De Rabowortels van kopman Wilco Kelderman

De Rabowortels van kopman Wilco Kelderman

foto: Cor Vos

donderdag 22 juli 2021 om 00:00
Special

Wilco Kelderman heeft een topprestatie in de Tour de France geleverd. We zouden zijn vijfde plaats bijna niet meer opmerken na alle podiumsuccessen van de laatste jaren. Maar laten we dat toch maar doen. Toen Kelderman zondag over de streep rolde in Parijs, zou het voorlopig wel eens de laatste keer geweest kunnen zijn dat een Nederlander zo hoog eindigt in een grote ronde. De podiumklanten van de laatste jaren passeren de dertig. Hun beste jaren zijn misschien voorbij. Tijd voor een bespiegeling.

Je zou Wilco Kelderman wel eens vergeten tussen al die Nederlandse toprenners van nu. Goed is hij. Heel goed zelfs. Maar spectaculair goed als Tom Dumoulin of Mathieu van der Poel op een beste dag? Niet meteen.

Voor mijn boek over de Raboploeg belde ik natuurlijk ook met Kelderman. Op het eerste gezicht is een gesprek met de getogen Amersfoorter niet het meest spectaculaire als biograaf. De geschiedenis van een onbekende klokkenluider (Richard Douglas) of een interview met Jan Raas spreken wellicht meer tot de verbeelding. Maar een gesprek met Kelderman is wel heel opmerkelijk vanwege het volgende: een spontaan en heerlijk enthousiasme. Een renner wiens gemoed opklaart van een gesprek over zijn oude ploeg. En dat is lang niet bij iedereen het geval.

Misschien was Kelderman wel de meest enthousiaste van alle oud-renners. Op Michael Boogerd na dan. Geen voorbehoud. Geen zuur gezeik. Geen wrok. Scheelt misschien ook dat hij niet op zijn top hoefde te presteren in de door dope doordrenkte Rabojaren, maar toch. Als je naar Wilco Kelderman luistert, hoor je liefde voor de sport, de wil van een winnaar en de open blik van een nieuwsgierig man.

Hij is ook een renner die op een gekke manier toch wat onder de radar blijft, al zijn hele loopbaan. Gek omdat hij gewoon heel erg goed is. Maar misschien komt het ook wel door zijn wat nonchalante voorkomen en zijn onverklaarbare struikelpartijen op cruciale momenten.

Kelderman wint de Thüringen-Rundfahrt – foto: Cor Vos

Snel goed
Al in 2010 rijdt de pas 19-jarige Rabobelofte verrassend sterk met een derde plaats in het eindklassement van Le Triptyque des Monts et Châteaux en winst in de Tour Alsace. In 2011 wordt die lijn doorgetrokken met winst in de Ronde van Noorwegen en winst in de meerdaagse Internationale Thüringen-Rundfahrt tot 23 jaar.

“Ik begon vrij snel goed te fietsen en goede uitslagen te rijden en al vrij snel werd er gesproken dat ik de overstap naar de profs zou kunnen maken”, zegt Kelderman met kenmerkende onderkoeldheid over die tijd. Daar gaat hij, anders dan tegenwoordig met sommige jonge talenten gebeurt, niet in één rechte lijn naar de voorste rijen van het peloton.

Zijn eerste jaar bij de profs, 2012, is opvallend. Niet zozeer vanwege de uitslagen in algemene klassementen of door overwinningen, maar wel omdat hij het ten opzichte van leeftijdsgenoten heel goed doet. Kelderman wint bijvoorbeeld het jongerenklassement in de Ronde van Denemarken, in de Ronde van Californië en in de Dauphiné.

Mooie resultaten in een Nederlands team. En na 2013 is dat met het vertrek van Rabobank als profsponsor voorbij. Kelderman heeft een soort weemoed in zijn stem als de Rabotijd voorbij komt. Hij is complimenteus over zijn oud-ploegbaas Harold Knebel en denkt met plezier terug aan zijn jaren in bankdienst.

“De organisatie was super professioneel bij Rabobank. Ik kijk terug op een mooie periode en vind het wel jammer dat het er nu niet echt meer is. Een echte familieploeg. Typisch Nederlands met allemaal Nederlands personeel. Het voelde een beetje als familie. Dat gevoel is wel langzaam afgebrokkeld. Natuurlijk is er nog wel een Nederlandse ploeg in het peloton met Jumbo-Visma, maar dat is wel iets anders. Het was al met al gewoon een hele mooie tijd en ik vond het jammer dat het niet is doorgezet. Rabo investeerde super veel geld in de sport. Bijna alles kon. Ze hadden er veel voor over om iets moois neer te zetten.”

“De trots van zo’n echte Nederlandse ploeg”, zegt hij met enige spijt in zijn stem. “Dat mis ik wel. Rabobank, daar was je echt trots op. Heel Nederland stond achter die ploeg. Iedereen herkende dat en iedere liefhebber reed in die kleren rond. Dat gevoel is er niet echt meer.”

V.l.n.r.: Kelderman, Boom, Mollema en Gesink tijdens het NK van 2012 in Kerkrade – foto: Cor Vos

Gouden generatie
Keldermans jaren bij de bankploeg zijn ook de gouden jaren als het om talent opleiden gaat. Met als oudste Robert Gesink (35) gevolgd door Bauke Mollema (34), Steven Kruijswijk (34), Tom Dumoulin (30) en Kelderman (30). Die laatste een goed een half jaar jonger dan zijn Limburgse rivaal.

Wat een generatie. Het lijkt normaal, maar is het natuurlijk niet. We zien ze vandaag nog. En wat er morgen komt? Het zal minder zijn, zeggen diverse kenners in het boek ‘De Raboploeg’.

Richard Groenendaal: “De generatie waar we nu mee scoren is gefundeerd op de basis van Rabobank en ik huiver voor ná deze generatie. Zo’n opleiding is er niet meer op dit moment in Nederland.”

Robert Gesink: “Het wegvallen van Rabobank heeft ervoor gezorgd dat er nu niet zoveel aanwas is, en dat zullen we helaas op den duur ook gaan merken. Er komt een x-aantal jaren aan dat het minder dik gezaaid is.”

En dat doen dan weer denken aan de pré Rabojaren, toen de wielersport op een dieptepunt belandde en er nauwelijks aanvoer van talenten was. Dus nog één dag genieten van Kelderman op de voorposten van het Tourpeloton. Tot het niet meer normaal is.

Auteur Maarten Kolsloot (1982) is de schrijver van De Rabobankploeg, een onthullende en diepgravend boek over de geschiedenis van het veelbesproken wielerteam. Aan de hand van interviews met 260 betrokkenen en duizenden nieuwe documenten wordt een veelomvattend en in diverse opzichten nieuw beeld geschetst van de ploeg die tussen 1996 en 2012 successen boekte, maar ook vele dieptepunten kende. Het boek is verkrijgbaar voor € 22,99

Dit artikel delen:

22 Reacties

platteprijs 21 juli 2021 om 08:08

Nou ik vind Dumoulin zeker geen talent uit de Rabo-stal. Hij heeft er als ik het goed heb, slechts 1 jaar gereden.

Natte spons 21 juli 2021 om 10:38

Het was wel het team dat hem kans gaf om zich fulltime op het wielrennen te richten toen hij het niet zo naar zijn zin had op zijn studie en het wielrennen een jaar serieus wilde proberen.
Je ziet ook dat een renner als Vingegaard zich ook pas echt ging doorontwikkelen toen hij zich er fulltime op kon richten.
Die eerste stap is gewoon heel erg belangrijk en maakt dat de keuze tussen studie/maatschappelijke route, of profsport, eerder richting profsport kan vallen.

xistnc 21 juli 2021 om 11:40

Daarbij was Rabo een vangnet, want hij had al getekend bij Cervélo dat destijds een eigen ploeg zou beginnen. Dat ging uiteindelijk niet door. Iets soortgelijks gold overigens destijds voor Rohan Dennis, al weet ik niet zeker of dat ook om Cervélo ging.

Verweggistan 21 juli 2021 om 22:16

Was het bij Dennis niet dat pegasus verhaal?

platteprijs 21 juli 2021 om 08:18

Het probleem voor de nabije toekomst is niet het gemis van een talentenploeg. Het probleem is het gebrek aan scouting en vooral de kansen die Nederlandse beloften kunnen krijgen in kleinere profploegen. Want bij alleen Jumbo zijn de plekken schaars. Bovendien krijgen daar renners uit de Nederlandse contiploegen blijkbaar geen kans. Een Arjan Livyns bijvoorbeeld krijgt in België op latere leeftijd een herkansing. Waar moet je in Nederland zo'n herkansing krijgen?
Bovendien had de opleiding door Rabo ook zijn negatieve aspecten. Door de eenzijdige focus op tijdrit- en klimtalent, zijn er nauwelijks sprinters en klassieke renners opgeleid. Mede daardoor zijn er een flink aantal jaren geen Nederlandse topsprinters geweest. En onze beste klassieke renners, denk aan Terpstra en Langeveld, moesten een andere veel lastiger weg afleggen om de top te bereiken.

Yinek 21 juli 2021 om 08:37

Jumbo Visma heeft wel een beloftenteam wat al renners als Kooij en Dekker heeft laten doorstromen. Het zou mooi zijn als BEAT de stap zou kunnen maken naar Pro continentaal

harryjohan71 21 juli 2021 om 08:52

@Yinek Dekker is niet van het beloftenteam van JV, maar van SEG. Kooij en Leemreize zijn dit jaar doorgestroomd en in 2022 Van Dijke

YogiBear 21 juli 2021 om 10:43

“ Bovendien krijgen daar renners uit de Nederlandse contiploegen blijkbaar geen kans.” Op basis waarvan zeg je dit? Als je voldoende goed bent, zal die kans er echt wel komen. Het gat tussen de niveaus lijkt nu gewoon te groot. Er zou een Nederlands Pro team bij moeten komen. Specifiek voor de doorstroming zou het denk ik dan wel goed zijn als het geen Alpacin achtige ambitie heeft, wat in mijn ogen gewoon een WT team is met toevallig een pro licentie.

S. Morgenstern 21 juli 2021 om 11:22

Ze testen daar ook meer dan genoeg gasten van dat niveau, nemen af en toe iemand mee op trainingskamp en gaven twee jaar geleden bijvoorbeeld nog Krul een stageplek.

The Whaler 21 juli 2021 om 08:26

Heb jij het boek gelezen of puur dit artikel? Zoals ik het zie zijn er wel degelijk ook klassiek renners opgestaan M. Boogert bijvoorbeeld. En via Rabo Opleiding echt wel veel doorgestro

The Whaler 21 juli 2021 om 08:26

Doorgestroomd. Maar eerst het boek maar eens lezen voor het hele verhaal

Westland95 21 juli 2021 om 09:16

Knap inderdaad hoor, maar verder vind ik het een kraak noch smaak renner. In het buitenland kreeg hij van haast iedereen de Zubeldia award.

xistnc 21 juli 2021 om 11:41

Niet alleen in het buitenland.

assen 21 juli 2021 om 17:24

De Zubeldia award moet worden omgedoopt in de Kelderman award. Geen renner komt zo vaak in de top10 zonder te winnen.

Dr op en dr over 21 juli 2021 om 09:55

Benieuwd of Oomen in de aankomende twee jaar dezelfde stap kan maken als Kelderman ?

Sam heeft nochtans genoeg jongerentruitjes gewonnen de afgelopen jaren om nu al in de vergetelheid te geraken.

En verder is het natuurlijk even afwachten hoe knulletjes als Arensman zich ontwikkelen. Je wordt tenslotte niet zomaar tweede in de Tour de l’avenir achter Pogacar, maar voor mannen als Mäder en Vlasov. Wel jammer dat zijn ontwikkeling nu wat stil lijkt te staan. Snel wegwezen bij DSM zou ik zeggen.

Groetjesaandevoetjes 21 juli 2021 om 10:42

Hopelijk rijdt Arensman nog wel de Vuelta dit jaar, anders is het inderdaad snel wegwezen daar en hopelijk in de schaduw van Vingegaard, Foss, Roglic bij JV de weg omhoog te vinden.

boody 21 juli 2021 om 13:47

Wat een heerlijk positief verhaal over Wilco. Inderdaad waarschijnlijk de laatste van een unieke, door Rabo opgeleide wielergeneratie. Jammer dat aan de topprestatie vijfde in de tour verder zo weinig aandacht is geschonken. Waar veel licht is, is veel schaduw. In het licht van Pogacar en Vingegaard, vielen de prestaties van de meeste andere top 10 renners nauwelijks op. Over 10 jaar denken we terug aan deze gouden generatie, waaronder Wilco met drie top vijf noteringen in de grote rondes.

horsm 21 juli 2021 om 14:28

Grappig. Destijds mopperde de ‘wielerkenners’ dat de Rabo-opleiding renners zonder ‘winnaarsmentaliteit’ opleidde, omdat ze teveel ‘gepamperde’ zouden worden. O.a. de huidige Wielerflits-eigenaar Kerckhoffs was daar nogal vocaal in.

S.t.B 21 juli 2021 om 17:04

Vind dan ook dat Wilco die periode misschien iets teveel idealiseert. Commentaar was er wel degelijk, en stevig ook. Het meeleven van het Nederlandse publiek (echte liefhebbers niet meegerekend) bleef ook vaak beperkt tot de Alpe d’Huez. Andere ploegen hoorde je vaak sneren maken naar de verwende boys van Rabo. Veel buitenlandse renners hebben er ook hun carrière afgesloten of een aangename tussenstop gemaakt met riant salaris en weinig prestaties. In de periode voor Rabo zat ik als liefhebber en Nederlander toch veel vaker op het puntje van mijn stoel.

Franco Ballerini 21 juli 2021 om 17:15

Ik mopperde toen net zo hard mee, en na het lezen van het (overigens uitstekende) boek De Raboploeg begrijp ik weer waarom ik dat toen deed.

S.t.B 21 juli 2021 om 18:27

Het boek nog niet gelezen, maar als ik zo de balans opmaak heb ik alleen nog maar meer respect voor de Nederlandse ploegen die voor Rabo het peloton opkleurden.
Feitelijk moesten deze ploegen (4 in totaal!) met een matig budget uit één vijver vissen en wisten desondanks resultaten neer te zetten die vaak beter waren dan de Rabo ploeg in zijn hoogtijdagen.
Vraag me vaak af of Rabo niet juist voor een verstikkende monocultuur in het Nederlandse wielrennen heeft gezorgd en de talentontwikkeling eerder heeft tegengewerkt dan bevordert.

Franco Ballerini 21 juli 2021 om 19:13

Uw toenmalige zorgen worden ook in het boek benoemd. Zelfs de Rabo zag dat toen wel in, maar (wellicht te) laat.

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Headlines

Materiaalzone

Populair