Dit is de klim waar Paul Seixas wielrenner werd
Foto: Fotoburo Cor Vos
Raymond Kerckhoffs
zondag 19 juli 2026 om 06:46 Volg in Google

Dit is de klim waar Paul Seixas wielrenner werd

In de eerste Alpenrit naar het Plateau de Solaison passeert het Tour de France-peloton zondag op een steenworp afstand van de slotklim de gemeente Magland. Hier wonen niet alleen de grootouders van Paul Seixas, het is in deze regio van de Haute-Savoie ook dat het 19-jarige Franse wonderkind ook wielrenner werd. Op de 3,1 kilometer lange en steile Côte de Luth om precies te zijn.

Zittend aan de keukentafel bij zijn grootouders vertelt Paul Seixas over zijn kinderjaren. Over hoe hij bij zijn opa en oma altijd op de fiets klom om vervolgens de ruim drie kilometer lange Côte de Luth, ook wel bekend als de Route de Lutz zoals je hem ook op google.maps vindt, te beklimmen. “Hier ben ik wielrenner geworden,” zegt hij in een ontroerende video waarin hij begin mei zijn debuut in de Tour de France aankondigt.

Wie door de vallei van de rivier de Arve fietst, in het hart van de Franse Haute-Savoie, voelt zich ongetwijfeld aangetrokken tot de mythische reuzen van de Alpen. Aan de overkant van het dal bij Magland loert bijvoorbeeld de beruchte en loodzware Col de Romme, een monster dat menig profrenner angst inboezemt.

In de schaduw van deze monumenten ligt een verborgen parel, een smalle strook asfalt die zich onbarmhartig tegen de steile bergwand omhoog perst. Dit is de Côte de Luth. Voor het grote publiek was het decennialang een anoniem stipje op de kaart, louter gereserveerd voor lokale boeren en verdwaalde fietstoeristen. Totdat het jonge Franse fenomeen Paul Seixas over deze klim sprak.

Om te begrijpen waarom de Côte de Luth zo diep verweven is met het DNA van Paul Seixas, moeten we decennia terug in de tijd. Het verhaal begint bij zijn grootvader, Manuel Seixas. Als Portugese migrant zocht Manuel destijds een nieuw bestaan in Frankrijk en vond uiteindelijk zijn thuis in het kleine, afgelegen gehucht Lutz, gelegen in de gemeente Magland. Boven op de berg, omgeven door dichte Alpenbossen en met een duizelingwekkend uitzicht op het dal, bouwde hij een leven op.

Het was in dit ruwe berglandschap dat Paul Seixas een groot deel van zijn jeugdjaren doorbracht. Hoewel hij woonde in Lyon, bracht hij als kleine jonge talloze vakanties en weekenden in de ijle berglucht door bij zijn grootouders in de Haute-Savoie.

De Route de Lutz was het eerste dat hij zag als hij uit het raam van het huis van zijn grootouders naar buiten keek: een constante fysieke uitdaging die daar pal tegen de rotswand lag te wachten. Het was hier dat de kiem werd gelegd voor zijn klimmersbenen. Op deze flanken heeft Paul letterlijk leren klimmen, ver weg van de druk van wielerscholen of vroege tactische ploegtrainingen. Gewoon hij, zijn fiets en de berg van zijn opa.

Foto: Fotoburo Cor Vos

In de video zie je Seixas door zijn vertrouwde landschap rijden. Met een melancholische maar vastberaden blik legt hij uit waarom deze plek zo belangrijk is: “Dat is waar het begon, waar ik het wielrennen ben gaan volgen, waar ik ben gaan trainen. Er ligt een klim achter ons, die heet de Côte de Luth. Toen ik klein was, was het mijn ding om deze klim zo snel mogelijk op te rijden.”

Over zijn vroegste herinneringen vertelt Paul later in een uitgebreid interview met France Info: Voor mij is dat niet zomaar een trainingshelling, het is familie. Toen ik serieus begon te fietsen, werd het mijn ultieme testbaan. Als je daar snel omhoog kunt rijden, weet je dat je klaar bent voor de echte Alpenpassen.

Voor degenen die zich afvragen waar deze Côte de Luth zich precies bevindt: de klim ligt in de gemeente Magland in Haute-Savoie, op slechts een handvol kilometers van bekende wielerplaatsen zoals Sallanches en de legendarische Côte de Domancy. Maar waar de Domancy een brede, overzichtelijke weg is, is de Luth slechts een smal weggetje.

Als we kijken naar de pure cijfers, lijkt de Côte de Luth op papier misschien een overzichtelijke hindernis. De klim kent een lengte van 3,1 kilometer, waarin een positief hoogteverschil van 231 meter wordt overbrugd. Dit brengt volgens het platform myCols.app het gemiddelde stijgingspercentage op een stevige 7,5%. De top bevindt zich op een hoogte van 760 meter boven zeeniveau.

Côte de Luth, de klim waar Paul Seixas wielrenner werd. Foto: myCols

Het venijn van de Côte de Luth zit echter niet in de extremen, maar in de onbarmhartige constantheid. Er is geen sprake van een ‘loper’ waar een renner rustig in een cadans kan komen. Vanaf de allereerste meters, zodra je de bocht bij het gehucht La Grangeat indraait en de Route de Lutz oprijdt, staat de weg direct strak omhoog tegen de 8%. Het vlakt werkelijk nergens af tot je het gehucht Lutz bereikt.

Het is een typische Alpen-bosklim: de weg slingert zich door het dichte groen omhoog tegen de hellingen van de Faucigny-regio. Het asfalt is smal en stroef, en slechts af en toe vang je tussen de bomen door een glimp op van de Arve-vallei, die met elke pedaalslag dieper en dieper onder je wegzakt.

In de Franse media heeft Seixas er nooit een geheim van gemaakt hoe zwaar deze klim werkelijk is. Juist omdat de weg geen enkele ruststrook biedt, dwong het hem als tiener om direct diep in de rode zone te gaan. Terwijl zijn leeftijdsgenoten trainden op gestructureerde wattages op vlakke banen, gebruikte Paul de berg van zijn opa als een natuurlijke simulator voor het absolute overlevingsgevoel in het hooggebergte.

“Mensen kijken vaak alleen naar de lengte,” waarschuwde hij in een interview, “maar de Côte de Luth is een gemene klim. Er is geen opwarmstrook: vanaf de bocht bij La Grangeat vlakt het eigenlijk nergens meer af tot je boven bent. Het dwingt je meteen in het rood te gaan. Ik heb daar als junior talloze keren mijn longen uit mijn lijf gefietst om mijn wattages aan te scherpen.”

Paul Seixas in de witte trui van de Tour. Foto: Fotoburo Cor Vos

“Het klopt dat ik de klim door en door ken. Ik weet precies in welke bocht het asfalt net iets slechter ligt en waar je net wat groter kunt schakelen. Grote profs zul je daar niet snel in wedstrijdverband zien, want de weg is te smal voor een heel peloton, maar voor mij blijft het de plek waar het voor mij als klimmer allemaal begon.”

Dat de grote profs er inderdaad niet te vinden zijn in wedstrijdverband, is een vaststaand feit. Er zijn simpelweg geen officiële uitslagen of historische Tour-anekdotes over de Côte de Luth te vinden. De immense logistieke karavaan van de Tour de France, met zijn honderden reclamewagens en vele volgauto’s, kan zich onmogelijk door de smalle Route de Lutz wringen. Het is een pure, ongerepte trainingshelling gebleven.

Terwijl het massatoerisme zich blindstaart op de iconische bergpassen in de regio, biedt de Luth een oase van rust voor de fijnproever. Amateurs die de klim bedwingen, beamen het beeld dat Seixas schetst: “Als je in het dal bij Magland fietst, kijkt iedereen naar de overkant naar de beroemde en loeizware Col de Romme. Maar als je de drukte wilt vermijden en direct vanaf de start een constante, pittige prikkel zoekt zonder verkeer, dan draai je de Route de Lutz op. Een heerlijk geheim tussen de bomen.”


Schrijf je in voor onze dagelijkse Tour-nieuwsbrief

Met deze dagelijkse Tour-nieuwsbrief van Wielerflits ben je helemaal op de hoogte voor jouw koersdag. Het is een korte preview, met een vooruitblik op het parcours, de favorieten voor die dag en we delen het belangrijkste nieuws. Op die manier ben je tussen 6 en 7 uur 's ochtends (op de camping, op het strand of thuis op de zetel) helemaal klaar voor jouw Tour-dag!

Voor de zomervakantie
3 Reacties
09:30
Een leuk verhaal over Seixas en het klimmetje waarop hij zichzelf ontdekte als klimmer (dank daarvoor), maar van 3 km aan 7,5% moet je nu ook niets mythisch proberen te maken. Een nieuwe Carpegna gaat dit niet worden ;-)
Ik vind Gilbert en Redoute een beter verhaal, wel gemiste kans van Gouvenou om dat ding er niet in te leggen.
    12:29
    Van sommige kansen is het beter dat ze gemist worden...

Om te reageren moet je ingelogd zijn.