Review: De nieuwe Cannondale SuperSix blijft zichzelf, maar met wat scherpere randjes
foto: Cannondale/Brazo de Hierro
Ties Wijntjes
dinsdag 17 februari 2026 om 15:00 Volg in Google

Review: De nieuwe Cannondale SuperSix blijft zichzelf, maar met wat scherpere randjes

Materiaalzone Er zijn zo van die fietsen die door de jaren heen een mythische status vergaren. Soms door die ene bijzondere overwinning, door een opvallende coureur, of omdat ze simpelweg al zó lang in de top van de wielrennerij meedraaien. De SuperSix valt in die laatste categorie. Met de vijfde generatie van de iconische racefiets, hoopt Cannondale het nalatenschap van de SuperSix nog groter te maken.

Aan de top komen is makkelijk, maar aan de top blijven is lastig. Althans, zo luidt het bekende gezegde. Dat het desalniettemin mogelijk is, heeft Cannondale lang en breed bewezen. Al tientallen jaren is het Amerikaanse merk een vaste kracht in de hoogste regionen van de wielersport, met de SuperSix als vlaggenschip van hun fietsvloot. Van die iconische racer heeft Cannondale ondertussen de vijfde generatie onthuld.

Om dat te zien moet je over een goed paar ogen en een portie geduld beschikken, overigens. Het is namelijk behoorlijk zoeken naar de verschillen tussen de oude en de nieuwe SuperSix. De buizen van het frame en de voorvork evenals de cockpit hebben een wat andere vorm dan bij de voorganger, maar de wijzigingen zijn – op het oog – minimaal.

foto: Cannondale/Brazo de Hierro

Dat past ook bij de vernieuwingen die Cannondale heeft gepoogd aan het frame aan te brengen. Generatie vijf van de SuperSix is geen enorme stap voorwaarts, maar een verfijning van wat ze drie jaar geleden introduceerden met de vierde generatie van de SuperSix. Dat stelt het Amerikaanse fietsmerk tijdens de onthulling van hun nieuwste racer in Girona.

Bij die doorontwikkeling werd gekeken naar feedback vanuit verschillende hoeken, maar stonden de profs centraal. Er is steeds meer nodig om te winnen, iedere watt telt tegenwoordig. Dus ging Cannondale op zoek naar… Juist: iedere watt. Daarbij kozen ze – net als voorgaande edities – niet enkel voor laag gewicht of aerodynamica, maar juist naar de combinatie van de twee.

Daarvoor zijn wijzigingen aan verschillende buizen aangebracht, waarbij Cannondale poogde om optimale stijfhijd en aerodynamica voor die specifieke buis en de specifieke plek te vinden. Op sommige plekken kon zo wat gewicht bespaard worden, omdat stijfheid daar bijvoorbeeld wat minder belangrijk was. Een vernieuwd productieproces zou ook bijdragen aan lager gewicht.

Kijken we naar het absolute topmodel, de SuperSix EVO Lab71 SL, dan is de frameset 72 gram lichter, terwijl de nieuwe SystemBar Road cockpit 40 gram lichter is dan zijn voorganger. Naast de frameset, zijn ook alle andere onderdelen (zoals bidonhouders, bouten en de houder voor de fietscomputer) onder de loep genomen om deze lichter te maken, wat de totale gewichtsbesparing op 148 gram zou brengen.

Daarnaast is er ook wat gesleuteld aan de geometrie. Meest noemenswaardig daaraan, is dat de stack met 10 millimeter is verlaagd. Daardoor zou het stuurgedrag van de fiets reactiever moeten worden. Tevens is er een framemaat bijgekomen: de 51 zien we niet meer terug, maar in plaats daarvoor is de SuperSix beschikbaar in framematen 50 én 52. Ook fijn: de fiets biedt ruimte aan banden tot 32 millimeter breed. Dat is 4 millimeter meer dan zijn voorganger.

Tot slot brengt Cannondale een variant van de Supersix op de markt met ondiepe wielen (DT Swiss 180 Spline) en een speciale cockpit (De Systembar Road SL). Die cockpit is 110 gram lichter dan de aerodynamische variant die normaliter op de fiets zit. In combinatie met de lichtere wielen en SRAM Red AXS, zou de fiets dan slechts 6,4 kilo wegen.

Racekarakter
Kleine wijzigingen dus, waardoor het karakter van de SuperSix behouden moet blijven, maar de fiets toch ook nét wat beter rijdt. Dat dat karakter behouden is, is vanaf de eerste meters die ik op de SuperSix EVO 1 rijd merkbaar. De balans tussen controle, vertrouwen en reactiviteit die ik herinner van de vorige SuperSix, voel ik ook hier gelijk weer. Een goede start dus.

Toch is ook wel degelijk merkbaar dat er aan de SuperSix is gesleuteld. De voorzijde is wat stijver, de fiets reageert wat agressiever op stuurbewegingen en hij lijkt iets makkelijker te versnellen. In andere woorden: de SuperSix is nog íéts meer een racer geworden.

Te beginnen met dat stuurgedrag. Vooral daarin lijkt de SuperSix wat agressiever te zijn geworden dan zijn voorganger. Doordat de stack iets verlaagd is, zit je in een iets agressievere houding en stuur je de fiets wat directer. De fiets reageert wat rapper op je stuurbewegingen, waardoor je makkelijker kan corrigeren en wat scherper bochten in kan sturen. Eenmaal uit het zadel is het heen en weer wiegen van de fiets daardoor wel wat stugger.

De stijfheid van de voorzijde van de fiets, en bovenal van de nieuwe cockpit, dragen ook bij aan dat directe stuurgedrag. Gelukkig gaat dat zonder dat het nervositeit oplevert, maar de stijfheid heeft alsnog een kleine keerzijde: het gaat ten koste van een klein beetje comfort. De fiets wordt er zeker niet oncomfortabel door, maar je voelt wel net wat meer impact van de ondergrond doorkomen.

foto: Cannondale/Brazo de Hierro

Sowieso lijkt die extra reactiviteit niet ten koste te gaan van de controle en stabiliteit van de SuperSix. Het gewicht van het frame lijkt wat lager te liggen dan voorheen, wat de wegligging ten goede komt. In combinatie met de goede reactiviteit aan de voorzijde, zorgt dat voor een mooie balans in het rijgedrag.

Niet alleen aan de voorzijde is de fiets wat stijver geworden. Ook de trapasstijfheid en de Reserve 57|64 wielen zorgen voor betere krachtoverdracht dan zijn voorganger. Dat is vooral te merken bij korte versnellingen of explosieve sprints: de SuperSix reageert daar simpelweg uitzonderlijk goed op. Toch geldt hier – net als bij het stuur – dat die stijfheid óók wat meer belasting op de rest van je lichaam betekent omdat het iets minder vibraties dempt.

Alhoewel de fiets nog altijd niet goedkoop is, verdienen de prijzen toch een klein compliment. Het instapmodel van de SuperSix, de SuperSix EVO 5, is namelijk beschikbaar voor €4.499,-. Het topmodel, de SuperSix EVO LAB71 SL, kost €12.799,-. Vergeleken met de uitgaande generatie SuperSix is dat respectievelijk €2.500,- goedkoper voor het instapmodel en €2.200,- voor het topmodel. Ja, het blijven érg hoge prijzen, maar zelfs dan is die significante prijsdaling een goede stap.

foto: Cannondale/Brazo de Hierro

Al met al is de SuperSix inderdaad zoals Cannondale zegt weer nét iets beter geworden. Er zijn geen reusachtige wijzigingen gedaan, maar wel kleine veranderingen doorgevoerd waardoor de SuperSix op verschillende vlakken weer wat aangenamer rijdt.

Dat dat is gedaan zónder aan het karakter van de fiets te tornen, is een goede keuze geweest. De SuperSix was immers al een bijzonder fijne racefiets. Aan dat fijne karakter is nu precies genoeg geslepen om van de fiets nóg iets meer een racer van het hoogste kaliber te maken.

Voor de zomervakantie
1 Reacties
17-02-2026 21:33
Er zijn best wat crack'n fails met mythische status, maar geen ervan heeft in de laatste 20jr het levenslicht gezien.

Om te reageren moet je ingelogd zijn.