Record na record: Deel Tour-peloton blij dat er over doping wordt gesproken
Raymond Kerckhoffs
vrijdag 24 juli 2026 om 20:00 Volg in Google

Record na record: Deel Tour-peloton blij dat er over doping wordt gesproken

Opinie Het was een record dat onlosmakelijk aan de epo-periode was verbonden: Marco Pantani die in 1995 als snelste ooit Alpe d’Huez op reed in een spectaculaire 36 minuten en 50 seconden. Drie decennia lang was dit het ultieme ijkpunt voor klimmers. Totdat wie anders dan Tadej Pogacar het zoveelste record met liefst 1’20” uit de boeken reed. Het kenmerkt het huidige wielrennen waarin het alsmaar sneller en sneller gaat. En dat roept ook in de buik van het peloton vragen op.

Met een denderende snelheid van 44,36 kilometer per uur over negentien ritten raast de Tour de France sneller dan ooit tevoren door het Franse landschap. Het record van de snelste etappe ooit, dat liefst 27 jaar op naam van Mario Cipollini stond, werd op weg naar Nevers aan flarden gereden. Met een ontzagwekkende 50,91 kilometer per uur snelde het peloton afgelopen woensdag door de Saône-et-Loire.

En dan nu Pogacar die met een gemiddelde snelheid van 23,37 kilometer per uur de 13,8 kilometer van Alpe d’Huez (7,9% gemiddelde stijging) opraast. Nadat hij ook al het record op de Tourmalet scherper had gesteld. Kan dit allemaal wel op natuurlijke wijze? Het is een vraag die steeds luider weerklinkt rondom, maar inmiddels ook wringt ín het peloton.

Het meest absurde wat de meeste renners tot dusver hebben meegemaakt in deze Tour? Veel renners en volgers wijzen direct naar het openingsuur van de tiende rit, die door het ‘Massif Central’ naar Le Lioran voerde. In dat eerste uur werd er maar liefst 48,8 kilometer afgelegd, en dat op een geaccidenteerd parcours dat al bijna 600 hoogtemeters telde.

Verschroeiende snelheid
Op de uitgestrekte parkeerplaats van de teambussen bij de start in Dole in de tweede week zwaait een renner. Het is een coureur met een fraai palmares, iemand die al heel wat jaren meedraait in het profgilde. Hij spreekt met passie, maar ook met zorg over een nieuwe generatie die al vanaf de pubertijd in het verstikkende keurslijf van een profwielrenner wordt geperst. En hij heeft het over een verschroeiende snelheid. Dag in, dag uit. Van de start tot aan de finish.

Waarna hij de blik recht op ons richt: “Waarom stellen jullie zo weinig kritische vragen?” Natuurlijk weten we direct waar hij op doelt. Hij wijst vervolgens naar zijn eigen fysieke waarden, die beter zijn dan ooit. Maar ondanks die persoonlijke records is hij niet langer in staat zich in de kijker te rijden. Hij heeft geen harde bewijzen en kan naar niemand wijzen, maar de vraagtekens stapelen zich met de dag verder op.

Richard Carapaz, Tadej Pogačar en Lenny Martinez op l’Alpe d’Huez – foto: Raymond Kerckhoffs

Waarom hij het dan niet openlijk aan de kaak stelt, vragen we hem. Hij schudt het hoofd. Nee, dan zou hij direct worden weggezet als een slechte verliezer. Wel benadrukt hij dat enkele ploegen met kop en schouders boven de rest uitsteken. Nog nooit in zijn carrière heeft hij tijdens bergritten in zo’n omvangrijke grupetto gereden; veel sneller dan in voorgaande jaren laten renners zich terugzakken naar de zogenaamde ‘bus’.

We controleren de data en zien inderdaad dat de grupetto sinds 2020 nooit zo groot is geweest. Zoals we ook zien dat de gemiddelde snelheid in de eerste negentien ritten van de Tour sinds 2020 elk jaar een fractie oploopt. Het peloton rijdt nu gemiddeld vier kilometer per uur rapper dan zeven jaar geleden, een rekensom gebaseerd op de totale afstand van de eerste negentien etappes gedeeld door de totale tijd.

Gemiddelde snelheid

JaarKM/U
201640,02
201741,11
201840,26
201941,61
202040,19
202141,77
202242,51
202342,04
202442,49
202543,07
202644,36

Bewijs
Is dit het bewijs dat er weer verboden middelen circuleren in het peloton? Absoluut niet. Het wielrennen heeft het afgelopen decennium reusachtige wetenschappelijke sprongen gemaakt. Verfijnde trainingsmethoden, collectieve hoogtestages, geperfectioneerde aerodynamica van zowel fietsen als kleding, veel snellere banden en bovenal een revolutionaire ontwikkeling op het gebied van voeding waardoor renners tot wel 120 gram koolhydraten per uur eten tijdens een rit.

De motor krijgt dus de hele dag nieuwe brandstof. Daarnaast worden uitzonderlijke talenten al op steeds jongere leeftijd professioneel begeleid, waardoor ze op hun twintigste al veel beter zijn dan voorgaande generaties.

Voor de zekerheid nemen we die avond contact op met Peter van Eenoo, directeur van het Gentse dopinglaboratorium DoCoLab (onderdeel van de Universiteit Gent), dat jaarlijks talloze bloed- en urinemonsters van wielrenners analyseert. Zijn er concrete aanwijzingen dat er onderhuids iets in het peloton speelt? Zijn antwoord is even kort als helder: “Nee.”

Het bevestigt nogmaals dat het op basis van de momenteel beschikbare informatie ongegrond is om te beweren dat er in het hedendaagse peloton sprake is van op grote schaal vals spel met verboden substanties. Het is een wezenlijk andere situatie dan in het tijdperk van 1990 tot en met 2012, toen we wisten dat het wondermiddel epo op de markt was en de directe wetmatigheden van bloeddoping pijnlijk zichtbaar waren.

Het huidige biologische paspoort heeft, in combinatie met gerichte target testing, de anti-dopingstrijd drastisch aangescherpt, al is het systeem nog altijd niet waterdicht. Er blijft ruimte voor microdosering, maar daar ga je niet plotseling van vliegen. Ook rondom designer-doping en nieuwe stoffen die het bloedpaspoort omzeilen, zijn er geen signalen dat er een markt voor is, laat staan dat ze structureel worden gebruikt.

Wielerwereld op z’n kop
Totdat in Besançon op de nacht van zaterdag en zondag de nummer één en twee uit deze Tour in het holst van de nacht gecontroleerd een dopingtest ondergaan. Ineens staat de wielerwereld weer op z’n kop. Net als in de roemruchte jaren lijken renners vogelvrij te zijn en worden ze in hun diepe slaap ontwaakt om bloed af te staan.

Mag zo’n nachtelijke controle tussen twee zware bergritten en waarom wordt dit gedaan? Deze twee vragen laaiden op. Ja, een controle tussen 23.00 en 06.00 uur mag, mits er sprake is van een ernstig en specifiek vermoeden van een dopingovertreding. De reden kan zijn dat kwaadwillende atleten microdoseringen gebruiken: miniscule hoeveelheden epo of menselijk groeihormoon (hGH). Zo’n microdosis geeft het lichaam een herstelimpuls, maar wordt razendsnel afgebroken. Het detectievenster in urine of bloed bedraagt soms slechts vijf tot acht uur.

Door een mensenhaag rijden de renners Alpe d’Huez op – foto: Fotoburo Cor Vos

Een andere beweegreden voor nachtelijke controles is het opsporen van acute bloedmanipulatie, zoals snelle bloedtransfusies of plasma-infusen om het bloed te verdunnen. Wanneer dit laat in de avond gebeurt, verschuiven de biologische parameters (zoals de verhouding tussen jonge en oude rode bloedcellen) onmiddellijk. In de uren daarna herstelt het lichaam geleidelijk de natuurlijke balans.

De Franse sportkrant l’Equipe onthulde dat een rechter in Parijs het International Testing Agency (ITA) toestemming heeft gegeven voor deze controles. Dat kan alleen wanneer er ernstige en consistente verdenkingen zijn. Wat die verdenkingen zijn, blijft onduidelijk. Zijn het nieuwe records zoals bijvoorbeeld ook op de Tourmalet die zijn gevestigd. ‘Pogi’ reed de klim vanuit Sainte-Marie de Campan in 43 minuten en 12 seconden en was daarmee liefst 2’20” sneller dan zijn oude toptijd uit 2023.

De testresultaten kunnen normaal vanaf drie dagen na de test beschikbaar zijn, maar voorlopig is er niks gehoord. Zoals er overigens nooit over negatieve testen wordt gesproken.

Afgelopen week spraken we weer met diverse personen van de aanwezige ploegen. Ook met de renner die eerder in Dole naar ons wenkte. “Zie je nu wel dat het goed is dat er over doping gesproken moet blijven worden”, is de tendens van de gesprekken.

Persoonlijk vind ik niets erger dan iemand valselijk beschuldigen van dopinggebruik. Juist daarom ben ik van mening dat we uiterst terughoudend moeten zijn met het beschuldigend wijzen naar renners en ploegen, louter omdat ze hard fietsen, of harder fietsen dan de rest.

Ondermaats
Je kunt de vraag immers ook omdraaien: waarom presteren bepaalde ploegen zo ondermaats? Gaan zij simpelweg niet mee in de flitsende wetenschappelijke evolutie van de wielersport? Blijven zij star vasthouden aan hun eigen, achterhaalde filosofie? Of ontbreekt het met name de kleinere formaties aan de financiële middelen om hun renners optimaal voor te bereiden en te laten herstellen in een slopende Tour de France?

Marco Pantani snelt naar klimrecord op l’Alpe d’Huez in 1995 – foto: Raymond Kerckhoffs

Uiteraard is het goed en noodzakelijk om over dit thema te debatteren. Uiteindelijk zijn het altijd de officiële instanties die de werkelijke dopingzaken aan het licht brengen; zo leerde het verleden ons al. Aan de anti-dopinginstanties moeten we vragen blijven over welke dopingovertredingen nog mogelijk zijn. En hoever we bijvoorbeeld van een mogelijk tijdperk met gendoping staan.

We moeten er echter ook minutieus voor waken dat we niet ongegrond de morele wijsvinger heffen. Op basis van zonden uit het verleden kunnen we het wielrennen, en zéker deze huidige generatie, niet eeuwig blijven veroordelen. Al heeft dat verleden ons wel geleerd dat we alert moeten blijven. In 1995 werd Pantani op Alpe d’Huez onthaald als een held, een fenomeen; de gedroomde redder van het klimmen. Later werd héél pijnlijn duidelijk hoe hard hij van zijn voetstuk viel…


Schrijf je in voor onze dagelijkse Tour-nieuwsbrief

Met deze dagelijkse Tour-nieuwsbrief van Wielerflits ben je helemaal op de hoogte voor jouw koersdag. Het is een korte preview, met een vooruitblik op het parcours, de favorieten voor die dag en we delen het belangrijkste nieuws. Op die manier ben je tussen 6 en 7 uur 's ochtends (op de camping, op het strand of thuis op de zetel) helemaal klaar voor jouw Tour-dag!

Voor de zomervakantie
2 Reacties
20:35
Sommige vragen zijn toch simpel te beantwoorden. Uiteraard hebben bepaalde ploegen minder budget, minder getalenteerde renners, minder geld voor begeleiding, voeding, materiaal, stages,... Je bent zelf dag in dag uit in de wielerwereld, je ziet zelf dan toch ook hoe hemelsbreed dat verschil is qua werking.
Ook dat verwijzen naar een bepaalde etappe begrijp ik niet goed. Daar reden om dat moment toch renners van ongeveer alle ploegen mee voorin. Wat insinueer je dan juist? Dopinggebruik bij de rijke ploegen, of enkel bij Pogi, of individueel bij alle ploegen? Want dat argument lijkt dan een globaal gebruik te insinueren, los van die ene renner die het dan aan de kaak stelt dat hij niet meer kan volgen ondanks z'n beste waarden ooit. (puur uit interesse die vraag, niet vingerwijzend)
20:41
"Je kunt de vraag immers ook omdraaien: waarom presteren bepaalde ploegen zo ondermaats? Gaan zij simpelweg niet mee in de flitsende wetenschappelijke evolutie van de wielersport? Blijven zij star vasthouden aan hun eigen, achterhaalde filosofie? Of ontbreekt het met name de kleinere formaties aan de financiële middelen om hun renners optimaal voor te bereiden en te laten herstellen in een slopende Tour de France?"

Dit is echt een hele rare soort victim-blaming. En je kan deze uitspraken ook toepassen op zo ongeveer ieder tijdperk in het wielrennen. En het antwoord waarom bepaalde ploegen en/of renners er zo ver bovenuit staken was altijd hetzelfde en begint met een D. Waarom zou dat in dit tijdperk opeens anders zijn?

Om te reageren moet je ingelogd zijn.