Familieband bij Jumbo-Visma, Fisher-Black schiet raak en Dekker over sprinten

zaterdag 22 februari 2020 om 15:30
Familieband bij Jumbo-Visma, Fisher-Black schiet raak en Dekker over sprinten

foto: León van Bon/Topcompetitie

In de rubriek WielerFlits Nationaal schenken we aandacht aan al het nieuws over het Continental-circuit in Nederland. In de derde uitgave van 2020 komen onder meer drie eerdere nieuwsberichten terug, vertelt Gijs Leemreize over zijn ervaringen in de Tour de la Provence en kijkt Nederlands beloftenkampioen David Dekker alvast vooruit naar het nieuwe seizoen.

BEAT enige Nederlandse ploeg in de Scheldeprijs

De Scheldeprijs ontvangt dit seizoen slechts één Nederlandse ploeg. Bij afwezigheid van Jumbo-Visma is dat BEAT Cycling Club. De continentale formatie van manager Geert Broekhuizen heeft zich aangemeld voor de nieuwe UCI ProSeries en mag daardoor als Conti-ploeg starten in een UCI 1.Pro-wedstrijd als de Scheldeprijs. Het is voor de nieuwe sprintkopman Bas van der Kooij een ideale kans om zich te tonen. De rest van het deelnemersveld bestaat uit elf WorldTour-ploegen en acht ProTeams.


Lars van den Berg koerst ook met hoofdmacht Groupama-FDJ

Lars van den Berg komende maanden vaker mee met Groupama-FDJ


René Hooghiemster ontsnapt aan de dood: “De kwaliteit van het leven weer herstellen”

René Hooghiemster ontsnapt aan de dood: “De kwaliteit van het leven weer herstellen”


Jesse de Rooij heeft zijn ploeg Bike Aid verrast in Saudi Tour

Voor Jesse de Rooij begon deze maand met de Saudi Tour, waarin hij zijn debuut maakte voor zijn nieuwe ploeg Bike Aid. De 21-jarige Nederlander staat sinds dit jaar onder contract bij de Duitse continentale formatie. In het klassement werd De Rooij slechts 106e, maar hij liet zich wel zien in de openingsrit.

De Rooij zat in de vroege kopgroep. Maar doordat al vroeg waaiers getrokken werden, werd hij snel ingerekend. Toch is zijn debuut niet onopgemerkt gebleven bij de ploegleiding. “Jesse is natuurlijk nieuw in de ploeg en hij liet direct een goede indruk achter”, vertelt teammanager Timo Schäfer tegen WielerFlits.

“Hij heeft ons verrast voor zijn jonge leeftijd. Hij heeft veel zelfvertrouwen – wat goed is – en wil graag leren. We hebben veel vertrouwen in hem”, aldus Schäfer. Overigens was het niet De Rooijs echte debuut voor Bike Aid. Eind 2019 reed hij al enkele wedstrijden als gastrenner namens de ploeg in China. Met een ritzege in de Tour of Poyang Lake reed hij zich nog extra in de kijker.


Nieuwstips of opmerkingen?

nationaal@wielerflits.nl


Gijs Leemreize debuteert voor de WorldTour-ploeg: “Hopelijk mag ik vaker mee”

Gijs Leemreize – foto: Cor Vos

Een opvallende deelnemer bij Jumbo-Visma aan de Tour de la Provence vorige week. Development Team-renner Gijs Leemreize reed namens de WorldTour-tak mee in de 2.Pro-koers. Door een nieuwe UCI-regel is het vanaf dit seizoen mogelijk dat renners van een aan een WorldTour-team gelieerde opleidingsploeg, ook bepaalde koersen met de hoofdtak mogen meedoen. “Ik vond het vooral een supergave ervaring”, vertelt hij aan WielerFlits. Leemreize deed het goed tijdens de beklimmingen en werd 33stein het eindklassement.

“Een dikke week voor de Tour de la Provence kreeg ik een belletje van mijn trainer”, zegt de 20-jarige Achterhoeker over zijn oproep. “Hij vertelde mij dat hij een leuke mededeling voor me had en dat ik dus mee mocht naar Frankrijk. Ze hadden bij de WorldTour-ploeg een plek over en ze dachten dat het voor mij een goede leerstap zou zijn. Ze vonden dat ik er klaar voor was om een keertje met de profs mee te rijden. Toch was het wel enigszins onwerkelijk. Vorig jaar reed ik nog op clubniveau en nu rijd je ineens tussen de WorldTour-profs.”

Leren, leren, leren
Leemreize maakte zijn eerste wedstrijdkilometers dus niet in het geel-zwart van het U23-team. Dat was wennen. “Vooral de eerste dag. Maar heel eerlijk: het went wel heel snel. Vanaf de tweede dag was ik al helemaal bezig met de wedstrijd en niet zozeer meer met de snelle omschakeling. Dan besef je eigenlijk gelijk al niet meer dat je tussen de WorldTour-renners in rijdt. Mijn ploeggenoten hebben me ook supergoed opgevangen. Ze proberen je te helpen met wat je wel en niet moet doen. In die vier dagen heb ik echt heel veel geleerd.”

Uiteindelijk was hij de derde renner van Jumbo-Visma in het klassement. Onder andere op de flanken van de Mont Ventoux kon de talentvolle klimmer lang mee in het profpeloton. “Ik vond het vooral een supergave ervaring”, glundert hij. “Voor mijn gevoel heb ik mezelf goed kunnen laten zien, met name bergop. Ik vond het ook best wel relaxt, omdat er vanuit de ploeg geen druk was. Ik kon eigenlijk niets fout doen en alleen maar leren. Er was voor mij niet de noodzaak om een resultaat te rijden, wat me geholpen heeft om rustig te beginnen.”

Een knappe prestatie dus gezien het feit Leemreize vorig jaar nog voor clubteam Sensa-Kanjers voor Kanjers reed. “Qua niveau heeft het twee kanten. Enerzijds was het verschil wel groot met vorig jaar, vooral in de breedte. Bij de profs rijdt het gehele peloton hard omhoog. Aan de andere kant kwamen de toppers bij de beloften ook hier relatief gemakkelijk mee. Het gaat inderdaad harder, maar jongens als Attila Valter en Andrea Bagioli (beiden zijn eerstejaars prof, red.) reden ook vooraan mee. Qua uitslagen viel het me dus wel mee.”

Aangetrouwde neef Gesink (links) met Leemreize – foto: Cor Vos

Tips van aangetrouwde neef
Bovendien had hij met Robert Gesink een bekende leermeester. De vriendin van de 33-jarige klimmer is namelijk Daisy Leemreize. “Daisy is mijn nicht”, vertelt Gijs. “Daardoor kende ik Robert al een beetje, dus dat was wel een klein voordeel. Dan heb je toch sneller iemand die je een beetje op sleeptouw neemt. Hij hielp me tijdens de Tour de la Provence heel goed door het peloton heen. Hij zei bijvoorbeeld: ‘Nu kun je het beste naar voren rijden’ of ‘Blijf nu maar even hier rijden, want hier zit je goed’. Dat soort tips. Robert zelf is natuurlijk een superervaren renner, hij weet waar hij het over heeft.”

Hoewel Jumbo-Visma U23 het seizoen volgende week pas begint in de Ster van Zwolle, volgden Leemreizes ploeggenoten zijn prestaties op de voet. “Ze vonden het mooi om me aan het werk te zien. Misschien is het voor hen een mooie motivatie. Wie weet zit eenzelfde soort kans er later dit seizoen voor hun ook wel in. Het is natuurlijk leuk om te zien dat die mogelijkheid er is. Wij trainen heel veel met elkaar, dus kunnen ze zich tijdens de trainingen wellicht aan mij spiegelen om bij zichzelf na te gaan wat zij zouden kunnen tussen de profs.”

Leemreize draaide naar eigen zeggen een goede winter, waarin hij met het Development Team onder andere ging langlaufen in Noorwegen. “Ik hoop dat ik nog een keertje meekan met het WorldTour-team. Maar dat weet ik nu nog niet. Ik heb mijn programma ontvangen met de wedstrijden die ik normaal gesproken ga rijden. Daar staat geen wedstrijd met de WorldTour-ploeg op. Maar mocht de kans zich nog een keer voordoen, dan wil ik uiteraard nog een keer graag mee. Die ervaring kan ik goed gebruiken voor mijn grote doel dit jaar: een goed resultaat neerzetten in de Tour de l’Avenir.”


Fisher-Black toont Nieuw-Zeelandse kampioenstrui bij Jumbo-Visma: “Erg trots!

Dit bericht bekijken op Instagram

Lovely debut in the colours of @jumbovisma_academy yesterday 🖤💛 National U23 ITT 📸 @cullenbrowne @elkomedia

Een bericht gedeeld door Finn Fisher-Black (@finnfisherblack) op

Volgende week begint het Jumbo-Visma Development Team aan de allereerste koers in haar bestaan. Toch heeft de opleidingsploeg dit jaar al twee overwinningen op zak. Begin februari veroverde Finn Fisher-Black namelijk goud op de Nieuw-Zeelandse kampioenschappen tijdrijden en op de wegrit voor beloften. Komende week reist hij af naar Nederland, waar hij tot en met oktober verblijft op Watersley Sports & Talentpark in Sittard. “In ons land groei je niet op met de wielersport en –cultuur, dus dat wil ik vooral leren in mijn eerste jaar”, vertelt hij aan WielerFlits.

Fisher-Black werd in december pas 18 jaar waardoor hij ook als eerstejaarsbelofte erg jong is. De Nieuw-Zeelander investeerde de laatste maanden in zijn training, omdat hij wist dat hij aan het niveau zou moeten wennen. “Het mooie is dat het hier nu zomer is”, laat hij vanuit Nieuw-Zeeland weten. “Het fijne is dat je goed kunt trainen vanwege de zon. Dat maakt het makkelijker om op de fiets te stappen. Ik heb veel getraind en daardoor was ik ook meteen goed in vorm aan het begin van het seizoen. Hopelijk kan ik dat meenemen naar Europa.”

Met de Nieuw-Zeelandse selectie liet hij zich meteen goed zien in zijn eerste twee wedstrijden van 2020. “Ik beschouwde beide koersen als trainingswedstrijden. De New Zealand Cycle Classic was de eerste vijfdaagse rittenkoers die ik ooit deed. Het vroeg nogal wat van me, want aan het einde van de week was ik best moe. Maar ik stond wel op het eindpodium als winnaar van het bergklassement. Mijn moraal kreeg daar meteen een boost van. De Gravel and Tar Classic was een rare koers voor mij. Ik was nog niet hersteld en dat vond ik moeilijk, maar ik was wel blij dat ik die koers in ieder geval kon uitrijden.”

Tijdritkampioenschap
In die loodzware offroad-koers haalden slechts 23 van de 63 renners de eindstreep. Een goed teken voor FFB, die zijn zinnen had gezet op de nationale kampioenschappen. Te beginnen met de tijdrit. “Het parcours paste echt perfect bij me”, vertelt de jongeling. “Het was bijna volledig vlak en het was ook niet te technisch. Ik was niet zeker wat voor resultaat ik op voorhand kon boeken. Tegen een aantal jongens had ik al een paar jaar niet gekoerst, waarbij ik vooral keek naar de jongens van NTT Pro Cycling U23 en het nieuwe Black Spoke-team. Ik ging wel voor het podium, maar de overwinning kwam echt als een verrassing.”

Fisher-Black (in het verleden al nationaal kampioen veldrijden en nog altijd wereldrecordhouder op de 3000 meter individuele achtervolging bij de junioren op de baan) haspelde de tijdrit af met een gemiddelde van 48,7 kilometer per uur. “Het was mijn eerste tijdrit over zo’n grote afstand (39 kilometer, red.). Ik wist wel dat ik zo’n gemiddelde kon rijden, maar niet voor hoe lang. Ik had bepaalde wattages in mijn hoofd en ik wist wat ik moest wegduwen… Laat ik het zo zeggen: het was een goede tijdrit, zo voor het eerst. Ik moet nog wel een aantal zaken verbeteren, maar uiteindelijk ging het best goed”, lacht hij.

In steun van Bennett
Met een gouden medaille op zak, begon hij enkele dagen later in Cambridge ook aan de wegrit. “Ik reed daar puur voor George Bennett (de profs en beloften reden hun wedstrijd gezamenlijk, red.)”, legt Fisher-Black uit. “De U23-titel speelde echt niet in mijn hoofd. Dat kwam pas in de laatste vijftien tot tien kilometer, denk ik. Ik belandde in een elitegroep met nog drie andere belofterenners. Toen wist ik: ‘Oké, dan moet ik nu ook maar proberen om dit af te ronden’. Ook al had ik heel de dag keihard gewerkt voor George. Samen hebben we er alles aan gedaan om hem de titel te bezorgen. We hadden niets anders kunnen doen. Uiteindelijk delfden we het onderspit tegen Shane Archbold. Daar hoeven we ons niet voor te schamen. Shane reed ook een fantastische koers, dat moeten we respecteren.”

“Die elitegroep bestond uit zo’n vijftien jongens”, gaat hij verder. “Die andere drie beloften zaten daar dus in, de rest was aan het jagen op George die er alleen voor reed. Ik was er alleen maar mee bezig om die andere eliterenners af te stoppen, zodat George vooruit kon blijven. In de laatste tien kilometer viel die hele groep in stukken uiteen. Overal reden één of twee renners bij elkaar. Het toeval wilde dat we met de vier U23-jongens bij elkaar kwamen. Dus we konden elkaar goed in de gaten houden en zo maakten we er in de laatste kilometers dus een wedstrijd in een wedstrijd van. Daardoor werd het ook een eerlijke strijd.”

En dus streed de jongeling van het Jumbo-Visma Development Team dus plots mee om de beloftentitel. “We waren echt naar elkaar aan het loeren en wisselden eigenlijk geen woorden. Ik wist dat Connor Brown de grootste uitdager van mij zou zijn. Hij was ook nog best fris, dacht ik. Hij had namelijk een ploegmaat bij zich die heel de dag voor hem reed. Qua profiel lijken Connor en ik heel erg op elkaar. Hij is ongeveer net zo gebouwd als ik ben. Ik had het geluk dat hij de sprint van kop af aan begon. Daardoor kon ik afwachten in zijn wiel, waarna ik op het einde in staat was om eruit te komen. Tactisch gezien deed ik dat niet slecht, denk ik. Mijn benen waren niet zo goed meer, dus ik moest het wel zo doen.”

Ambities voor 2020
Met een koffer vol zelfvertrouwen reist Fisher-Black deze week naar Nederland. “De komende acht maanden verblijf ik op het Watersley Sportspark. Van ons team ben ik de enige. Maar dat maakt niet heel veel uit. Een aantal wonen in de buurt van Eindhoven, dus dat is niet al te ver weg. Ik kreeg van mijn ploeggenootjes ook al veel berichten na mijn titels in Nieuw-Zeeland. Ik merk dat het iets doet met het teammoraal en hopelijk reizen we met veel vertrouwen af naar de Ster van Zwolle volgende week. Iedereen wil zich er laten zien.”

Zelf hoort hij bij aankomst in Nederland wat zijn programma zal zijn. Het is in ieder geval duidelijk dat Fisher-Black een mooi presentje ligt te wachten: in sommige koersen mag hij zijn Nieuw-Zeelandse trui aan. “Het is voor mij echt een voorrecht om die te mogen dragen. Ik kan er niet op wachten om mijn nieuwe tenue aan te trekken. Al zal ik ook in het ‘gewone’ shirt rijden, want we rijden ook elite-koersen. Ik ben erg trots dat ik die trui mag dragen, helemaal om dat in Europa te doen en in het shirt van zo’n grote naam als Jumbo-Visma.”

De Nieuw-Zeelander heeft voor zichzelf een aantal doelen gesteld en eentje daarvan is om de Nederlandse taal onder de knie te krijgen. “Maar het grootste doel is simpelweg om zo veel mogelijk te leren. In Nieuw-Zeeland groei je niet op in de wielersport, zoals je dat in Europa doet. Het duurt voor ons veel langer om aan de Europese koersen te wennen. Zodoende hoop ik me de komende jaren ieder seizoen te ontwikkelen. Het is ook fijn om het eerste jaar van deze nieuwe ploeg te beleven. Hopelijk lukt het ons meteen om al een paar mooie zeges te boeken. Dat is alleen lastig te zeggen, omdat we nog niet samen gekoerst hebben. Maar ik denk dat het wel goed komt. Het is een goede groep jongens. Op een mooi seizoen!”


David Dekker: “Mijn focus ligt dit jaar bij het winnen van massasprints”

David Dekker – foto: Petros Gkotsis

Nederlands beloftenkampioen David Dekker stapte deze winter over van Metec-TKH naar SEG Racing Academy. De zoon van Wereldbeker-winnaar Erik (2001) richt zich in zijn laatste jaar als U23-renner bij de opleidingsploeg op het sprinten. Vorig jaar won hij alleen op het NK een massasprint, al liet hij met zeges in Brussel-Opwijk, de Omloop van de Houtse Linies en de eerste etappe van de Carpathian Courier Race (waar hij steeds won in een elitegroep) ook elders zien over een goede eindspurt te beschikken. Dat wil hij verder uitdiepen.

Hoewel ook Metec-TKH een goede reputatie heeft omtrent talentontwikkeling, trok SneakerDave de stoute schoenen dus aan en vertrok hij naar SEG Racing Academy. “Niet alleen op de fiets valt er nog een hoop te leren voor mij, maar ook ernaast”, vertelt hij aan WielerFlits. “Daarvoor zit ik bij SEG Racing Academy op de perfecte plaats. Ik leer veel bij over training, voeding en andere aspecten die mij moeten vormen tot een betere coureur. De professionele begeleiding die we binnenin de ploeg hebben, helpt daar enorm bij.”

Bij SEG Racing Academy leverden ze vorig jaar met Alberto Dainese (Team Sunweb) en Kaden Groves (Mitchelton-Scott) reeds twee sprinters af in de WorldTour. Beiden wisten reeds een massaspurt te winnen in het nog vroege seizoen. Waar de Italiaan de meer pure sprinter is, lijkt Groves meer op een type Michael Matthews of Peter Sagan. “Alberto en Kaden zijn erg sterk en hebben de afgelopen weken laten zien dat ze meer dan thuishoren in de WorldTour. Welk type ikzelf ben is iets wat ik nog steeds helemaal moet ontdekken.”

Schitteren in De Ster
Toch moet Dekker wennen aan het idee dat hij een sprinter is. “Ik heb nog altijd een liefde voor klassiekers en zwaardere koersen met wind en kasseien. Maar op de lange termijn denk ik dat ik meer een renner zal zijn voor de echte pure sprints. Dat is voor komend seizoen ook het grootste focuspunt, om massasprints te kunnen winnen. Dat SEG Racing Academy vorig jaar heeft laten zien dat ze weten hoe ze beide type sprinters moeten begeleiden en opleiden, geeft mij alleen maar meer vertrouwen dat ik de goede kant op zal gaan.”

Dekker maakt komende week zijn debuut voor de opleidingsploeg in de Ster van Zwolle, traditiegetrouw de seizoensopener van het Nederlandse circuit. Vaak eindigt die koers in een massasprint, een mooie eerste test dus; vorig jaar werd hij elfde. “Mijn grootste doel dit jaar is om uit te groeien tot een heel goede sprinter. Binnen het sprinten besef ik dat ik nog ervaring moet opdoen in bijvoorbeeld het positioneringswerk, maar ik heb er vertrouwen in dat ik al veel ga leren en ervaring ga opdoen met de eerste koersen die ik ga rijden.”

In de voetsporen van vader Erik
In navolging van Erik Dekker hoopt ook diens zoon zich de komende jaren profrenner te mogen noemen. Aan de 22-jarige Noord-Brabander om dit seizoen zijn visitekaartje af te geven. “Om het überhaupt tot de profs te schoppen is al een droom”, geeft Dekker junior mee. “Maar ik droom natuurlijk ook verder dan dat. Het palmares van mijn vader is iets waar ik absoluut naar opkijk en jaloers op kan zijn. Tegelijkertijd denk ik niet dat de wedstrijden waar hij goed in was meteen de koersen zouden zijn waar ik goed zou kunnen presteren.”

Bovendien vindt David dat de twee als renner niet te vergelijken zijn. “Hij was beter in het klimwerk en het tijdrijden. Ik daarentegen ben gefocust op het sprinten en daarnaast het klassieke werk waar hij ook goed in was. Ik ben ambitieus genoeg om te geloven dat ik in staat ben om ooit op hetzelfde niveau te kunnen meedoen om de overwinning. Waar dat bij mijn vader in bijvoorbeeld Tirreno-Adriatico, de Clásica San Sebastián of de vroege vlucht van de Tour de France was, droom ik meer van Parijs-Roubaix of het winnen van sprints.”


Aden Paterson (À Bloc) laat zich zien in Turkije

Aden Paterson (À BLOC) na speciaal debuut in Antalya: “Hoop een trui te kunnen pakken”


Loohuis stapt in bezemwagen tijdens tweede rit in Antalya

Voor Lars Loohuis heeft de Tour of Antalya anderhalve etappe geduurd. De pas 19-jarige renner van À BLOC moest onderweg meerdere keren van fiets wisselen. Zijn elektrische versnellingsapparaat werkte niet, vervolgens was zijn crank kapot en hij had enkele keren een nieuw wiel nodig. Door deze tegenslagen kwam Loohuis helemaal achterin de koers terecht, tussen meer geloste renners.

Lars Loohuis tijdens een van de fietswissels – foto: WielerFlits

Daarbovenop kwam nog dat het weer en het parcours niet meezaten voor Loohuis. Precies toen het noodweer begon langs de kust van Antalya en de heuvelzone aanbrak, moest hij keer op keer wisselen. Loohuis besloot daarop om in de bezemwagen plaats te nemen. Zijn eerste koers van 2020 eindigt daarom met een DNF achter zijn naam.

Aden Paterson en André Luijk wisten in de gruppetto de finish te bereiken. Paterson, die op de openingsdag nog de hele dag in de aanval reed, kreeg een lekke band op het moment dat Loohuis door de volgwagen van À BLOC geholpen werd. De gelegenheidsdrager van de groene tussensprinttrui verloor daardoor veel tijd, maar reed de rit wel uit.


Ploegwatchers

Sunweb Development – Maxim Horssels
Vlasman CT – Maxim Horssels

BEAT Cycling Club – Nick Doup
A BLOC – Nick Doup

Metec-TKH – Julian Dubbeld
VolkerWessels-Merckx – Julian Dubbeld

Jumbo-Visma Development Team – Youri IJnsen
SEG Racing Academy – Youri IJnsen

Nieuwstips: nationaal@wielerflits.nl

Dit artikel delen:

8 Reacties

kaalpani 21 februari 2020 om 16:41

“Schoonneven Gesink (links) en Leemreize”.

Wat een slecht Nederlands. “Schoonneven” is een woord dat niet bestaat in de Nederlandse taal. Of is correct Nederlands voor Wielerflits niet belangrijk?

Verweggistan 21 februari 2020 om 16:52

Stukje taalverrijking.

john 21 februari 2020 om 18:41

Schoonneven ,misschien waren ze net gedoucht zodoende dat ze schoon zijn

Derierre de la course 21 februari 2020 om 20:57

Schoon is ook Vlaams voor mooi of aantrekkelijk.

Poeksel 22 februari 2020 om 10:40

Hoe kom je erbij dat schoonneef niet bestaat?

Viktrodriguez 22 februari 2020 om 17:44

Ik vind het vooral een erg vergezochte “familieband”, de echtgenoot van niet eens een eerstegraads familielid.

tendam 22 februari 2020 om 18:04

Joh, een geinig weetje. Het neefje van z’n vrouw. Als het je niet boeit lees je het niet.

Viktrodriguez 23 februari 2020 om 00:33

Ja, want ik las dat stuk echt niet om zijn ervaring van deze race te lezen.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Headlines

Materiaalzone

Populair