Pogacar zag ‘gekkenhuis’ op Alpe d’Huez: “Morgen vechten voor podium Del Toro”
Met een nieuw klimrecord en een nieuwe ritzege op zak, stond Tadej Pogacar opgetogen de pers te woord. De Sloveen, bijna zeker van zijn vijfde eindzege in de Ronde van Frankrijk, pakte op Alpe d’Huez nog maar eens uit met een huzarenstukje. Na zijn 26e ritzege heeft hij er nog een doel bijgekregen: zijn ploeggenoot aan een podiumplaats helpen.
“Het is heel cool om hier te winnen”, begint Pogacar zijn relaas in het flashinterview. “Het was echt een gekkenhuis. Het is met dank aan het hele team dat ik het vandaag kon afmaken. Daar ben ik natuurlijk heel blij mee.”
“Op de Col d’Ornon gingen we al volle bak, want de ontsnapping was heel sterk. Veel jongens kraakten onder het tempo van Felix Großschartner. De eerste kilometers voelde ik dat ik goede benen had. Ik wist dat er geen mannen meer zouden zijn die konden volgen. Ik versnelde en ik bleef gaan tot de top. Adam Yates was in het midden van de klim nog belangrijk. Hij gaf me een grote mentale boost; ik ben blij dat hij terug is.”
“Op het einde moest ik nog afrekenen met twee supergoede renners”, doelt Pogacar op Richard Carapaz en Lenny Martinez, die Pogacar nog enige tijd konden volgen in de laatste kilometers. “Dat ze een spelletjes met elkaar speelden, gaf mij de gelegenheid om ze terug pakken en uiteindelijk de rit nog te winnen.”
Gaat hij dat op de voorlaatste dag nog eens dunnetjes overdoen? Dat valt te betwijfelen, afgaande op zijn woorden. “Morgen is de laatste dag, de koninginnenrit, de zwaarste rit van de hele Tour. We moeten gewoon hetzelfde doen als iedere andere dag: ons best doen als team en ons eigen plan trekken. Dat Del Toro nu derde in het klassement is prachtig. Vandaag kon ik mijn kans gaan: morgen gaan we vechten voor zijn podium en de witte trui.”
Om te reageren moet je ingelogd zijn.