Voorbeschouwing: Tirreno-Adriatico 2021

Voorbeschouwing: Tirreno-Adriatico 2021

foto: Cor Vos

woensdag 10 maart 2021 om 08:00

Vanaf woensdag is het weer tijd voor die o zo belangrijke voorbereidingskoers op Milaan-San Remo. In Tirreno-Adriatico (10-16 maart) is het voor veel coureurs zaak om de puntjes op de i te zetten, maar de ronderenners strijden ook om een zeer prestigieuze eindzege. WielerFlits blikt vooruit!

Historie

Voor de eerste editie van Parijs-Nice, de Franse tegenhanger van Tirreno-Adriatico, moeten we terug naar 1933. Alfons Schepers won de eerste editie van de ‘Koers naar de Zon’, maar voor de eerste uitgave van de ‘Koers van de Twee Zeeën’ was het nog eens drie decennia wachten. In 1966 slaagde een lokale wielerclub in de regio Lazio, de Forze Sportive Romane, erin om een toen nog driedaagse ronde op poten te zetten, met start in Rome.

De finish van de allereerste editie van de Driedaagse van het Zuiden (zoals de koers toen nog werd genoemd) lag in Pescara en daar werd Dino Zandegù gehuldigd als de eerste eindwinnaar van de meerdaagse wielerkoers. Na afloop waren er tevreden gezichten en Tirreno-Adriatico bleek een blijvertje op de internationale wielerkalender. De koers bleek voor veel renners een ideaal voorbereidingsrondje op de latere voorjaarsklassiekers, te beginnen met Milaan-San Remo.

De Vlaeminck (midden) won zes keer Tirreno, Merckx (rechts) staat niet op de erelijst – foto: Cor Vos

De Italianen bleven aanvankelijk baas in eigen land, want aan het einde van de jaren zestig wisten ook Franco Bitossi, Claudio Michelotto en Carlo Chiappano zich als eindwinnaars te kronen. In 1970 ging de eindzege voor het eerst naar een niet-Italiaan: Antoine Houbrechts uit Tongeren was dat jaar in staat om Italiaanse wielergrootheden als Italo Zilioli en Felice Gimondi naar de meest ondankbare ereplaatsen te verwijzen. Het bleek het begin van een Belgische invasie.

De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat één renner verantwoordelijk was voor een Belgische heerschappij. Het was Roger De Vlaeminck, in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de grote rivaal van Eddy Merckx, die jarenlang onklopbaar was aan de Tyrreense en Adriatische kust. De Vlaeminck won zelfs zes keer op rij Tirreno-Adriatico, en is daarmee nog altijd recordhouder. Het begon allemaal in 1972, en in 1977 stond hij voor het laatst op het hoogste schavotje.

Wie een blik werpt op de erelijst, zal vergeefs zoeken naar de naam van Eddy Merckx. De Kannibaal gaf in zijn tijd steevast de voorkeur aan Parijs-Nice richting Milaan-San Remo. Die laatste koers wist hij overigens zeven keer te winnen.

Paolo Bettini als eindwinnaar van Tirreno-Adriatico – foto: Cor Vos

Na de laatste zege van De Vlaeminck in ’77 was het lange tijd wachten op een nieuwe Belgische overwinnaar. Pas in 2016 kregen de Belgen een opvolger in de persoon van Greg Van Avermaet, die na een opmerkelijke editie (de koninginnenrit werd geschrapt wegens slecht weer) Peter Sagan met een luttele seconde wist te verslaan. Drie keer veroverde een Nederlander de eindzege, met Joop Zoetemelk, Erik Dekker en naamgenoot Thomas Dekker.

Op de erelijst prijken nog meer fraaie namen met onder meer Tony Rominger (eindwinnaar in 1989 en 1990), Maurizio Fondriest, Michele Bartoli, de nog altijd koersende Davide Rebellin, Paolo Bettini en Fabian Cancellara. De laatste jaren was het de beurt aan Michal Kwiatkowski, Primož Roglič en Simon Yates, maar over die laatste komen we nog te spreken. Nairo Quintana en Vincenzo Nibali kunnen dit jaar overigens voor een derde keer Tirreno-Adriatico winnen.

Laatste tien winnaars Tirreno-Adriatico
2020: flag-gb Simon Yates
2019: flag-si Primož Roglič
2018: flag-pl Michal Kwiatkowski
2017: flag-co Nairo Quintana
2016: flag-be Greg Van Avermaet
2015: flag-co Nairo Quintana
2014: flag-es Alberto Contador
2013: flag-it Vincenzo Nibali
2012: flag-it Vincenzo Nibali
2011: flag-au Cadel Evans

De betreurde Michele Scarponi als eindwinnaar, 2009 – foto: Cor Vos


Vorig jaar

De 55ste editie van Tirreno-Adriatico verliep anders dan anders, aangezien de wedstrijd door de coronapandemie moest worden uitgesteld en pas in september op het programma stond. De meerdaagse wielerkoers was nu plots niet meer een voorbereidingskoers op Milaan-San Remo, maar een belangrijke graadmeter richting de Giro d’Italia.

De eerste etappes waren voor de sprinters. Pascal Ackermann was zowel in de eerste als in de tweede rit de grote winnaar. De rappe Duitser van BORA-hansgrohe was twee keer te snel voor Fernando Gaviria. Op dag drie was het voor het eerst écht klimmen geblazen met een explosieve etappe naar Saturnia. De ritzege ging naar Michael Woods, die en passant ook de leiderstrui wist te veroveren.

Tim Merlier spuit met zijn champagne – foto: Cor Vos

De Canadees, weer helemaal terug en hersteld van een dijbeenbreuk, wist in de vierde etappe naar Cascia zijn leiderstrui te behouden. De ritzege in de heuvelachtige etappe ging naar Lucas Hamilton. De verschillen in het klassement waren al aardig opgelopen, maar de echte tikken moesten nog worden uitgedeeld. In rit vijf, richting de flanken van Sassotetto, werd er met minuten gegoocheld.

De sterke man bleek niet Hamilton of leider Woods, maar Simon Yates. De kopman van Mitchelton-Scott beschikte in de koninginnenrit over een begenadigde dag en slaagde er in om, op de bijna twaalf kilometer lange slotklim, meer dan een halve minuut weg te rijden van zijn voornaamste concurrenten: Geraint Thomas, Rafal Majka en Aleksandr Vlasov. Het bleek een beslissend moment in de koers.

Simon Yates in de blauwe leiderstrui – foto: Cor Vos

Yates wist de voorlaatste etappe namelijk zonder kleerscheuren door te komen en hoefde in de afsluiteinde tijdrit in San Benedetto del Tronto (gewonnen door Filippo Ganna) alleen maar de schade te beperken. Thomas strandde na acht dagen koers op zeventien seconden, Majka mocht als nummer drie ook nog mee het podium op. De Britten Yates en Thomas lieten in Tirreno-Adriatico zien klaar te zijn voor de Giro d’Italia.

We staan tot slot ook nog even stil bij Alpecin-Fenix, de Belgische formatie van de gebroeders Roodhooft. Alpecin-Fenix kende namelijk een zeer succesvolle ronde met liefst twee ritzeges. De eerste overwinning kwam op naam van Tim Merlier, die in de zesde etappe naar Senigallia zijn snelle benen liet spreken en te snel was voor Ackermann en Gaviria. Mathieu van der Poel was dan weer de beste in de voorlaatste rit naar Loreto.

Mathieu van der Poel viert zijn zege in Loreto – foto: Cor Vos

De Nederlandse kampioen was in de eerste dagen al volop in de aanval en ook richting Loreto was hij weer mee in een vroege vlucht. Van der Poel wist uiteindelijk in een bijzonder spannende finale te zegevieren, na een indrukwekkende versnelling in de laatste kilometer. Het was een welkome opsteker voor de kopman van Alpecin-Fenix richting de kasseiklassiekers.

Eindklassement Tirreno-Adriatico 2020
1. flag-gb Simon Yates (Mitchelton-Scott) in 32u07m34s
2. flag-gb Geraint Thomas (INEOS Grenadiers) op 17s
3. flag-pl Rafal Majka (BORA-hansgrohe) op 29s
4. flag-nl Wilco Kelderman (Team Sunweb) op 56s
5. flag-ru Aleksandr Vlasov (Astana) op 58s


Parcours

De organisatie van Tirreno-Adriatico heeft voor de 56ste editie besloten om weer terug te gaan naar zeven etappes. Men begint dit keer met een relatief vlakke openingsetappe van en naar Lido di Camaiore. Normaal is de badplaats het decor voor een inleidende ploegentijdrit, maar nu vechten de sprinters – zonder ongelukken – voor de eerste ritzege én de leiderstrui.

De renners krijgen dit jaar een ‘menselijke’ Tirreno-Adriatico voorgeschoteld. Rit twee is er eentje voor de heuvelspecialisten met de nodige explosiviteit, en op dag drie zijn heel wat scenario’s te bedenken. Op zaterdag en zondag zal het klassement door elkaar worden geschud, met de koninginnenrit naar Prati di Tivo en een zeer explosieve etappe richting Castelfidardo.

Na een niet te onderschatten onderneming met aankomst in Lido di Fermo, eindigen we ook dit jaar weer met een korte en biljartvlakke individuele tijdrit in San Benedetto del Tronto. De eindwinnaar zal zeker een portie moeten kunnen klimmen, maar het is de vraag of een pure berggeit er met de eindzege vandoor zal gaan.

Onderweg zijn overigens bonificaties te verdienen. Aan de tussensprints liggen 3, 2 en 1 seconde klaar voor de eerste drie renners, aan de streep krijgen de renners die in de top-3 eindigen 10, 6 en 4 seconden uitgedeeld.


Woensdag 10 maart, etappe 1: Lido di Camaiore – Lido di Camaiore (156 km)

De nieuwste uitgave van Tirreno-Adriatico begint in badplaats Lido di Camaiore, zo’n vijftig kilometer ten noorden van het bekende Livorno. Voor de renners is het een middagje rondjes draaien langs de Toscaanse kust. Rond de start- en finishplaats is eerst een omloop van twintig kilometer uitgetekend, met telkens de beklimming van Pitoro als mogelijke scherprechter.

Na de derde passage over het eerste circuit, draaien de renners een andere, veel vlakkere, lokale omloop op. Dit rondje in de omgeving van Lido di Camaiore heeft geen verrassingen meer in petto en leggen de renners eveneens drie keer af. De sprinters krijgen zo de mogelijkheid om de rechttoe-rechtaan finish over de boulevard van Lido di Camaiore tot in detail te verkennen. Pascal Ackermann wist hier vorig jaar naar de zege te sprinten, wie treedt er nu in zijn voetsporen?

Start: 12.35 uur
Finish: tussen 16.02 en 16.34 uur

Donderdag 11 maart, etappe 2: Camaiore – Chiusdino (202 km)

Op dag twee koersen de renners van Camaiore naar Chiusdino en trekt de karavaan al wat meer het middengebergte in. De aanloop vanuit Camaiore is overigens wel nog biljartvlak, maar na een passage door de poldervlakte gaat het richting het dorpje Roncolla al snel naar een hoogte van bijna 500 meter. Vanaf dat moment gaat het eigenlijk alleen nog maar op en af, richting de ongecategoriseerde maar wel pittige helling naar Casciano.

De helling van Casciano is het begin van een viertrapsraket richting de finish. Met minder dan veertig kilometer op de teller is het tijd voor de Poggio alla Croce (6 km aan 5%), niet lang daarna gevolgd door een plaatselijke omloop met de vervelende kuitenbijter van Monticiano en de bochtige slotklim (7 km aan 4%) naar het middeleeuwse centrum van Chiusdino. Grote verschillen hoeven we nog niet te verwachten, maar ongetwijfeld wel een spannende finale.

Start: 11.15 uur
Finish: tussen 15.56 en 16.27 uur

Vrijdag 12 maart, etappe 3: Monticiano – Gualdo Tadino (219 km)

Ook op dag drie is het parcours allerminst vlak, maar dit keer is de finale wel een stuk eenvoudiger. Vanuit Monticiano, een leuk dorpje in de Val di Merse regio in Toscane, gaat het in oostwaartse richting over het Italiaanse schiereiland richting Gualdo Tadino. De route trekt aanvankelijk over de nodige heuvels, maar na de Poggio della Croce na ongeveer 140 kilometers worden de wegen iets vlakker.

Na een kort knikje richting Umbertide blijft het langzaam maar vervelend op- en aflopen, voor een dertigtal kilometer, richting de rode vod in Gualdo Tadino. Die laatste kilometer stelt overigens niet al te veel voor, maar met een gemiddelde van zo’n 3% is het toch zaak om de sprint tot in de perfectie te timen, als het tenminste tot een groepsspurt komt. Matej Mohorič won drie jaar geleden overigens nog een Giro-etappe in Gualdo Tadino.

Start: 11.00 uur
Finish: tussen 15.58 en 16.29 uur

Zaterdag 13 maart, etappe 4: Terni – Prati di Tivo (148 km)

De eerste etappes zijn niet te onderschatten, maar voor de klassementsrenners nog spielerei, zeker als we kijken naar de zwaartegraad van de weekendritten. Op zaterdag krijgen de renners de zwaarste etappe in deze Tirreno-Adriatico voorgeschoteld, met onderweg de Sella di Como, de Passo Capannelle en de slotklim van Prati di Tivo. Dit is een toeristisch bergdorpje aan de voet van Gran Sasso, een bergmassief op de grens van de provincies L’Aquila en Teramo.

Het startschot klinkt in staalstad Terni, dat in de Tweede Wereldoorlog zwaar werd gebombardeerd maar nu weer mooi is opgeknapt. Heel veel tijd om van de binnenstad te genieten, dat is er niet bij voor de renners, die na de start in gestrekte draf naar de voet van de Sella di Como (14,1 km aan 3,7%) rijden. Op de top van deze beklimming zijn weliswaar geen bergpunten te verdienen, maar het blijft een inspanning die renners liever niet willen leveren.

Vincenzo Nibali won in 2012 in Prati di Tivo – foto: Cor Vos

De route daalt vervolgens naar de buitenwijken van L’Aquila, het startpunt van de Passo Capannelle (13,8 km aan 4,5%). Voor een echte showdown tussen de favorieten is het toch wachten op de flanken van Prati di Tivo, aangezien het na de top van de Capannelle nog meer dan veertig kilometer tot de streep is. De slotklim naar wintersportdorp Prati di Tivo (14,6 km, gemiddeld 7%, met pieken tot 12%) gaat via 22 haarspeldbochten naar een hoogte van 1.450 meter.

De slotklim van zaterdag kent, in tegenstelling tot heel wat andere cols in Italië, geen buitenaardse stijgingspercentages. De zwaarste stroken wachten in het begin. Het is zeker mogelijk om op een grote plaat naar boven te rijden, al zullen er aan de streep wel verschillen ontstaan. In 2012 en 2013, toen de Tirreno-karavaan ook aankwam op de klim naar Prati di Tivo, was het verschil tussen de winnaars en de nummers tien in de daguitslag om en nabij de minuut.

Start: 12.00 uur
Finish: tussen 15.58 en 16.31 uur

Zondag 14 maart, etappe 5: Castellalto – Castelfidardo (205 km)

Op zaterdag is het aan de klimmers, maar een dag later komen de explosieve springveren weer aan hun trekken met een ‘Tappa dei Muri’. Een etappe over ontelbare Italiaanse en vooral steile hellingen. De eerste honderd kilometer vanuit Castellalto, langs de Adriatische kust, doen nog vermoeden dat het zal uitdraaien op een massasprint. Schijn bedriegt, aangezien de renners eindigen met vier lokale rondjes van net iets meer dan twintig kilometer.

Eenmaal aangekomen in finishplaats Castelfidardo staat de ene na de andere muur op het menu. De steilste helling kent uitschieters tot 19% en zal zeker na enkele passages in de benen kruipen. De eindstreep wordt bereikt na enkele oplopende kilometers, met percentages tot wel 12%. Kent u toevallig John Gadret nog? De Franse ex-veldrijder en pocketklimmer boekte in de Giro d’Italia van 2011 zijn grootste overwinning in de finishplaats van zondag.

Start: 11.20 uur
Finish: tussen 15.59 en 16.28 uur

Maandag 15 maart, etappe 6: Castelraimondo – Lido di Fermo (169 km)

Een dag voor de allesbeslissende tijdrit in San Benedetto del Tronto is er nog een semi-sprintersetappe uitgetekend tussen Castelraimondo en Lido di Fermo. De eerste dertig kilometer zullen razendsnel voorbij gaan, want die gaan namelijk in dalende lijn, maar vervolgens krijgen de renners een lastige heuvelachtige sectie voor de wielen geschoven. Zo trekken de nog overgebleven coureurs onder meer over de beklimming van de Monte San Giusto.

Of we een sprint krijgen in Lido di Fermo, zal afhangen van het koersgedrag van de verschillende teams in de heuvelzone rond Fermo. Als hier vol wordt doorgetrokken door de betere klimmers, kan het weleens een lange en vooral lastige dag worden voor de sprinters. Als de renners besluiten om de etappe aan een slakkengangetje af te werken, is de kans op een groepsspurt erg groot. De wedstrijd eindigt namelijk na vier, relatief eenvoudige, lokale rondes.

Start: 12.15 uur
Finish: tussen 16.00 en 16.22 uur

Dinsdag 16 maart, etappe 7: San Benedetto del Tronto – San Benedetto del Tronto (10,1 km, ITT)

De organisatie van Tirreno-Adriatico houdt ook dit jaar weer vast aan het beproefde recept van een slottijdrit in de straten van San Benedetto del Tronto. Zo spannend als in 2019, toen Primož Roglič Adam Yates met honderdsten van seconden uit de blauwe leiderstrui wist te fietsen, zal het wellicht niet worden. Toch staat de slottijdrit van Tirreno-Adriatico altijd garant voor spektakel. Is het niet voor de ritzege, dan wel voor het eindklassement.

Het parcours heeft wel een grondige facelift ondergaan. Het startpodium is dit keer opgesteld bij het Stadio delle Palme en na zes haakse bochten komen de renners weer op het oude parcours, die ze dit keer wel in tegengestelde richting zullen afwerken, op weg naar de oorspronkelijk startzone bij de jachthaven. Na een passage langs de vuurtoren keren ze richting het oude stadion van Stadio Fratelli Ballarin. Dan is het niet ver meer naar de finish.

Ook niet onbelangrijk voor de mensen die gek zijn op tussentijden: na 4,4 kilometer zet de organisatie de klok stil voor een eerste indicatie.

Start: 13.20 uur (eerste renner)
Finish: rond 16.15 uur (laatste renner)


Favorieten

Tirreno-Adriatico heeft dit jaar 25 ploegen aan het vertrek. Natuurlijk trekken de negentien WorldTeams naar Italië, net als de ProTeams Alpecin-Fenix, Arkéa-Samsic, Androni Giocattoli-Sidermec, EOLO-Kometa, Total Direct Energie en Gazprom-Rusvelo. Wie goed naar de deelnemerslijst kijkt, zal al snel watertanden.

Topfavoriet Tadej Pogačar – foto: Cor Vos

Heel wat klassementskleppers gaan zondag namelijk van start in Lido di Camaiore. De grootste kanshebber op de eindzege koerst voor UAE Emirates en heet Tadej Pogačar. De Sloveen is nog altijd maar 22 lentes jong, maar zet nu al de toon in het rondewerk. Zo won hij dit jaar zijn eerste rittenkoers van het seizoen, door een foutloos parcours af te leggen in de UAE Tour. Ook in Strade Bianche deed hij mee om de ereplaatsen. Pogačar heeft eigenlijk geen zwakke punten.

De Tourwinnaar kan klimmen als de beste, beschikt over een fantastische tijdrit en is ook nog eens bijzonder explosief. Het zijn kwaliteiten die goed van pas komen in een koers als Tirreno-Adriatico. Over de sterkte van zijn ploeg heeft hij ook niet te klagen met Davide Formolo en Rafal Majka. De Pool werd vorig jaar nog derde in Tirreno-Adriatico, achter de Britten Simon Yates en Geraint Thomas. Het laat zien in welke luxueuze positie Pogačar verkeert.

Egan Bernal is goed op dreef – foto: Cor Vos

Wie o wie is komende week in staat om topfavoriet Pogačar te stoppen? Hou toch maar rekening met Egan Bernal, die op zijn 23ste ook al door het leven gaat als Tourwinnaar. De Colombiaan kende in 2020 door een hardnekkige rugblessure een moeilijk seizoen, maar is weer helemaal terug aan het front. Bernal koerst naar eigen zeggen nog niet helemaal pijnvrij, maar maakte al wel indruk in de Tour de La Provence, Trofeo Laigueglia en Strade Bianche.

In deze koersen stond Bernal op het podium en dus mag hij ambities hebben voor Tirreno-Adriatico. Bernal is overigens niet de enige kopman binnen de ploeg van INEOS Grenadiers. Geraint Thomas werd vorig jaar al tweede in Tirreno en was ook in 2017 al dichtbij eindwinst en zal nu toch wel een keer de drietand willen veroveren. De Welshman staat normaal nog niet zo ver in het voorseizoen, maar heeft nu toch wel voldoende tijd gehad om warm te draaien.

Een andere favoriet voor de eindzege is te vinden in het kamp van Deceuninck-Quick-Step. João Almeida werd vorige maand al derde in de UAE Tour en is met zijn scherpe tijdrit en snedige sprint altijd een gevaarlijke klant. Bovendien bewaart Almeida goede herinneringen aan het koersen in Italië, want vorig jaar was hij dé revelatie in de Giro d’Italia. De vraag is alleen of hij ook de absolute kopman is binnen zijn ploeg, maar daarover later meer.

Nairo Quintana won al twee keer Tirreno-Adriatico – foto: Cor Vos

Astana-Premier Tech zal ongetwijfeld hopen op een uitschieter van Jakob Fuglsang, die in topvorm zeker een gooi moet kunnen doen naar de eindzege. De ervaren Deense klimmer was twee jaar geleden, in zijn wonderjaar, nog derde in de Italiaanse voorjaarskoers. Arkéa-Samsic rekent dan weer op Nairo Quintana, die voor de derde keer eindwinnaar kan worden. De Colombiaan presteert altijd goed in Tirreno-Adriatico en lijkt weer volledig pijnvrij te fietsen.

De winnaar van vorig jaar, Simon Yates, is ook dit jaar present. We tasten nog een beetje in het duister hoe goed de Britse klimmer van Team BikeExchange nu daadwerkelijk is, maar we mogen Yates zeker niet uitvlakken. Bergop zijn er maar weinig renners beter dan de Vuelta-winnaar van 2018. BORA-hansgrohe heeft met Patrick Konrad ook een kanshebber in de gelederen. De Oostenrijker is ontzettend taai en kan een goede tijdrit uit zijn benen persen.

Steekt Simon Yates ook dit jaar zijn duim omhoog? – foto: Cor Vos

Twee sterren gaan naar twee ultieme outsiders, die wel over de kwaliteiten beschikken om in San Benedetto del Tronto op het hoogste schavotje te staan. Voor Wout van Aert zal Tirreno-Adriatico een beetje aanvoelen als een grote ontdekkingstocht, als klassementsrenner in een van de belangrijke rittenkoersen van een week. De ploeg van Van Aert, die in Strade Bianche nog een paar procentjes tekort kwam, is in aanloop naar de start duidelijk over zijn ambities.

“Ons doel is om met Wout een goed klassement te rijden”, zo valt er te lezen op de website van Jumbo-Visma. Van Aert hoeft niet te vrezen voor de heuvelachtige etappes naar Chiusdino en Castelfidardo. Sterker nog, Van Aert moet met zijn sprintsnelheid en explosiviteit een slagje kunnen slaan in dergelijke heuvelritten. In de tijdrit kan de Belg dan weer ongenadig hard uithalen. Rest alleen nog de vraag: kan Van Aert de schade beperken op de klim naar Prati di Tivo?

Wereldkampioen Julian Alaphilippe liet in de Tour de La Provence, op de flanken van de Mont Ventoux, al zien dat hij niet hoeft te vrezen voor een slotbeklimming van een kilometer of twaalf. Ook de Fransman, de nummer twee van Strade Bianche, moet het verder hebben van heuvelachtige etappes en kan ook een hele aardige (korte) tijdrit rijden. Het is alleen koffiedik kijken of Alaphilippe ook echt zin heeft om voor een klassement te gaan, met ook nog Almeida in de ploeg.

Wat kan Wout van Aert als klassementsrenner? – foto: Cor Vos

EF Education-Nippo mag met Sergio Higuita hopen op de eindzege. De Colombiaanse kampioen is bergop niet te onderschatten en heeft een demarrage om jaloers op te zijn. Verder beschikt Higuita over een ijzersterke sprint bergop, wat altijd handig is bij het sprokkelen van bonificatieseconden. Ook niet onbelangrijk: de 23-jarige renner beschikt stiekem over een hele aardige tijdrit. Zo werd hij in de UAE Tour achttiende in een biljartvlakke chrono, vóór jongens als Buchmann en Adam Yates.

Iemand die net binnen onze sterrenverdeling valt, is Mikel Landa. De Spanjaard is zeker in staat om de koers te doen ontploffen bergop, maar zal normaal wel veel verliezen in de afsluitende tijdrit en heeft ook nog nooit een rittenkoers van het statuur Tirreno-Adriatico gewonnen. Zijn ploegmaat Damiano Caruso bij Bahrain Victorious mogen we ook niet onderschatten, aangezien hij in 2018 nog tweede werd in de Koers van de Twee Zeeën. En wat kan Pello Bilbao?

Movistar rekent (bij afwezigheid van Enric Mas en Miguel Ángel López) op Marc Soler. Thibaut Pinot en Valentin Madouas voeren Groupama-FDJ aan. Pinot reed in het verleden al goed in deze wedstrijd. INEOS Grenadiers heeft een extra troefkaart in handen met Pavel Sivakov. En wat mogen we verwachten van het Gazprom-Rusvelo-duo Ilnur Zakarin en Roman Kreuziger en Domenico Pozzovivo van Qhubeka ASSOS?

Mikel Landa, opnieuw een smaakmaker in de bergen? – foto: Cor Vos

Trek-Segafredo staat met meerdere interessante renners aan de start. Vincenzo Nibali kan, net als Quintana, voor een derde keer deze wedstrijd winnen. De Italiaan was in 2012 en 2013 de beste in het eindklassement, maar is de laatste jaren eerder een diesel die pas zijn topvorm bereikt richting een grote ronde. Zijn Amerikaanse werkgever kan echter ook nog Giulio Ciccone uitspelen. En wat kan Romain Bardet in het truitje van Team DSM?


Sprinters

Op papier telt Tirreno-Adriatico mogelijk drie kansen voor sprinters en dus is het geen verrassing dat veel snelle mannen hebben besloten om af te zakken naar Italië. De snelste man in dit peloton is toch wel Caleb Ewan, die in de voorbije UAE Tour op de valreep nog een etappe wist te winnen. De Australiër kan ook in Tirreno-Adriatico weer rekenen op een vast sprinttreintje en is zeker in de openingsetappe dé man om in de gaten te houden.

De voor UAE Emirates uitkomende Fernando Gaviria hoopt Ewan de komende dagen het vuur aan de schenen te leggen. De Colombiaanse snelheidsduivel reed dit seizoen al in Spanje en het Midden-Oosten, maar is nog op zoek naar zijn eerste zegeruiker van het seizoen. Het probleem voor Gaviria is dat hij, in tegenstelling tot Ewan, veel alleen zal moeten opknappen in de sprints. Bij UAE Emirates wordt vooral de kaart-Pogačar getrokken.

Caleb Ewan won al een etappe in de UAE Tour – foto: Cor Vos

We zagen in de voorbije UAE Tour al dat het voor Gaviria moeilijk is om zich een weg te banen door het peloton, als hij alleen maar kan rekenen op zijn vaste lead-out Maximiliano Richeze. Kan hij in Tirreno-Adriatico wel optimaal profiteren van andere treintjes? Bij Cofidis rekenen ze op thuisrijder Elia Viviani, die weer helemaal terug is na hartproblemen. Winnen deed Viviani nog niet in 2021, maar hij spurtte al wel drie keer naar een top-5 in de Emiraten.

Met de eerder genoemde Wout van Aert en Tim Merlier staan er ook twee snelle Belgen aan de start. Merlier was vorig jaar al succesvol in de Italiaanse meerdaagse en liet in Le Samyn en de GP Monseré zien dat hij klaar is om zijn zegetotaal verder op te krikken. Verder kijken we reikhalzend uit naar het seizoensdebuut van Peter Sagan, die voldoende is hersteld van een coronabesmetting. Een drievoudig wereldkampioen onderschatten, dat kunnen we beter niet doen.

Wat mogen we verwachten van Mathieu van der Poel? – foto: Cor Vos

Ten slotte mogen we ook mannen als Hugo Hofstetter en Davide Cimolai (Israel Start-Up Nation), Andrea Pasqualon (Intermarché-Wanty-Gobert), Niccolò Bonifazio en Lorrenzo Manzin (Total Direct Energie), Davide Ballerini en Álvaro José Hodeg (Deceuninck-Quick-Step), Fabio Felline en Alex Aranburu (Astana-Premier Tech), Sonny Colbrelli (Bahrain Victorious) en Attilio Viviani (Cofidis) van voren verwachten.

Let ook op Manuel Belletti (EOLO-Kometa), Thomas Boudat (Arkéa-Samsic), Matteo Moschetti (Trek-Segafredo) en Max Kanter (Team DSM). Natuurlijk moeten we in een sprint ook rekening houden met alleskunner Mathieu van der Poel, die misschien wel in de vorm van zijn leven steekt. Dat liet hij onlangs nog zien in Strade Bianche. Of heeft Van der Poel stoute plannen en kijkt hij met een schuin oog naar het klassement?


Favorieten volgens WielerFlits
**** Tadej Pogačar
*** Egan Bernal, João Almeida
** Julian Alaphilippe, Geraint Thomas, Sergio Higuita
* Nairo Quintana, Simon Yates, Mikel Landa, Wout van Aert

Website organisatie
Deelnemerslijst (ProCyclingStats)


Weer en TV

De renners beginnen woensdag onder een heerlijk lentezonnetje aan Tirreno-Adriatico. In Lido di Camaiore blijft het zo goed als droog en schommelt de temperatuur rond de veertien graden Celsius. Pas vanaf vrijdag kan er af en toe een buitje vallen, al mogen de renners zeker niet klagen.

De wedstrijd is ook dit jaar weer live te volgen via Eurosport en GCN Racing. De uitzendingen beginnen dagelijks rond 13.30 uur. Sporza heeft al een paar jaar niet meer de uitzendrechten voor Tirreno-Adriatico, aangezien organisator RCS Sport een exclusieve deal heeft gesloten met Discovery Channel, het moederbedrijf van Eurosport.


Dit artikel delen:

53 Reacties

KimJungPoels 8 maart 2021 om 07:42

Wat een prachtig deelnemersveld. En die etappe van zondag is echt bizar zeg. Zin in!

lander luypaert 8 maart 2021 om 08:13

Klopt! Die rit van zondag is waanzinnig waar veel verschil gemaakt kan worden.

Romāns Vainšteins 8 maart 2021 om 08:23

Het was in zo’n soort rit dat we voor het eerst een klimmende Dumoulin voorgeschoteld kregen, toen naast steil ook reteglibberig.

bartp25 8 maart 2021 om 09:30

Inderdaad en wat een verschil met Parijs – Nice, zowel in klassementsmannen als sprinters.

harryjohan71 8 maart 2021 om 19:25

qua sprinters is het verschil tussen Paris – Nice en Tirreno niet groot.

Groetjesaandevoetjes 10 maart 2021 om 10:32

Parijs Nice heeft zoveel betere sprinters.

Ewan, Gaviria, Merlier, Viviana vs. Bennett, Ackermann, Demare, Bol, Matthews, Bauhaus, Philipsen, Greipel, Coquard.

zotvankoers 8 maart 2021 om 08:16

Fuglsang geen ster?

Veloburto 8 maart 2021 om 20:47

Nee, die gaat alleen nog maar voor ritzeges en eendagskoersen

Barry Batsbak 8 maart 2021 om 08:30

Mooi parcours, wordt een geanimeerd weekje denk ik. Ik geef Bernal goede kansen voor de eindwinst, dat hij op de lange klimmen okee is wisten we wel, dat hij momenteel scherp is in de heuveletappes heeft hij afgelopen weekend wel laten zien.

Benieuwd of Merlier en Van der Poel er weer een ritje uit weten te pulken. Met 4 heuvelettappes is de keuze reuze voor Van der Poel. Of de hele week “trainen” en elke dag de boel op 80km in de fik zetten. Mag ook. Vader Adrie weer hoofdschuddend voor de buis/in de tuin.

Limal 8 maart 2021 om 08:36

Zou zot gaaf zijn moest dit uitdraaien op een ‘Wout en Mathieu versus de conventionele klassementsrijders’ :-)

Wim Kruithof 8 maart 2021 om 08:41

Mooie voorbeschouwing wederom. Ik ben zeer benieuwd naar de klassementsmannen. Pogacar en Bernal met name, maar ook van Thomas hoop ik weer eens mooie koers te zien. Deelnemersveld van Parijs – Nice staat wel in zeer groot contrast.

VespavanBern 8 maart 2021 om 08:58

Logisch ook. Naast het feit dat Parijs Nice minder prestige kent is de kans op slecht weer daar gewoon veel groter. Komt daar nog bij dat het koersverloop over het algemeen ook onrustiger is.

bartp25 8 maart 2021 om 09:33

Dat vind ik nogal een uitspraak, Parijs Nice heeft minder prestige. Heb je ook onderbouwing of is het een persoonlijk gevoel?

Remco98 8 maart 2021 om 09:52

Zal het grote contrast in deelnemersveld niet vooral te maken hebben met de toegenomen prestige van Strade Bianche en het feit dat vrijwel elk type renner daar mee kan doen voor de winst? Parijs-Nice en Strade Bianche combineren is erg moeilijk/onmogelijk.

bartp25 8 maart 2021 om 09:55

Ik denk dat eerder dat een factor is, en klopt het ook niet dat over het algemeen de winnaar van Milaan san Remo van te voren de Tirreno heeft gereden ( in ieder geval toch de laatste jaren)

Edit: heb het nagekeken en het viel ansicht mee, afgelopen 3 jaar (corona jaar even niet meegeteld) waren inderdaad renners uit de Tirreno, daarvoor 3 renners uit Parijs Nice

Panache 8 maart 2021 om 10:09

Parijs Nice heeft volgens mij juist méér prestige (in het wielrennen zijn, buiten wat uitzonderingen, historische wedstrijden vrijwel altijd prestigieuzer dan nieuwere koersen. Dat staat los van zwaarte of kijkplezier).
Ik zelf zie twee redenen voor een momenteel beter startveld in Italië: 1) inderdaad de combinatie met Strade en 2) het feit dat RCS ploegen betaalt om enkele toppers op te stellen in Tirreno (bijv. Alaphilippe dit jaar). ASO teert meer op hun historie en belang voor sponsoren waardoor ze automatisch sterke renners aan de start krijgen.

VespavanBern 8 maart 2021 om 11:01

Hmm ja de strade, daar had ik nog niet eens over nagedacht. Dat maakt voor iedere renner die zowel de strade rijd als MSR de keuze heel makkelijk. Ik denk dat Parijs Nice op de lange termijn moet kijken naar een verplaatsing op de kalender. Misschien nog meer naar voren? Ergens midden Februari? Of als voorbereidingskoers ergens april-Mei?

Zuidland 8 maart 2021 om 14:29

Parijs Nice kan beter helemaal gaan overlappen met de Tirreno, dan sluiten ze beter aan bij SB and MSR

VespavanBern 8 maart 2021 om 15:09

Maar dan nog is TN een betere keuze voor SB en MSR gangers. Scheelt 1000km rijden/een vlucht.

The Whaler 8 maart 2021 om 16:25

Denk laatste opmerking juist ook in huidige corona tijd mee speelt. veel die MSR willen doen en net Strade gereden dus dan is TA gewoon logischer dan PN. Denk dat de laatste toch wat meer prestige nog heeft op je CV maar zit dicht bij elkaar.

fietsvriend 8 maart 2021 om 08:49

Man man man, wat een heerlijke startlijst. Wat een heerlijk parcours. Wat een heerlijke wedstrijden in wedstrijden. Zin in!

VespavanBern 8 maart 2021 om 08:58

Pogacar vs Bernal. Volgens mij hebben we dat nog niet ergens eerder gezien

Veloburto 8 maart 2021 om 20:48

Afgelopen zaterdag nog

SolitaryShell 10 maart 2021 om 12:08

En de Dauphiné van vorig jaar. En de Tour de France, ook geen onbetekenend koersje.

Beer 8 maart 2021 om 09:11

Deelnemersveld blaast dat van Parijs-Nice weg. Heel benieuwd waar van Aert uitkomt.

Westland95 8 maart 2021 om 09:20

Zou me leuk lijken als VDP zichzelf eens helemaal uit elkaar trekt in die bergetappe om te kijken hoe ver die kan komen.

Barry Batsbak 8 maart 2021 om 09:37

Gaat ie niet doen. Dat bewaart hij voor Milaan-San Remo.

Limal 8 maart 2021 om 11:13

Ik zie niet in waarom hij dat niet zou proberen. Die eerste bulten in de zaterdagetappe zijn lopers waar hij in zijn huidige vorm fluitend naar boven rijdt en dan kan hij op de slotklim kijken waar het schip strandt. Het is niet alsof die ene klim voluit gaan zijn kansen op MSR ook maar in het minste zou hypothekeren…

jappe666 8 maart 2021 om 09:47

Zou het geweldig vinden als WVA, MVDP en Flipje in die bergrit naar Prato di Tivo ook gewoon zo heerlijk onbesuist beginnen demarreren op die 1e berg al. Lijkt me een enorm dilemma voor de favorieten: Meegaan of toch maar krachten sparen tot de slotklim. ‘Normale’ renners zou je met de glimlach laten rijden, maar…

bartp25 8 maart 2021 om 10:01

Ben inderdaad ook benieuwd naar wat van Aert hier kan halen, top 10 lijkt me zeker mogelijk winnen lijkt me te hoog gegrepen. Hij gaf een paar dagen geleden aan dat de echte scherpte en de versnelling er nog niet waren, lijkt me niet dat deze er nu ineens een paar dagen later wel is. Ik zie het hem zeker goed doen maar ik zie hem geen rit winnen. Voor de sprints mist hij de explosiviteit een beetje en in de tijdrit komt hij ene Ganna tegen die onklopbaar lijkt momenteel.

Monsieur Bendy 8 maart 2021 om 10:09

De toenemende populariteit en nu al bijna mythische status van de Strade begint denk ik een beetje een probleem te worden voor Parijs-Nice. Waar de toppers zich vroeger spreiden over de twee rondes, rijden ze nu bijna allemaal hier… Misschien moet de ASO eens gaan denken aan een andere startdag…

KimJungPoels 8 maart 2021 om 10:23

Dit veld in de Tirreno is uiteraard een stuk breder qua kwaliteiten. Maar Parijs-Nice heeft ook gewoon een meer dan prima veld hoor.

– Roglic – hoort toch gewoon bij de 2-3 beste ronderenners van het moment
– Tao – Winnaar Giro van vorig jaar
– Hindley – nummer 2 giro vorig jaar
– Vlasov – één van de grootste doorbraken van vorig jaar
– Gaudu – Meervoudig etappewinnaar in de vuelta van vorig jaar
– Schachmann – Topper in dit soort koersen van een week en winnaar van de vorige editie
– Porte (inmiddels uitgevallen) – Nummer 3 van de Tour vorig jaar en meervoudig oud winnaar
– Benoot – In topvorm ook gewoon een prima renner voor dit soort koersen
En nog wat leuke jonge renners die zich kunnen tonen.

En dan Qua sprinters nog Bennett, Demare, Pedersen, Ackermann, Kristoff, Nizzolo, Matthews, Philipsen, Trentin.

Al met al ook gewoon een veld waar meer dan genoeg te genieten valt. Al lijken de meeste échte toppers inderdaad voor de Tirreno te kiezen wellicht met name door de Strade.

lander luypaert 8 maart 2021 om 10:38

Klopt! En dan heb je nog renners zoals

Soren Kragh Andersen
Mads Pedersen
Jack Haig
David De La Cruz.
Lutsenko

Ook leuke talenten zoals

Mcnulty
Jorgenson
Bissegger
Eekhoff
Battistella
Jacobs

Shinzawai 8 maart 2021 om 10:48

Parijs-Nice had al een minder deelnemersveld voordat Strade Bianche zo populair werd. Destijds lag dat aan een combinatie van koersgedrag en weersomstandigheden, kan me de uitspraak ‘in Parijs-Nice breek je af, in Tirreno bouw je op’ nog herinneren van een renner enkele jaren geleden.

bartp25 8 maart 2021 om 10:53

Tuurlijk zijn het geen amateurs in Parijs Nice, maar als je realistisch kijkt welke renners in P-N hebben kans op ritoverwinningen en meedoen voor de 1e plek in het klassement in T-A. Ik kom dan eigenlijk alleen uit bij Roglic en Sam Bennett.
Natuurlijk kan het zijn dat er vluchters winnen of een knotsgekke koers, maar bij een normaal koersverloop zie ik echt enkel die 2 in staat om echt mee te strijden in de T-A

Panache 8 maart 2021 om 11:29

Normaal zou Groenewegen opgesteld zijn in Parijs Nice. En schuif je vervolgens Alaphilippe van Tirreno naar Nice dan zijn beiden koersen ineens gelijkwaardig bezet (of draaien de rollen zelfs om). Het verschil in kwaliteit scheelt maar één Alaphilippe volgens ‘kwaliteit deelnemersveld’ op PCS.

KimJungPoels 8 maart 2021 om 12:12

Demare won vorig jaar aardig wat ritjes in de Giro. Oke hij is nu niet in de allerbeste vorm maar kan prima winnen. Pedersen zou ik ook gewoon mee zien doen om ritzeges in de Tirreno. En een Schachmann in goede vorm kan ook in het klassement in de Tirreno hoge ogen gooien.

Vlasov, Gaudu en Tao zie ik niet meteen winnen in de Tirreno nee, maar zouden hier eerder een sterretje verdienen op dit moment dan een Landa in mijn ogen.

lo squalo dello Stretto 8 maart 2021 om 13:23

Is het peloton niet groot genoeg om Parijs-Nice en de Tirreno gelijktijdig te laten lopen? Ik zie niet in waarom dat moet veranderen. Beide deelnemersvelden zijn gewoon kwalitatief goed. Tirreno dit jaar inderdaad (veruit) beter maar dat is ook niet per se elk jaar het geval.

harryjohan71 8 maart 2021 om 19:27

@KimJungPoels Je bent Bol vergeten in je opsomming

Gilberto 8 maart 2021 om 14:17

Vinden jullie dat zoiets nou interessant blijft, dat eeuwige vergelijken en vaststellen dat de ene koers een beter deelnemersveld heeft dan de ander? Focus je daar toch eens wat minder op joh

Romāns Vainšteins 8 maart 2021 om 14:49

Het is inderdaad zo ontiegelijk nerdy. Persoonlijk verwacht ik regelmatig een renner in Paris Nice op de voorposten die in de Tirreno blijkt te zitten en vice versa.

Net zoals absolute topvorm à la Gilbert 2011 denk ik dat je als volger hooguit 2 seizoenen feilloos kan weten wie er precies waar rijdt of helemaal niet zonder dat je er klappertandend knettergek van wordt.

Frank V 8 maart 2021 om 16:52

Het boeit mij ook geen hol welke poppetjes waar opgesteld worden. Ik kijk waar de koers het spannendst is.

Gilberto 8 maart 2021 om 19:25

@Frank, en dat is echt niet altijd de koers waar de meeste toppers bij aanwezig zijn. Je ken toch reuze genieten van de ‘mindere Goden’ man!

sjoerdtjen 8 maart 2021 om 15:55

Prachtige voorbeschouwing, dito deelnemersveld!

Wie kan Poca een halt toeroepen? Ik denk niemand…
#Zinin

Romāns Vainšteins 8 maart 2021 om 17:42

Hey Poga, Halt!

tvm 9 maart 2021 om 09:17

Bernal zou het mogelijk kunnen. In de Strade in ieder geval sterker.

sjoerdtjen 9 maart 2021 om 17:56

Haha typefout Romans ;)

Max1 8 maart 2021 om 21:12

Het zou mooi zijn moest Wout Van Aert kunnen meedoen met die klassementsmannen.

tvm 9 maart 2021 om 09:18

@max1, dat zou mooi zijn. Maar ik vermoed dat een plek onderin de top 10 het maximaal haalbare gaat zijn.

Romāns Vainšteins 9 maart 2021 om 09:52

Ik zie de Puncheurs en handige jongens op dit parcours zeker kans maken tegen de ronderenners. Stel dat Bernal en Poga na de bergrit 1:30 voor staan kan je ze nog helemaal dol koersen in die maffe heuvelrit.

SonDaan 9 maart 2021 om 12:25

In theorie kan Wout elke rit winnen.

jooprioolpijp 9 maart 2021 om 12:49

in theorie kan elke deelnemer dat.
OT: voor mij is de vraag hier in hoeverre vriendje Pogacar daadwerkelijk onverslaanbaar is. Het zal wel niet gebeuren, maar ik hoop zo enorm dat de klassieker-types de boel volledig ontregelen met lange aanva, pardon, ik bedoel trainingsritjes waarin ze zich wel amuseren…

lo squalo dello Stretto 10 maart 2021 om 11:05

Hopelijk tonen de klassieker-types zich inderdaad maar het is niet zo dat Pogacar of Bernal vies zijn van mee te gaan, toch? Het zijn toch vrij aanvallend ingestelde renners, kijk bv. naar Pogacar in de voorlaatste etappe in de Vuelta van ’19 of de Tour en het WK vorig jaar?

Laatste nieuws

Materiaalzone

Populair