Voorjaar 26: Tadej Pogacar heerst op de apenrots, Mathieu van der Poel kan blijven crossen
Opinie Dit is niet zomaar een strijd om de zege in Luik-Bastenaken-Luik. Ditmaal staat er veel meer prestige op het spel dan alleen de hoogste trede in La Doyenne. In de Ardennen ontvouwt zich tevens een strijd om de hoogste positie op de apenrots. De mannen met een groot palmares, Tadej Pogacar en Remco Evenepoel, tegenover tiener Paul Seixas. Wie van de drie? De Côte de la Redoute toont aan dat het jonkie uit Frankrijk het Sloveense fenomeen al aankan. Al laat Pogacar twee klimmen verderop zien dat hij voorlopig nog altijd dé norm is aan de top van de wielersport.
We kijken toch maar weer eens naar de statistieken. Tadej Pogacar is 27 jaar en 7 maanden en wint met Luik-Bastenaken-Luik zijn dertiende Monument. Eddy Merckx had eveneens dertien Monumenten op zijn palmares toen hij 27 jaar en 7 maanden was. De Kannibaal won vervolgens in het resterende deel van zijn loopbaan nog eens zes Monumenten.
Pogacar maakt in zijn perspraatje na zijn zege in Luik duidelijk dat we voorlopig nog niet van hem af zijn en dat hij nog altijd dichter op de huid van Merckx kan kruipen. Met veel respect kijkt de Sloveen naar de indrukwekkende opmars die de 19-jarige Paul Seixas doormaakt. Het wonderkind van Decathlon CMA CGM is een renner die hem zonder twijfel motiveert om de lat nog hoger te leggen.
“Seixas noodzaakt ons om nog beter te worden”, benadrukt Pogacar. “Ik ben niet veel sterkere renners dan hem tegengekomen. Normaal ben je fysiek op je best tussen 26 en 30 jaar, dus we kunnen nog veel van hem verwachten. We moeten de komende jaren ons best doen om zoveel mogelijk te winnen, tot het moment komt waarop Paul ons allemaal vernietigt.”
Lovende woorden voor Seixas, die zijn talent dit voorjaar al heeft ingewisseld voor de status van kampioen. La Redoute is een klim die niet liegt. Hoe Pogacar het daar ook probeert, de jonge Fransman buigt niet. Zittend, staand op de pedalen, het lukt ‘Pogi’ niet om op dezelfde klim net als in de voorgaande twee jaren zijn slag te slaan. En dit terwijl hij zijn eigen klimprestatie uit 2025 (3 minuten en 58 seconden) met liefst dertien seconden weet te verbeteren. Pas op de laatste Ardennenrug, de Côte Saint-Roche-aux-Faucons, wordt een versnelling vanuit het zadel, op 590 meter van de top, Seixas fataal.
De lente van 2026 is opnieuw het voorjaar van Pogacar. Slechts vijf wedstrijden dit voorjaar, vijf klassiekers. Vier overwinningen én een tweede plaats. Zeges in Strade Bianche, Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik, terwijl hij als tweede eindigt in Parijs-Roubaix.
Zagen we hem na de kasseientocht in Le Nord nog uitgeput en getekend over de finish komen, na zijn Ardennenoffensief is daar weer die frisse blik in zijn ogen. De twee weken rust tussen beide klassiekers hebben hem klaarblijkelijk goed gedaan. Zowel fysiek als mentaal heeft hij nieuwe energie getankt. Juist de aanpak van slechts vijf koersen in de eerste maanden van het jaar is hem goed bevallen. “Het zijn dan niet veel wedstrijden, maar met de verwachtingen, de druk, de uitdagingen en het hoge niveau in deze klassiekers moest ik wel continu de beste versie van mezelf zijn. Ik heb dan ook veel en hard getraind”, concludeerde hij zelf.

Foto: Fotoburo Cor Vos
Pogacar kan nog geen uitspraak doen over de vraag of dit een aanpak is die hij komend jaar zal herhalen. Deze voorjaarscampagne is geslaagd, al blijft er de uitdaging om ook dat vijfde Monument (Parijs-Roubaix) aan zijn erelijst toe te voegen.
Ondanks de heerschappij van Pogacar scoren ook zijn directe concurrenten Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Remco Evenepoel een dikke voldoende voor hun voorjaar. Waar Van der Poel vorig jaar nog zegevierde in twee Monumenten, moest hij na Parijs-Roubaix constateren dat de teller dit jaar op nul blijft steken. Om hieraan zijn voorjaar af te meten is scorebordjournalistiek. ‘MVDP’ kan terugkijken op een zeer sterk voorjaar. Hij haalde, zoals vrijwel iedereen aan de top, een niveau dat hij nog niet eerder heeft laten zien.
In Milaan-San Remo heeft hij de pech dat hij vijf kilometer voor de Cipressa betrokken raakt bij een massale valpartij. Hij moet vervolgens, net als Pogacar overigens, zo’n zes minuten vol achtervolgen om daarna een inspanning van negen minuten op de Cipressa te leveren. Zo ontstaat een blok van vijftien minuten, een inspanningsduur waarin Pogacar excelleert. Daardoor verschiet Van der Poel (die op de klim zelf nog wel eenzelfde vermogensoutput als in 2025 haalde) pijlen die hij later op de Poggio tekortkomt.
In de Ronde van Vlaanderen leeft bij hem de overtuiging dat hij Pogacar ditmaal wel kan volgen op de laatste passage van de Oude Kwaremont. Uiteindelijk komt hij aan de top slechts vijf seconden tekort. Hier bewijst hij dat het gat met de Sloveen kleiner is geworden. Al had de kopman van Alpecin-Premier Tech tactisch wellicht slimmer kunnen koersen door Remco Evenepoel te laten terugkeren.
In Parijs-Roubaix is Van der Poel waarschijnlijk de sterkste renner in koers, maar door de pedalensoap in het Bos van Wallers rijdt hij op 95 kilometer van de streep al een verloren wedstrijd. Toch komt hij, na een achterstand van ruim twee minuten, op het Velodrôme van Roubaix als vierde binnen, op slechts vijftien seconden van winnaar Wout van Aert.
Afgelopen winter stelde Van der Poel zich, na zijn achtste wereldtitel veldrijden, hardop de vraag of hij niet eens een winter het crossen moet overslaan. Of hij niet beter een volledige winter gericht naar het voorjaar kan toewerken. Ik ben geneigd te concluderen dat een winter met de focus op een beperkt aantal veldritten hem juist scherp houdt en hem naar zijn maximale niveau voor het klassieke voorjaar brengt. Waarom zou hij afwijken van een aanpak die hem nu al enkele jaren naar zijn absolute topvorm en fantastische resultaten leidt?

Mathieu van der Poel met pech in Parijs-Roubaix. Foto: Fotoburo Cor Vos
Wel kun je vraagtekens plaatsen bij de vraag of hij in een Tirreno-Adriatico drie tot vier dagen tot het uiterste moet gaan. Is zo’n inspanning in de laatste etappe, op 90 kilometer van de streep, wel nodig? Zoals je je ook kunt afvragen of, onder die slechte weersomstandigheden, een solo van ruim 40 kilometer in de E3 Saxo Classic wel verstandig is. Al levert het hem in Harelbeke wel een schitterende overwinning op. Toch moet hij richting de Monumenten overwegen om misschien eens iets meer gedoseerd te rijden.
Wout van Aert heeft met zijn zege in Parijs-Roubaix zijn loopbaan de glans gegeven die zij verdient. Ook zijn voorjaar is meer dan geslaagd. Derde in Milaan–San Remo, ingehaald in de slotkilometers in Wevelgem, tweede na op 100 meter van de finish te zijn achterhaald in Dwars door Vlaanderen, vierde in de Ronde van Vlaanderen en uiteindelijk de winst in Roubaix. Na twee jaar Tirreno en Milaan–San Remo te hebben overgeslagen, zal de kopman van Visma | Lease a Bike nu toch concluderen dat hij via het Italiaanse voorjaar het best het Vlaamse werk kan induiken.
Remco Evenepoel haalt met drie podiumplaatsen in de drie klassiekers die hij heeft gereden eveneens een uitstekende score. Zijn debuut in Vlaanderen is hoopgevend. In de Amstel Gold Race is hij een klasse apart. In Luik zal de klim van La Redoute hem echter een wrange nasmaak bezorgen. Waar de Belg in 2022 en 2023 juist op deze scherprechter iedereen achter zich liet op weg naar de zege, komt hij voor het tweede jaar op rij duidelijk tekort. Het siert hem dat hij geen excuses zoekt, maar de kloof met Pogacar en Seixas is toch verontrustend groot.
En tiener Paul Seixas? Hij heeft met het oog op het voorjaar van 2027 geleerd dat de zwaarste klassiekers nu al zijn Disneyland Parijs vormen… Men zegt dat je de klassiekers eerst moet leren rijden voordat je voor de zeges kunt meestrijden. Het wonderkind van de wielersport bewijst met zijn zege in de Waalse Pijl en tweede plaatsen in Strade Bianche en Luik-Bastenaken-Luik dat zijn tijdperk nu al is aangebroken.
De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. Een van de verhalen gaat over de band tussen Mathieu van der Poel en zijn opa Raymond Poulidor. Wat zijn hun gelijkenissen? Welke invloed heeft Poulidor gehad op de wielrenner en de mens Mathieu? En hoe wordt in Frankrijk aangekeken tegen MVDP? In de Zomergids lees je verder alles over de Tour de France en de Tour Femmes, Jonas Vingegaard over de knechten van Tadej Pogačar, Lucien Van Impe, Nienke Vinke en nog veel meer!
Pogi is buitencategorie in wedstrijden als LBL (en SB). In MSR moet alles mee zitten voor renners als VdP en Pidcock om mee te kunnen. In RVV komt zelfs iemand als VDP uiteindelijk net een procentje tekort om mee te kunnen. Maar voor iemand als VDP is er in ieder geval hoop dat ze Poog aan kunnen in PR. Waar de brute kracht net wat meer een rol speelt dan de watten per kilo.
Vingegaard mag soort van hopen. Hij heeft een foutloze campagne laten zien tot nu toe. Alle rondjes met overmacht gewonnen. Al zal hij misschien wederom een maatje te klein blijken voor Pogi deze zomer.
Wout zijn loopbaan is klaar. Die heeft zijn kassei binnen. Nota bene door de Merckx van deze tijd te kloppen in een rechtstreeks duel. Je krijgt die lach niet meer van zijn gezicht.
En Evenepoel? Ja, die heeft een degelijk voorjaar gereden. Met een boel kinderpannenkoeken in het begin, en een zege in Amstel. Maar hij zal toch ook gezien hebben dat hij in het Vlaamse werk tekort komt tegen VdPoel en Pogacar, en in het Waalse werk inmiddels ook de duimen moet leggen voor een 19 jarig jochie. Daarbij waren zijn rondes nou niet direct fantastisch te noemen.
Waar heeft Remco de komende jaren nog kans om te oogsten? Het Waalse werk ziet er steeds minder rooskleurig uit. Het rondewerk misschien ook wel, met types als Del Toro en Seixas. En Lipowitz in zijn eigen ploeg. Misschien moet ie wel gaan focussen op het Vlaamse werk. Leren rijden over de kasseien. En ook eens MSR doen. Want waar hij echt in uitblinkt is het spel met de wind. Maar dat vraagt wel dat hij zijn grote Tourdroom, en die van RBH, gaat opgeven.
En dat terwijl het voorjaar voor hem wellicht het grootste relatieve belang had. Met andere woorden, MvdP zal in Canada zijn best moeten doen wil hij zijn seizoen nog redden..
binnen haalde alsook 1 WK-titel en dit op zich al imposant te noemen was
Als hij dit jaar onder doet voor Van Aert, dan kunnen we net hetzelfde
zeggen van de 7 wielerjaren dat Van Aert moest onder doen voor onder
andere Mathieu, in de RVV.
Net hetzelfde voor PR, waar Van Aert 6x moest onder doen voor onder
andere Mathieu. Dan was het WK ook voor Wout al die jaren, zijn enige
kans om zijn seizoen nog te redden hé?
VDP kwam echt niet in de buurt van het niveau van Pogi dit jaar hoor
Best grappig dat de gemiddelde reactie van de WVA-hatende van der Poel-supporter hierop een van Aert-van der Poel vergelijking is.
Ik heb nu niet echt het gevoel na dit voorjaar dat Van der Poel het gat heeft ‘verkleind’ op Pogacar. Eindigt in ‘zijn’ klassiekers telkens achter Pogi, elders zien we hem niet.
Verder zou Mathieu op voorhand wellicht niet hebben getekend voor dit voorjaar. Dus het kan best dat hij volgend jaar eens het veldrijden overslaat. Waarom ook niet? Heeft niks meer te bewijzen in die sport, waar vanaf maart ook niemand meer over spreekt. Wie weet kan er zo nog een procentje bij?
In het zware eendagswerk staat Pogacar momenteel op eenzame hoogte. 3 monumenten winnen en er eentje verliezen in de sprint, bewijst vooral dát.
Waar de liefhebbers van spannende sport zich aan kunnen optrekken, is het niveau dat Seixas maar ook Vingegaard haalt dit voorjaar. Voor de rest lijkt Pogi alleen nog maar beter geworden in het meest succesvolle klassieke voorjaar uit zijn carrière.
Hem afrekenen op Roubaix is ook wel heel makkelijk na die lekke banden op het verkeerde moment. Hij is heel sterk terug gekomen tot op 20 sec. van ruim 2 minuten.
Zonder dat had Pogacar hem niet verslagen.
Pogi heeft nu al 5 monumenten meer dan VDP, terwijl hij ook nog eens ronderenner is.
Achter de echte winnaars Pogacar en van Aert.