenzee op l’Alpe d’Huez. Vrijwel geen Nederlander kent het specifieke decor van de komende Tour-etappes beter dan Steven Rooks. De nu 65-jarige oud-renner schreef op beide Alpen-klimmen wielerhistorie.
In de Nederlandse Tour-geschiedenis bekleden de zomers van eind jaren tachtig een heilige status. Het tijdperk van de PDM-ploeg, van de schier onafscheidelijke tandem Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. Wanneer de Tour de France de Alpen intrekt en aankomsten voorschotelt op Alpe d’Huez en Orcières-Merlette, dwaalt de gedachte onvermijdelijk af naar Rooks. Hij is immers de enige renner in de 124-jarige geschiedenis van La Grance Boucle die op beide locaties het zegegebaar mocht maken.
“Morgen wordt het natuurlijk al mooi, maar het is vooral uitkijken naar die twee ritten met de finish op Alpe d’Huez”, vertelt Rooks. “Als je die etappes nu op tv volgt en je weet wat zo’n zege op die klim teweegbrengt, dan is dat fantastisch. Het is lang geleden, maar zulke herinneringen vervagen nooit.”
Terwijl zijn overwinning op Alpe d’Huez in 1988 breed in het geheugen gegrift staat, was zijn zege een jaar later in de klimtijdrit naar Orcières-Merlette voor velen een verrassing. In de vijftiende etappe van de Tour van 1989 stond er een loodzware klimtijdrit van 39 kilometer op het programma. Rooks gold niet als een klassieke tijdrijder op het vlakke, maar bergop kon hij zich met de wereldtop meten.
Toch ging er aan die tijdrit het nodige drama vooraf. Rooks en Theunisse waren eerder in de ronde gevallen. “Gert-Jan en ik hadden fysiek best wat letsels opgelopen,” herinnert Rooks zich. “Ik heb toen speciaal een fysiotherapeut uit Nederland laten overkomen om me op te lappen. Maar de motivatie was er niet minder om.”
Het echte verschil werd die dag gemaakt door een tactische meesterzet op materiaalgebied. Het parcours bevatte twee stevige beklimmingen, maar daartussen lag een lang, verraderlijk stuk vals plat. Zonder dat hij de ‘Kannibaal’ zelf sprak, ving Rooks een advies op dat afkomstig was van niemand minder dan Eddy Merckx.
Tip van Eddy Merckx
“Merckx liet doorschemeren dat je voor die rit een 50-tands voorblad moest monteren in plaats van de gebruikelijke 52 of 53,” legt Rooks uit. “Achteraf bleek dat een gouden tip. Op die valse platte stukken kon ik daardoor op het buitenblad blijven rijden zonder mijn benen kapot te draaien voor de slotklim. Het werkte perfect.”

Steven Rooks wint op Orcières-Merlette. Foto: Fotoburo Cor Vos
Rooks wist aan de finish veruit de snelste tijd te realiseren voor Marino Lejeretta en Miguel Indurain. Het zou niet zijn enige succes die Tour zijn. Na een fel gevecht op de vierkante millimeter met geletruidrager Laurent Fignon wist Rooks op de voorlaatste dag via een tussensprint de iconische combinatietrui te pakken.
Hoe indrukwekkend die tijdritzege ook was, het absolute kroonjuweel op de erelijst van Rooks blijft zijn overwinning op Alpe d’Huez op 14 juli 1988. Een dag eerder hadden de PDM-kopmannen Rooks en Theunisse al indruk gemaakt in de bergrit naar Morzine; Rooks werd in de rit over de roemruchte Joux-Plane derde. Met het vizier op scherp begon het duo aan de rit naar de mythische oranje Alp.
Op de Col du Glandon nam Rooks al vroeg het initiatief. Toen de Spaanse klimgeit Pedro Delgado in de finale demarreerde, sprong de renner uit Warmenhuizen mee. Samen doken ze de afdaling in naar de vallei richting Bourg-d’Oisans om met z’n tweeën de 21 beroemde bochten aan te vatten.
“Ik liet het meeste werk aan Delgado over,” bekent Rooks eerlijk. “Hij reed voor het geel en stond ruim voor me in het klassement. Mijn enige doel was die etappezege, dus ik moest mijn krachten sparen voor één definitieve versnelling.”
Op drie kilometer van de meet ontstond er op de smalle, door publiek overspoelde bergweg een chaos van jewelste. Gert-Jan Theunisse en de Colombiaan Fabio Parra kwamen aansluiten, waarna Parra twee aanvallen plaatste. Omdat de vele motoren in de weg reden, stokte het tempo telkens abrupt en waren de versnellingen van de Colombiaan gedoemd te mislukken.
Op het moment dat de favorieten even naar elkaar keken, sloeg Rooks genadeloos toe. “Ik ben weggeslopen en dacht: nu is mijn moment. Delgado had al veel krachten verspeeld, Parra had de dag ervoor al gewonnen. Toen ik alleen wegreed en de laatste bocht inging, schoten de emoties door mijn lijf. Shit man, ik win hier gewoon de bergrit op Alpe d’Huez.”
Impact
De impact van die zege draagt Rooks nog dagelijks met zich mee. “Nog steeds krijg ik filmpjes en foto’s van mensen die bij bocht 9 stoppen, waar mijn naam als ritwinnaar op het bord staat. Dat laat zien hoeveel zo’n zege heeft losgemaakt. Je weet het op het moment zelf niet, maar je schrijft echt wielerhistorie.”

Steven Rooks en Pedro Delgado in Tour de France 1988 op l’Alpe d’Huez. Foto: Raymond Kerckhoffs
Met de kennis van toen kijkt Rooks nu als liefhebber naar het wielrennen van vandaag de dag. De huidige generatie koerst totaal anders, maar de magie van de Alpen blijft onveranderd.
“Met de voorsprong die Tadej Pogačar heeft, zou het normaal gesproken geen probleem moeten zijn om deze ronde te winnen,” analyseert Rooks de verhoudingen in de Tour van nu. “Maar de strijd om de plaatsen twee tot en met vijf ligt nog helemaal open. Een jongen als Remco Evenepoel rijdt enorm sterk, terwijl anderen juist beginnen te verslappen. Op de Alpe d’Huez kan er altijd nog van alles gebeuren.”
En als de renners straks vrijdag en zaterdag door die smalle mensenzee bergop zwoegen, zit Rooks gegarandeerd thuis voor de buis op de bank. Met een glimlach van herkenning. “Op het moment dat er iemand met de handen in de lucht over de streep komt op Alpe d’Huez of Orcières-Merlette… ja, dan kipt het vel bij mij weer even op. Dat overheerst de trots dat ik op deze twee Alpen-klimmen ook heb gewonnen.”
Om te reageren moet je ingelogd zijn.