Zes conclusies na Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico 2026
Analyse Met Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico zitten de eerste twee grote WorldTour-rittenkoersen van 2026 erop. In Frankrijk kregen de renners het klassieke hondenweer te verwerken, terwijl de deelnemers in Italië daar grotendeels aan ontsnapten. Beide koersen boden in ieder geval voldoende aanknopingspunten voor het voorjaar én de rest van het seizoen. WielerFlits bundelt de belangrijkste conclusies.
Pogačar zal zich afvragen waar hij Van der Poel moet lossen in San Remo
Iedereen die Tirreno-Adriatico heeft gevolgd, kan moeilijk om één vaststelling heen: Mathieu van der Poel is momenteel bijzonder goed. Op vrijwel elke korte helling in koers oogde de Nederlander als de sterkste man. Veelzeggend was het moment in de vierde etappe, waar hij vlak voor de top van het slotklimmetje moeiteloos naar het wiel van Isaac Del Toro sprong. Hij moest zelfs remmen om een botsing te voorkomen, terwijl de rest van het peloton daar al op de limiet reed.
Ook zijn optreden in de gravelrit sprak boekdelen. Op stroken tot 12% reed Van der Poel op pure kracht weg van de concurrentie en hield hij die inspanning ogenschijnlijk moeiteloos tot aan de finish vol. Zijn prestaties resulteerden in twee ritzeges. Vooral zijn overwinning in etappe vier was indrukwekkend: in de laatste kilometer maakte hij geen enkele fout en lanceerde hij een sprint van bijna driehonderd meter, vergelijkbaar met zijn winnende sprint in Milaan-San Remo vorig jaar. Hij spurtte fietslengtes weg bij de overige toprenners.
Dat moet Tadej Pogačar toch aan het denken zetten. Waar kan hij Van der Poel zaterdag lossen? In Tirreno-Adriatico toonde de Nederlander bij vergelijkbare inspanningen die nodig zijn op de Cipressa en de Poggio, dat hij het nodige overschot had. Bovendien beschikt Alpecin-Deceuninck nog over een extra troef. Jasper Philipsen eindigde in diezelfde vierde etappe, met ruim 2700 hoogtemeters, slechts 26 seconden achter Van der Poel. De verwachting is duidelijk: MVDP is sterk genoeg om zélf de aanval te openen op Pogačar, met oud-winnaar (2024) Philipsen achter de hand als het toch uitdraait op een sprint.
Visma | Lease a Bike ligt op schema
De referentie van Tadej Pogačar dit seizoen is voorlopig Strade Bianche. Zijn solo was opnieuw indrukwekkend, zelfs langer dan in de twee voorgaande edities. Toch was het verschil met de nummer twee kleiner dan voorheen. Dat hoeft weinig te betekenen, maar het is wel interessant als we kijken naar zijn grootste uitdager richting de Tour.
Bij Visma | Lease a Bike lijkt alles namelijk volgens plan te verlopen. Jonas Vingegaard won Parijs-Nice op overtuigende wijze. In etappe vier profiteerde hij van het vernietigende tempo van Red Bull-BORA-hansgrohe in barre weersomstandigheden, waarna hij zelf de genadeklap uitdeelde. Hij won die rit en daags nadien opnieuw, simpelweg omdat hij bergop de beste was.

Parijs-Nice zal Jonas Vingegaard tevreden stemmen – foto: fotopersburo Cor Vos
Het deelnemersveld in Parijs-Nice was misschien het minst sterk in jaren, maar het verschil tussen Vingegaard en nummer twee Daniel Felipe Martínez was wel het grootst sinds 1939. Dat zegt genoeg. Bovendien oogde ook zijn ploeg sterk. Edoardo Affini, Victor Campenaerts en Bruno Armirail toonden zich waardevolle steunpilaren. Affini liet bovendien zien opnieuw probleemloos in de Tourkern te kunnen inschuiven, mocht er – net als vorig jaar met Christophe Laporte – iemand uitvallen.
Wout van Aert blijft een vraagteken voor Vlaamse klassiekers
Ook in Tirreno-Adriatico speelde Visma | Lease a Bike een belangrijke rol. Matteo Jorgenson bevestigde daar zijn uitstekende vorm, net zoals eerder in de Faun-Ardèche Classic, Faun-Drôme Classic en Strade Bianche. Het is jammer dat we de Amerikaan in deze conditie niet in de Vlaamse klassiekers zullen zien.
Dat maakt de situatie rond Wout van Aert des te interessanter. Zijn voorbereiding werd verstoord door een enkelbreuk en ziekte vlak voor het Openingsweekend. Hoewel hij in de Italiaanse ritten die hem lagen vaak bij de beste tien in koers zat, oogde hij niet dominant. Hij cijferde zich zelfs een aantal keer weg in functie van de sterkere Jorgenson.
Van Aert reed duidelijk om wedstrijdritme op te doen, maar zowel hijzelf als de buitenwereld zullen wellicht iets meer verwacht hebben. Op sommige hellingen moest hij ‘los over de limiet’ om te volgen. Dat helpt om vorm op te bouwen, maar het betekent ook dat anderen momenteel verder staan én dat ook zij de komende weken normaal nog verder groeien in hun vormcurve. Daarnaast blijft Van Aert zijn positionering een probleem – iets wat vorig voorjaar ook al opspeelde.
INEOS doet niet veel onder voor Red Bull, Lidl-Trek en Decathlon
Voor het seizoen waren de verwachtingen rond Red Bull-BORA-hansgrohe, Lidl-Trek en Decathlon CMA CGM hooggespannen. De eerste weken bevestigen dat beeld. Ondanks de nodige pech – Olav Kooij ligt er tot nadere orde uit, Tiesj Benoot mist door een hernia heel het voorjaar en man in vorm Daan Hoole’s topje van zijn pink is bijna helemaal weggeschaafd bij zijn harde val in Parijs-Nice – blijft de Franse equipe zichtbaar en pakte Tobias Lund Andresen een ritzege in Tirreno-Adriatico.
Lidl-Trek verloor Juan Ayuso weliswaar na een zware val in Parijs-Nice, maar de ploegentijdrit toonde de enorme breedte van het team. In Tirreno-Adriatico reed Giulio Ciccone met de beste klimmers mee en Jonathan Milan won een etappe.

Mick en Tim van Dijke – foto: fotopersburo Cor Vos
Red Bull-BORA-hansgrohe maakte misschien wel de grootste sprong. In Parijs-Nice reden Mick en Tim van Dijke het peloton aan flarden, wat Dani Martínez uiteindelijk naar een podiumplaats in het klassement hielp. In Tirreno-Adriatico bevestigde Giulio Pellizzari ondertussen zijn status als groot talent. We willen hem nog weleens vergeten als het over Paul Seixas en Isaac Del Toro gaat.
Maar misschien moeten we aan die drie teams nog eentje toevoegen: INEOS Grenadiers. Onder leiding van sportief eindverantwoordelijke Geraint Thomas lijkt de ploeg nieuw elan te hebben. In Parijs-Nice maakten Kévin Vauquelin, Oscar Onley (tot zijn val en latere opgave) en Dorian Godon indruk, terwijl in Tirreno-Adriatico onder meer Magnus Sheffield, Thymen Arensman en Filippo Ganna sterk voor de dag kwamen.
Vooral in de tijdritten zette INEOS een duidelijke stap vooruit, met winst in de ploegentijdrit in Frankrijk en drie renners bij de eerste vier in de chronoproef in Italië. Daarna werd de ploeg in Tirreno-Adriatico wel een beetje achtervolgd door pech en konden ze de lijn van de tijdrit daardoor misschien niet doorzetten. Dat zal de tijd moeten leren. Wel een vaststelling: Filippo Ganna heeft bergop geen enkel moment de illussie gewekt dat hij Pogačar op de Cipressa kan volgen.

Thymen Arensman en Magnus Sheffield – foto: fotopersburo Cor Vos
Nieuwe generatie klopt nadrukkelijker op de deur
De opkomst van een nieuwe generatie klassementsrenners was vorig seizoen al zichtbaar en die trend zet zich dit voorjaar door. Isaac Del Toro, Giulio Pellizzari en Kévin Vauquelin bevestigden dat meteen in Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico, terwijl Oscar Onley door een opgave zijn kans verloor.

Del Toro en Pellizzari – foto: fotopersburo Cor Vos
Ook Tobias Halland Johannessen blijft zich ontwikkelen. De Noor van Uno-X Mobility – vorig jaar al vijfde in de Tour – mengt zich steeds vaker in de strijd bergop, al krijgt hij nog relatief weinig aandacht in de internationale media. De naam van Lenny Martinez gaat vaker over de tongen. De grillige, Franse pocketklimmer won de slotrit in Parijs-Nice en hij werd vijfde in het eindklassement.
Daarnaast liet Mathys Rondel zich weer zien. Het 22-jarige rondetalent van Tudor Pro Cycling reed eerder dit jaar al opvallend sterk op Mallorca naast Remco Evenepoel en bevestigde dat met een twaalfde plaats in de UAE Tour en nu een achtste plek in Parijs-Nice. Zijn contractverlenging tot 2030 kwam maandag dan ook niet uit de lucht vallen. Daarnaast is de 22-jarige Italiaan Alessandro Pinarello (NSN Cycling) een van de openbaringen van dit prille voorseizoen. Hij werd knap tiende in Tirreno-Adriatico.


Wildcard-teams drukken amper hun stempel
Een laatste voorzichtige conclusie na deze twee rittenkoersen: het verschil tussen WorldTeams en ProTeams lijkt opnieuw iets groter te zijn dan een jaar geleden..
Van de vijf ProTeams die startten, kon eigenlijk alleen Tudor Pro Cycling echt meespelen. TotalEnergies kende in Parijs-Nice de nodige pech, al zagen we daar af en toe wel een positieve glimp van Mattéo Vercher. De overige teams – Bardiani CSF-7 Saber, Caja Rural-Seguros RGA, Solution Tech-NIPPO-Rali en ook Pinarello-Q36.5 zonder Tom Pidcock – bleven grotendeels onzichtbaar.
Wielerflits Magazine is jouw Tourgids!
De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. En het is niet voor niets De Meest Complete Tour de France Gids. In onze Zomergids lees je alles over de Tour de France en de Tour Femmes, van etappes tot favorieten en indrukwekkende achtergronden over de teams en de bergen. Je leest over Jonas Vingegaard, de knechten van Tadej Pogačar, Lucien Van Impe, Mathieu van der Poel, Raymond Poulidor, Rick Pluimers en nog veel meer!




Dat is best een boude uitspraak. Eerder het omgekeerde lijkt waar.
Uit de voorbeschouwing van een site genaamd wielerflits: "Van Aert is hij hier vooral om zijn vorm op te krikken" en om "in de lastige finales Jorgenson te steunen".