David van der Poel: “Ik ben een trage groeier”

Door , zondag 28 januari 2018 om 09:00

foto: Orange Pictures / André Weening

De veldrijders maken zich op voor de apotheose van deze crosswinter: de strijd om de regenboogtruien in Valkenburg staat volgende week op de kalender. Een WK in eigen land tijdens een voor Nederland zo succesvol seizoen. Mathieu van der Poel, Corné van Kessel en Lars van der Haar staan alle drie in de top-6 op de UCI-ranking. Maar ook David van der Poel komt eraan. “Dit is mijn beste seizoen tot nu toe”, vertelt hij aan WielerFlits.


Geheim ‘recept’
Dat de oudste Van der Poel een goede basis had gelegd, bleek tijdens de afgelopen zomer al. Namens – toen nog – Beobank-Corendon reed hij tussen de regels door een sterke campagne. “Ik vind dat we het mooiste zomerprogramma van de afgelopen jaren hebben gereden. We hebben iets minder kermiskoersen gereden en daarvoor in de plaats kwamen een aantal etappewedstrijden. Zo reed ik bijvoorbeeld zes rittenkoersen, wat best veel is voor een crosser. Met de Ronde van België en de Tour de Limousin zaten daar ook twee zwaardere, maar mooie wedstrijden bij. Ik merkte eveneens dat ik de koersen makkelijker verteerde en meer kon meekoersen, daar waar het normaal vaak bij volgen bleef.”

“De zomer is de laatste jaren steeds belangrijker in voorbereiding op het crossseizoen”, vindt onze landgenoot. “Met de ploeg proberen we een zo goed mogelijk wegprogramma te rijden. Niet dat we met drie of vier man aan ons lot over gelaten worden. Het is een beetje het evenwicht zoeken tussen zwaar genoeg en – qua deelnemersveld – iets minder intensieve wedstrijden. De Ronde van Luik is daarvan een mooi voorbeeld. Daar kun je volle bak meekoersen voor de overwinning, dat is altijd leuk. Maar in koersen als de Ronde van België, waar echt veel goede renners aan de start staan, is het voornamelijk werken aan je conditie. Dat gevarieerde programma hebben we nodig om onszelf uit te dagen en om onszelf sterker te maken.”

Nu eet ik elke dag gezond, zonder honger te lijden

Dat het Van der Poel voor de wind gaat dit seizoen, is opvallend. Hij doet niets anders dan andere jaren, maar hij heeft een geheim recept gevonden. “Ik heb voor het eerst met een diëtist gewerkt. Daardoor ben ik nog iets meer op mijn voeding gaan letten. Dat was vooral de afgelopen zomer belangrijk, omdat ik altijd veel moeite heb gehad met warmer weer. Door het dieet te volgen, heb ik dat voor een heel stuk kunnen oplossen. Ook is mijn vetpercentage een stuk naar beneden gegaan. Dat is wel iets dat me helpt in warmere omstandigheden. Het is niet zo dat ik daarvoor heel slecht at. Maar ik had wat meer structuur nodig, zodat ik elke dag consequent op mijn voeding kan letten. Nu eet ik elke dag gezond, zonder honger te lijden.”

Die investering wierp al tijdens het zomerprogramma zijn vruchten af. “Ik heb een goede zomer achter de rug. Het samenwerken met de diëtiste heeft daar ook voor een deel aan bijgedragen, al ben ik natuurlijk ook voor een deel sterker geworden. Daarnaast heb ik niet veel fysieke problemen gekend. Maar het was wel fijn om te zien dat het werk met de diëtist zijn vruchten afwierp. Voorheen had ik het moeilijk als de temperatuur bijvoorbeeld boven de 25 graden Celsius uitkwam. Zowel op trainingen als in wedstrijden, was ik na twee á drie uur volledig leeg. Ik zweet namelijk heel veel en daar moet ik rekening mee houden. Als het zo warm is, zorg ik ervoor dat ik meer zout opneem. Daardoor houd ik langer vocht vast en kan ik over een langere periode goede prestaties leveren.”

Podium steeds dichterbij
Met vier zeges en in totaal twintig top 10-noteringen tijdens 26 veldritten deze winter, spreekt DvdP over een goed seizoen. “Het is nog steeds niet helemaal het constante seizoen wat ik voor ogen heb. Maar over het algemeen bekeken is het mijn beste seizoen tot nu toe. Ik ben een trage groeier”, lacht de 25-jarige Nederlander. “Volgens mij heb ik nooit echt spectaculaire stappen gezet, maar gaat het wel elk seizoen een beetje beter. De afgelopen jaren was ik ook wel in staat om op goede dagen en op parcoursen die ik graag doe, goede uitslagen te rijden. Dat is ook deze winter weer het geval en dat gaat ook beter dan de laatste jaren. Zo werd ik bijvoorbeeld vijfde in Koksijde en vierde in Zonhoven. Dat is toch dichtbij het podium, terwijl de gehele top aanwezig is.”

De crosser van – inmiddels – Corendon-Circus toonde zich dit seizoen onder meer de beste in de Zilvermeercross te Mol. Toch was dat niet Davids beste cross, vind hij zelf. “Dan denk ik toch dat Zonhoven mijn beste van het seizoen was. Daar was ik niet super goed vertrokken. Maar uiteindelijk kwam ik van plek twaalf of dertien halverwege de cross bijna in het wiel van Wout van Aert. Uiteindelijk werd ik vierde in een klassementscross. Dat was, zeker met het gevoel wat ik daar had, een van mijn beste wedstrijden. Dat geldt ook voor Koksijde. Maar ik heb wel meer mooie crossen gereden. Samen met de ploeg hebben we besloten dat ik niet alle wedstrijden in België rijd. Ik koers meer in het buitenland (waaronder in Tsjechië en Zwitserland, red.), zodat ik daar vaker mee kan doen om de overwinning.”

Een klein foutje of een iets mindere dag kan al een verschil maken tussen plek drie of plaats tien

“Ik had voorafgaand aan het seizoen wel het gevoel dat ik gegroeid ben”, legt hij uit. “Maar het is natuurlijk altijd afwachten of dat ook daadwerkelijk zo is. Ik ben in het profpeloton niet alleen. Er zijn ook andere jongens die nog steeds groeien en beter worden. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar een Corné van Kessel. Die groeit ook nog ieder jaar. Dit seizoen rijdt hij echt heel erg sterk. Wout van Aert en Mathieu blijven ook nog altijd stappen zetten. Die verbeteren ook nog altijd en rijden steeds harder. Voor de rest van het veld is het heel moeilijk om al eens op het podium te komen, of om een goede uitslag te rijden. Die jongens net onder de top twee liggen heel dicht bij elkaar. Een klein foutje of een iets mindere dag kan al een verschil maken tussen plek drie of plaats tien.”

Van Kessel, David en Tem Meeusen op het podium van de Zilvermeercross – foto: Sportfoto.nl

Met name de Nederlanders staan er goed op dit seizoen. “In zekere zin is dat misschien wel opvallend. Mathieu’s prestaties liggen natuurlijk wel in de lijn der verwachting. Hij heeft de afgelopen jaren laten zien dat hij bij de top hoort. Lars van der Haar ook. Corné heeft wel een heel grote stap gezet, vind ik. Hij rijdt bijna wekelijks mee voor een top 5-plek of het podium in de grote crossen. Dat is heel knap van hem. Hij en ik zijn een beetje hetzelfde type renner, in het opzicht dat ook hij zijn wedstrijdjes eruit probeert te pikken. Je kansen grijpen wanneer de andere kleppers er een keertje niet zijn. In Hasselt en in Leuven is dat hem al gelukt. En dat is niet makkelijk hè, wat er rijden dan nog een pak goede coureurs in de rondte. Je moet het altijd nog maar even doen.”

Crosstoekomst zonder Mathieu en Wout
David hoopt in de toekomst vaker voor de winst te kunnen rijden. “Ik denk dat er nog redelijk wat rek in mijn mogelijkheden zit. Ik verwacht van mezelf – en ik denk ook dat het redelijk realistisch is – dat ik elke week voor een top 5-notering moet kunnen meedoen. Bij de junioren (waar hij in zijn laatste jaar de Wereldbeker, de Superprestige en het NK won, red.) reed ik ook tegen jongens als Laurens Sweeck, Michael Vanthourenhout, Tim Merlier en noem ze allemaal maar op. Die klopte ik toen altijd. Terwijl ik pas op mijn zestiende of zeventiende serieus ben begonnen met crossen. Misschien is dat ook een beetje de reden dat ik nog niet volledig tot wasdom kom. Maar anderzijds is het ook al weer bijna tien jaar geleden. Daar hoef ik me dus ook niet meer achter te verstoppen. Het is alleen wel een feit dat ik iets trager gegroeid ben en niet elk jaar super indrukwekkende stappen zet.”

Ik denk dat er nog redelijk wat rek in mijn mogelijkheden zit

Als het aan de crosser van Corendon-Circus (waar hij nog tot eind 2019 vastligt) ligt, spiegelt hij zich volgend veldritseizoen aan Van Kessel. “Het is mooi om te zien dat ik door te blijven werken en door in mezelf te blijven geloven, ik weer een stapje kon zetten. Het is nog altijd mijn doel om iets constanter te presteren. Daarbij neem ik de Corné van dit jaar als voorbeeld. Op zijn goede dagen rijdt hij mee voor het podium. Is hij iets minder, dan eindigt hij vaak alsnog bij de eerste acht. Dat zou ik volgend jaar ook graag meer willen doen. En ik heb er vertrouwen in dat – wanneer ik geen heel gekke dingen ga doen – ik elk jaar kan blijven groeien.”

Uiteindelijk hoopt ook David ooit eens de regenboogtrui te mogen veroveren. Toch kan hij een lach niet onderdrukken: “De komende drie jaar gaat dat redelijk onmogelijk zijn, zo lang Mathieu en Wout in het veld blijven. Daar moeten we eerlijk in zijn. Dat geldt voor 99% van de andere renners ook, die er momenteel rondrijden. Er zijn heel weinig kansen en er zijn ook maar een gering aantal jongens die Wout en Mathieu op een goede dag kunnen kloppen. Bovendien moet alles dan mee zitten tijdens die ene WK-wedstrijd op die ene dag in het jaar. Maar de renners die derde, vierde of vijfde kunnen worden achter hen – waar ik af en toe ook bij hoor – die zijn aan elkaar gewaagd.”

Toch ziet David de twee aartsrivalen niet graag uit zijn sport verdwijnen. “Ik denk dat Mathieu en Wout het veldrijden een bepaalde uitstraling geven, die we wel kunnen gebruiken. We krijgen meer en meer respect, ook omdat andere renners bijvoorbeeld weten hoe hard zij op de weg of de mountainbike tekeergaan. Voor de buitenwereld is het steeds duidelijker dat het crossen niet zomaar een Belgische sport is, om het zo maar te zeggen. Het is niet meer ‘een uurtje door het veld rijden’. De cross is echt enorm gegroeid de afgelopen jaren. Zowel de wedstrijden zelf, als de renners die eraan meedoen. Of het zonder Mathieu en Wout leuker is, weet ik niet. Het zou ook zo maar kunnen zijn dat er over twee of drie jaar een nieuwe alleenheerser opstaat. Denk aan de Tom Pidcocks van deze wereld.”

Ik denk dat Mathieu en Wout het veldrijden een bepaalde uitstraling geven, die we wel kunnen gebruiken

“Maar het is wel een feit dat als je Mathieu en Wout dit seizoen wegneemt, dat het dan een pak spannendere wedstrijden had opgeleverd”, vindt de kleinzoon van Raymond Poulidor. “De beleving om mee te kunnen rijden voor de overwinning is er. Je koerst compleet anders. Ik denk echter niet dat het leuker is dan wedstrijden van nu. Uit mijn vierde plek in Zonhoven of mijn vijfde plek in Koksijde, kan ik eigenlijk net zo veel voldoening halen en even veel van genieten als mijn overwinning in Mol. Zonder die twee wil het nog weleens stilvallen of uitdraaien op een tactisch steekspel, omdat de renners dan aan elkaar gewaagd zijn. Het zou mij beter liggen. Maar met Mathieu en Wout is het van start tot finish volledig volle bak. Er is geen moment van recuperatie. Je kunt je niet even rechtzetten om op adem te komen. Je hebt geen tijd om na te denken over een tactiek. Er is er namelijk maar eentje: het gaspedaal volledig indrukken en niet meer loslaten.”

Dit artikel delen:

23 Reacties

assen 27 januari 2018 om 09:20

Sympathiek. Misschien te sympathiek? Hoe hij vol bewondering positief spreekt over zijn collega’s, met realiteitsbesef en zonder jaloezie…

achtpuntzes 27 januari 2018 om 09:38

Nu 1.78 cm. benieuwd op welke lengte hij uiteindelijk uit komt. :p

FondriestTF3 27 januari 2018 om 09:39

Ik ken hem eigenlijk niet echt maar mede op basis van dit gesprek durf ik wel te zeggen dat het een prima vent is.

En je moet maar denken; ook een trage groeier, groeit!

Plaggie 27 januari 2018 om 09:54

Leuk artikel, maar is hij ook gevraagd naar zijn achilleshiel? Wanneer gaat hij in wedstrijden over de balken springen? Traint hij er überhaupt op? Als je niet springt wordt het in deze sport steeds lastiger om mee te doen voor podium.

Youri IJnsen 27 januari 2018 om 09:55

@Plaggie
Ja zeker. Ik ben bijna thuis, dan zal ik die antwoorden erin zetten.

Imbatido 27 januari 2018 om 10:00

Leuk interview. En ik denk terecht dat hij zegt dat crossen zonder Mathieu en Wout niet direct leuker worden. Zij hebben de cross internationaal behoorlijk in aanzien laten stijgen. Hoewel het niet altijd even spannend is krijgen we wel wekelijks het allerhoogste niveau te zien, zowel qua power als qua techniciteit. Als ze weg zijn krijg je misschien wel spannendere wedstrijden, maar ook de ‘ja maar Mathieu en Wout doen niet meer mee’. Maar het is ongekend hoe zij – met in hun zog generatiegenoten als Aerts, Sweeck, VTH etc. – de oudere generatie compleet hebben weggevaagd.

Thijs E 27 januari 2018 om 10:12

Echt een crosser in hart en nieren, hij geniet van zijn sport.

Youri IJnsen 27 januari 2018 om 10:14

@Plaggie
Hierbij het uitgeschreven stukje:

Hoe zit dat eigenlijk met het springen over de balkjes. Waarom doe je dat soms wel en soms niet?

Het is moeilijk uit te leggen. Dat hangt af van de wedstrijd. Soms gaat het iets gemakkelijker dan een andere keer. Persoonlijk vind ik dat het springen deze winter iets minder gaat. Ik heb daar niet echt een verklaring voor. Vaak is het in mijn geval wel dat ik erover kán, maar dat ik het lopend sneller doe. Dan vind ik het risico het ook niet echt waard. Maar het is wel zo dat steeds meer renners het kunnen en ook goed kunnen. Daar moet ik wel in meegaan, want er zijn wedstrijden waarin je vijf of tien meter verliest. Na tien ronden is dat wel een heel eind.

Het is niet techniek, maar dus puur vertrouwen?

In mijn geval heeft dat grotendeels met vertrouwen te maken heeft. Ik train er ook eigenlijk bijna nooit op. Als we door het bos rijden en er ligt een tak of een boom op ons pad, dan spring ik er wel overheen. Maar ik rij niet terug om er specifiek op te trainen. In wedstrijdverband is het namelijk compleet anders dan op een training. Het is moeilijk na te bootsen, maar het is wel trainbaar.

ikbenprocycling 27 januari 2018 om 10:35

Hoe cool zou het zijn geweest als de Poel brothers afwisselend op 1 en 2 finishten lol

WernerFranke 27 januari 2018 om 11:43

@ikbenprocycling
Cool voor drie weken, daarna zou 70% van de kijkers afhaken.

ikbenprocycling 27 januari 2018 om 11:51

zeker imploderend effect

Veloburto 27 januari 2018 om 12:10

De Prudencio Indurain van het veldrijden. Lijkt me toch lastig

schipperaar 27 januari 2018 om 12:17

@youri
Ook interessant om te weten wat zijn gem cal verbruik is tov zijn gem cal inname en met hoeveel zijn vetpercentage is afgenomen. Hoe minder vet hoe makkelijker het zweten gaat.

oborobo 27 januari 2018 om 12:25

Zie website Omroep Brabant(Sport);is toch PouPou himself die meehelpt met het vastmaken
van de spandoeken aan de dranghekken.

rkfiets 27 januari 2018 om 13:41

“Ik heb voor het eerst met een diëtist gewerkt. Daardoor ben ik nog iets meer op mijn voeding gaan letten.”
Wonderlijk. Ik dacht dat alle topsporters een diëtist zouden hebben. Want je dieet heeft toch een grote invloed op je prestaties, zou ik denken. Maar misschien zijn de budgetten voor een subtopper als hij te klein om alles tot in de puntjes te organiseren.

schipperaar 27 januari 2018 om 13:55

@rkfiets
Misschien begon zijn training aan het frietkot maar begrijp zelf die noot aan een diétist niet , met gezond eten en flinke trainigsarbeid kan je moeilijk teveel eten. Een halve kilo groenten is gemiddeld maar 200 cal maar in Vlaanderen zijn ze gek op sauzen, room en suiker, zelfs het stoofvlees wordt zoet gemaakt, niet te harden.

WernerFranke 27 januari 2018 om 14:43

@schipperaar
Eerste keer in mijn hele leven dat ik iemand kritiek hoor geven op Belgisch stoofvlees. Dat is vloeken in de kerk, doe het niet.

schipperaar 27 januari 2018 om 15:18

@wf
Eens moet de eerste keer zijn natuurlijk maar dat het persé met frieten moet heb ik ook nooit begrepen net als het verschrikkelijke koninginne hapje, een dikke brei waarin de kip overspoeld wordt;

Jibi 27 januari 2018 om 15:38

Is David wel een trage groeier?

De titel veronderstelt dat David groeit in zijn sport, maar wel langzaam. Ik heb nu eens zijn uitslagen in de wereldbeker over 2016 en 2017 met elkaar vergeleken. In de wereldbeker staan immers de beste crossers aan de start. Op grond van die uitslagen (zie wvcycling.com) stel ik niet echt groei vast; ook geen trage. Sterker nog…eerder een daling. In 2017 haalde David twee maal de finish niet (DNF). Het feit dat ik lid ben van de supportersclub David en Mathieu van der Poel, laat ik niet van invloed zijn op mijn manier van objectief kijken. En als ik me dus baseer op meetbare en vergelijkbare prestaties in de wereldbeker over de laatste twee jaren ,dan zie ik geen trage groei. Wat ik wel vaststel is dat David nogal eens start in minder bezette buitenlandse wedstrijden. Dat is zijn goed recht, maar die uitslagen kunnen niet meegewogen worden in het beeld van de vooruitgang. Ben benieuwd naar de feitelijke uitslagen van David in Hoogerheide en Valkenburg.

Uitslagen David van der Poel Bij Wereldkampioenschap veldrijden.
2017 30
2016 6
2015 33

Tripodboom 27 januari 2018 om 16:18

Sympathiek! Vergeet niet dat het psychisch heel lastig is om op niveau te sporten als je jongere broer zoveel beter is. Ik vind het knap van hem dat hij het elke week weer op kan brengen om aan de start te staan als je er zo door je broertje wordt af gereden!

Stoempert 27 januari 2018 om 18:08

tja, je hebt groeiers en bloeiers…

Jibi 27 januari 2018 om 21:25

Tripodboom
Dit is een hele mooie manier van kijken en mooi door jou zo belicht te worden.

xistnc 27 januari 2018 om 21:44

@Jibi
Mooi dat je daar zo open en eerlijk over bent. Dank je wel daarvoor.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.