Voorbeschouwing: Ronde van Zwitserland 2026 – Vijfdaagse met Pogacar en Van der Poel
De vierde grote ronde. Zo presenteerde de Ronde van Zwitserland zich jarenlang, wat niet geheel onredelijk was. Er zijn immers talloze edities van maar liefst elf dagen lang geweest. Maar das war einmal. De komende editie (17-21 juni) bestaat uit slechts vijf etappes. En toch valt er genoeg om op ons te verheugen. Temeer omdat Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar aan de start staan. WielerFlits blikt vooruit!
Historie
Laatste winnaars Tour de Suisse
| Jaar | Winnaar |
|---|---|
| 2025 | |
| 2024 | |
| 2023 | |
| 2022 | |
| 2021 | |
| 2019 | |
| 2018 | |
| 2017 | |
| 2016 | |
| 2015 |
Laatste editie
Parcours

We noemden het al in de inleiding: de Ronde van Zwitserland is ingekort tot een vijfdaagse. Dit geeft koersdirecteur Oliver Sehn de mogelijkheid om de Ronde van Zwitserland voor mannen én vrouwen gelijktijdig, in hetzelfde vijfdaagse format, te organiseren van 17 tot en met 21 juni.
“Zonder dit nieuwe concept zou de toekomst van de Ronde van Zwitserland in gevaar komen”, liet Sehn in september 2025 weten in een persbericht. “We richten ons bewust op een model dat nog meer nadruk legt op vrouwenwielrennen. De succesvolle dubbelrit in Küssnacht (winst voor Romain Grégoire en Marlen Reusser in 2025, red.) heeft aangetoond dat deze aanpak werkt en een enorm potentieel heeft. De grote belangstelling laat zien dat de wielersport booming is.”
Vijf ritten dus in 2026, waarbij het zwaartepunt voor het klassement in het slotweekend ligt. Zaterdag staat namelijk een individuele tijdrit van 23,7 kilometer op het programma, zondag volgt een gigantische bergrit met in totaal driemaal de Col de la Croix (19,1 km aan 7%). De eerste twee etappes zijn dan vooral weer geschikt voor de puncheurs, terwijl rit drie een kans biedt voor de (sterke) sprinters.
Tour de Suisse

De Ronde van Zwitserland begint woensdag met een rit waarin de heuvelspecialisten zich kunnen uitleven. De etappe, die start en finisht in Sondrio, begint nog vlak, maar na 57 kilometer doemt het eerste onding al op: de klim naar Buglio in Monte (3 km aan 10%). Niet lang daarna volgt met de Triangia (4,2 km aan 7,2%) nog een helling van de tweede categorie.
Over nog altijd lastig terrein gaat het vervolgens naar de absolute finale. Die begint op 23 kilometer van de streep met de San Gioavnni (1,1 km aan 7,5%). Dit is een opwarmertje voor de venijnige Ponte in Vatellina (1,4 km aan 9,2%) én de nog lastigere Moia (1 km aan 11,6%). De top van deze laatste benenbreker ligt op minder dan vijf kilometer van de finish. Vuurwerk gegarandeerd!

De tweede etappe is op papier iets minder lastig dan de eerste, maar ook in deze rit mogen we spektakel verwachten. In het openingsuur zal het al een felle strijd worden om de vlucht van de dag. De Monte Ceneri (5,2 km aan 6,5%) biedt de betere klimmers de gelegenheid om weg te rijden.
Na een lange tussenfase volgen in de finale nog twee pittige hellingen, beide van de derde categorie. De eerste van de twee is de Tenero-Contra (3,4 km aan 7,1%). Daarna moet ook de Orselina (1,4 km aan 8,7%) nog bedwongen worden. Eenmaal boven, volgen nog negen snelle kilometers naar Locarno, aan het Lago Maggiore.
Locarno is overigens de warmste stad van Zwitserland. De gemiddelde temperatuur ligt op 11,5 graden Celsius, terwijl dit in de regio Bern en Zürich 7 à 9 graden is.

Áls we een sprint van een grotere groep krijgen in deze Ronde van Zwitserland, dan zal het waarschijnlijk op dag drie zijn. De finale van de etappe naar Bad Ragaz is namelijk vlak. De finale, benadrukken we, want in het eerste deel van de rit moet best stevig geklommen worden. Zo krijgen de renners vanuit het vertrek meteen de steile klim naar Sankt Luzistieg (2 km aan 10,1%) voorgeschoteld.
Wie plannen heeft om aan te vallen, kan dus maar beter een goede warming-up doen. Al zou de juiste vlucht ook pas kunnen ontstaan op de Wildhaus (8,9 km aan 6,8%). Op de Schwägalp (4,1 km aan 8,2%) is het vervolgens zaak om de voorsprong verder uit te bouwen, zodat de sprintersploegen de zin wordt ontnomen om nog vol in de achtervolging te gaan. In principe hebben ze daar nog wel alle tijd voor, want op ongeveer zeventig kilometer van de finish zit het klimwerk erop.
Op dag vier komen we helemaal geen klimmen tegen, maar toch wordt dit een beslissende dag voor het algemeen klassement. Er staat dan namelijk een individuele tijdrit op het programma. De 24 kilometer lange chronoproef – met een tussenpunt na 10 kilometer – bevat weinig moeilijkheden. Het is vrij rechttoe-rechtaan en wordt nooit echt technisch. Alleen in het middenstuk zitten wat meer bochten.

We sluiten de Ronde van Zwitserland af met een loodzware bergrit. Deze etappe start en finisht in Villars-sur-Ollon, op 1250 meter hoogte. Na de start gaat het eerst omhoog naar de top van de Col de la Croix. Die klim is goed negentien kilometer lang, aan gemiddeld zeven procent, maar we beginnen dus niet vanaf de voet. De eerste keer hoeven de coureurs daarom ‘slechts’ vier kilometer aan 8,9 procent te klimmen.
Daarna volgt een lange afdaling naar Aigle, waar het hoofdkantoor van de UCI zit. Vanuit het nabijgelegen Ollon rijden de renners vervolgens wel de volledige Col de la Croix (19,1 km aan 7%) omhoog. Nadat ze opnieuw zijn afgedaald naar Aigle, wacht de complete klim weer. En de coureurs zullen nóg een keer omhoog moeten, al hoeven ze de laatste keer ‘slechts’ tot Villars-Sur-Ollon. Een schrale troost, want de 9,6 kilometer aan 8 procent zullen alsnog ontzettend veel pijn doen.
Favorieten
Tadej Pogacar is ook dit jaar weer bezig met zijn bingokaart. Vooral Milaan-San Remo wilde hij ontzettend graag afvinken, maar hij voegde de Ronde van Romandië eveneens al toe aan zijn palmares. Nu moet ook die andere Zwitserse WorldTour-rittenkoers, de Ronde van Zwitserland, op zijn erelijst komen. En de kans is groot dat dat ook zal gebeuren.

Pogacar won begin mei de Ronde van Romandië – foto: Fotopersburo Cor Vos
In feite is de kans áltijd groot dat Pogacar wint, als hij van start gaat in een rittenkoers. Zelfs als Jonas Vingegaard, Paul Seixas en Remco Evenepoel op komen dagen, is de Sloveen de absolute topfavoriet. Maar in de komende Ronde van Zwitserland heeft hij helemaal weinig te duchten. Wat de klassementsrenners betreft, is het deelnemersveld in de breedte namelijk niet al te sterk. Bovendien zal Pogacar drie weken voor de Tour de France al richting zijn topvorm groeien. Met het oog op die Tour is het niet zozeer de vraag óf hij wint, maar hoe gemakkelijk hij dat doet.
Als Pogacar tóch wat weerwerk krijgt, dan wellicht van zijn ervaren landgenoot Primoz Roglic. De 36-jarige renner van Red Bull-BORA-hansgrohe zal zeer gemotiveerd zijn om nog eens toe te slaan. Net als Pogacar, mist hij de Ronde van Zwitserland namelijk nog op zijn palmares. Mocht Rogla stunten en Pogacar kloppen, dan heeft hij alle grote eenweekse rittenkoersen op zijn naam: Parijs-Nice, Tirreno-Adriatico, Ronde van Catalonië, Ronde van het Baskenland, Ronde van Romandië, Critérium du Dauphiné én de Ronde van Zwitserland.

Pidcock en Roglic in Milaan-Turijn – foto: Fotopersburo Cor Vos
Het lijkt een schier onmogelijke taak, maar Roglic blijft een bijzondere renner. En bij vlagen haalt hij nog steeds een zeer hoog niveau. In de slotrit van de Ronde van Romandië zat hij bijvoorbeeld niet eens zó ver achter Pogacar (al was laatstgenoemde daar duidelijk niet in zijn allerbeste klimvorm). Daarnaast is Roglic van Pogacars concurrenten in deze rittenkoers de beste tijdrijder. In een wedstrijd van slechts vijf dagen is dat een groot voordeel.
Bergop verwachten we dan weer het nodige van Lenny Martinez. De 22-jarige Fransman is bezig aan een uitstekend seizoen. Zo werd hij tweede in de Ronde van Catalonië, eindigde hij als derde in de Ronde van Romandië én vloerde hij Jonas Vingegaard in de laatste etappe van Parijs-Nice. De Fransman heeft het dus in zich om een van de absolute toppers te verslaan. Maar Pogacar is niet ‘een van de absolute toppers’, hij is dé absolute topper. En daar komt nog bij dat Martinez in de tijdrit op dag vier waarschijnlijk al veel zal tijd zal moeten prijsgeven. Een nieuwe podiumplaats in een WorldTour-rittenkoers, dat lijkt een realistischer doel.

Martinez klopt Vingegaard in Nice – foto: Fotopersburo Cor Vos
Voor die podiumplaats zal hij wel af moeten rekenen met Tom Pidcock. De Brit kende een wat wisselvallig voorjaar, vooral door een zware val in de Ronde van Catalonië, maar liet een paar heel mooie dingen zien. We herinneren ons natuurlijk vooral nog Milaan-San Remo, waar hij Pogacar bijna wist te kloppen. Maar enkele dagen eerder liet de grote ster van Pinarello-Q36.5 zijn klimbenen ook al spreken met een zege in Milaan-Turijn. Daarmee bevestigde hij nog maar eens dat zijn derde plek in de Vuelta van vorig jaar geen toevalstreffer was.
Naast Pogacar en Roglic staat er nog een grote ronde-winnaar aan de start: Richard Carapaz. De Ecuadoraan, die in 2019 de Giro d’Italia op zijn naam schreef, maakte in de GP Gippingen zijn rentree na een operatie aan zijn zitvlak. Dat deed hij niet onverdienstelijk. Carapaz maakte de koers in de Zwitserse eendaagse en finishte als derde.

Carapaz stond meteen op het podium bij zijn rentree – foto: Fotopersburo Cor Vos
Dat was één plekje achter Aleksandr Vlasov, die na lange tijd ook weer eens op het podium stond. De Rus lijkt goed uit de Giro d’Italia gekomen. Heeft hij nu de smaak nu weer helemaal te pakken? In dat geval kan hij bij Red Bull-BORA-hansgrohe een gevaarlijk duo vormen met Roglic.
We zijn ook benieuwd hoe Afonso Eulálio de Giro d’Italia heeft verteerd. De Portugees droeg in die ronde lange tijd de roze trui, nam uiteindelijk het wit mee naar huis en eindigde als zesde in Rome. Daarnaast was hij vooral een enorme smaakmaker. In de eerste twee ritten van de Ronde van Zwitserland zien we hem ook wel voor vuurwerk zorgen, maar wat daarna? De tijdrit is niet zijn sterkste punt en hoewel we in de Giro hebben gezien dat hij zijn mannetje staat op lange beklimmingen, is hij in essentie toch vooral een explosieve springveer.

Eulálio maakte indruk in de Giro – foto: Fotopersburo Cor Vos
Enric Mas is eerder het tegenovergestelde. De 31-jarige Spanjaar moet het van de lange klimmen hebben. Wat dat betreft zou de slotrit van de Ronde van Zwitserland spek naar zijn bek moeten zijn, maar dan hebben we het wel over de Mas van zijn beste dagen. Sinds hij vorig jaar onder het mes moest vanwege een aderontsteking, heeft de Movistar-kopman zijn beste niveau nog niet gehaald. Maar misschien heeft de Giro hem de inhoud en hardheid gegeven die er tot nog toe aan ontbraken.
Ook Ilan Van Wilder sukkelde dit voorjaar, nadat hij in Tirreno-Adriatico een virusinfectie opliep. De renner van Soudal Quick-Step zou in de tijdrit in principe een mooie marge op kunnen bouwen tegenover veel andere klassementsrenners, maar het is afwachten hoe goed hij is. De Belg kwam niet meer in actie sinds de Amstel Gold Race.

Widar is terug – foto: Fotopersburo Cor Vos
Vanuit Belgisch perspectief is het daarom misschien eerder hopen op een topprestatie van Jarno Widar. Ook hij stond lang aan de kant vanwege ziekte, maar de 20-jarige renner maakte zondag succesvol zijn rentree in de GP Gippingen. Hij werd daar zesde. Dat zal hem moed geven voor de Ronde van Zwitserland.
Tot slot, noemen we ook nog de namen van Javier Romo, Alessandro Pinarello, Emiel Verstrynge, Gregor Mühlberger en Antonio Tiberi. Laatstgenoemde begon uitstekend aan het seizoen met onder meer een tweede plaats in de UAE Tour, maar zakte daarna ver weg. Herpakt hij zich nu weer?
Sprinters en puncheurs
De pure sprinters hebben weinig te zoeken in deze Ronde van Zwitserland, maar op dag drie ligt er wel een kans voor de mannen met wat meer inhoud. Mannen als Orluis Aular, Luke Lamperti, Arnaud De Lie, Alberto Dainese, Matthew Brennan, Magnnus Cort en Tobias Lund Andresen zullen vooral deze etappe hebben aangekruist. Laatstgenoemde werd zondag trouwens nog tweede in de Copenhagen Sprint.

De Lie won op indrukwekkende wijze een rit in de Tour de Wallonie – foto: Fotopersburo Cor Vos
Corbin Strong heeft met een zege in de Circuit Franco-Belge laten zien dat hij ook in vorm is. Maar is hij ook sterk genoeg om in een van de eerste twee etappes mee te bikkelen voor de ritzege? Allicht is dit toch meer voer voor de echte puncheurs, zoals Tom Pidcock, Mauro Schmid en Romain Grégoire.
Bij Alpecin-Premier Tech zullen ze in de derde rit ongetwijfeld de kaart trekken van Kaden Groves. Maar in rit één en twee zal Mathieu van der Poel zich mogen uitleven. Al zal de Nederlander vooral weer koersritme op willen doen richting de Tour de France, want hij reed geen wedstrijd meer sinds Parijs-Roubaix op 12 april. Indien het gevoel goed is, zal MVDP zich echter zeker smijten op de explosieve hellingen.

Van der Poel koerste niet meer sinds Parijs-Roubaix – foto: Fotopersburo Cor Vos
Favorieten
Tour de Suisse — Algemeen klassement
Weer en TV
De eerste twee dagen lijken de renners mooi weer te krijgen, met veel zon en aangename temperaturen, maar vrijdag wordt de nodige neerslag verwacht. In het weekend wisselen perioden van zon en bewolking elkaar af.
De Ronde van Zwitserland is dagelijks te volgen via HBO Max en Eurosport 1. Bekijk alle tv-zenders en uitzendtijden in onze tv-gids Wielrennen op TV.
De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. Een van de verhalen gaat over de band tussen Mathieu van der Poel en zijn opa Raymond Poulidor. Wat zijn hun gelijkenissen? Welke invloed heeft Poulidor gehad op de wielrenner en de mens Mathieu? En hoe wordt in Frankrijk aangekeken tegen MVDP? In de Zomergids lees je verder alles over de Tour de France en de Tour Femmes, Jonas Vingegaard over de knechten van Tadej Pogačar, Lucien Van Impe, Nienke Vinke en nog veel meer!

zijn 6de plek in de GP Gippingen, die zijn 1ste koers na ziekte was.
Er is nog een Belg die na een lange revalidatie hier zijn eerste koers
reed en op een 4de plek belandde op 3sec van de winnaar, maar
die in de voorbeschouwing geen enkele vermelding krijgt?
De Vuelta en Giro mogen ook naar 2 weken wat mij betreft.