Te veel veldritten, te weinig spanning: dit viel ons op tijdens de kerstperiode in de cross
Analyse Qua winnaars is het een eentonige kerstperiode in de cross geworden, omdat Mathieu van der Poel en Lucinda Brand met een groot deel van de koek gingen lopen. Maar wat viel ons tijdens de afgelopen twee weken nog meer op in het veldrijden? WielerFlits zet vijf conclusies op een rij.
1. Trop is te veel
Het is een conclusie die we afgelopen weekend bij iedereen hoorden. Renners, stafleden, team-managers, persverantwoordelijken, speakers: deze kerstperiode zat te vol. 12 crossen in een tijdspanne van amper 16 dagen is voor niemand behapbaar, en werkt misschien zelfs averechts. Zelfs Flanders Classics-organisator Tomas Van den Spiegel gaf ons toe dat de veldritkalender te vol zit. Alleen lijkt niemand te willen inbinden.
Natuurlijk is het tijdens de kerstperiode ‘money time’. We zagen toeschouwersaantallen vanuit de gouden dagen van de cross, all time records werden gebroken, met in Zonhoven de climax met 20.000 mensen. Alle organisatoren willen tijdens de kerstvakantie organiseren, maar het feit dat Niels Vandeputte als enige 11 van de 12 crossen afwerkte, enkele uitzonderingen op 9 uitkwamen en Van der Poel op 8, zegt genoeg. Minder crossen zou betekenen dat de toppers minder keuzes moeten maken en dus vaker tegen elkaar uitkomen. Het is aan de UCI om dat te reguleren zonder de andere spelers zoals Golazo te vergeten.
2. Geen Wout van Aert, geen spanning
De enige kers op de taart die we misten, was een speelmaatje voor een opnieuw ongelooflijke Mathieu van der Poel, die ongenaakbaar was in al zijn wedstrijden. Bij zijn debuut in Namen kregen we een beetje hoop na een sterke beurt van Thibau Nys, verder gaf alleen Wout van Aert in Loenhout en Mol de indruk enig weerwerk te kunnen bieden. Doodjammer voor de spanning dat een lekke band en val met breukje in de enkel roet in het eten gooiden. Een echt duel tot aan het einde kregen we daarom nooit.

Wat had het mooi kunnen zijn tussen Van der Poel en Van Aert – foto: Fotopersburo Cor Vos
Je zou er als concurrent toch bijna moedeloos van worden? En het strafste van allemaal: toen we de zevenvoudige wereldkampioen na de cross in Zonhoven op de man af vroegen met welk gevoel hij nu naar Spanje kon afreizen, antwoordde hij doodleuk dat hij ‘zeker nog niet top’ is. “Ik denk dat ik vorig jaar echt wel beter was op dit moment, maar ik kan niet klagen”, aldus Van der Poel. Goed nieuws voor al de rest: we zien de alleskunner normaal pas op 24 januari in Maasmechelen terug.
3. Tibor Del Grosso is toekomst van de cross, maar vergeet Thibau Nys niet
Wil dat gebrek aan spanning zeggen dat er in de schaduw van Van der Poel geen nieuwe talenten opstaan? Natuurlijk wel. Hoewel hij vorig jaar al enkele knappe dingen liet zien, ontpopte Tibor Del Grosso zich tot de revelatie van de kerstperiode. Met (schijnbaar) speels gemak, een portie stuurmanskunst en zichtbaar plezier op de fiets, kwam het 22-jarige talent de afgelopen twee weken door. Het strafste van allemaal is dat hij niet enkel uitblonk bij zijn overwinningen in Zolder en Diegem, maar eigenlijk nergens door het ijs zakte.
Niet alleen heeft hij bij momenten veel weg van Van der Poel, de natuurlijke troonopvolger lijkt ook echt klaar te staan. Al geven we ook credits aan Emiel Verstrynge, Niels Vandeputte en Belgisch kampioen Thibau Nys. In zandcrossen moet je van Nys niet te veel verwachten, wat tot offdays leidde in Antwerpen en Zolder. In Zonhoven was er die bewuste val met het kapotte stuur, maar verder ging Nys nergens onder de ondergrens. En als hij, zoals in Dendermonde, in zijn dagje is, is de 23-jarige Nys héél erg goed.
4. Broers Roodhooft blijven broodnodig
Alle goednieuwsshows ten spijt, moesten we tijdens de kerstperiode vaststellen dat het met het veldrijden onder de top veel minder goed gaat. Subtoppers zoals Amandine Fouquenet en Ryan Kamp kwamen met de jaarwisseling zonder contract te zitten, na afloop van de crosswinter komen daar – met name bij de vrouwenprofs – nog heel wat renners bij. Zelfs het Ridley-project rondom Joris Nieuwenhuis is niet toekomstbestendig, waardoor de topcrosser nog geen nieuwe bestemming beet heeft.

Lucinda Brand was bij momenten ongenaakbaar – foto: Fotopersburo Cor Vos
De broers Roodhooft zetten om Kamp en Hélène Clauzel op te vangen, met Team Ekoï nóg een nieuw project op. Terwijl ze met Alpecin-Premier Tech, Fenix-Premier Tech, Seven Racing en Crelan-Corendon al vier ploegen in het veldritpeloton hebben rondrijden. Dat doen de broers naar eigen zeggen uit liefde voor de sport, maar het is ook zorgwekkend om te zien. Kan je niet bij hen of de teams van Sven Nys en Jurgen Mettepenningen terecht, moet je vrezen voor het einde van je loopbaan. Dat geeft stof tot nadenken.
5. Veel respect voor Lucinda Brand
Tot slot nog een woordje over de meest dominante vrouw van de kerstperiode en de periode daarvoor. Want vergis u niet: de ‘streak’ van aantal opeenvolgende podiumplaatsen loopt nog altijd. Na Zonhoven klokt Brand af op 61, een absoluut record. Hoewel ze in die sneeuwcross moest afrekenen met een ijzersterke Ceylin del Carmen Alvarado, won Brand voordien al haar crossen sinds de Jaarmarktcross op 11 november.
Hoe zij op haar 36e nog altijd de professionaliteit en werkethiek kan opbrengen, om op dit niveau te strijden, is bewonderenswaardig. Ja, er waren natuurlijk de blessures van Alvarado en het wegvallen van wereldkampioene Fem van Empel, maar dat doet niets af van de reeks van Brand. Ze reed iets minder crossen dan de voorbije winters, in de hoop terug te kunnen scoren op het Nederlands en wereldkampioenschap. Laten we voor haar hopen dat die keuzes renderen.
De discussie is al jaren of de Trofee (GvA, X2O, you name it) waarde toevoegt (los van het feit dat de Koppenbergcross een soort van monument in de cross is).
Tijden veranderen.
Nu ik me bedenk, sneeuwballen weinig gezien, terwijl ikzelf er op de Paterswoldseweg NET eentje ontweek (heb skills) #jesuismvdp