Zes tips uit het Critérium du Dauphiné richting de Tour de France 2025
Met het einde van het Critérium du Dauphiné is de eerste van twee grote voorbereidingskoersen op de Ronde van Frankrijk 2025 ten einde. Uit de Dauphiné kunnen we al een aantal belangrijke conclusies trekken. WielerFlits zet ze op een rij.
Pogacar deelt geen cadeautjes uit
Zorg er tijdens de spelletjes rondom de Tour de France vooral voor dat je Tadej Pogačar selecteert. De 26-jarige Sloveen won met overmacht het eindklassement in de Dauphiné en heeft zich zodoende in de positie gemanoeuvreerd dat hij de absolute topfavoriet is komende maand. Hij deelt bovendien weinig cadeautjes uit. Zelfs zijn goede vriend Mathieu van der Poel ging eraan voor de moeite om het groen, al zette Pogačar niet aan voor het laatste sprintje tegen Vingegaard in de slotrit. Met het Tour-parcours in gedachten is groen zelfs daar reële bijvangst voor Pogi.
En als je dan al moet kiezen tussen Vingegaard en Remco Evenepoel, kun je beter die laatste nemen. De Belg had weliswaar last van een pollenallergie, maar werd wel ‘gewoon’ vierde en ligt op schema om mee te doen voor het Tour-podium. En hij komt nog in aanmerking voor het jongerenklassement, wat hij ook voor heeft op de Deense kopman van Visma | Lease a Bike.

Pogacar was heer en meester in de Dauphiné – foto: Cor Vos
Lipowitz kan prima klassement rijden, ondanks aanwezigheid Roglič
Voormalig biatleet Florian Lipowitz maakt de laatste jaren een gestage ontwikkeling door. Zijn derde plaats in de Ronde van Romandië vorig jaar kwam voor velen uit de lucht vallen, maar dat was niet echt het geval. Hij bevestigde dat nadien met een zevende plek in de Vuelta a España. En dat terwijl ploegmaat Primož Roglič die ronde won. De combinatie gaan we straks ook in de Tour zien. Met Daniel Felipe Martinez en Aleksandr Vlasov is de Duitse ploeg goed gestoffeerd.
Daarin kan Lipowitz zijn plek opeisen. Wie dat waagt te betwijfelen, kijkt beter nog eens naar de Giro d’Italia. Daar startte Giulio Pellizzari als vierde in de pikorde – na Roglič, Jai Hindley én Martinez. Maar de jonge Italiaan werd wel de beste man in het eindklassement op een zesde plaats. Dat kan voor Lipowitz ook. Martinez en Vlasov lijken namelijk hopeloos uit vorm, terwijl de jonge Duitser ook al tweede werd in Parijs-Nice en vierde in de Ronde van het Baskenland.

foto: Cor Vos
Laat je niet verleiden door Tobias Halland Johannessen, wel door Lenny Martinez
Na de grote drie en Lipowitz, reed ook Tobias Halland Johannessen een goede Dauphiné. Vaak is dat een voorbode voor een eveneens sterke Tour. Dat kan voor de 25-jarige Noor van Uno-X Mobility ook gelden, ware het niet dat hij vorig jaar niet in het stuk voorkwam. Ook in het seizoen ervoor reed hij geen klassement, al was hij toen rittenkaper – waarin hij drie keer in de goede vlucht zat en zodoende drie dichte ereplaatsen behaalde. Laat je ook niet afleiden door andere goede prestaties dit jaar, want die zette THJ ook in de laatste twee seizoenen neer naast de Tour.
Hoewel hij debutant is, durven we Lenny Martinez boven de meer ervaren Noor te plaatsen. Het 21-jarige Franse toptalent bonkt al tweeënhalf jaar hard op de deur, reed in de Vuelta a España al eens in de leiderstrui rond en ervaarde vorig seizoen wat de Tour inhoudt. In 2025 heeft hij opnieuw een flinke stap gezet. Hij werd al vijfde in de Ronde van het Baskenland, vierde in de Waalse Pijl en tweede in de Ronde van Romandië. En als hij zoals in Parijs-Nice en de recente Dauphiné (hij kwam terug van hoogte) geen goed klassement weet te rijden, wint hij wel ritten.

Lenny Martinez – foto: Cor Vos
De Zubeldia-award kandidaten zijn bekend
Naast de drie topfavorieten voor de eindzege – Pogačar, Vingegaard en Evenepoel – zijn er met Lipowitz, João Almeida, Matteo Jorgenson, Enric Mas en Carlos Rodríguez nog vijf zekerheidjes voor een top-10 in het eindklassement. Mocht er al iemand van wegvallen, dan heb je nog renners als Sepp Kuss en de broers Simon en Adam Yates die in hun rol als superhelper in de bergen alsnog een hoge eindnotering behalen in een grote ronde.
Maar er zijn ook altijd een aantal renners die geruisloos op de plekken zeven, acht, negen of tien eindigen. Vanuit de Dauphiné noteren we vanuit dat oogpunt Guillaume Martin, Emanuel Buchmann, Alexey Lutsenko en Eddie Dunbar. Goed in de marge, met alle respect uiteraard.

Overvleugelt Dunbar diens tot nu toe tegenvallende kopman Ben O’Connor in de Tour? – foto: Cor Vos
Aanvallers kondigen zich aan
In de komende Tour de France kunnen aanvallers zich uitleven. Er zijn best veel heuvelachtige ritten waar zij een slag kunnen slaan. In de eerste plaats zien we daarin een hoofdrol voor Mathieu van der Poel en in mindere mate Wout van Aert (krijgt hij die ruimte van Visma | Lease a Bike in de jacht op de eindzege met Vingegaard?). Maar de Dauphiné maakte ons in dat opzicht ook veel wijzer. Ben Healy is een usual suspect, maar toonde in het slotweekend zijn aanvalslust. Dat deed hij ook in het slot van de Ronde van het Baskenland, waarna hij een sterk Ardens drieluik reed.
We schrijven ook Iván Roméo op. Dat is niet opportunistisch na zijn ritzege, want eerder dit jaar – zoals in de slotrit van Parijs-Nice – liet hij zien een neusje voor de juiste ontsnapping te hebben. Ook Tour-debutant Louis Barré maakte een sterke indruk en krijgt in juli een aantal heuvelritten op maat. Ook Fred Wright lijkt weer een beetje uit zijn neerwaartse spiraal te komen. In 2022 was hij nog bijzonder aanvalslustig in de Tour en de Vuelta, maar nadien had hij het twee jaar op rij lastiger. In de Dauphiné onderstreepte hij in de sprints dat hij er dit jaar echt doorkomt.

Barré in het kielzog van Mathieu van der Poel – foto: Cor Vos
Nemen we nog een kleine dwarsstraat naar de renners die net buiten de top-10 vielen. Hun vorm is dus goed, want anders eindig je daar niet in een zware koers als de Dauphiné. In de Tour heb je daar weinig aan, maar kun je wel van die goede benen profiteren. Of de jonge Mathys Rondel en de late, vederlichte profdebutant Clément Braz Afonso starten in de Tour is nog niet duidelijk, maar we schrijven hun namen wel vast met potlood op. We noteren ook zeker de ervaren Bruno Armirail. Hij zat dit jaar al tien keer mee in de ontsnapping van de dag, op 36 koersdagen.
Tot slot misschien wel de grootste zekerheid: Jordan Jegat van TotalEnergies. Hij klimt al heel het jaar erg sterk, zat al mee in ontsnappingen die het haalden in Parijs-Nice en de Ronde van het Baskenland én deed dat in de Tour van vorig jaar ook al twee keer. Dit seizoen stapelt Jegat de goede resultaten net buiten de spotlights op, alleen die echte klapper ontbreekt vooralsnog.

Jegat in de vlucht naar Superdevoluy in de Tour van 2024 – foto: Cor Vos
Contouren van de ‘B-sprinters’ tekenen zich
In de komende Tour tellen we eigenlijk maar drie of vier gegarandeerde massasprints. Daarnaast zijn er nog een aantal lastige etappes die kunnen eindigen in een sprint. Of de echt puur snelle mannen er dan nog bij zijn, is nog maar de vraag. Wat dat betreft hebben we in de Dauphiné een viertal mannen gezien die in dat opzicht sterk voor de dag kunnen komen in de Tour. Sla de uitslagen van Emilien Jeannière, Paul Penhoët (vijfde voor zijn declassering in rit twee) en Bastien Tronchon er maar op na. Niet onbelangrijk: of zij er ook bijzijn in de Tour, weten we nu nog niet.
Van Jake Stewart weten we dat wél. De 25-jarige Brit won in de Dauphiné twee massasprints: in de eerste rit was hij de snelste na de ontsnapte vier renners Pogačar-Vingegaard-Van der Poel-Evenepoel en hij won natuurlijk de vijfde etappe. Hoewel Pascal Ackermann voorlopig ook naar de Tour gaat, maakt Stewart dit jaar (veel) meer indruk. Op een gegeven moment weegt dat door.

Is Stewart niet gewoon beter dan diens kopman Ackermann? – foto: Cor Vos
***** Pogacar, Vingegaard
*** Roglic, Evenepoel
* o.a. Lipowitz, Ayuso