Michel Wuyts roept op tot meer confrontaties tussen toppers als middel tegen dominantie
foto: fotopersburo Cor Vos
Niels Bastiaens
zaterdag 21 maart 2026 om 07:07 Volg in Google

Michel Wuyts roept op tot meer confrontaties tussen toppers als middel tegen dominantie

Interview Dat Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel Milaan-San Remo en bij uitbreiding het hele wielrennen hebben veranderd, is deze week al vaak geschreven. De twee rijden erg dominant rond en winnen quasi overal waar ze aan de start komen. De verwachting is dat ze ook dit weekend zullen toeslaan. Maar is dat positief, of juist niet voor het wielrennen? We bespreken het met Michel Wuyts, de 69-jarige commentator die zaterdag La Primavera bij het Belgische VTM voor zijn rekening neemt.

We beginnen met een stelling die afgelopen week in Wielerclub Wattage werd gelanceerd door Wuyts’ ex-collega Ruben Van Gucht. ‘De dominantie van de twee, en met name die van Tadej Pogacar, is slecht voor het wielrennen’, werd daar geopperd. Want wie wil er nu kijken naar een sport waar de winnaar al op voorhand bekend is? Hoe trek je dan een nieuw publiek aan? Het leverde een interessante discussie op, waarbij Jan Bakelants fel tegengas gaf, maar volgens Wuyts ligt daar niet het probleem voor de koers.

“Voor een kijker die snel gesatureerd is, zijn dit inderdaad lastige tijden. Die snakt wel eens naar verandering. Die snakt naar verbreding. En die snakt vooral naar inbreng uit zijn eigen land. In België gaat het dan over een Wout van Aert of Remco Evenepoel die tegengas kunnen bieden. Ook de media verlangen daarnaar. Op een site als WielerFlits zullen die namen het meest vallen. Want dat doet kijken en dat doet lezen. Voor veel mensen is die uitbreiding van de top dus welgekomen.”

“Maar als ik naar mezelf kijk: ik kan geweldig genieten van de schoonheid van een glansprestatie van dezelfde man. Als Pogacar voor de vierde keer aanzet in de Strade Bianche, dan zit ik daar nog altijd met mijn mond open op te kijken. En dan is dat niet van: het is weer van dat. Mij deert dat écht geen seconde. Integendeel, ik zit er helemaal niet op te wachten dat hij ingelopen wordt. Ik heb juist respect dat hij het risico aandurft om het niet via de gemakkelijke weg te doen. Wat kun je meer verwachten van een topatleet?”

Nichevorming
Spanning! “Oké, maar als er eentje is die juist niks moet, dan is het Pogacar. Dat heeft zo veel gebracht dat hij zelf wel zal beslissen waar, wanneer en hoe. En dat zal zaterdag in Milaan-San Remo niet anders zijn. Wat kan je als commentator meer verwachten? Dat is dat de groten zich onderscheiden en daar een fantastisch kijkstuk van maken. Milaan-San Remo is vorig jaar weer op een hoger niveau getild, op een monumentenniveau. Dankzij zijn aanval op de Cipressa.”

Collega Stijn Vlaeminck interviewt Wuyts – foto: Fotopersburo Cor Vos

Daar heeft Wuyts een punt. Als de Grote Twee in hun eentje aan de start van een wedstrijd staan, krijg je juíst de mooiste strijd die we in jaren hebben gezien. Het is pas wanneer de groten elkaar ontlopen – kijk naar de voorbije edities van de Strade Bianche – dat je dominantie krijgt. “Net daarom irriteert de evolutie dat de groten elkaar nu steeds meer uit de weg gaan mij. Dat vind ik toch jammer. Men is nu in een aantal media al tevreden als er eens een confrontatie tussen twee, drie toppers komt in een grote wedstrijd.”

Dat de absolute toppers het tegen elkaar opnemen, zou volgens Wuyts de logica zelve moeten zijn. “Die confrontaties zijn voor een deel aan het verdwijnen. En dat is jammer, want dat leidt tot nichevorming. Ik daag u uit om het aantal echte toppers aan te duiden in het Vlaamse voorjaarsluik. En hoe vaak dat die jongens tegen elkaar dan in het harnas gejaagd worden. Of durven gaan. Dan kom je hooguit aan twee, drie keer. En dan bedoel ik niet alleen Pogacar en Van der Poel, maar ook het luik daar net onder.”

“Wie durft nog de brug te slaan naar de Ardennen? En geloof me, dat is meer mogelijk dan vermoed. Dan kom je steeds bij Pogacar uit. En voor de rest zie je een steeds grotere spreidstand. Wanneer komt de dag dat Jonas Vingegaard zegt: ik ga me eens aan de start zetten van Luik-Bastenaken-Luik. Of dat Remco Evenepoel mee komt doen in het Vlaamse werk, en Mads Pedersen het omgekeerde doet. Voor die types is het misschien wat riskanter dan voor Pogacar, maar het zou wel een mooie strijd opleveren.”

Waar de vorige generatie wielrenners zich steeds meer op één bepaald subterrein ging specialiseren, moeten we dus terug naar een tijdperk waarin de toppers allrounders zijn die op elk terrein meekunnen? “Pogacar speelt daar een heel belangrijke rol in, door te tonen dat het wel degelijk kan. Hij trekt een streep door alle voorbereidingswedstrijden en rijdt in iedere grote wedstrijd die er echt toe doet. Als anderen dat voorbeeld volgen, zou dat toch geweldige taferelen brengen?”

Rol van UCI
Die ideeën zijn natuurlijk niet nieuw. De UCI denkt al langer na om een overlap aan grote wedstrijden te verbieden, en het opzet van One Cycling is eveneens om de groten zo veel mogelijk tegen elkaar te zien. “En dat is nodig”, vindt Wuyts. “We hopen op die verandering, maar je moet heus niet hopen dat het ooit volkomen waar zal zijn. Je kan niet verwachten van een ronderenner dat hij alle monumenten erbij pakt én alle grote rondes, tenzij je die inkort naar een week of twee. Maar mijn punt is: het kan veel beter dan nu.”

Wuyts geeft dit weekend weer commentaar – foto: Fotopersburo Cor Vos

Andere oplossingen voor spannendere koersen zijn misschien wel minder zware parcoursen én kortere wedstrijden. Ook dat juicht Wuyts toe. “Mocht het zo zijn dat ooit mensen met gezond verstand zeggen van: we gaan geen drie uur van een wedstrijd live op televisie laten zien, maar we gaan daar een modern, jeugdgericht product van maken. En we laten van zo’n wedstrijd maar een uur en twintig minuten zien bijvoorbeeld. Dan krijg je een modern product. Laten we zeggen: we tonen de laatste vijftig kilometer.”

“Dan zou het wel eens kunnen dat met die actie iets langer gewacht wordt”, zegt Wuyts. “Niet ik zeg niet met een pertinente zekerheid dat het zo zal zijn. Maar het zou weleens kunnen. Want dan gaan sponsors daar ook anders over denken. Een sponsor heeft natuurlijk graag dat zijn naam in beeld komt tijdens de rechtstreekse uitzending. En dat zijn toppers op een fantastische manier explosief voor de dag komen en de boel in beeld aan flarden rijden. Misschien is dat de truc van de toekomst voor meer en langere spanning.”

De kortere finale van Milaan-San Remo is wat dat betreft misschien wel een goed voorbeeld. “Je ziet heel veel wedstrijden die er nog eens een helling of twee bovenop doen, ieder jaar. Maar je moet een wedstrijd toch af en toe eens ontluchten met tien kilometer niets? Dan krijg je spanning en een fijne koers. Maar organisatoren willen graag de kans vergroten dat er een kanjer wint en dus moet de koers lastiger, want ze zijn zo trots op hun erelijst. Dat is de gedachte achter die steeds zwaardere parcoursen, denk ik.”

San Remo-finale
Zaterdag in Milaan-San Remo verwacht Wuyts desondanks opnieuw geen verrassing. “Ik gebruik niet graag percentages, maar de kans is zeer groot dat één van die twee wint en de kans is het grootst dat Mathieu van der Poel wint. Louter op basis van de afwegingen van de capaciteiten, die je nodig hebt om die koers te winnen. Je moet die splijtende sprint hebben op de Via Roma, die veel meer oploopt dan een mens vermoedt. Anderzijds heeft sinds Erik Zabel in 2001 niemand zichzelf meer opgevolgd in San Remo.”



De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. Een van de verhalen gaat over de band tussen Mathieu van der Poel en zijn opa Raymond Poulidor. Wat zijn hun gelijkenissen? Welke invloed heeft Poulidor gehad op de wielrenner en de mens Mathieu? En hoe wordt in Frankrijk aangekeken tegen MVDP? In de Zomergids lees je verder alles over de Tour de France en de Tour Femmes, Jonas Vingegaard over de knechten van Tadej Pogačar, Lucien Van Impe, Nienke Vinke en nog veel meer!

Bestel de Tourgids
4 Reacties
20-03-2026 13:09
Dus renners moeten stoppen met zich te specialiseren (Pedersen moet de klimklassiekers rijden, en Evenepoel de kasseikoersen), want Pogacar is succesvol op meerdere vlakken?

Zeer bizarre gedachtegang. Want als je als specialist een allrounder al niet kan kloppen, dan ga je dat als allrounder zeker niet kunnen. Wuyts vergeet hier precies dat Pogacar een uniek talent is, die kan je niet zomaar even kopiëren.
20-03-2026 12:57
De schoolmeester Wuyts, om misselijk van te worden, ik ben al de hele week halfziek omdat ik weet dat ik enkel op VTM of Eurosport naar La Primavera kan kijken :-(
20-03-2026 20:44
Wat een vreemde gedachten heeft die man. Dus omdat er dominantie is moeten we 70% van het peloton geen contract meer geven zodat alle wedstrijden met dezelfde renners worden gereden? Snapt die man niet dat er 4 a 5 verschillende pelotons zijn? Dus de mindere goden mogen hun nokere koerse of scheldeprijs niet meer rijden want hier moet Pogacar, Del Torro, Remco en Vinegaard starten.

Daarnaast moeten we maar 50km uitzenden dan weet je zeker dat je het beslissende moment mist. Dat gaat nieuwe kijkers aantrekken.
20-03-2026 22:48
Blijft lachen met al die wielercommentatoren die beweren dat ze geen problemen hebben met dominantie en dat ze kunnen genieten van een imponerende solo, dat beweren ze echt allemaal. Maar tijdens de koers zelf, als zo'n Pogacar zich recht zet op 70 kilometer van de finish om weer eens alleen weg te rijden, dan kan er echt geen enkele de teleurstelling in de stem verbergen, die eerste minuten na de aanval, je hoort ze de vloek en het gezucht nog net inslikken.

Om daarna te beginnen vertellen hoe geweldig het is dat we zo'n atleet live mogen aanschouwen, dat we dit nooit gaan vergeten en dat dit ook entertainment is, een poging om ook zichzelf te overtuigen dat we moeten blijven kijken.

Reacties zijn gesloten.