Trotse bondscoach Hugo Haak: “Mooi dat baanwielrenners deze erkenning krijgen”

Trotse bondscoach Hugo Haak: “Mooi dat baanwielrenners deze erkenning krijgen”
dinsdag 15 december 2020 om 17:00
Interview

Maar liefst drie van de vijf genomineerden voor de verkiezing Wielrenner van het Jaar zijn baansprinters. Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en Sam Ligtlee behoren tot de wereldtop op de baan. Bondscoach Hugo Haak is trots op de erkenning. “Mooi om te zien dat de baansport steeds populairder aan het worden is.”

Het voelt als een eeuwigheid geleden, maar het is pas negen maanden terug in de tijd. Op de dag dat de eerste officiële coronabesmetting in Nederland werd vastgesteld (27 februari) veroverde Harrie Lavreysen de WK-titel op de Keirin. In de dagen daarna behaalde de Nederlandse selectie nog eens acht medailles op het wereldkampioenschap baanwielrennen in Berlijn, waarvan vijf gouden.

Met in totaal drie wereldtitels (Keirin, Team Sprint en de individuele Sprint) kroonde Lavreysen zichzelf tot koning van de sprint. Ook Jeffrey Hoogland (o.a. wereldkampioen Team Sprint en tweede op de Sprint) en Sam Ligtlee (wereldkampioen Kilometer) vielen in de prijzen op het WK in Duitsland.

De wereldtitels leverden ook nominaties op voor de verkiezing Wielrenner van het jaar, waar naast de baansprinters ook Mathieu van der Poel (Wereld- en Nederlands kampioen veldrijden, winnaar Ronde van Vlaanderen) en Wilco Kelderman (derde in de Giro d’Italia) ook voor in aanmerking komen.

De mannen concurreren nu niet alleen op de baan, maar ook in deze verkiezing. Merk je iets van die ‘concurrentie’ naast de baan?
“Je ziet wel dat iedereen social media posts maakt met oproepen om te stemmen, daar zijn ze dan wel mee bezig. Daarna gaat het weer over tot de orde van de dag.”

Hoe lastig is dit jaar, gezien alle wedstrijden die zijn afgelast?
“We hebben min of meer de mazzel gehad dat het WK waarop ze zo goed hebben gepresteerd in februari was, waarbij corona in Nederland en in Europa nog geen echt groot ding was. Wat dat betreft zijn die prestaties net op tijd afgeleverd voordat de boel op slot ging. Het is dan toch wel leuk dat die prestaties niet vergeten worden en misschien nóg een keer beloond worden.”

Wat is jouw aanpak? Hoe houd je de baanselectie gefocust?
“Nadat de Olympische Spelen waren verschoven, hebben we heel duidelijk gezegd: neem echt eventjes rust. Zorg ook dat je mentaal in ruststand gaat. Train wel, maar niet zo hard als je normaal gesproken zou doen. We hebben dat gedaan om ook de spanningsboog wat los te laten, want als je die anderhalf jaar extra gespannen moet houden, is dat heel erg moeilijk.

Dus in eerste instantie rust creëren en de tijd nemen om te accepteren dat het hoofddoel is verschoven. En vervolgens langzaam weer aan de slag gaan. In trainingen zijn we wat simulaties gaan doen, waarbij we een wedstrijd nabootsen. Het doel daarvan was enigszins vast te houden aan de planning. Door een beetje onderlinge concurrentie houd je ze ook gefocust.”

Hoe groot is het voordeel dat een heel aantal wereldtoppers onderdeel is van de Nederlandse selectie?
“Als wij een training hebben, heb je eigenlijk een sprintfinale van de afgelopen twee WK’s in huis. Als je iedereen bij elkaar zet voor een keirinwedstrijdje, dan heb je ook bijna een niveau dat je ook op een WK tegenkomt. Dus wat dat betreft is dat echt luxe. Dat zorgt er ook voor dát we zo goed zijn in top en de breedte van het baanwielrennen.”

In welke fase van de opbouw zitten jullie nu?
“We hebben te maken met de UCI, die beslist heeft het baanseizoen naar de zomer te verplaatsen. Wat dat betreft is het voor ons een beetje dubbelop, gezien het uitstel van de Olympische Spelen en het uitstel van het seizoen. Twee weken geleden zijn we begonnen met het eerste trainingsblok dat loopt tot april. We zijn nu naar de Olympische Spelen toe aan het werken, met daarvóór het nieuwe Nations Cup-seizoen, dat hopelijk in april begint.”

Dat is een enorm lange tijd zonder wedstrijden…
“Dat is inderdaad heel lang. Helaas kunnen we er niets aan doen door het coronavirus en de UCI-plannen. Dat valt net even ongelukkig samen.

Onze laatste wedstrijd was het WK baanwielrennen (eind februari, red.). Er was wel nog een EK baanwielrennen in november in Bulgarije, maar daar heeft de bond bewust voor gekozen dat een keer over te slaan. Daar had het gekund, maar ik denk dat het een goede keuze is geweest om daar niet naar toe te gaan.”
 
In de wetenschap dat ook het NK baanwielrennen is geschrapt. Was het een goede beslissing om niet naar het EK te gaan?
“Ja, het aantal coronabesmettingen steeg, er was een gedeeltelijke lockdown en als je achteraf kijkt was ook het deelnemersveld niet denderend. Ik denk dat het goed is geweest het een keer over te slaan.”

Hoe vaak zie jij momenteel de baanselectie?
“Vijf of zes dagen per week.”

Dat is behoorlijk intensief voor een dalperiode.
“Doordat wij een fulltime project zijn, faciliteren wij ook het trainingsprogramma vanuit de bond. Wij moeten ervoor zorgen dat atleten iedere dag kunnen trainen. Dat gebeurt elke dag als groep.”

Nog even terug naar de verkiezing. Zoveel erkenning voor het baanwielrennen zal veel deugd doen, neem ik aan?
“Dat is echt supergaaf om te zien! En ook wetende het zelf kunnen zien waar het programma vandaan komt en hoe dat is opgebouwd, is gewoon gaaf dat je daar nu de erkenning voor krijgt. En mooi om te zien dat baanwielrenners deze erkenning krijgen.”

Is het voor jou een lastige keuze om één van de drie baansprinters te kiezen voor de titel?
“Ja, dat ga ik ook zeker niet doen (lacht). Ik zorg dat ze zo goed mogelijk gefaciliteerd worden en dat ze uiteindelijk zelf een prestatie kunnen neerzetten. Aan de hand van die prestatie mag de rest van Nederland maar uitzoeken wie de wielrenner van het jaar wordt.”


Dit artikel delen:

Headlines

Materiaalzone

Populair