“Soms demotiverend, maar moeten klaar zijn”: Belgen hinken op twee gedachten voor WK in Hulst
Interview Hoe trek je naar een wereldkampioenschap veldrijden als (enige?) concurrent van Mathieu van der Poel? Het is een vraag waar de Belgen, met bondscoach Angelo De Clercq op kop, zich deze week over mogen buigen. Dat Van der Poel in Hulst zijn achtste wereldtitel gaat pakken, daar lijkt iedereen het inmiddels wel over eens. Maar De Clercq is met Thibau Nys en Niels Vandeputte wel nog altijd kansrijk voor het podium. Bij WielerFlits deelt hij zijn plannen.
We hebben Thibau Nys zelden zo teleurgesteld gezien als in Hoogerheide, nadat hij voor de tweede dag op rij een podiumplaats had gemist. Dat lijkt geen ideale manier om de WK-week in te gaan.
“En toch baart me dat niet echt zorgen. Een tiental jaar geleden mocht je niet eens winnen in Hoogerheide. Toen zeiden we altijd dat de renners die daar goed voor de dag kwamen, meestal op het WK niet zo goed waren. Wat het specifieke geval van Thibau betreft, vind ik het geen negatieve zaak. Ik denk dat die teleurstelling hem alleen maar gaat motiveren en de focus hoog gaat houden. Misschien start hij door die tegenslagen nog meer geconcentreerd en meer met het mes tussen de tanden in die eerste ronde.”
Waarom is hij er niet in geslaagd om de voorbije weken die grote uitdager voor Mathieu van der Poel te worden?
“Misschien is er een verschil in opbouw ten opzichte van de andere renners. De crossers hebben in deze periode vaak verschillende trainingsschema’s. Je hebt mannen die nog goed staan in de Wereldbeker en wat frisheid opbouwen richting dat laatste weekend. Maar mannen als Thibau blijven tot en met vrijdag hun trainingen doen, omdat voor hen vooral dat WK en het voorjaar telt. Ik denk dat hij wat frisheid miste. Maar met een weekje meer rust, verwacht ik dat zijn goede vorm terug zal zijn voor het kampioenschap.”
Wel een voordeel: Thibau is een echte kampioenschapsrenner.
“Dat klopt. Als je de kampioenschappen van de voorbije jaren bekijkt, heeft hij het zelden laten afweten. Vorig jaar stond hij toch ook maar mooi op dat podium na Wout van Aert en Mathieu van der Poel. En op de Belgische en Europese kampioenschappen is hij er ook vaak dichtbij. Hij is iemand die meer dan de anderen echt kan focussen op één moment. Mijn vertrouwen in Thibau blijft groot.”

Thibau Nys tijdens de laatste cross in Hoogerheide – foto: Fotopersburo Cor Vos
Zelf zegt hij altijd dat hij zo graag eens aan het wiel van Mathieu van der Poel zou beginnen als die laatste de aanval inzet. Wordt dat de grote uitdaging?
“Ja, al zijn we ook realistisch. Mathieu is een beetje onklopbaar. Hij moet al een heel slechte dag hebben om niét te winnen. We moeten wel klaar zijn om in de openingsfase, met de sterke kanonnen die wij hebben, in positie te zitten. Dan kijk ik niet alleen naar Thibau, maar ook naar Niels Vandeputte. Die eerste ronde is extreem belangrijk om goed door te komen, omdat het zo technisch is met opkantjes en schuine kanten.”
Maar met welke insteek begin je dan? Tegen beter weten in vol voor goud, met het risico dat je jezelf kapot rijdt, of de grootste focus op een realistische zilveren medaille?
“We gaan eerst de eerste twee ronden moeten afwachten, en dan is het schakelen. Tibor Del Grosso is vaak nog een snellere starter dan Mathieu. Hij is de eerste twee ronden vaak goed weg en zakt dan wat terug. Het is zaak om goed tegengas te geven in die fase en dan te bekijken waar we staan. Als Mathieu opnieuw een uitmuntende dag heeft, dan zullen we dat snel weten.”
“Anderzijds, voor ons is die tweede en derde plaats ook heel belangrijk. Maar ook dat zal niet gemakkelijk zijn, omdat zowel Del Grosso als Felipe Orts heel sterk aan het rijden zijn. We moeten in een situatie komen waarin we niet het initiatief moeten nemen in de achtervolging. Idealiter zitten we mee in de koers, hopelijk kunnen we dan ook zo lang mogelijk volgen. Dan kom je automatisch op de tweede plaats terecht, zeker wanneer Mathieu weer zijn topdag heeft die we gewend zijn.”
De kloof is zo groot dat het een relatief saaie aanloop wordt. Je zal geen brandjes moeten blussen in het Belgische kamp.
“Inderdaad, soms is dat ergens een beetje demotiverend voor de andere renners, omdat het verschil zo groot is. De cross in Maasmechelen was het beste voorbeeld. Mathieu reed twee keer lek, maar won alsnog. Maar Thibau en Niels zijn strijdvaardig, denk ik. Ze geven de hoop om klaar te zijn nog niet op. Mocht er iets voorvallen met Mathieu, dan willen wij in de eerste lijn liggen om over te pakken en om eventueel wereldkampioen te worden. Maar uiteraard wordt dat heel moeilijk.”

Zien we twee Belgen op het podium? – foto: Fotopersburo Cor Vos
Heb je een specifieke rolverdeling in je hoofd?
“Met Mathieu erbij is dat heel moeilijk. Op het Europees kampioenschap maakten we wel duidelijke afspraken, in het genre van: als er een Belg weg is, rijdt een andere Belg daar niet achter. Dan zit iedereen op dezelfde lijn. Maar nu moeten we door de suprematie van Mathieu vaak eerder volgen. Je moet zo lang mogelijk aanklampen, en dan wijst de koers zelf uit wie uiteindelijk de beste Belg is.”
“De profs gaan al heel lang met elkaar om, soms al van voor hun periode van bij de junioren. Die jongens begrijpen elkaar supergoed. Als je op een bepaald moment voelt dat je het wiel niet kunt houden, dan is het zaak om de andere Belgen die achter je zitten zo snel mogelijk vrije baan te geven. Dat is belangrijker dan een specifieke rolverdeling. Het is niet zoals koersen op de weg. En iedereen heeft zijn waarde al bewezen.”
Was het met Wout van Aert aan de start een heel ander verhaal geweest in strijd tegen Mathieu?
“Dat vind ik moeilijk om te zeggen. Wout zat sowieso in een stijgende lijn, maar om nu te zeggen dat hij dan twee of drie weken later, klaar was geweest om Mathieu te kloppen? Dat is voor iedereen – en dus ook voor mij – niet te zeggen. We kijken naar een Mathieu die misschien wel op zijn beste niveau ooit in de cross zit. Dan mag je ook niet van Wout verwachten dat hij zomaar in de buurt komt.”
Van Aert was ook niet de enige afwezige. Hoe kijk je globaal naar die onthoofde selectie?
“Ik vind dat we die selectie nog heel strijdvaardig hebben kunnen maken. Er zijn vijf renners in totaal uitgevallen, die ik wel had willen meenemen. En we hadden acht plekken in te vullen. Gerben Kuypers is er in de laatste paar weken nog helemaal doorgekomen. Het is goed dat hij er daarom bij kan zijn. Ik denk dat wij het enige land zijn dat zoiets kan opvangen met andere renners die top 10 in een Wereldbeker rijden. Zelfs Nederland niet. In de breedte zijn we nog altijd het beste land.”
Het is best bizar dat België in geen enkele categorie een serieuze kandidaat voor goud heeft. Bij de vrouwen/meisjes verwachten we niet anders, maar bij de mannen beloften en junioren is er welgeteld één wereldbeker gewonnen en dat was in Koksijde.
Geen spelletjes, geen psychologische oorlogsvoering, kortom,
geen hoekunnenweVanderPoelnarren. Dat kwam vooral van de (Belgische) pers,
waarna sommige renners zich geroepen voelden om eraan mee te gaan doen. Sinds 2019 bleek het na een halve ronde altijd veel geschreeuw en weinig wol te zijn, dus dat was wel lekker. Hopelijk zondag ook geen verdwaalde spugers, bier/pisgooiers enz.
Zal wel deels te maken hebben met de cross die achter de betaalmuur verdwijnt. Dan is er minder de gewoonte bij het brede publiek om elke week te kijken. En dan krijgt de populariteit van de sport ook een flinke knauw.
Verder is er natuurlijk de voorspelbare uitkomst. Van der Poel zal wel weer een minuut of meer voor de rest uitrijden, net zoals de afgelopen 100 crossen. Dan kan je wel nog eens voor de 300ste keer 'genieten van technische suprematie' maar dat alleen blijft slechts een heel beperkt clubje boeien.
Bij het wegwielrennen zie je dat er ook steeds meer mensen afhaken om voor de zoveelste keer Pogacar te zien wegsnellen bergop om dan solo naar de meet te stomen. Als spankracht en een onzekere uitkomst wegvallen in de sport, kan je beter wat anders gaan doen met je tijd.
Ik zie het de komende jaren trouwens niet snel weer veranderen in de cross. De tijden van Nys Sr. en co gaan niet snel terugkeren. Cross is nu vooral een winterhobby geworden voor een paar goede wegrenners. En een soort lokale kermis en braspartij. En buiten Vlaanderen leeft de sport eigenlijk al langer nergens. De kijkcijfers zijn al een tijdje een schim van wat ze vroeger waren, en komend WK wordt wellicht een dieptepunt.
Breder gezien lijkt de interesse in de wielersport ook wel wat te tanen. Tijdens de coronaperiode en de nasleep ervan was er een piek, maar de hype lijkt wat voorbij. Ook hier op Wielerflits zie je overigens veel minder activiteit dan een jaar of 5 terug. Al kan dat ook te maken hebben met het feit dat er een hardnekkig clubje liever de boel opnaait en de redactie daar weinig vat op krijgt, waardoor veel users ondertussen zijn afgehaakt.
Ben het zeker eens met je opvattingen dat de cross de afgelopen 5 a 10 jaar zijn magie wat is kwijtgeraakt. (ik laat het wegwielrennen even buiten beschouwing)
Ik vind het persoonlijk frustrerend, want er is echt potentie in het veldrijden om spanning op meerdere fronten te krijgen.
Als Wout zich serieuzer kan inzetten op crosstrainingen (en wat wat parcours en weersfactoren erbij) kan hij zich echt wel in de buurt van Mathieu knokken.
Daarachter het trio Nys jr. , Del Grosso en vandeputte die aan elkaar gewaagd zijn en waar hopelijk nog groeipotentie in zit.
Belgen geen interne battle gaat afspelen tussen Nys en
Vandeputte, de vooruitgeschoven favorietjes.
Die op hun beurt dan ook gewoon interne rivalen zouden
kunnen hebben tussen hun 'helpers'.
Dan kan Vandeputte aan het eind weer naar de derde plek sprinten en wordt het alweer een Alpecin-Premier Tech podium