“Hij ligt echt niet te daveren in zijn bed”: Herygers en Vervecken wikken duel Van Aert-Van der Poel
Analyse Met drie zijn ze: de mannen die het komende veldritweekend de meeste blikken zullen vangen, te beginnen in Antwerpen. De heerser (Mathieu van der Poel), de jonge uitdager (Thibau Nys) en het vraagteken (Wout van Aert) willen allemaal die eerste confrontatie tussen de groten naar hun hand zetten, maar hoe moeten we de waardeverhoudingen inschatten? We vragen het aan ex-wereldkampioenen en kenners Paul Herygers en Erwin Vervecken.
Mathieu van der Poel, de heerser
Hoewel het bij zijn eerste cross van de winter – zondag in Namen – nipt was, doen de statistieken voor de concurrentie niet al te veel goeds verhopen. In de vorige twee seizoenen verloor Van der Poel immers enkel door pech. Toch zagen de twee een kwetsbare Van der Poel in Namen. “Hij maakte nog wat technische foutjes en we zagen zeker niet de beste Van der Poel”, zegt Vervecken. “Hij kwam vrij snel voorin, maar is dan blijven hangen. Dat wil toch iets zeggen. Hij had geen overschot, anders koerst hij aanvallender.”
Herygers: “Dat doet hij allemaal op een basis om u tegen te zeggen. Hij heeft het zichzelf echt niet gemakkelijk gemaakt door juist in Namen te beginnen. Dat is geen cadeau. Maar het was misschien wel belangrijk dat Mathieu daar heeft bewezen dat hij ook ‘als een normale’ kan koersen. Hij is zo geprogrammeerd om hard te rijden en hij kan zich soms moeilijk bedwingen. Maar hij kan dus ook als er wat denkwerk bij te pas komt, de koers onder controle houden. Heel belangrijk.”
Wat gaat dat geven in Antwerpen? “Ik vrees dat je daar heel vroeg gaat moeten opstaan om hem te kunnen bewonderen. Dat gaat geen halve cross duren. Ik wil niet negatief zijn naar de concurrentie, maar bereid je maar voor op het ergste”, zegt de Sporza-commentator. “Iedereen hoopt nu dat hij te pakken is, maar op een parcours dat hem volledig ligt zoals in Antwerpen, en waar hij zichzelf niet kan tegenkomen, gaat hij niet wachten. In principe ligt zijn doel alleen op het WK, maar ik ben niet naïef: hij wil ze allemaal winnen, en het zal voor de rest knokken worden. Op dat soort omlopen zal hij wél 100 procent zijn, denk ik zelf.”
Van der Poel gaf wel zelf al aan dat zijn opbouw meer WK-gecentreerd is, en dat hij wat later goed wil zijn. “Dat zorgt ervoor dat die eerste crossen voor de concurrentie heel belangrijk zijn”, vult Vervecken aan. “Wie Mathieu van der Poel klopt, die schrijft bijna geschiedenis. Ook omdat zijn aanzien zo groot is. Als je hem in Namen zag rondrijden, ging het publiek waar hij kwam helemaal los. Het was precies of Michael Jackson kwam op het podium voor zijn eerste nummer in een concert.”

Nys probeerde het wel in Namen – foto: Fotopersburo Cor Vos
Thibau Nys, de jonge uitdager
Ook al kon hij het niet afwerken, toch mocht Thibau Nys met veel veren op zijn hoed Namen verlaten. “Hoelang is het geleden dat we iemand zo fel tegen Mathieu hebben weten duelleren in de cross, Wout van Aert buiten beschouwing gelaten?”, vraagt Vervecken. “Dan denk ik al aan een jaar of drie terug, als het over Tom Pidcock gaat. En wat de rest betreft, al van voor corona. Ik weet niet of hij Mathieu had kunnen kloppen, maar dit geeft hem wel opties. Het is heel straf wat hij heeft gedaan.”
Herygers vult aan: “Ik heb genoeg gezien. Van mij moet hij niets meer bewijzen. Het was natuurlijk een uitgelezen kans, maar ik denk dat het 50/50 geweest zou zijn voor de overwinning. Hij is heel goed bezig, en ik durf al te denken dat hij ooit meer titels dan zijn vader gaat behalen. Maar laat ons vooral niet te veel verwachten in de komende weken.”
Zoals vader Nys al zei: Namen is Antwerpen nog niet. Zal de jonge Europese kampioen het daar veel lastiger hebben om zijn nummertje over te doen? “Ik denk dat we na komend weekend misschien iets minder lovend over Nys gaan praten”, waarschuwt Herygers. “En dat bedoel ik niet negatief. Hij heeft progressie geboekt, maar hij is er nog niet. Zijn tijd komt nog wel en de toekomst lacht hem toe, maar hij moet nu vooral zorgen dat hij zijn vingers niet verbrandt aan Mathieu. Als hij zijn motortje nu niet opblaast, kan hij binnen een jaar of drie wel oogsten tegen Van der Poel. Nu kan hij op zijn terrein, zoals in Namen, al flitsen tonen.”
Daar is Vervecken het volledig mee eens. “Als je ziet hoe hard hij al gegroeid is door één Tour de France uit te rijden, dan is dat veelbelovend. Hij heeft veel meer ‘body’ gekregen, en hij kiest zijn parcoursen goed uit. Daar zit een groot verschil met een jaar geleden, toen hij nog wisselvalliger was. Als hij die lijn kan blijven doortrekken, zal dat vroeg of laat beloond worden.”
Wout van Aert, het vraagteken
Vanaf de clash in Antwerpen tot en met het Belgisch kampioenschap in Beringen komt ook drievoudig wereldkampioen Wout van Aert zich in de cross tonen. Vijf keer zal hij het opnemen tegen Van der Poel. “Ik vind dat hij zijn programma slim heeft uitgetekend”, opent Herygers. “Teken een cirkeltje van 60 kilometer rond zijn deur en je ziet dat alle crossen daar binnen vallen. Dat heeft hij goed voor elkaar gekregen. Iedereen weet waar hij mee bezig is.”

Hoe ver staat de crosser Wout van Aert? – foto: Fotopersburo Cor Vos
Dan bedoelt Herygers het klassieke voorjaar, dat voor Van Aert en Visma | Lease a Bike primeert. Om die reden rijdt hij vermoedelijk geen WK. “Denk nu vooral niet dat Wout wakker ligt van die eerste confrontatie met Mathieu. Hij ligt niet te daveren in zijn bed. Elke keuze is, nog iets meer dan Mathieu, nauwgezet afgewogen. Maar we verwachten wel dat hij in orde is. Om op dit niveau te gaan crossen, moet er toch een basis zijn. Hij heeft lang zijn goesting mogen doen en kunnen ontspannen, maar daarna heeft hij heus niet enkel tochtjes tegen wielertoeristen gereden. Hij zal al behoorlijk hard getraind hebben op het juiste moment.”
Maar is dat genoeg om meteen voorin mee te doen? Vervecken: “Het is de laatste jaren een beetje typisch voor Wout, dat hij twee tot drie crossen nodig heeft om erin te komen. Dat zal nu niet anders zijn. Hij heeft een grote motor en houdt van een zware cross, daarom zal hij ook wel meteen terug op het podium staan. Ik hoop dat hij zo kort mogelijk eindigt, maar je kunt niet verwachten dat hij Van der Poel gaat kloppen.”
De twee zien in het Antwerpse zandparcours een extra valkuil, ondanks de aanpassingen van de organisator. “Het blijft niet de leukste cross om vanuit de achtergrond te beginnen”, aldus Herygers. “Dat is altijd wat knokken, en dat kan ook fout lopen. Je zag op het WK nog dat het allemaal juist moet vallen om in die start mee te zijn. Dat is hier niet anders. Ik zie een duel niet meteen voor Antwerpen, maar we moeten niet wanhopen. Dat komt later nog wel. Misschien finisht hij nu eerder in de buurt van Thibau.”
Vervecken: “Eigenlijk was de klimcross in Namen, wat dat betreft, een betere start geweest. Maar door zijn stage met Visma | Lease a Bike was dat wellicht niet mogelijk. In Antwerpen is het geen simpele start, dat is maandag in Hofstade al beter. Daar is het ruim en breed om te passeren, en je hebt er ook een lange looppassage. Dendermonde is dan weer helemaal zijn cross en daar rijdt Mathieu niet. Dat wordt terug de eerste écht grote kans, en dan is hij vertrokken voor Loenhout, Mol en Zonhoven.”
over Antwerpen. Terwijl in Namen, 9 ronden lang, die verwachting er wél
was voor Thibau Nys, en de beide kenners 'een kwetsbare Mathieu zagen'.
Jammer dat beide heren indekverhaaltjes boven halen voor Van Aert,
want dat heeft een renner met diens status en klasse niet nodig.
Ze mochten gerust de lat voor Van Aert wat hoger leggen gezien
hier alle reden toe is.
Heb even de statistieke in het veld erbij gepakt, in de laatste 100 wedstrijden, was MvdP 77x de betere.
Wout die in Roubaix meedoet om de overwinning, daar gaat het om denk ik zo. Met RvV&MSR een mooi doel maar lastiger.