Primoz Roglic geniet van nieuwe generatie: “Leeftijd zegt niets in de koers”
Interview Met drie ritzeges en een overtuigende eindoverwinning was Primoz Roglic in 2023 een klasse apart in de Tirreno–Adriatico. Dit jaar keert hij voor het eerst terug naar de Italiaanse rittenkoers. De Sloveen kijkt opvallend ontspannen vooruit naar zijn eerste wedstrijd van het seizoen.
Het UNA Versilia-hotel in Lido di Camaiore vormt al vele jaren de uitvalsbasis bij de start van de Tirreno-Adriatico. Het is voor Roglic bekend terrein: de rittenkoers van de Tirreense naar de Adriatische Zee behoort tot zijn favoriete wedstrijden. Tijdens de persconferentie met de grote favorieten, waar Mathieu van der Poel en Wout van Aert de grote afwezigen waren, stal de kopman van Red Bull BORA hansgrohe de show.
Vorige maand was hij nog enkele dagen bij de Olympische Spelen in Milaan-Cortina, waar hij uiteraard het schansspringen volgde. “Het was een mooie ervaring. Jarenlang heb ik er zelf van gedroomd om op de Winterspelen in actie te komen. Uiteindelijk zijn het de Zomerspelen geworden”, vertelt hij met een knipoog.
Reikhalzend kijkt Roglic uit naar het nieuwe seizoen. “Bij de eerste wedstrijd is het altijd moeilijk in te schatten waar je staat. Het is niet dat ik de afgelopen weken alleen maar op vakantie ben geweest”, lacht hij. “Ik heb een hoogtestage gedaan en daar goed kunnen trainen. Maar nu ben ik vooral blij dat ik weer kan koersen.”

Tibieri, Milan, Del Toro, Roblic, Magnier en Ganna voor de start van de Tirreno-Adriatico. Foto: Raymond Kerckhoffs
De Tirreno–Adriatico won hij in 2019 en 2023, beide keren nog in dienst van Team Jumbo-Visma, terwijl hij in totaal vier etappes op zijn naam schreef. Roglic geldt in Toscane dan ook opnieuw als een van de favorieten, zowel voor dagsucces als voor het eindklassement. “Natuurlijk wil ik altijd graag winnen. Maar eerlijk gezegd ben ik nu nog niet zo met resultaten bezig. Het deelnemersveld is sterk en ik kijk er vooral naar uit om weer de strijd aan te gaan met al deze jongens.”
“De openingstijdrit zal zeker een rol spelen voor het klassement, maar ik denk dat de ritten later in de week, in de Marche, uiteindelijk doorslaggevend zullen zijn. Dat is ook het terrein waar ik in 2023 drie ritten op rij wist te winnen. Ik klaag dus niet over dit parcours. Maar wat ik drie jaar geleden heb gewonnen, zegt nu niets meer. Dat biedt geen enkele garantie. We beginnen allemaal weer vanaf nul.”
Roglic is inmiddels 36 jaar en ziet opnieuw een jonge generatie opstaan. In deze Tirreno geldt Isaac del Toro (22) als een van de grote favorieten, terwijl hij voor ritzeges mogelijk ook moet afrekenen met Paul Magnier (21). En dit seizoen maakte vooral de pas 19-jarige Paul Seixas (die niet van de partij is en normaal pas in de Ronde van het Baskenland weer koerst) al veel indruk.
“De opkomst van zulke jonge renners geeft mij niet het gevoel dat ik oud ben,” benadrukt Roglic. “Integendeel, het maakt mij eerder jonger. Ik hou ervan om tegen deze jongens te strijden. Zodra we een rugnummer opspelden en de koers begint, zegt leeftijd niets meer. Iedereen start vanaf nul en moet zich opnieuw bewijzen. Dat is juist het mooie van deze sport: elke keer opnieuw moet je laten zien wat je waard bent. Of je nu een jonge renner bent of al jaren meedraait.”
Ook de komst van Remco Evenepoel naar de Duitse ploeg noemt hij een verrijking. “Met Remco erbij hebben we er een grote naam bij. Dit jaar heeft hij al een paar wedstrijden gewonnen. Voor ons is dat alleen maar goed. Hoe meer we winnen, hoe beter. Bovendien haalt dat ook wat druk weg bij de andere renners.”
Toch staat Roglic voor mij niet in het rijtje van de allerbeste ronderenners. Pogacar, Froome, Contador, Indurain, Hinault, Merckx, Anquetil... Dat soort mannen. Rogla was eigenlijk op geen enkel moment de absolute nummer 1 van het ronderennen. Niettemin 5 grote rondes gewonnen, dat is er weinigen gegeven. En daarnaast toch ook wel mooie zeges gepakt zoals Luik, de OS-tijdrit, 3x Emilia, enz. Het was meer dan een pure ronderenner.
Maar geen coureur die veel gedenkwaardige nummertjes heeft opgevoerd. Ik las ooit in een interview met Philippe Gilbert dat Roglic in het begin van zijn carrière al heel sterk was, maar driest aanviel en nooit won. Daarom veranderde hij het geweer van schouder en werd het een sluipschutter die in de laatste honderden meters het verschil maakte. Met enorm succes natuurlijk, maar echt warm werd ik er nooit van.
De momenten die ik echt ga onthouden van hem, waren toch vaak de ietwat klungelige. De Tour 2020 met het scheve helmpje, hoe hij zichzelf omkegelde in de Vuelta van '22, de hooibaal in de Tour van '21. Maar ook de tijdrit in de Giro van '23 waar hij uiteindelijk wel het laken naar zich toetrok en de vreemde sprint in Luik met Alaphizwiep. En de mooie atypische ritoverwinning in de Vuelta toen hij van heel ver mee ging met Bernal. Of de Parijs-Nice die hij lijkbleek stervend in het wiel van Van Aert alsnog wist te winnen. Maar vooral de laconieke interviews.
Benieuwd wat er nog in de tank zit. Een Vuelta-eindzege zou mij verbazen, maar toch ook weer niet.