WK 2026: Welke Nederlanders maken kans om Mathieu van der Poel naar titel te loodsen?
Discussie Over drieënhalve week staan in Montréal (Canada) de wereldkampioenschappen wielrennen 2026 op het programma. Nu titelverdediger en normaal huizenhoog topfavoriet Tadej Pogačar er naar alle waarschijnlijkheid niet bij is na zijn zware val in de Vuelta a España, liggen er voor Mathieu van der Poel kansen op een tweede wereldtitel. Maar wie vergezellen hem? Wielerflits zet de opties op een rij.
Laten we beginnen met de mannen die niet per se hun zinnen op het WK hebben gezet. Mike Teunissen gaf in de Tour de France al aan er vanuit te gaan dat bondscoach Koos Moerenhout geen beroep op hem doet. Thymen Arensman past ook na een seizoen waarin hij al de Giro d’Italia en de Tour reed. Nederlands kampioen Wilco Kelderman heeft zich afgemeld en ook de nationale tijdritkampioen en Tourrevelatie Huub Artz doet niet mee. Hij brak een handwortelbeentje in de Renewi Tour. Sprinters hebben dan weer niets te zoeken in Montréal.
De opties
Dylan van Baarle (Soudal-Quick-Step)
Dylan van Baarle is niet bezig aan zijn beste seizoen. De 34-jarige klassiekerspecialist heeft in het verleden echter zijn waarde op WK’s altijd bewezen door lang mee te gaan in finales. Werd ook tweede op het jongste NK Tijdrijden en zou eventueel de tweede Nederlander op de tijdrit kunnen zijn. Wel opvallend: Van Baarle reed in zijn carrière nog nooit het Canadese WorldTour-tweeluik. Liet op het einde van de Tour de France weten dat hij hoopte beter uit de Tour te komen dan dat hij op dat moment was, want anders verwachtte hij dat een WK-selectie lastig werd:
Sjoerd Bax (Pinarello-Q36.5)
Sjoerd Bax zou een specifieke rol kunnen uitvoeren in de strategie die Moerenhout bedenkt, zeker nu Pogacar er hoogstwaarschijnlijk niet bij is. De renner van Pinarello-Q36.5 haalde al in drie grote eendagskoersen (Waalse Pijl, Luik-Bastenaken-Luik en de Bretagne Classic) de vroege vlucht. Als hij die op een WK kan overleven, kan hij van waarde zijn voor Van der Poel in de (voor)finale. Bax reed in 2024 al eens het WK.
Koen Bouwman (Jayco AlUla)
Ook Koen Bouwman beleeft niet zijn beste jaar. Momenteel is hij actief in de Vuelta a España, waar hij een poging gaat doen het bergklassement te winnen. Ook hij zou een specifieke rol kunnen hebben, als Moerenhout met zijn selectie bepaalt de koers te willen dragen. Bouwman heeft vooral in zijn tijd bij Visma | Lease a Bike aangetoond in de middenfase van een koers kilometers lang op kop te kunnen rijden. Wel reed hij nog nooit eerder een WK.
Frank van den Broek (Picnic PostNL)
De volgende renner die niet helemaal uit de verf komt dit jaar is Frank van den Broek. Hij zou eenzelfde rol als Bax kunnen hebben, want ook de renner van Picnic PostNL heeft er een neusje voor om de juiste vroege ontsnapping te halen. De laatste twee jaar zat hij in de WK-selectie, maar zowel in Zürich als in Kigali haalde hij de finish niet.

Gaat Tibor Del Grosso mee om te leren van Mathieu van der Poel, of kan hij al meer? – foto: fotopersburo Cor Vos
Tibor Del Grosso (Alpecin-Premier Tech)
Tibor Del Grosso liet afgelopen voorjaar zien weer een flinke stap voorwaarts te hebben gemaakt. In het tweede deel van het seizoen wilde het tot aan de Ronde van Duitsland nog niet echt los komen. Op basis daarvan zou een WK-selectie niet meteen voor de hand liggen. Op termijn kan Del Grosso uitgroeien tot WK-kopman voor Nederland op sommige parcoursen, maar de vraag is wel welke rol hij bij een eventueel debuut in Montréal zou moeten invullen.
Mick van Dijke (Red Bull-BORA-hansgrohe)
Mick van Dijke is qua uitslagen misschien niet bezig aan zijn beste seizoen – behoudens de zesde plek in Parijs-Roubaix – maar doet in dienst van de kopmannen bij Red Bull-BORA-hansgrohe zijn werk wel naar behoren. Dat zou hij ook tijdens het WK kunnen doen in de eerste twee derden van de wedstrijd. Dat was tijdens het door Van der Poel gewonnen WK 2023 ook zijn taak. Bovendien gaan de Van Dijke-broers vaak trainen met MVDP, waardoor ze misschien een streepje voor hebben.
Tim van Dijke (Red Bull-BORA-hansgrohe)
Tim van Dijke rijdt al het gehele jaar op een hoog niveau. Kon als een van de weinigen een aanval van Mathieu van der Poel pareren dit voorjaar tijdens Omloop Het Nieuwsblad. Ook heeft hij een elfde plek in de Ronde van Vlaanderen achter zijn naam staan en mocht hij zijn debuut maken in de Tour. Daar cijferde hij zich helemaal weg voor Remco Evenepoel en Florian Lipowitz. Onlangs was Tim van Dijke nog dertiende in de Renewi Tour, dus met zijn vorm zit het nog wel snor. Hij lijkt een no-brainer te zijn voor Moerenhout, ondanks dat het parcours in Montréal misschien niet helemaal bij de jongste van de tweelingbroers past. Maar MVDP kan op hem rekenen, zei hij in de Tour:
Pascal Eenkhoorn (Soudal-Quick-Step)
Pascal Eenkhoorn kent ook de klappen van de zweep. Bij Soudal-Quick-Step rijdt hij steeds meer in een dienende rol, maar dat vult hij goed in. Het is niet voor niets dat hij de enige is met Dries Van Gestel die bij de Belgische ploeg op contractverlenging konden rekenen, terwijl jongens als Ethan Hayter, Mikel Landa, Maximilian Schachmann en Mauri Vansevenant er gewoon uit moeten. De 29-jarige klassiekerman is bovendien een goede sfeermaker, wat je niet mag onderschatten. Hij reed al vier WK’s – waaronder in 2023 – en drie keer de GP de Montréal.
Daan Hoole (Decathlon CMA CGM)
Daan Hoole zal na Van der Poel de eerste naam zijn geweest die Moerenhout heeft opgeschreven. De tijdritspecialist is al enkele jaren de beste afvaardiging voor Nederland in die discipline, zeker als Arensman er niet bij is. Bovendien maakt de KNWU de laatste jaren er geen gebruik van dat iemand alleen meegaat naar een WK voor de tijdrit. Wat dat betreft heeft Hoole ook zijn waarde als helper bewezen. Aan het begin van dit jaar maakte hij tot zijn vingerblessure (opgelopen in Parijs-Nice) veel indruk. Ook in de openingsrit van de Tour of Britain deed hij dat woensdag.

Meervoudig Nederlands kampioen tijdrijden Daan Hoole – foto: fotopersburo Cor Vos
Menno Huising (Visma | Lease a Bike)
Menno Huising behoorde in zijn juniorenjaren bij de beste klassiekerrenners ter wereld. Ook in zijn twee beloftenjaren liet hij – met name in 2024 – zien dat hij op dat vlak zeker iets in zijn mars heeft. Bij de profs komt dat er nog niet helemaal uit, maar laten we het talent van Visma | Lease a Bike nog even de tijd geven. Misschien lijkt hij wel de vreemde eend in deze bijt, maar vergeet niet dat Huising als eerstejaars prof vorig jaar in Kigali al zijn WK-debuut maakte. En met succes: hij haalde de vroege vlucht, net als in Luik-Bastenaken-Luik eerder dit jaar. Als dat weer een strategie is die Moerenhout wil gebruiken, dan ligt hij met onder meer Bax, Bouwman en Van den Broek in de weegschaal.
Bart Lemmen (Visma | Lease a Bike)
Op kampioenschappen wil Moerenhout nog wel eens starten met een twee-kopmannen-strategie. Van Baarle was daar vaak de aangewezen man voor. Wij schuiven nu Bart Lemmen naar voren. De 30-jarige renner van Visma | Lease a Bike rijdt daar vaak in dienst. Maar als hij kansen voor zichzelf krijgt, maakt Lemmen vrijwel altijd indruk. Zo werd hij dit jaar tiende in de Ronde van Zwitserland na twee keer lang in de aanval te hebben gereden. Ook won hij een rit en werd hij vijfde in het eindklassement. Hij staat er bovendien op om volgend weekend de Canadese WorldTour-koersen te rijden; in 2024 werd hij negentiende in de GP de Montréal. Lemmen lijkt ons ook een zekerheidje.

Jan Maas (Cofidis)
Jan Maas is een van de onzichtbare krachten in het peloton. De 30-jarige Noord-Brabander rijdt bij Cofidis, waar hij als helper zijn werk goed doet. Niet voor niets wilde de Franse equipe zijn contract vorig jaar al heel vroeg verlengen. In 2022 en 2023 deed Moerenhout al eens een beroep op Maas, die het gewoon is om kilometerslang op kop te sleuren om het tempo in het peloton te bepalen en vroege vluchten niet te veel ruimte te geven. Hij reed ook al twee keer de GP de Montréal en heeft dus parcourskennis.
Tim Marsman (Alpecin-Premier Tech)
Tim Marsman is een van de revelaties van dit jaar. De 25-jarige allrounder uit Overijssel is een ploeggenoot van Van der Poel bij Alpecin-Premier Tech. Daar zijn ze erg van hem onder de indruk, omdat hij de sprong van het Continental-niveau naar de WorldTour ogenschijnlijk moeiteloos maakt. Hij debuteerde zelfs in de Tour, waar hij zijn werk voor – met name – Jasper Philipsen uitstekend deed. Marsman kan Van der Poel op het WK urenlang uit de wind houden, maar voor die rol zijn er meer gegadigden.

Na een Tour-debuut nu een WK-debuut voor Marsman? – foto: fotopersburo Cor Vos
Alex Molenaar (Caja Rural-Seguros RGA)
Alex Molenaar zou op basis van zijn prestaties de laatste twee seizoenen een oproep voor het WK wel verdiende. De Rotterdammer met Spaanse roots (zijn moeder komt er vandaan) kan zwaardere klassiekers met het nodige klimwerk goed aan en heeft ook de explosiviteit in huis om een aanval van Van der Poel te lanceren. Wat ons betreft kan hij zeker van waarde zijn in een Nederlandse WK-selectie, maar het is momenteel onduidelijk hoe het met hem is na zijn val (gebroken sleutelbeen) in de Tour de France.
Bauke Mollema (Lidl-Trek)
Bauke Mollema is bezig aan een afscheidstournee. Bij ieder Na-Tourcriterium werd aangekondigd dat de bijna 40-jarige renner van Lidl-Trek er het Nederlandse publiek kwam uitzwaaien. Vorig jaar zei hij na het WK in Kigali al dat het zijn laatste WK was. Toch sluiten we een deelname van de ervaren Groninger (twaalf WK’s) niet uit. “Op Bauke kun je bouwen”, is een befaamde uitspraak van de bondscoach. Dat is ook zo. In 2024 was Mollema nog van waarde voor Van der Poel in de finale in Zürich, dat enigszins lijkt op het parcours in Montréal. Bovendien toonde Mollema in de Ronde van Zwitserland, het NK (tweede) en de Ronde van Oostenrijk (derde) dat hij nog een hoog niveau kan halen. In de GP de Montréal reed hij al vijf keer top-20, waarvan vijfde in 2017.

Sam Oomen (Lidl-Trek)
Sam Oomen is de laatste jaren omgeturnd naar een sterke helper binnen Lidl-Trek. Hoewel hij daar komend seizoen niet kan blijven, voert hij zijn functie dit jaar wel goed uit. De Tilburger heeft al drie WK’s op zijn naam, reed al vier keer de GP de Montréal en is goed bevriend met Van der Poel. Wanneer Nederland de koers wil dragen op het heuvelachtige parcours is Oomen zeker iemand die de kwaliteiten heeft om voor een lange tijd op het kop van het peloton te rijden, net zoals Bouwman, Eenkhoorn, Hoole en Maas dat kunnen.
Rick Pluimers (Tudor Pro Cycling)
Rick Pluimers liet eerder dit jaar in Wielerflits Magazine het volgende ontvallen op de stelling dat hij intussen eens een WK-selectie verdient: “Haha, ik luisterde laatst een podcast waar Koos in zat. Toen zei hij dat alle profrenners in de maillijst staan voor een eerste inventarisatie. Die mail heb ik nog nooit gehad. Dus als Koos dit leest, mag hij je altijd om mijn nummer vragen, natuurlijk!”. De 25-jarige renner van Tudor Pro Cycling bewijst dit jaar dat hij een significante rol in de finales van klassiekers kan spelen. Misschien dat het parcours in Montréal nog net iets te zwaar is voor Pluimers, maar ook qua positionering kan het Van der Poel daar helpen.

Rick Pluimers wil graag naar het WK – foto: fotopersburo Cor Vos
Wout Poels (Unibet Rose Rockets)
Wout Poels deed onlangs in De Telegraaf nog een open sollicitatie aan Moerenhout. Hij zou graag met Van der Poel – die hij ‘een soort legende’ noemde – meegaan naar Canada, om hem aan een tweede wereldtitel te helpen. De 38-jarige klimmer werd de laatste jaren echter niet heel vaak opgeroepen door Moerenhout. Alleen in 2022 (Wollongong) en 2025 (Kigali) reed hij onder de huidige bondscoach een WK. In zijn hoogtijdagen was Poels een van de beste klimknechten van het peloton en tien jaar geleden won hij ook Luik-Bastenaken-Luik. Dit seizoen toont de Limburger bij Unibet Rose Rockets dat de sleet er bovendien nog niet op zit. De vraag is alleen of de explosieve finale wel iets is voor Poels. Misschien is het parcours in Montréal voor hem juist misschien niet zwaar genoeg.
Oscar Riesebeek (Alpecin-Premier Tech)
Oscar Riesebeek kon de laatste jaren ook meermaals rekenen op een WK-selectie. In 2021, 2023 en 2024 was hij erbij. Van der Poel weet precies wat hij aan de rustige, ervaren Gelderlander heeft. Ze rijden al zeven jaar samen bij Alpecin-Premier Tech en zullen dat ook in 2027 blijven doen. Riesebeek kan urenlang op kop rijden en Van der Poel uit de wind houden en bevoorraden. Hij heeft dit seizoen nog niet veel wedstrijden op zijn programma staan, maar kwam wel in aanmerking voor de Tour en de Vuelta. Daar viel hij steeds net op het laatste moment buiten boord.
Milan Vader (Pinarello Q36.5)
Milan Vader zou in potentie een uitstekende renner zijn die het parcours van Montréal als mountainbiker heel goed moet aankunnen. De 30-jarige renner van Pinarello-Q36.5 is klein van stuk, maar wel explosief. In een ondersteunende rol of om de vroege vlucht te halen, kan je Vader wel om een boodschap sturen. In de Vuelta zien we hem momenteel in ieder geval attractief koersen, wat iets zegt over zijn vorm. Vaders pech is een beetje dat er voor zijn plek in de strategieën van Moerenhout echter altijd wel een renner zit die daar meer waarde kan toevoegen. Wel zou het voor Vader – net als voor Oomen, trouwens – een mooie opsteker zijn in het vinden van een nieuwe ploeg voor 2027.
De KNWU maakt de Nederlandse selectie op korte termijn bekend. Het definitieve achttal zal normaal gesproken uit bovenstaande twintig namen voortvloeien, tenzij Moerenhout nog een verrassing in petto heeft.
Zelf net eens gekeken op een andere site en de eerste 100 km zijn min of meer vlak (1 helling). Bijna alle hoogtemeters volgen dus in het tweede gedeelte van de koers.
Mocht Matje t allemaal serieus nemen en ook nog ‘goeie benen’ hebben.