Gerben de Knegt: “Ik snap wel waarom Mathieu van der Poel zenuwachtig is”

Gerben de Knegt: “Ik snap wel waarom Mathieu van der Poel zenuwachtig is”

foto: Cor Vos

zaterdag 8 mei 2021 om 09:12
Interview

Het Duitse Albstadt is dit weekend het decor voor de eerste Wereldbeker crosscountry van 2021. Voor Mathieu van der Poel is het zijn eerste afspraak op de mountainbike sinds de nazomer van 2019. Maar er zijn meer kapers op de kust. “Ik verwacht ook veel van Milan Vader en zeker ook van beide Anne’s bij de dames”, vertelt bondscoach Gerben de Knegt aan WielerFlits. Anne Terpstra staat op dit moment derde op de UCI Ranking bij de vrouwen.

In het uiterste zuiden van het Zwarte Woud banjeren de mountainbikers dit weekend in koude weersomstandigheden door de Duitse drek. De laatste seizoenen is deze Wereldbeker volgens de bondscoach uitgegroeid tot een van de klassiekers op de kalender. Dat komt vooral door het publiek, dat op het compacte ‘achtje’ de mountainbikers vaak kan zien passeren. Dit jaar echter geen volgepakte omloop, maar een corona-proof-editie. Heel technisch is het onderweg niet; Albstadt staat bekend als een klimparcours, met twee lange beklimmingen. Voor de mountainbikers is het de eerste grote afspraak in anderhalf jaar tijd.

Waar onderscheidt het parcours in Albstadt van de crosscountry-wedstrijd van zondag zich in?
“Renners kunnen hier op een hardtail-mountainbike rijden, een fiets met dus alleen een voorvering. Dat maakt het een speciale wedstrijd. Het is wel een parcours dat duidelijk minder technisch is dan de Wereldbeker van volgende week in het Tsjechische Nové Město. Dat heeft te maken met de twee langere beklimmingen – inspanningen van zo’n drie minuten, je ziet de top niet als je eraan begint – in de omloop, gevolgd door twee lange afdalingen. Daarin zitten niet zo veel moeilijke secties, waardoor je daar het verschil niet echt kunt maken. Ze hebben hier ook een paar modderedities gehad. Dat wilden ze niet meer, waardoor ze grind in de grond hebben aangebracht. Zo blijft de route ook in slechte weersomstandigheden goed te doen, maar dat maakt het wel minder technisch.”

Welke echte klimmerstypes verwacht jij zondag aan het front bij de mannen?
“Op zeker Matthias Flückiger uit Zwitserland, die hier twee jaar geleden ook wist te winnen. Hij is bergop echt heel goed.Ook voor Tom Pidcock is dit een heel goede ronde. Hij is wereldkampioen bij de beloften, maar ik denk dat hij ook bij de profs meteen meedoet voor winst. Hij won vorige week in Leukerbad, Zwitserland. Dat is ook een echt zwaar klimparcours. Pidcock won daar met drie minuten voorsprong op Titouan Carod, wel de nummer tien op de UCI Ranking. En drie minuten is echt veel in het moderne mountainbiken. De laatste jaren heb ik Pidcock veel zien mountainbiken: technisch is hij óók heel goed. Dat hoeft hij niet meer te leren. Zijn startpositie is niet ideaal, omdat hij nog niet veel punten heeft. Maar ik zie hem wel meedoen, ja.”

Pidcock is regerend wereldkampioen bij de beloften – foto: Trinity Racing

Wat kan Pidcock eigenlijk het beste: wegwielrennen, veldrijden of mountainbiken?
“Na zijn voorjaar op de weg kun je niet zeggen dat hij dat minder goed kan!”, lacht De Knegt. “Ik moet wel zeggen dat hij me daar toch wel verbaasd heeft, dat had ik niet zo snel achter hem gezocht. Ik zie hem meer als een klimmerstype. Maar als je ziet hoe hij koerst in de Amstel Gold Race en Strade Bianche, dan is dat echt knap. In het veldrijden is het dan wel zo dat bij crosses op absoluut vermogen, dat hij altijd tekortschiet op Wout van Aert en Mathieu. Maar zodra het bergop gaat, hebben ze het lastig met Pidcock.”

Vrezen jullie Pidcock op de mountainbike?
“Nee. Ik vrees niemand en Mathieu doet dat ook niet. Niet alleen hier, maar ook in Tokio moeten we rekening met hem houden, absoluut! Vorig jaar won Pidcock ook het WK E-Bike. Dat zegt niemand iets. Maar ik heb daar staan kijken: hoe hij met een fiets kan rijden, die hoeft echt niets meer bij te leren. Hij moet alleen nog een aantal UCI-punten scoren en dan gaat hij wekelijks meedoen. Bovendien: de startstrook in Tokio is heel breed. UCI-punten scoren voor de Olympische Spelen is dus helemaal niet zo relevant. Als je daar op de tweede of derde rij staat, dan is er echt niets aan de hand.”

Toch opvallend: je hebt de naam van Nino Schurter nog niet een keer laten vallen.
“Klopt. Je moet hem zeker nog niet afschrijven. Ik heb hem al een paar keer in actie gezien dit seizoen, maar hij heeft nog niet gewonnen. Hij zat er wel steeds dichtbij (de Zwister werd voorafgaand aan de shortrace van vrijdag wel drie keer tweede, red.). Schurter is alleen niet zo dominant zoals hij dat altijd geweest is en zijn leeftijd (donderdag viert hij zijn 35steverjaardag, red.) begint toch ook een beetje te spelen.

Maar onderschat hem nooit! Ik durf niet te zeggen dat hij straks in Tokio het onderspit gaat delven tegen mannen als Van der Poel of Pidcock. Ik ben wel benieuwd hoe Schurter zich de komende maanden standhoudt. Normaal was het zo dat als het seizoen begon, won Schurter de eerste vijf wedstrijden. Hij heeft het nu duidelijk lastiger; hij kon niet wegrijden waar hij wilde. Daarnaast is het olympisch parcours beter op het lijf geschreven van de echte interval-types, zoals Mathieu en Pidcock. Maar Schurter zou Schurter niet zijn, als hij niet alles op de Spelen zet.”

Van der Poel snelde vrijdag naar winst in de shortrace – foto: Bartek Wolinski/Red Bull

Kan Van der Poel mee in dat geweld, zondag?
“Mathieu is niet het absolute klimmerstype, maar die kan hier ook zo maar winnen. Het is wel zo dat een parcours zoals volgende week in Nové Město (waar een aantal kortere beklimmingen zijn, red.) hem beter ligt. Hier moet hij harder werken om voor de winst mee te doen. Aan de andere kant heeft hij ook al eens gewonnen in Val di Sole en dat is ook echt een klimparcours.”

Hij gaf voor de shorttrack nochtans aan dat hij wat zenuwachtig was. Maar weet de rest van het deelnemersveld eigenlijk wel waar ze staan, na het bijzondere aparte coronaseizoen 2020?
“Toch wel meer dan Mathieu doet. Alle toppers die hier aan de start staan, hebben toch al snel vier of vijf internationale wedstrijden gereden. De meeste jongens hebben toch wel een goede indicatie van hoe ze ervoor staan. De wedstrijden die ik gezien heb, waren ook mini-wereldbekers qua niveau. Alleen Mathieu was daar niet bij, dus ik snap wel dat hij een beetje nerveus is. Ik ben ook heel benieuwd hoe het gaat met hem”, lacht hij.

Waarmee mag Mathieu tevreden zijn na zondag?
“Je moet bij hem al snel praten over resultaat, maar ik denk dat zijn winst zit in het naar huis gaan met een goed gevoel. Bij jonge renners praat je vaak over het proces, maar ik denk toch dat Mathieu hier minimaal top vijf wil rijden. Daarmee zou ik ook blij zijn. Voor de duidelijkheid: daarvoor zal Mathieu al heel goed in orde moeten zijn.”

Van der Poel is niet de enige Nederlander op de startlijst, ook Milan Vader is van de partij. Hoe ver zie jij hem komen?
“Ik heb hem de laatste weken frequent gesproken en ook een aantal keer gezien. Volgens mij is hij écht in goeden doen. Milan kan hier ook zo maar top vijf rijden en zeker top tien. Hij en Mathieu kunnen het ook goed met elkaar vinden. Stel ze zitten samen in een achtervolgende groep, dan kan dat – ondanks dat ze hier allebei met hun commerciële ploeg starten – zeker een factor spelen.”

Milan Vader – foto: Cor Vos

Laten we ook stilstaan bij de vrouwen. Daar kunnen de Nederlanders eveneens hoge ogen gooien met Anne Terpstra, Anne Tauber én Ceylin del Carmen Alvarado.
“Beide Anne’s zijn echt goed in orde. Terpstra won onlangs al een grote koers (Öztaler Mountainbike Festival in Oostenrijk, red.) en Tauber werd daarin tweede. Daar staan we er goed op. Alvarado doet voor het eerst mee bij de elitedames. Zij heeft uitgesproken een mountainbike-campagne op te starten richting de Olympische Spelen van Parijs in 2024. In de breedte staan we er bij de elites heel goed voor, maar ook bij de junioren doen we het goed. Daar hebben twee jongens ook al podium gereden op Wereldbeker-niveau en eentje heeft er zelfs al gewonnen (Chris van Dijk, red.). Kortom: in alle categorieën doen we het goed.”

Hoe verklaar jij die Nederlandse impuls van de laatste paar jaren aan de mondiale top?
“Goed voorbeeld doet goed volgen. Ik merk bij de jonge jongens en meiden dat ze opkijken tegen de eliterenners. Ze trainen ook weleens met hen, dat motiveert enorm. Dat komt doordat we zoveel toppers op het hoogste niveau hebben. Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in het veldrijden. Het heeft misschien ook een beetje te maken met mijn beleid, dat iets anders is dan het voorheen was. Ik ben vier jaar geleden aangetreden als bondscoach. Ik geef jonge renners graag kansen. Tijdens dit soort weekenden ook, dan neem ik veel talenten mee. In het verleden was dat anders, dan was er slechts een select groepje dat meeging. Er vielen dan jongens en meiden buiten de boot, die dan later afhaakten.”

Tot slot nog twee stellingen en één voorspelling. De eerste: Milan Vader eindigt hoger in de uitslag dan Mathieu van der Poel.
“Dat kan zo maar. Ik zie dat positief: ze kunnen ook als twee en drie of als drie en vier eindigen. Dan hebben ze het allebei goed gedaan.”

De tweede: We hebben het slecht gedaan als we bij de dames niet winnen.
“Nee, dat is niet waar. Bij de elitedames is de top heel breed. Als je daar bij de eerste vijf eindigt, lever je al een superprestatie. Het is niet dat Anne Terpstra die hoog staat op de UCI Ranking, dat die zo maar even alle Wereldbekers gaat winnen. Zo werkt het niet. Maar toch: ook bij de dames kan zeker een Nederlandse winnen, absoluut. Vanzelfsprekend is dat niet.”

Als je één naam moet noemen als winnaar bij de mannen, wie kies je dan?
“Flückiger heeft op mij de laatste tijd echt de meeste indruk achtergelaten. Maar eerlijk is eerlijk: ik denk al heel de week dat Tom Pidcock gaat winnen. Met Mathieu en Milan daar dan graag bij op het podium. Dan ga ik als bondscoach met een tevreden gevoel naar huis.”

Anne Tauber op archiefbeeld – foto: KNWU


De Wereldbeker crosscountry in Albstadt is zondag te volgen op Ziggo Sport Docu en RedBull TV. Om 11.00 uur schakelt de Nederlandse sportzender in voor de dames, om 14.15 uur voor de heren.

Dit artikel delen:

11 Reacties

RidderSchwobin 8 mei 2021 om 09:22

Hij slaat een beetje door in optimisme…

harryjohan71 8 mei 2021 om 11:03

Geef dan ook even aan waar hij doorslaat in optimisme.

Bazza_B 8 mei 2021 om 11:16

En dat was niet misplaatst

Wheely 8 mei 2021 om 09:45

Dat Pidcock hier ook aan mee doet maakt het wel weer een stuk interessanter om te volgen.

Limal 8 mei 2021 om 10:19

Inderdaad, ik kijk er ook naar uit en dat is voor mij al geleden van toen de jonge Schurter het Absalon lastig begon te maken.

Derierre de la course 8 mei 2021 om 10:07

Leuk interview. Normaal lees ik MTB berichten niet of schuin maar nu blijven plakken tot het eind.

SpeedyLegs 8 mei 2021 om 10:58

Gerben antwoorden gelijken een afwisselend mtb-parkoers. Zijn boeiend en informatief en zetten aan tot het willen volgen van de wedstrijden!

Bikeslave54 8 mei 2021 om 13:13

Niks mis mee met het interview

Marveloke 8 mei 2021 om 17:20

Even een hele gekke vraag op deze site: hebben jullie MVDP ooit met een baard gezien? Ik nog nooit. Hij heeft altijd een geschoren kin en heeft nooit stoppels, dat vind ik best vreemd. Zou hij op zijn 26e nog steeds geen baard kunnen groeien of zou hij zich dagelijks scheren om aerodynamisch te blijven?

Pietspeed 8 mei 2021 om 20:52

Hij doet niet mee aan subcultuurtjes. Gewoon een gentlemen

Pietspeed 8 mei 2021 om 20:50

Kortom: de druk en de verwachtingen enigszins temperen en wegnemen bij Mathie en Vader, maar vooral bij zichzelf. Elk beter resultaat is dan plus. Begrijpelijk. Van der Poel heeft overigens over gezonde spanning gehad, niet dat hij nerveus zou zijn. Hij had er zin in. Neemt niet weg dat Van der Poel een 15 kg meer naar boven moet brengen. Dat wordt lastig tov een pidcock

Headlines

Materiaalzone

Populair