Genoeg redenen waarom Tadej Pogacar de Club van Vijf gaat ontstijgen
foto: Fotopersburo Cor Vos
Raymond Kerckhoffs
zaterdag 25 juli 2026 om 19:05 Volg in Google

Genoeg redenen waarom Tadej Pogacar de Club van Vijf gaat ontstijgen

Analyse Na Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault en Miguel Indurain kan nu Tadej Pogačar het mythologische record van vijf Tourzeges in Parijs bijna niet meer ontgaan. Zondagavond op de Champs Elysées schaart de Sloveen zich in het belangrijkste wielerevenement van het jaar definitief onder de allergrootsten uit de 124-jarige historie van La Grande Boucle. Maar is vijfmaal ‘maillot jaune’ wel de ultieme grens voor Pogačar?

Soms lijkt een zeldzame kampioen groter te worden dan de wedstrijd zelf. De hoogste bergpassen veranderen onder zijn wielen in een rode loper waarop hij zijn superioriteit tentoonspreidt. Zijn gele trui werkt als een krachtige magneet en eist alle aandacht op. De naaste rivalen degradeert hij keer op keer tot figuranten. Waar anderen creperen, lijkt hij lachend met de pedalen te spelen. Op elk gewenst moment eist hij de schijnwerpers op.

Ook het tijdperk van Anquetil, Merckx, Hinault en Indurain leek ooit eeuwigheidswaarde te hebben. Bij hun vijfde Tourzege torenden ze nog mijlenver boven de concurrentie uit. De wielerwereld wist het zeker: ook de daaropvolgende Franse zomers zouden door hen gekleurd worden. Zij waren in hun hoogtijdagen zo overheersend vereenzelvigd met dé Tour, het onbetwiste middelpunt waar de wielersport om draaide.

Hoe anders liep het. De Tour de France legt immers als geen ander evenement ook genadeloos de grenzen van menselijke dominantie bloot. Voor de sprinters en knechten die in de bergen tegen de tijdslimiet knokken. Voor de renners met een kuchje die het ‘Voiture-Balai’ akelig dicht achter hen zien rijden. Maar evengoed voor de allergrootste kampioenen, op wie op een zeker moment de tand des tijds grip krijgt.

Anquetil, Monsieur Chrono, vond in 1965, een jaar nadat hij als eerste renner ooit het ‘kwintet’ had voltooid, dat hij niets meer te bewijzen had in de Franse ronde. Hoewel Pogačar vergelijkingen met helden uit het verleden (en met Eddy Merckx in het bijzonder) steevast afhoudt, wordt steeds duidelijker hoe gevoelig hij is voor de aantrekkingskracht van records. Zijn toptijden op de Tourmalet en Alpe d’Huez vervulden hem met zichtbare trots. De Rondes van Romandië en Zwitserland reed hij dit jaar om ze af te vinken op zijn palmares. En als klassiekerrenner blijft het winnen van alle vijf de Monumenten zijn heilige graal. De honger naar een zesde Tourzege zal er dus niet minder om zijn. En mocht hij zelf twijfelen: voor zijn ploeg staat de Tour nog altijd op een eenzame hoogte.

Anquetil maakte in 1966 zijn rentree in La Grande Boucle, maar speelde door een zware bronchitis geen rol in het klassement. Vervolgens cijferde hij zich weg voor zijn jongere ploeggenoot Lucien Aimar, om daarna nooit meer terug te keren naar de Tour.

Merckx startte het jaar na zijn vierde Tourzege niet in Frankrijk. De vijandige sfeer die rond zijn persoon hing, was daarvoor de voornaamste reden; in eerdere edities was hij al uitgejoeld en zelfs bespuwd. Hoewel ook Pogačar dit jaar fluitconcerten van het Franse publiek incasseerde, zijn dominantie verlamt de spanning immers, blijft hij met zijn joviale en hoffelijke optredens de oogappel van het grote publiek. De heerser als ‘chouchou’. Mocht het Franse toptalent Paul Seixas zich doorontwikkelen, dan zullen de Fransen hun chauvinistische voorkeur ongetwijfeld laten gelden. Maar vooralsnog is Pogačar meer dan welkom.

Foto: Fotoburo Cor Vos

Merckx won in 1974 alsnog zijn vijfde Tour en wilde een jaar later op jacht naar nummer zes. De vuistslag van een Franse toeschouwer op zijn lever tijdens de klim van de Puy de Dôme en een latere zware val waarbij hij zijn kaak brak, kregen hem niet klein. Merckx gaf niet op, maar moest uitgeput door het blessureleed uiteindelijk toch zijn meerdere erkennen in Bernard Thévenet. Het was het begin van het einde van zijn hegemonie.

Een jaar na zijn vijfde Tour de France-zege beloofde Hinault in 1986 in dienst van zijn jongere ploegmaat Greg LeMond te rijden. Aan die afspraak hield de Fransman zich niet. Daar waar mogelijk viel hij de Amerikaan aan, maar LeMond brak nergens. Gebroederlijk reden ze nog over de finish op de Avenue du Rif Nel op Alpe d’Huez, maar achter de schermen woedde een ongekend felle broederstrijd omdat het geel om de schouders van de Yank zat. Een nederlaag die Hinault moeilijk kon verkroppen; enkele maanden later hing hij op 32-jarige leeftijd zijn fiets aan de wilgen.

Wat een wereld van verschil was het op diezelfde finishstraat zaterdagmiddag op de Oranje Alp. In de koninginnenrit over de Croix de Fer, Galibier, Sarenne en de laatste kilometers van Alpe d’Huez bleef Pogačar bewust bij zijn jongere ploeggenoot Isaac Del Toro om diens podiumplek en de witte jongerentrui veilig te stellen. Bij het passeren van de kalklijn stak ‘Pogi’, zoals hij liefkozend wordt genoemd, twee vingers als stierenhoorns naast zijn hoofd omhoog. “Toro, Toro!”, riep hij. Op de persconferentie stak hij vervolgens een lofzang af over zijn Mexicaanse vriend, met wie hij vanaf de eerste ontmoeting een klik heeft.

Bij Le Grand Départ in Den Bosch in 1996 was Miguel Indurain torenhoog favoriet. Iedereen was ervan overtuigd dat de stille Spaanse reus voor de zesde keer op rij zou zegevieren. Een hongerklop in de eerste bergrit naar Les Arcs velde hem echter genadeloos; hij verloor meer dan vier minuten. Het bleek de eerste barst in het bolwerk. Na een doelloze rit naar zijn geboorte-regio Pamplona stortte zijn koninkrijk definitief in en verloor hij ruim acht minuten. Ook hij hing op zijn 32ste zijn fiets aan de haak.

Het tijdperk van de klassieke hongerklop lijkt in het hedendaagse wielrennen voorbij, al was het in 2023 nog een van de redenen waarom Pogačar op de Col de la Loze de nekslag kreeg van Jonas Vingegaard. “I’m gone, I’m dead”, sprak hij destijds de iconische woorden over de koersradio. Later verklaarde hij dat een fysieke leegloop hem overviel door een calorietekort in de aanloop naar de berg. De laatste jaren maken duidelijk dat hij van die tactische fout heeft geleerd. Tegenwoordig is in het peloton alles wetenschappelijk uitgeteld en werken renners tot wel 120 gram koolhydraten per uur naar binnen.

Foto: Fotoburo Cor Vos

Een ander cruciaal verschil: Pogačar is met zijn 27 jaar aanzienlijk jonger dan zijn vier illustere voorgangers bij hun vijfde zege (Anquetil was 30, Merckx 29, Hinault 30 en Indurain 31). Het heeft er zelfs alle schijn van dat hij bij zijn vijfde Tourzege opnieuw een verbeterde versie van zichzelf laat zien. Zijn klimrecords op de Col du Tourmalet en Alpe d’Huez leveren daarvoor het cijfermatige bewijs. Zijn vijf ritzeges en het weggeven van overwinningen aan concurrenten als Isaac Del Toro en Remco Evenepoel onderstrepen zijn absolute overmacht. En dan cijferde hij zichzelf op de laatste zaterdag ook nog weg voor zijn Mexicaanse ploegmaat.

Wat daarnaast opviel, was het pure plezier waarmee Pogačar de afgelopen weken door Spanje en Frankrijk fietste. Overal krulde de glimlach rond zijn mondhoeken. In het peloton dolde hij met vriend en vijand, en zijn antwoorden aan de media waren nimmer kortaf, maar doordesemd met humor. Een wereld van verschil met vorig jaar, toen hij in de slotweek vaak strak en emotieloos voor zich uit staarde. Insiders meldden destijds dat hij na die ronde twee weken lang als een ‘zombie’ door zijn appartement in Monaco dwaalde.

Nee, Pogačar heeft het plezier in het wielrennen weer helemaal teruggevonden. De honger om geschiedenis te schrijven, die bij de andere leden van de Club van Vijf in hun latere jaren langzaam wegsijpelde, lijkt bij het Sloveense fenomeen groter dan ooit. Hij beseft nu meer dan ooit tevoren dat hij bezig is met het boetseren van een unieke sportlegende.



Schrijf je in voor onze dagelijkse Tour-nieuwsbrief

Met deze dagelijkse Tour-nieuwsbrief van Wielerflits ben je helemaal op de hoogte voor jouw koersdag. Het is een korte preview, met een vooruitblik op het parcours, de favorieten voor die dag en we delen het belangrijkste nieuws. Op die manier ben je tussen 6 en 7 uur 's ochtends (op de camping, op het strand of thuis op de zetel) helemaal klaar voor jouw Tour-dag!

Voor de zomervakantie
1 Reacties
19:56
Pogacar gaat voor zijn 30e al een palmares hebben die alle anderen (inclusief Merckx) ruim overtreft....in het rondewerk, maar ook in de grote 1 daagse wedstrijden...petje af!

Om te reageren moet je ingelogd zijn.