Tour Femmes 2026: Wiebes sprint naar tweede ritzege, solo Riejanne Markus strandt in extremis
Twee op twee voor Lorena Wiebes in de Tour de France Femmes. De renster van SD Worx-Protime, die zaterdag al de openingsrit op haar naam schreef, sprintte in het geel overtuigend naar de zege in de tweede etappe. Riejanne Markus zag een solo van 39 kilometer in de slotkilometer stranden.
De tweede rit in de Tour de France Femmes bevatte vier gecategoriseerde hellingen en de nodige hoogtemeters, maar de finale was vlak. Een massasprint was na 149 kilometer het meest waarschijnlijke scenario in Genève. Lorena Wiebes, de winnares van de openingsrit, kreeg zo een gouden kans om te zegevieren in haar gele trui.
In de openingsfase probeerden meerdere rensters weg te komen, maar niemand kreeg de ruimte. Zo begonnen we met een compleet peloton aan de Côte de Chexbres (3,2 km aan 5,6%), het eerste klimmetje van de dag. Op deze helling van de derde categorie pakte Cédrine Kerbaol de volle buit aan bergpunten. Puck Pieterse mengde zich ook in de debatten en kwam als tweede boven.
Kopgroep met Jansen en Koster
Na de eerste heuvels maakte aanvankelijk niemand aanstalten om te demarreren. Tot Eline Jansen (VolkerWessels) op 95 kilometer van de finish ten strijde trok. Ze kreeg het gezelschap van Anouska Koster (Uno-X Mobility), Yuliia Biriukova (Laboral Kutxa-Fundación Euskadi), Ema Comte (Cofidis) en Carlotta Cipressi (Human Powered Health).

Eline Jansen leidt de kopgroep – foto: Fotopersburo Cor Vos
De vijf avonturiers fietsten een voorsprong van twee minuten bijeen. Koster leek de bergpunten te pakken op de Cossonay (2 km aan 6%), maar stopte te vroeg met trappen, waardoor Comte haar op de streep nog voorbijstak. Een dure fout, want ze zou uiteindelijk één punt tekort komen om op gelijke hoogte te komen met bolletjestruidraagster Océane Mahé.
Kool gelost
Op de steile Côte de Bougy-Villa dunde de kopgroep uit: Biriukova en Cipressi moesten lossen. Ook in het peloton kwamen enkele rensters in de problemen, onder wie Charlotte Kool. Ze had nog wel tijd om terug te keren, maar voordat ze op vlakke wegen kwam, stond nog wel het laatste gecategoriseerde klimmetje op het menu. En op deze Côte de Mont-sur-Rolle (2,3 km aan 6.5%) werd flink gekoerst. Het was Célia Gery die de knuppel in het hoenderhok gooide.

Koster liet zich verrassen door Comte – foto: Fotopersburo Cor Vos
De aanval van de Franse kampioene leidde tot de nodige reacties. Na de klim kwam er een groepje van acht rensters samen. Naast Gery en de vroege vluchters Comte, Jansen en Koster, waren dat: Amanda Spratt, Sarah Van Dam, Nina Berton en Sara Casasola. SD Worx-Protime had niemand mee en moest in de achtervolging. Lotte Kopecky, die al langer op kop reed, kreeg nu steun van Nienke Vinke, Valentina Cavallar en Mischa Bredewold.
De samenwerking vooraan was niet ideaal. Zodoende ging het gat dicht, maar met Riejanne Markus was er alweer een nieuwe aanvalster. Met nog 35 kilometer te gaan, had de hardrijdster van Lidl-Trek een voorsprong van een minuut. Visma | Lease a Bike kwam SD Worx-Protime vervolgens even helpen, maar Markus liep zelfs nog wat verder uit.

Markus alleen op kop – foto: Fotopersburo Cor Vos
Op zeventien kilometer van de streep had Markus nog altijd vijftig seconden. Nu kwam ook Anna van der Breggen, een van de podiumkandidaten in deze Tour de France Femmes, helpen in de achtervolging. Het verschil begon te slinken, maar stabiliseerde nadien toch weer rond de halve minuut. Vijf kilometer voor de finish had ze die voorsprong nog altijd.
Haalt Markus het?
Bovendien haakten de vrouwen van SD Worx-Protime een voor een af. Alleen Lotte Kopecky reed op den duur nog op kop. Achter de Belgische zaten de troepen van Liv AlUla Jayco. Zij pakten het initiatief toen Kopecky op twee kilometer van de finish af gaf. Het peloton kwam nu alsmaar dichterbij, maar Markus had nog een paar tellen bij het ingaan van de slotkilometer.
Het bleek net niet genoeg. Op minder dan vijfhonderd meter van de streep kwam de meute haar voorbij. Wiebes leek een beetje ingesloten, maar vond een gaatje, kwam eruit en sprintte met lengtes voorsprong naar haar tweede opeenvolgende overwinning. De rest stond niet op de spreekwoordelijke foto. Elisa Balsamo finishte als tweede, Marianne Vos als derde.
🚴🇫🇷 | Riejanne Markus komt 300 meter tekort voor de overwinning. Toch nog een eindsprint en dan weet je het wel: Lorena Wiebes wint weer! 🇳🇱💛 #TDFF2026
Koers 👀 HBO Max pic.twitter.com/ZAPujsYmQt
— Eurosport Nederland (@Eurosport_NL) August 2, 2026
Tour de France Femmes (2.WWT)
Etappe 2: Aigle → Genève (148.21 km)
| Rank | Renner | Tijd |
|---|---|---|
| 1 | 03:42:08 | |
| 2 | " | |
| 3 | " | |
| 4 | " | |
| 5 | " | |
| 6 | " | |
| 7 | " | |
| 8 | " | |
| 9 | " | |
| 10 | " |

Het koersinzicht van een aantal hier is echt diep bedroevend voor een wielersite.
Er zijn wel vaker dominante sprinters waarbij de winstkansen voor anderen klein zijn, maar tegen Wiebes is 't gewoon 0%, niet eens 0.01%. De mantra is vaak "als je niet helpt, win je zeker niet", maar in dit geval ga je ook zeker niet winnen als je wel helpt.
Dan kan je beter de vluchter laten winnen in de hoop dat anderen ook niets doen wanneer jij de dag erna mee in de vlucht zit.
Ik denk dat je vergeet dat dit een grote ronde is en geen 1-daagse.
Diverse ploegen zitten hier met een kopvrouw voor klassement en daarmee is het enige doel vandaag: haar veilig binnenbrengen.
Ook een paar ploegen met een sprinter ( al is het de kans klein dat je wint tegen Wiebes), maar dan nog heb je de kans dat ze ingesloten geraakt.
Maar weinigen hier hadden nog echt de vrijheid om een finale demarrage te plaatsen.
Markus wordt ingelopen. Dan laat je toch de hele troep stilvallen ipv Wiebes in een zetel naar de streep te rijden?
Je creëert dan mogelijkheden voor een late uitval of iemand waar Wiebes haar tanden op stuk zou kunnen gaan bijten en zichzelf oprookt.
Dit was vrij kansloos.
Denk dat de superioriteit van Wiebes niet suggereert dat Wiebes dichter tegen de heren aanzit, eerder dat er daar maar 1 renster is die je qua talent als equivalent kan zien van Merlier/Kooij/Philipsen en dat alle anderen eerder op het niveau van Blikra, Fretin of Aniolkowski zitten. Dat er in het dameswielrennen schijnbaar nauwelijks werk wordt gemaakt van het zoeken naar sprinttalent en daar nog enorm veel groeimarge is.
Volgens wat ik vind zit ze ergens +-60kg (wat bij de mannen ook bij lichtere klimmers hoort), maar zou haar piekwaarde ergens 1200-1300W bedragen.
Daarmee zit ze stukje hoger dan de lichtgewicht klimmers ( die normaliter rond de 1000W zouden uitkomen).
De topsprinters bij de mannen zitten ergens rond de 1700W met enkel de zwaargewichten (genre Milan) die richting 2000W zouden gaan.
Zelfs Van der poel zou blijkbaar 'maar' richting 1400W piek gaan.
Qua snelheid vond ik ergens topsnelheid in sprint van 65 en 67km/h. Dit is natuurlijk parcoursafhankelijk, maar de mannen sprinters halen doorgaans +-70km/h.
Maar een lichte klimmer zie ik die 65km/h ook niet halen hoor.
Natuurlijk rijdt het vrouwenpeleton stukje trager en zou ze bij de mannen misschien al gelost zijn (of veel minder fris zijn). Maar qua pieksnelheden moet ze niet zoveel onderdoen.
Gelijkaardige taferelen mocht je vollering bergop vergelijken met de mannensprinters.
Ik denk dat bij haar het ergens rond de 5,5-5,7 W/kg ligt. Daarmee laat je hoop zwaargewichten achter je