Mathieu van der Poel: “Af en toe is wielrennen op de weg saai”

zaterdag 8 december 2018 om 10:31

foto: Marcel Koch

Mathieu van der Poel denkt dat het aanvaarden van de saaiheid en het zuinige koersgedrag het allermoeilijkste wordt als hij aan zijn wegseizoen gaat beginnen. Dat zegt hij in een uitgebreid interview met Het Nieuwsblad. Van der Poel reageert daarmee op uitspraken van Peter Sagan, die vindt dat het wielrennen in negatieve zin is veranderd.


Sagan kwam onlangs uitgebreid in de media naar aanleiding van een interview, waarin hij openlijk denkt aan het einde van zijn carrière op de racefiets. De Slowaak, die voor het eerst in drie jaar niet als wereldkampioen aan een nieuw seizoen begint, vindt dat het wielrennen in negatieve zin is veranderd. Van der Poel wordt vaak vergeleken met Sagan, als renner, maar ook als persoon.

“Ik ken Sagan eigenlijk niet. Ik heb hem één keer gezien, op een na-Tourcriterium in Sint-Niklaas of zo”, zegt Van der Poel. “Toen hebben we kort gepraat, een foto genomen samen. En ja, ergens snap ik de vergelijking wel. Omdat hij ook die speelse uitstraling heeft op de fiets. Ik heb het al vaak gezegd: dat speelse wil ik zelf zo lang mogelijk vasthouden.”

Mountainbike
Sagan gaf aan het wegwielrennen saai te vinden en Van der Poel denkt dat de Slowaak niet de enige is. “Er zijn veel renners die wegwielrennen een beetje saai vinden, denk ik. Greg Van Avermaet heeft daar ook eens iets over gezegd. Dat zijn ook mannen die je vaak op de mountainbike ziet trainen. Het is gewoon zo: af en toe is wielrennen op de weg saai.”

Die saaiheid aanvaarden en zo zuinig mogelijk koersen zijn wel elementen waar Van der Poel mee moet omgaan als hij zich komend seizoen wil mengen in de klassiekers, waarin hij aan de start verschijnt. “Dat zal voor mij het allermoeilijkste worden. Het zal moeten. Ik heb al langere koersen gewonnen. Ik denk wel dat ik het kan.”

Dit artikel delen:

21 Reacties

wiebipedia 8 december 2018 om 10:58

Hoewel ik als kijker de traagheid en langdradigheid van menig wegkoers ook kan waarderen, zit ik zelf eigenlijk ook veel liever op de MTB

bloemist 8 december 2018 om 11:37

Anderhalf uur of 5 tot ruim 6 uur op de fiets is een groot verschil. Alleen hebben prestaties op de weg een grotere uitstraling dan die in het Mountainbike. Dank zij Mathieu volg ik nu wel de belangrijke wedstrijden in het MT, is Olympisch vanaf 1996. Hierdoor heeft het een veel grotere Internationale bezetting dan het veldrijden.

boenk 8 december 2018 om 17:48

Klopt. Het weigeren om van cyclocross een Olympische sport te maken, is geen goeie zaak. We zouden een veel grotere interesse krijgen in de cross, wereldcrossers zoals Mathieu en Wout (Stybar, Boom…) zouden veel minder snel de drang voelen over te stappen naar de weg of MTB. De sport zou aan uitstraling winnen dus ook aan concurrentie en niveau.

Het zou nochtans eenvoudig kunnen zijn, want het is een WINTERSPORT, in tegenstelling tot MTB en wegwielrennen. En het zou een leuke afwisseling kunnen zijn tussen al die andere wintersporten.

tendam 8 december 2018 om 19:45

Weigeren, weigeren… het is een sport die alleen leeft op een klein stukje aarde (Vlaanderen, Noord-Brabant) en daarbuiten alleen her en der een cultfenomeen is. Het zou nergens op slaan om het aan de Winterspelen toe te voegen, past ook niet in het rijtje andere wintersporten die allemaal op sneeuw of ijs plaatsvinden.

Mwielerfan 9 december 2018 om 00:25

Alle indoorsporten zijn ook grotendeels wintersport oorspronkelijk als je sneeuw en ijs loslaat als criterium

Viktrodriguez 10 december 2018 om 06:46

Doet er niets aan af dat die indoorsporten nog gewoon op kunstijs worden gedaan.

josi 8 december 2018 om 11:54

Dat er saaie momenten zijn, lijkt me inherent aan een duursport. Ik kan me wel voorstellen dat een veldrit of MTB-koers voor de renner zelf uitdagender is, maar voor een toeschouwer natuurlijk lang niet altijd. Vaak weet je daar al halverwege de koers wie er gaat winnen en liggen de posities al zo’n beetje vast.

aardappeljager 8 december 2018 om 11:57

Dat krachten sparen is waar ik de grootste uitdaging zie voor van der Poel

tendam 8 december 2018 om 12:26

In de meeste sporten zijn wedstrijden op een lager niveau leuker, speelser, meer open. Maar ja, dat hangt ook samen met het gebrek aan belang en druk. En met een groot niveauverschil tussen de deelnemers.

pro cycling 8 december 2018 om 12:53

MTB is tijd ook wel minder aantrekkelijk geweest met de overheersing van Nino Schurter, maar daar is afgelopen jaar met zekerheid verandering in gekomen. Verder heeft materiaalpech ook een factor, en aangezien het een tijdritkarakter heeft is erg goed indelen ook van groot belang. Nee geef mij maar mtb wedstrijden, maar voor de afwisseling is een wegwedstrijd kijken ook wel leuk (en enkele, de kortere of strade achtige routes erg leuk).

Lalsacien 8 december 2018 om 17:04

De tijd met Julien Absalon was voor de neutrale kijker ook niet altijd interessant!

Baik-Baik 8 december 2018 om 12:58

Ik ben het zelden eens met RV, maar ik zou ook graag meer MTB wedstrijden zien zoals de Crocodile Trophy waarbij het duur element en een schitterend landschap met elkaar verbonden worden. Helaas erg moeilijk in beeld te brengen.

Maar om zelf te doen en te kijken vind ik trails en duur zowel bij het hardlopen als bij het fietsen het meest interessant.

DonQuijote 8 december 2018 om 18:44

“Helaas erg moeilijk in beeld te brengen.”

Dat is een beetje het punt. Vorige week reed ik een MTB wedstrijd van 50km, duurt 3 tot 4 uur. Heb verschrikkelijk veel singletracks gezien, paden over puntige rotsen en boomstronken. Kom je niet met een motor overheen zowat :)
Zelfs met drones is het nog lastig te filmen want soms waan je je in een oerwoud.
Misschien in de toekomst alle rijders met een Gopro of zoiets uitrusten en daar tussen schakelen op de live TV. Dát zal spectaculair zijn, want oh oh wat zijn sommige afdalingen kicken.

Overigens is op de weg rijden ook beresaai, ik begrijp niet dat ik vroeger zoveel wegwedstrijden heb gereden. Alhoewel ik begrijp het eigenlijk wel; pas ontdekte ik de volledige ” A Sunday in Hell” op Youtbe (https://youtu.be/FVBN9wz1lJM) en wat is de koers mooi! Dáárom koerste ik, en reed ik talloze wedstrijden in Belgie. Maar uiteindelijk ís het saai om te doen, in vergelijking met de fantastische MTB wedstrijden die ik nu in Spanje rijd, wat een avonturen zijn dat! Veel eerlijker ook, je helpt elkaar onderweg ipv te denken ” zo weer het peleoton iets kleiner” als je een valpartij achter je hoort.

EddyB1958 8 december 2018 om 14:08

En blijkbaar is hij al een tijdje van straat, zoals de Vlamingen zeggen.
https://m.nieuwsblad.be/cnt/dmf20181208_04018772

Tour 8 december 2018 om 18:41

Zou tof zijn als Sagen, Hesjedahl, Cinc van Avermaat etc allemaal gewoon off the road gaan en blijven. Strade bianci mag nog net.
Niet eerst vier uur op duurtempo achter elkaar aan knoeien voor een sprintje. 1 a2 uur volle bak, op technisch parcours is veel leuker.
Dan kun je maandag altijd nog 4 uurtjes duur doen.

HSV 8 december 2018 om 19:01

Wie weet hoe dat interview te lezen is voor een Nederlander? Inloggen lukt namelijk niet om te registreren.. Zou het graag lezen.

salb 8 december 2018 om 22:01

Mathieu van der Poel
“Ik weet dat ik geluk heb. Ik heb wat meer talent dan een ander”
Mathieu van der Poel (24): een man die alles kan. Als hij zich op training plat legt op zijn stuur, kan ploegmaat Gianni Vermeersch een drinkbus op zijn rug zetten. ’s Avonds op de massagetafel voelt verzorger Paul Vangeel niet eens dat hij net vier uur heeft getraind. En sportief manager Christoph Roodhooft is er zeker van: hij heeft de kuiten van zijn renner deze week zien veranderen. Een verslag vanop stage in Benicassim, in het spoor van wielerfenomeen MVDP. “Of ik ook prof had kunnen worden in het voetbal? Op karakter had ik het misschien wel kunnen halen.”
Mathieu van der Poel is bezig aan dag zeven van zijn stage in Benicassim aan de Spaanse Costa Blanca wanneer hij op de klim naar Ermita Santa Lucia aan een ‘blokje’ begint. Trainingsmaat Gianni Vermeersch doet vandaag geen interval en blijft zitten. “Ongelofelijk hoe hard die vandaag weer rijdt”, laat hij weten wanneer Christoph Roodhooft passeert in de volgwagen.

De steile helling – tot twaalf procent – zat vorig jaar in de Vuelta. Alexey Lutsenko won de rit, maar of die Van der Poel vandaag zou kunnen volgen, is maar de vraag. “Kijk naar die kuiten”, zegt Roodhooft. “Die zien er nu echt al anders uit dan in het begin van de week. Krachtiger, snediger. Crossen is een korte inspanning, aan een laag verzet. Dat zie je aan de kuiten. Maar bij Mathieu keert die pezigheid na een week trainen al terug.”

Verzorger Paul Vangeel (50), chauffeur van de volgwagen, heeft zijn eigen verhaal over de benen van MVDP. “Mathieu mag getraind hebben wat hij wil, ’s avonds op de massagetafel voel je bijna niks. Gisteren heeft hij ’s ochtends ook nog een looptraining gedaan. Dat voel je normaal altijd in de spieren. Bij Mathieu niet.”

“Het is gewoon zo: wielrennen op de weg is af en toe saai. Zo zuinig mogelijk koersen in het voorjaar wordt voor mij het allermoeilijkste”
MATHIEU VAN DER POEL
Vangeel was eerder verzorger bij Lotto-Soudal U23. Daar heeft hij veel talent zien passeren. Tiesj Benoot en ook Mikkel Honoré, die zelfs een tijd bij hem inwoonde. Maar zo goed als Van der Poel? “Mathieu is buiten categorie. Hij is al een grote en hij gaat een heel grote worden.”

Mathieu, sta je er zelf soms bij stil dat je zoveel talent hebt meegekregen?

(lacht) “Niet echt. Maar ik besef zeker dat ik geluk heb. Ik heb wat meer talent meegekregen dan een ander. Want het is niet zo dat ik er een pak meer voor doe dan andere renners. Het is te zeggen: ik heb het geluk dat ik er misschien meer voor kán doen dan andere renners. Want je kan maar trainen wat je lichaam je toelaat. Dat is wat Christoph altijd zegt: Wie veel talent heeft, kan veel volume trainen en daar toch altijd van herstellen. Dat klopt wel.”

“Vroeger vond ik Gianni Vermeersch een kwal in de koers. Maar nu merk ik dat het een supertoffe gast is”
MATHIEU VAN DER POEL
Bram Tankink heeft deze maand zijn boek ‘Tank’ uitgebracht. Hij schrijft daarin: “De sterkste renners in het peloton zijn meestal niet de meest stuurvaardige. De uitzonderingen zijn Peter Sagan en Mathieu van der Poel.” Dat talent heb je dus ook nog.

“Tankink heeft gelijk: in een peloton heb je heel snel door wie goed kan sturen en wie niet. Geen namen, maar het valt mij ook op dat altijd dezelfde mannen erbij liggen. En ja, ik denk wel dat ik met een fiets kan rijden.”

Om iedereen een plezier te doen: noem eens een paar dingen waar je absoluut níét goed in bent.

“Ik heb mijn vriendin Roxanne ontmoet toen ik met Porsche in Finland op het ijs ging rijden. We zijn nu een paar maanden samen”
MATHIEU VAN DER POEL
“In sport? Het meeste dat ik geprobeerd heb, gaat me tamelijk goed af.”

Je hebt vroeger gevoetbald. Had je ook daarin prof kunnen worden?

“Ja, misschien wel. Ik heb stage mogen lopen bij Willem II. Maar om nu te zeggen dat ik meteen prof was geworden? Ik ben te vroeg gestopt om dat in te schatten. Anderzijds: met mijn mentaliteit, mocht ik alles op alles hebben gezet, dan zat die kans er wel in. Technisch was ik niet de beste, maar ik kon lopen en had een goed inzicht. Op karakter had ik het misschien wel kunnen halen.”

“Het is gewoon zo: wielrennen op de weg is af en toe saai. Zo zuinig mogelijk koersen in het voorjaar wordt voor mij het allermoeilijkste”
MATHIEU VAN DER POEL
Over jouw karakter: volgens Christoph Roodhooft ben je een heel slechte verliezer. Is dat zo?

“Oei, dat denk ik niet. Als iemand mij op mijn waarde klopt, heb ik daar doorgaans geen probleem mee.”

Hij had het bijvoorbeeld over een spelletje Tetris.

“Ah, dat verhaal. (lacht) Het was geen Tetris, maar Snake vs. Block of zoiets. Dat speelden we op het vliegtuig naar de Arctic Race in Noorwegen. Marcel Meisen is ermee begonnen en ik ben nadien in een onderling duel verzeild geraakt met Tom Meeusen. Dat heeft nogal een tijd geduurd, maar na lang proberen heb ik zijn highscore kunnen afpakken. Tom kon daar dan weer moeilijk mee leven, maar uiteindelijk heeft zijn vriendin hem verplicht dat spel van zijn telefoon te halen. Ik denk dat hij er iets te veel mee bezig was naar haar goesting.”

“Ik heb inderdaad wel een winnaarsmentaliteit. Hier op stage, recht tegenover het hotel, wilde ik ook een keer blijven padel spelen tot ik kon winnen. Uiteindelijk zijn we moeten stoppen omdat de club dichtging.” (lacht)

Dan hebben we meteen iets gevonden wat je niet goed kan: padel.

“Dat valt nog mee, vind ik. Zeker tennis lukt toch goed. Misschien moeten we eerder voor golfen gaan. Ik heb eens op een driving range gestaan, gewoon om balletjes weg te slaan. Dat lukte wel, maar niet per se in de richting die ik in gedachten had. Daar had ik toch geen grote natuurlijke aanleg voor.”

“Buiten de sport zijn er wel meer dingen die ik niet kan. Ik kan bijvoorbeeld absoluut niet mooi zingen. Maar niemand heeft daar last van. Ik doe het alleen in mijn eentje, in de auto of zo. Koken? Dat kan ik best goed, hoor. Je moet daar niet om lachen Mijn ouders en mijn broer zullen dat bevestigen: mijn pestosaus is heel lekker. Maar ik kook niet vaak. Ik woon thuis, meestal staat het eten gewoon klaar op tafel.”

Spelen zoals Sagan

Van der Poel en zijn trainingsmaat Gianni Vermeersch komen tijdens de trainingsrit goed overeen. Ze lachen de hele tijd, met de mopjes van Baziel van Guido Depraetere en een ‘meme’ over de zak van Sinterklaas die op de gsm is binnengekomen. Wanneer Van der Poel zich een keer plat legt over zijn stuur, is zijn rug zo kaarsrecht dat Vermeersch er in volle vaart een drinkbus op kan zetten. Het ding blijft zelfs een paar seconden staan.

“Met Gianni kom ik nu supergoed overeen”, zegt van der Poel. “Terwijl ik hem vroeger in de koers een kwal vond, om het met een lelijk woord te zeggen. In onze tijd bij de beloften hadden we af en toe trammelant. Altijd onder je door rijden waar dat niet moet, bochten breed pakken, dat soort dingen. Maar nu merk ik dat het een supertoffe gast is. Goeie renner ook. In het voorjaar kan ik ook veel hebben aan Gianni.”

Bij het volgend rode licht is het alweer lachen geblazen. Wanneer het groen wordt, sprinten ze allebei vol weg, zoals bij de start van een cross.

Je wordt als renner en als persoon vaak vergeleken met Peter Sagan. Zie je die gelijkenis zelf ook?

“Ik ken Sagan eigenlijk niet. Ik heb hem één keer gezien, op een na-Tourcriterium in Sint- Niklaas of zo. Toen hebben we kort gepraat, een foto genomen samen. En ja, ergens snap ik de vergelijking wel. Omdat hij ook die speelse uitstraling heeft op de fiets. Ik heb het al vaak gezegd: dat speelse wil ik zelf zo lang mogelijk vasthouden.”

Sagan vindt wegwielrennen saai. Hij zei deze maand nog blij te zijn dat zijn carrière er bijna op zit. Jij verveelt je ook vaak op de weg.

“Er zijn veel renners die wegwielrennen een beetje saai vinden, denk ik. Van Avermaet heeft daar ook eens iets over gezegd. Dat zijn ook mannen die je vaak op de mountainbike ziet trainen. Het is gewoon zo: af en toe is wielrennen op de weg saai.”

Ga jij dat kunnen, de saaiheid aanvaarden en zo zuinig mogelijk koersen?

“Dat zal voor mij het allermoeilijkste worden. Het zal moeten. Ik heb al langere koersen gewonnen. Ik denk wel dat ik het kan.”

Om de vergelijking met Sagan door te trekken: over hem hoor je soms dat hij alleen maar doet alsof hij het allemaal niet zo ernstig neemt. Is dat bij jou ook niet zo? Is die speelsheid ook niet een stuk imago?

“Dat denk ik niet. Natuurlijk werk ik serieus, daar maak ik toch ook geen geheim van? Het is echt niet zo dat ik lukraak iets doe. Als je op dit niveau een verschil wil maken, kan je niet anders.”

We zagen je onlangs in ‘Over Eten’ op Eén en daarin zag je de speelvogel en de echte prof tegelijk: een pak frieten na de cross, maar met Karolien Rector heb je ook een voedingsspecialiste die je begeleidt.

“Met voeding ga ik nu heel bewust om. Alles hangt af van het aantal calorieën dat ik heb verbrand. Op rustdagen zal ik altijd minder eten. Zonet heb ik aan het buffet ook bewust de lasagne laten staan.”

Goeie keuze.

(lacht) “Niet lekker misschien? Ik dacht het nog.”

Wat met je training? Er zijn mensen die niet kunnen geloven dat jij op dit moment geen volwaardige coach hebt.

“Serieus? Ik zou echt niet weten wie. Christoph regelt dat allemaal, samen met de ploegdokter. Verder is er echt niemand. Volgend jaar is het wel de bedoeling nog wetenschappelijker te gaan werken. Omdat het voorjaar er dan ook nog bijkomt. Dat is weer een volgende stap.”

Volgens Michel Wuyts word je met een coach nog eens twintig procent beter.

(lacht) “Ik teken er direct voor.”

Liefde & Porsche

Terug in het hotel na de training loopt Van der Poel aan de balie Nederlander Marc de Reuver tegen het lijf, ooit een van Nederlands beste motorcrossers. Motorfanaat Van der Poel was en is een fan. “Hij is echt helemaal gek. Deze week heeft hij mij een röntgenfoto getoond van zijn lijf. Al zijn botten hangen met metalen plaatjes aan elkaar. Zijn scheenbeen, zijn bekken, zijn nek, echt álles. Waanzin. Dan sta ik er echt goed voor: een kleine pin in mijn scaphoïde (handwortelbeentje, nvdr.) dit jaar na een val met de mountainbike. En op mijn zestiende heb ik een keer mijn sleutelbeen gebroken, maar dat plaatje heb ik er later laten uithalen. Op mijn knieën staan veel littekens, maar pijn voel ik nooit meer.”

“Ik heb zelf een enduromotor, maar rijden komt er niet vaak meer van. Het is gevaarlijk voor blessures. Christoph is ook geen grote fan. (lacht) Vroeger deed ik het steeds in de zomer, maar door het mountainbiken is er nu ook geen tijd meer voor.”

Wat je zegt: je doet nu een crosswinter, dan een voorjaar én daarna alle wereldbekers in het mountainbike. Is dat mentaal en fysiek haalbaar?

“Voorlopig lukt het. Ook mentaal: als het goed gaat, is dat allemaal geen probleem. Als het slecht gaat, zal het misschien wel beginnen te wegen. Wat het ook is: ik rust niet graag meer. Na mijn knieblessures heb ik gemerkt hoe moeilijk het is om opnieuw niveau te halen als je lang niet hebt gefietst. Sindsdien heb ik daar een regel van gemaakt: maximaal twee weken rust. Ik wil het niet meer meemaken dat ik alles kwijt ben.”

“Nu doen we het zo: af en toe een weekje rust ertussen. Zo was het eerst de bedoeling om vorige week maandag al naar hier te vertrekken. Uiteindelijk hebben we daar vrijdag van gemaakt. Om een extra rustperiodeke thuis te hebben. Ik ben maandag en dinsdag eens in het zand gaan rijden, meer niet.”

Met permissie: klopt het dat je ook om privéredenen liever wat vaker thuis bent dezer dagen?

(lacht) “Vertel, wat ben je te weten gekomen?”

Dat je een vaste vriendin hebt.

“Dat is zo. Joh, dat mag ook in de krant, hoor. Dat kan je toch niet tegenhouden. Vinden jullie lezers dat interessant? Wel, ze heet Roxanne Bertels, een Belgische, die op de marketingafdeling werkt van Porsche. Wat wil je nog meer weten?”

Misschien hoe jullie elkaar hebben leren kennen.

“Ik ben ooit met Porsche in Finland op ijs gaan rijden. Roxanne was mee en zo hebben we elkaar ontmoet. Daarna zijn ze nog met een hele delegatie naar de cross in Hulst komen kijken, waarna we iets hebben gedronken in Antwerpen. Nadien dan nog een paar dates en ondertussen zijn we een paar maanden samen. Ik ben content.”

Vader Adrie ook?

“Zeker, die komen heel goed overeen. Hij heeft gelukkig nog niet geprobeerd om me over dat stuk van mijn leven advies te geven. (lacht) Had hij dat wel gedaan, ik had zeker niet geluisterd.”

Had je graag gehad dat ze met je meekwam op stage?

“Ik heb nog nooit geweten dat vrouwen of vriendinnen naar een stage komen. Op de crossen zelf is ze er wel vaak bij. Dat is tof.”

Als het voor jou goed is, dan graag terug naar het wielrennen. Moet jij straks wereldkampioen veldrijden worden? Columnist Thijs Zonneveld zegt: hoe meer Van der Poel tijdens het seizoen wint, hoe meer hij op het WK te verliezen heeft.

“Je kan het zo bekijken, of je kan zeggen dat ik mijn seizoen niet moet redden op het WK. Eigenlijk is dat uitgangspunt voor mij nu al drie jaar hetzelfde.”

Akkoord, maar als je opnieuw niet wint, dan wordt ‘Mathieu van der Poel en WK’s’ wel echt een dingetje.

“Ja, dat zal zo zijn. Maar al die kampioenschappen hebben hun eigen verhaal. Vorig jaar was Wout simpelweg beter en Bieles in 2017 was gewoon kut. Honderdvijftig lekke banden in totaal of zoiets? Het is echt niet dat ik op een WK mijn zenuwen niet de baas ben of zo.”

Het mocht hier op stage niet over je aanstaande voorjaar op de weg gaan, maar graag toch één vraag daarover: hoe moeten we jou daar inschalen? Ben jij een renner voor de klimklassiekers of voor de kasseien?

“Goeie vraag. Zeker geen ronderenner, maar in de klassiekers zit ik er ergens tussenin, denk ik. De Ronde van Vlaanderen moet me goed liggen. De Amstel ook nog, de Waalse Pijl misschien ook, maar ik verwacht dat Luik te zwaar zal zijn. Ik merk het in het mountainbiken. Ik weeg 75 kilo, bergop moet ik te veel wattage trappen om mee te zijn. Veel ga ik er ook niet meer afkrijgen, want in vetpercentage zit ik nu al op vier, vijf procent. Dan zou ik al spieren moeten gaan verliezen.”

Om af te ronden: je bent nu Nederlands kampioen in het mountainbiken, de cyclocross en op de weg. En toch ben je deze week geen Nederlands Renner van het Jaar geworden. Ontgoocheld?

“Euh, neen. Ik wist zelfs niet dat de Nederlandse Renner van het Jaar verkozen was. Maandag? Serieus? O ja, Tom Dumoulin heeft gewonnen. Juist, daar heb ik iets van zien voorbijkomen. Terechte winnaar, hoor. Drie nationale truien is mooi, maar wat Tom heeft gedaan – als Nederlander tweede worden in de Giro en de Tour – dat heeft internationaal toch meer aanzien. Zo’n verkiezing is mooi, maar hier op stage ben ik er echt geen minuut mee bezig geweest.”

HSV 9 december 2018 om 11:26

@salb
Veel dank!
Ook bij gazet van Antwerpen kon ik niet registreren. Nu dan toch helemaal gelezen. Leuk interview.

Turtlehead 9 december 2018 om 16:12

Af en toe saai? Dat klopt ongetwijfeld. Veldrijden daarentegen is eigenlijk altijd saai. Dat kan ie toch ook opbrengen?

Borsje 9 december 2018 om 20:10

Dank salb!

Taliesin 10 december 2018 om 16:37

Dank salb!

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.