Record na record: Deel Tour-peloton blij dat er over doping wordt gesproken
Opinie Het was een record dat onlosmakelijk aan de epo-periode was verbonden: Marco Pantani die in 1995 als snelste ooit Alpe d’Huez op reed in een spectaculaire 36 minuten en 50 seconden. Drie decennia lang was dit het ultieme ijkpunt voor klimmers. Totdat wie anders dan Tadej Pogacar het zoveelste record met liefst 1’20” uit de boeken reed. Het kenmerkt het huidige wielrennen waarin het alsmaar sneller en sneller gaat. En dat roept ook in de buik van het peloton vragen op.
Met een denderende snelheid van 44,36 kilometer per uur over negentien ritten raast de Tour de France sneller dan ooit tevoren door het Franse landschap. Het record van de snelste etappe ooit, dat liefst 27 jaar op naam van Mario Cipollini stond, werd op weg naar Nevers aan flarden gereden. Met een ontzagwekkende 50,91 kilometer per uur snelde het peloton afgelopen woensdag door de Saône-et-Loire.
En dan nu Pogacar die met een gemiddelde snelheid van 23,37 kilometer per uur de 13,8 kilometer van Alpe d’Huez (7,9% gemiddelde stijging) opraast. Nadat hij ook al het record op de Tourmalet scherper had gesteld. Kan dit allemaal wel op natuurlijke wijze? Het is een vraag die steeds luider weerklinkt rondom, maar inmiddels ook wringt ín het peloton.
Het meest absurde wat de meeste renners tot dusver hebben meegemaakt in deze Tour? Veel renners en volgers wijzen direct naar het openingsuur van de tiende rit, die door het ‘Massif Central’ naar Le Lioran voerde. In dat eerste uur werd er maar liefst 48,8 kilometer afgelegd, en dat op een geaccidenteerd parcours dat al bijna 600 hoogtemeters telde.
Verschroeiende snelheid
Op de uitgestrekte parkeerplaats van de teambussen bij de start in Dole in de tweede week zwaait een renner. Het is een coureur met een fraai palmares, iemand die al heel wat jaren meedraait in het profgilde. Hij spreekt met passie, maar ook met zorg over een nieuwe generatie die al vanaf de pubertijd in het verstikkende keurslijf van een profwielrenner wordt geperst. En hij heeft het over een verschroeiende snelheid. Dag in, dag uit. Van de start tot aan de finish.
Waarna hij de blik recht op ons richt: “Waarom stellen jullie zo weinig kritische vragen?” Natuurlijk weten we direct waar hij op doelt. Hij wijst vervolgens naar zijn eigen fysieke waarden, die beter zijn dan ooit. Maar ondanks die persoonlijke records is hij niet langer in staat zich in de kijker te rijden. Hij heeft geen harde bewijzen en kan naar niemand wijzen, maar de vraagtekens stapelen zich met de dag verder op.

Richard Carapaz, Tadej Pogačar en Lenny Martinez op l’Alpe d’Huez – foto: Raymond Kerckhoffs
Waarom hij het dan niet openlijk aan de kaak stelt, vragen we hem. Hij schudt het hoofd. Nee, dan zou hij direct worden weggezet als een slechte verliezer. Wel benadrukt hij dat enkele ploegen met kop en schouders boven de rest uitsteken. Nog nooit in zijn carrière heeft hij tijdens bergritten in zo’n omvangrijke grupetto gereden; veel sneller dan in voorgaande jaren laten renners zich terugzakken naar de zogenaamde ‘bus’.
We controleren de data en zien inderdaad dat de grupetto sinds 2020 nooit zo groot is geweest. Zoals we ook zien dat de gemiddelde snelheid in de eerste negentien ritten van de Tour sinds 2020 elk jaar een fractie oploopt. Het peloton rijdt nu gemiddeld vier kilometer per uur rapper dan zeven jaar geleden, een rekensom gebaseerd op de totale afstand van de eerste negentien etappes gedeeld door de totale tijd.
Gemiddelde snelheid
| Jaar | KM/U |
|---|---|
| 2016 | 40,02 |
| 2017 | 41,11 |
| 2018 | 40,26 |
| 2019 | 41,61 |
| 2020 | 40,19 |
| 2021 | 41,77 |
| 2022 | 42,51 |
| 2023 | 42,04 |
| 2024 | 42,49 |
| 2025 | 43,07 |
| 2026 | 44,36 |
Bewijs
Is dit het bewijs dat er weer verboden middelen circuleren in het peloton? Absoluut niet. Het wielrennen heeft het afgelopen decennium reusachtige wetenschappelijke sprongen gemaakt. Verfijnde trainingsmethoden, collectieve hoogtestages, geperfectioneerde aerodynamica van zowel fietsen als kleding, veel snellere banden en bovenal een revolutionaire ontwikkeling op het gebied van voeding waardoor renners tot wel 120 gram koolhydraten per uur eten tijdens een rit.
De motor krijgt dus de hele dag nieuwe brandstof. Daarnaast worden uitzonderlijke talenten al op steeds jongere leeftijd professioneel begeleid, waardoor ze op hun twintigste al veel beter zijn dan voorgaande generaties.
Voor de zekerheid nemen we die avond contact op met Peter van Eenoo, directeur van het Gentse dopinglaboratorium DoCoLab (onderdeel van de Universiteit Gent), dat jaarlijks talloze bloed- en urinemonsters van wielrenners analyseert. Zijn er concrete aanwijzingen dat er onderhuids iets in het peloton speelt? Zijn antwoord is even kort als helder: “Nee.”
Het bevestigt nogmaals dat het op basis van de momenteel beschikbare informatie ongegrond is om te beweren dat er in het hedendaagse peloton sprake is van op grote schaal vals spel met verboden substanties. Het is een wezenlijk andere situatie dan in het tijdperk van 1990 tot en met 2012, toen we wisten dat het wondermiddel epo op de markt was en de directe wetmatigheden van bloeddoping pijnlijk zichtbaar waren.
Het huidige biologische paspoort heeft, in combinatie met gerichte target testing, de anti-dopingstrijd drastisch aangescherpt, al is het systeem nog altijd niet waterdicht. Er blijft ruimte voor microdosering, maar daar ga je niet plotseling van vliegen. Ook rondom designer-doping en nieuwe stoffen die het bloedpaspoort omzeilen, zijn er geen signalen dat er een markt voor is, laat staan dat ze structureel worden gebruikt.
Wielerwereld op z’n kop
Totdat in Besançon op de nacht van zaterdag en zondag de nummer één en twee uit deze Tour in het holst van de nacht gecontroleerd een dopingtest ondergaan. Ineens staat de wielerwereld weer op z’n kop. Net als in de roemruchte jaren lijken renners vogelvrij te zijn en worden ze in hun diepe slaap ontwaakt om bloed af te staan.
Mag zo’n nachtelijke controle tussen twee zware bergritten en waarom wordt dit gedaan? Deze twee vragen laaiden op. Ja, een controle tussen 23.00 en 06.00 uur mag, mits er sprake is van een ernstig en specifiek vermoeden van een dopingovertreding. De reden kan zijn dat kwaadwillende atleten microdoseringen gebruiken: miniscule hoeveelheden epo of menselijk groeihormoon (hGH). Zo’n microdosis geeft het lichaam een herstelimpuls, maar wordt razendsnel afgebroken. Het detectievenster in urine of bloed bedraagt soms slechts vijf tot acht uur.

Door een mensenhaag rijden de renners Alpe d’Huez op – foto: Fotoburo Cor Vos
Een andere beweegreden voor nachtelijke controles is het opsporen van acute bloedmanipulatie, zoals snelle bloedtransfusies of plasma-infusen om het bloed te verdunnen. Wanneer dit laat in de avond gebeurt, verschuiven de biologische parameters (zoals de verhouding tussen jonge en oude rode bloedcellen) onmiddellijk. In de uren daarna herstelt het lichaam geleidelijk de natuurlijke balans.
De Franse sportkrant l’Equipe onthulde dat een rechter in Parijs het International Testing Agency (ITA) toestemming heeft gegeven voor deze controles. Dat kan alleen wanneer er ernstige en consistente verdenkingen zijn. Wat die verdenkingen zijn, blijft onduidelijk. Zijn het nieuwe records zoals bijvoorbeeld ook op de Tourmalet die zijn gevestigd. ‘Pogi’ reed de klim vanuit Sainte-Marie de Campan in 43 minuten en 12 seconden en was daarmee liefst 2’20” sneller dan zijn oude toptijd uit 2023.
De testresultaten kunnen normaal vanaf drie dagen na de test beschikbaar zijn, maar voorlopig is er niks gehoord. Zoals er overigens nooit over negatieve testen wordt gesproken.
Afgelopen week spraken we weer met diverse personen van de aanwezige ploegen. Ook met de renner die eerder in Dole naar ons wenkte. “Zie je nu wel dat het goed is dat er over doping gesproken moet blijven worden”, is de tendens van de gesprekken.
Persoonlijk vind ik niets erger dan iemand valselijk beschuldigen van dopinggebruik. Juist daarom ben ik van mening dat we uiterst terughoudend moeten zijn met het beschuldigend wijzen naar renners en ploegen, louter omdat ze hard fietsen, of harder fietsen dan de rest.
Ondermaats
Je kunt de vraag immers ook omdraaien: waarom presteren bepaalde ploegen zo ondermaats? Gaan zij simpelweg niet mee in de flitsende wetenschappelijke evolutie van de wielersport? Blijven zij star vasthouden aan hun eigen, achterhaalde filosofie? Of ontbreekt het met name de kleinere formaties aan de financiële middelen om hun renners optimaal voor te bereiden en te laten herstellen in een slopende Tour de France?

Marco Pantani snelt naar klimrecord op l’Alpe d’Huez in 1995 – foto: Raymond Kerckhoffs
Uiteraard is het goed en noodzakelijk om over dit thema te debatteren. Uiteindelijk zijn het altijd de officiële instanties die de werkelijke dopingzaken aan het licht brengen; zo leerde het verleden ons al. Aan de anti-dopinginstanties moeten we vragen blijven over welke dopingovertredingen nog mogelijk zijn. En hoever we bijvoorbeeld van een mogelijk tijdperk met gendoping staan.
We moeten er echter ook minutieus voor waken dat we niet ongegrond de morele wijsvinger heffen. Op basis van zonden uit het verleden kunnen we het wielrennen, en zéker deze huidige generatie, niet eeuwig blijven veroordelen. Al heeft dat verleden ons wel geleerd dat we alert moeten blijven. In 1995 werd Pantani op Alpe d’Huez onthaald als een held, een fenomeen; de gedroomde redder van het klimmen. Later werd héél pijnlijn duidelijk hoe hard hij van zijn voetstuk viel…
Als er doping is, gaat het waarschijnlijk om marginale verbeteringen of een geheel nieuw product dat strikt geheim gehouden kan worden. Het eerste verklaart niet de grote verschillen die er (zouden) zijn. Het tweede is onwaarschijnlijk, omdat er allerlei personeelswisselingen tussen teams zijn, mensen geneigd zijn geheimen toch te verklappen etc., het bijzonder moeilijk te organiseren is en de dopingbestrijding nog nooit zo professioneel en uitgebreid is geweest. In de gehele geschiedenis van het wielrennen was op het moment al duidelijk wat er gebruikt werd, ongeacht testresultaten of romantische onzin als de 'omerta'.
Zeker is niets, maar in al de decennia dat ik wielrennen volg, is er verder geen periode geweest waarin de afwezigheid van doping uberhaupt een mogelijkheid is.
En ook het zoveel mogelijk in de picture fietsen en UCI punten ivm degradatiesysteem. Verder speelt ook dat tussensprint klassement een rol. En de teams die nog geen etappe hebben gewonnen. Koersverloop is totaal anders dan in Pantani tijdperk. Plus de evolutie van het op steeds jongere leeftijd super goed zijn. Zie de 19 jarige Seixas. Wat hij presteert is eigenlijk volstrekt abnormaal. Hij rijdt ook allerlei records van vroeger aan gort. Daarnaast werken de toppers heel specifiek naar hun seizoen doelen met ondersteuning met hele omkadering. Tis allemaal vrij logisch en goed te verklaren professionalisering, naast wat in het artikel wordt geschreven. Btw, morgen ca 36km/u? Zondag 40? Dan zit je al snel weer op ca 42.
Overigens vind ik het een beetje dubbel, "een coureur met een fraai palmares, iemand die al heel wat jaren meedraait in het profgilde" maar die er niet meer in slaagt zich in de kijker te rijden, ondanks "zijn eigen fysieke waarden, die beter zijn dan ooit". Ik veronderstel dat het iemand is die al vele jaren op de teller heeft staan - als zelfs die zijn waarden nog opkrikt met de nieuwe trainingsmethodes en voedingspatronen, is het dan zo vreemd dat jongere renners nog veel meer profijt weten te halen uit de (r)evoluties?
In het algemeen (Pogacar en ook Vingegaard even daargelaten) sluit ik me aan bij wat Bert De Backer opmerkte in Vive le Vélo: dat het tot nu geduurd heeft voordat het record van Pantani verbroken is wil zeggen dat het sinds het hoogtepunt van het EPO-tijdperk heel wat beter gesteld is met doping in het peloton. Zelfs in de Armstrong-jaren waren de excessen waarschijnlijk kleiner dan midden jaren '90. Nu hebben we twee renners die boven de andere toppers uitsteken (het verschil tussen Pogacar en Vingegaard is even groot als tussen Vingegaard en de rest), maar de algemene tendens van snellere wedstrijden kunnen naar mijn mening (en hoop) eenvoudig herleid worden tot de 'natuurlijke' redenen die in het artikel worden vermeld. Zet de gedopeerde Pantani uit '95 op een huidige fiets (met tubeless banden etc.), laat hem zich voorbereiden zoals de renners van nu, steek hem vol met veel meer koolhydraten, ketonen, etc, en ik ben ervan overtuigd dat hij Pogacar met gemak had gevolgd en mogelijk had geklopt gisteren.
Als we ervan uit gaan dat Pogacar geen doping gebruikt en alleen voordeel haalt uit genoemde verbeteringen, dan moeten we hem vergelijken met iemand uit Pantani's tijd die ook schoon reed.
Ook dat verwijzen naar een bepaalde etappe begrijp ik niet goed. Daar reden om dat moment toch renners van ongeveer alle ploegen mee voorin. Wat insinueer je dan juist? Dopinggebruik bij de rijke ploegen, of enkel bij Pogi, of individueel bij alle ploegen? Want dat argument lijkt dan een globaal gebruik te insinueren, los van die ene renner die het dan aan de kaak stelt dat hij niet meer kan volgen ondanks z'n beste waarden ooit. (puur uit interesse die vraag, niet vingerwijzend)
Verder kan je het ook omdraaien. Behalve Pogacar komt er vandaag niemand nog maar in de buurt van de tijd van Pantani, ondanks 30 jaar aan innovaties, ja zelfs revoluties op allerlei vlakken.
Dit kan je als serieuze journalist niet menen toch? Het is immers de taak van journalisten om te bevragen en controleren. Dus goed om het erover te hebben. Ook al is er geen bewijs voor, het blijft goed om te bevragen waardoor er nu opeens zó veel sneller wordt gereden. En blijkbaar zijn er bepaalde ploegen die er meer uit springen dan anderen; ook dat lijkt me om nader onderzoek vragen. Je werk staat klaar Raymond! ;)
Dit is echt een hele rare soort victim-blaming. En je kan deze uitspraken ook toepassen op zo ongeveer ieder tijdperk in het wielrennen. En het antwoord waarom bepaalde ploegen en/of renners er zo ver bovenuit staken was altijd hetzelfde en begint met een D. Waarom zou dat in dit tijdperk opeens anders zijn?
En vraag je alleen maar af: wie (hoeveel) gebruikten ook, behalve de winnaars?
Maar het is ook zo dat historisch gezien nooit alléén de dominerende ploeg/renner aan de doping zat.
Merckx was dominant, maar zijn concurrenten pakten even goed.
In de Festina Tour reed zo ongeveer het hele tourpeloton gedopeerd rond.
Armstrong was dominant, maar gedurende heel zijn 'regeerperiode' is het met een vergrootglas zoeken naar een renner in de top 10 van een grote ronde die niet betrapt is.
De verschillende mogeliijkheden, zijn voor mij, in volgorde van waarschijnlijkheid:
1. Alle topploegen (UAE, Red Bull, Decathlon, Lidl, Visma) zoeken constant de grenzen op en gebruiken alle middelen en methodes die voordeel kunnen opleveren en (nog) niet expliciet verboden zijn.
2. Alle topploegen gebruiken verboden middelen en methoden op een manier dat ze (denken) niet gepakt te kunnen worden. Dit is het geval als deze middelen significant meer voordeel opleveren dan wat (nog) niet verboden is.
3. Niemand pakt iets twijfelachtigs
4. UAE gebruikt middelen waar de andere topploegen van weg blijven
Overigens komen op diverse sites de cijfers al binnen, het zit rond de 6.97 W/kg, ofwel 6.71 W/kg in een uur. De 1 miljoen vraag: is het mogelijk dat het maximum van de menselijke motor door grotere koolhydraten inname boven de 6.5 W/kg over een uur ligt?
De schattingen van de Watts per kg zouden in principe al een beter vergelijkingspunt moeten leveren. Daar zit echter ook weer een groot aandeel in van betere fietsen (rolweerstand / aerodynamica), betere trainingsmethoden en betere voeding(sstrategieën). Waar de echte grens van het menselijk mogelijke op natuurlijke wijze ligt is inderdaad de vraag van 1 millioen. Zit Pogacar daarboven? Leg je de grens tussen Pogacar en Vingegaard, of zit die laatste er ook boven? En wat met de rest? Het laat dan wel een (geschatte) vergelijking toe, maar het kader om bepaalde prestaties wel en andere niet als onnatuurlijk te kunnen bestempelen missen we simpelweg.
Betere fietsen, minder rolweerstand etc zorgt er niet voor dat je w/kg omhoog gaat. W/kg is puur fysiek, en de berekeningen die ze gebruiken zijn tegenwoordig aardig goed en daar zijn zaken als rolweerstand en aerodynamica volledig gelijk getrokken dus die spelen niet mee.
@Leo: ik weet zelf niets over W/kg en hoe dat allemaal berekend wordt. Maar kunnen de rekenwonders ook berekenen wat Pantani wegtrapte? En wat met datzelfde vermogen zijn tijd was geweest als ie destijds Pogacar zijn fiets gehad had?
Want het materiaal *is* toch op 30 jaar serieus geëvolueerd. Ik kan me niet voorstellen dat Pogacar gisteren op de fiets van Pantani even snel omhoog was gereden.
Bedankt!
Ook enig idee hoe zich dat dan vertaalt in het vermogen dat Pantani moest trappen om aan zijn klimtijd te komen?
Want dat is wat we moeten vergelijken eerder dan de klimtijd zelf.
Ben ik oprecht benieuwd naar, want daar heb ik nog niet veel over gelezen.
Ten eerste de fiets: gewicht en aerodynamica maken een gigantisch verschil, maar bv ook het aantal tandwielen. Pantani reed bv constant en danseuse maar moest wel elke keer gaan zitten en met z'n hand naar z'n kader om te schakelen. Ik had zelf competitie gefietst, ben er dan een tijd tussenuit geweest waardoor de nieuwe fiets die ik kocht 10 jaar moderner was dan m'n vorige, dat verschil was immens, ik vloog...
Ten tweede die voeding. Er wordt vaak lacherig over gedaan maar wie zelf sport en een maag heeft die 120g per uur kan verwerken weet wat een verschil dat maakt. Ik kan bv niet geloven dat ik vroeger bepaalde trainingen en zelfs wedstrijden afwerkte op water, een banaan, een stuk peperkoek en één zogenaamd "finalleke", een soort gel met extra energie die enkel in de finale werd genomen omdat het zo "straf" was terwijl er nog geen tiende van de kh en cafeine in zat van een standaardgel. Ik ben intussen loper, het is frappant hoe ik een tempo dat ik vroeger (op water en een banaan) max 10-12km kon aanhouden nu vlotjes tot marathonafstand blijf volhouden omdat ik de brandstoftank gevuld kan houden met 120g kh per uur.
Tenslotte wordt er gigantisch veel beter en slimmer getraind. Ook daar is de knowhow zoveel groter waardoor innovaties daar ook onvermijdelijk waren.
Dus zelfs los van de kleinere moderniseringen (supplementen, hittetraining, periodisering, afkoeling, aerosokken,...) is het gewoon onvermijdelijk dat ze 30 jaar later een pak sneller rijden.
Als Audrey Werro binnenkort eindelijk een van de laatste testosteron-wereldrecords breekt (800m bij de vrouwen, staat sinds 1983) zal de hele wereld blij zijn dat dat dopingrecord eindelijk uit de boeken is, geen mens zal over doping bij Werro beginnen. Enkel in het wielrennen hebben we helaas die automatische reflex.
https://www.dopingvrij.vlaanderen/wat-mag-niet/wada-dopinglijst/genetische-en-celdoping/
De laatste klassieke dopingzondaar was denk ik Fränk Schleck in 2012. Tijd geleden...
Er zal ongetwijfeld de grens worden opgezocht in 'marginal gains'. Dit is onderdeel van zo'n beetje elke sport denk ik en gebeurd natuurlijk ook bij amateur sport of zelfs door 'recreatieve sporters', zoals hardlopers die zo nodig hun marathon uit willen kunnen lopen of hun 'prtje' willen halen.
Wat ook waar is. De hypocrisie en jaloezie viert hoogtijdagen in onze samenleving.
Extreem lastig op te sporen dus. Zelfs bij een prik om 2 uur 's nachts moet de 'microdosis' dus na 23-24 uur genomen zijn (afhankelijk van de resolutie van de testmethoden).
Er is 1 renner die heeeeel veeeeel harder gaat aan het einde.
De etappes zijn vlugger ontworpen en de teams hanteren vaker een tactiek ‘zwaar van begin tot eind’.
Mega talent + sport ontwikkeling kan even goed de reden zijn, denk ik. En er is vast nog wel ergens op deze aardbol iets of iemand die 9,21 kan stampen indien hij, zij of hen de fiets op tijd pakken en de juiste mensen vinden.
Ter vergelijk, Art Schenk was in de jaren 70 op en top schaatser, hij zou nu bij de toppers stil staan en niet mogen starten. Of bv zwemmen met pieter vd hoogenband en Pan Zhanle zit nu 1,44 sec verschil!
Het probleem bij wielrennen is de inktzwarte periodes en vergoddelijking van renners zoals pantani, merckxs die ondanks hun zware zware doping verleden nog steeds worden geaddoreerd. En Dit heeft natuurlijk zijn uitwerking op de aankomende generaties die daar mee moeten dealen.
Vaughters trok laatst al het boeten kleed aan, zeer nobel.
Daarnaast moet een site als wielerflits toch wel journalistiek blijven, en niet clickbaiten. De begin periode hier was echt op inhoud. Nu meer en meer op artikelen die niet goed doorgrond zijn en uitlokken van idioten meningen. Blijf bij de feiten wielerflits, dit artikel schuurt en valt mij tegen. Kom met feiten ipv insinuaties.
Ik laat mijn persoonlijke mening over het doping gebeuren maar achterwege.
En heb eens het lef om deze reactie te laten staan.