Marianne Vos moet nu ‘wedijveren’ met Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar
Twee olympische titels, veertien wereldtitels en in totaal liefst 259 overwinningen op de weg bij de elite-vrouwen. Al ruim 20 jaar lang fietst Marianne Vos op het hoogste niveau en is de Brabantse uitgegroeid tot een van de beste wielrensters uit de geschiedenis. Vanaf zaterdag geldt zij ook weer in de Tour de France Femmes als een van de grote favorieten voor ritzeges en de eerste gele truien. Alles begon echter bij een Rabo Dikke Banden Race in Geffen. En natuurlijk won Marianne dat eerste wedstrijdje ook.
Met drie ritzeges en liefst acht dagen het ‘maillot-jaune’ heeft Marianne Vos haar handtekening al achter de Tour de France Femmes gezet. In haar rijke carrière zijn dit onvergetelijke momenten geworden. Eerlijk moet ze bekennen dat ze zich niet veel meer herinnert van haar eerste wielerwedstrijdje ooit. Ja, dat ze een mooi shirt kreeg, dat weet ze nog wel. Dat ze gewonnen heeft, staat op de medaille gegrafeerd die ze na haar overwinning kreeg. Maar hoe de race verliep, die herinnering is vervaagd.
“Het staat me wel nog bij dat ik het heel leuk vond. Met het rugnummer op zat je echt al in een soort wedstrijdfocus. En zo hard mogelijk fietsen, dat zat er al vanaf jongs af aan in”, verzekert Marianne ons.
Vader Henk Vos was een enthousiaste wielrenner die rond zijn dertigste de schoonheid van het maken van fietstochten op zijn racefiets had ontdekt. Die microbe bracht hij in eerste instantie over op zoon Anton, die vijf jaar ouder dan Marianne is.
“Anton ging bij de jeugd wedstrijden rijden en ieder weekend gingen we met de familie mee. Ik was in eerste instantie nog te jong om wedstrijden te mogen rijden, maar vond de sfeer rond die jeugdwedstrijden heel gezellig. We namen stoeltjes en de koelbox mee en met de andere kinderen en hun ouders van de club werd het een heel gezellige sfeer.”
Bij een van die jeugdwedstrijden werd ook een Rabo Dikke Banden Race georganiseerd. “In die race mocht ik wel starten. Het was heel laagdrempelig omdat je ook op een gewone schoolfiets kon deelnemen. Daardoor namen meer schoolkinderen deel. Je zag dat die koersjes in de plaatselijke dorpen heel populair waren. Niet iedereen heeft immers een familie die iets met wielrennen heeft, maar met een fiets met dikke banden is het eenvoudig om aan de sfeer en de sport te proeven.”
Voor Marianne was er na de ervaring van de Rabo Dikke Banden Race geen twijfel meer, ze wilde toen ze acht jaar jong was ook bij de jeugd fietsen. “De medaille of het bekertje dat ik bij de Rabo Dikke Banden Race kreeg was natuurlijk leuk. Dat voelde als een waardering. Maar het mooiste vond ik de wedstrijd zelf. En het strijden voor de overwinning natuurlijk.”

Het was dan ook iets vanzelfsprekends dat Marianne een jeugdlicentie aanvroeg en zich inschreef bij wielerclub Presto uit Drunen. “Juist omdat Anton een aantal leeftijdscategorieën hoger dan ik reed, betekende het dat we met de familie de halve dag rond het wielerparcours zaten. We fietsten onze wedstrijd, maar speelden er ook tikkertje en verstoppertje in de tussenuren met de vriendjes van de club. Het was steeds een dagje uit. Ik herinner me ook nog dat mijn moeder altijd een washandje in een zakje meehad waarmee ze ons na de koers schoon maakte. Ja, als ik erop terugkijk dan kan ik wel zeggen dat het voor ons ieder weekend feest was.”
Anton en Marianne Vos waren lid van wielerclub Presto uit Drunen waar veel kinderen bij aangesloten waren. Vader Henk was er als jeugdbegeleider actief en organiseerde op de dinsdag en donderdag vanuit Drunen tochtjes voor de jeugdleden, waarbij hij hen speels de facetten van de wielersport leerde.
“Mijn ouders maakten altijd tijd voor het wielrennen. Destijds realiseerde ik me dat niet. Als ik bijvoorbeeld een keer een parcours wilde verkennen, dan hoefde ik mijn vader maar eens lief aan te kijken. Natuurlijk waren er ook jeugdrenners wiens ouders niet zoveel tijd hadden. Dan zie je hoe belangrijk het is dat je in een wielerclub opgenomen kunt worden. Ook vind je bij de club de gezelligheid met andere kinderen omdat je vaak echt samen onderweg bent.”
Vanaf de nieuwelingen werd Marianne later ook nog ondersteund door de fietswinkel Gijs van Tuyl uit Bruchem die haar zes jaar lang hielp met het juiste materiaal. Achteraf blijkt pas hoe belangrijk zo’n initiatieven zijn.

“Maar de Rabo Dikke Banden Race zijn een heel mooie opstap om in eerste instantie in je dorp of directe omgeving met het wielrennen in aanraking te komen. Hoe mooi is het om met je vriendjes en vriendinnetjes een koers na te bootsen. Dat je een shirt krijgt en een rugnummer. Dat je feitelijk op je eigen straten de Tour de France kunt naspelen. Voor de structuur in het wielrennen is het vervolgens wel belangrijk dat de kinderen die deze wedstrijdjes leuk vinden op een makkelijke manier bij een club terecht kunnen. Zeker als zo’n club je in het begin ook nog kan ondersteunen met het reizen naar wedstrijdjes en met wat materiaal.”
Marianne Vos beleeft het jeugdplezier van het wielrennen nu enigszins opnieuw omdat twee neefjes en een nichtje ook in de jeugdcategorieën het wielrennen aan het ontdekken zijn. “Hun jongste broertje gaat ook mee en kan zo af en toe een Rabo Dikke Banden Race rijden. Het is mooi om hun enthousiasme voor het fietsen te zien. Voor mij is het een déjà vu.”
En dan is natuurlijk de vraag of de neefjes en nichtjes op de fiets Mathieu van der Poel of Marianne Vos willen zijn?
“Haha, natuurlijk hoor ik ze wel praten over Mathieu van der Poel en ook over Tadej Pogacar. Maar ze zijn ook trots op mij hoor.”
Om te reageren moet je ingelogd zijn.