Lucinda Brand: “Bewust hard aan mijn zandtechniek gewerkt”

Lucinda Brand: “Bewust hard aan mijn zandtechniek gewerkt”

foto: Cor Vos

donderdag 28 januari 2021 om 12:31
Interview

De voorbije drie jaar behaalde Lucinda Brand twee keer brons en een keer zilver op het WK veldrijden. Maar de ondertussen 31-jarige Rotterdamse zette dit seizoen een stap voorwaarts en mikt in Oostende volop op goud. “Het zou de kroon op een fantastisch seizoen zijn”, vertelt ze in een exclusief gesprek met WielerFlits.

Lucinda Brand mocht deze winter al elf keer het zegegebaar maken. Ze eindigde in 22 van haar 23 wedstrijden op het podium, is eindwinnares van de Wereldbeker en leidt in zowel de Superprestige als de X20 Trofee. Een eerste wereldtitel zou de kroon op haar seizoen zijn, beseft de kopvrouw van Baloise-Trek.

Is die titel een must?
“Als het niet lukt, zou ik mezelf tekort doen door te beweren dat mijn seizoen niet geslaagd is. Ik heb elf overwinningen behaald en – net zo belangrijk – een mooie ontwikkeling doorgemaakt. Dan is het onverstandig mezelf af te kraken op basis van één wedstrijd. Maar ik ga uiteraard vol voor de winst in Oostende.”

Voel je veel druk op jouw schouders?
“Het zou flauw zijn om te ontkennen dat ik een van de topfavorieten ben. Ik ben niet de enige, maar ik hoor wel bij het kransje. Maar om echt over druk te praten… Ik denk dat ik daar goed mee om kan gaan. Zaterdag zal me dat nog wel wat extra spanning bezorgen, maar het is niet dat ik er bang voor ben.”

De Zilvermeercross in Mol werd beschouwd als generale repetitie, omwille van het zandparcours. Je klopte daar zandspecialiste Denise Betsema.
“Ik heb bewust Mol aan mijn programma toegevoegd omdat dit een zandcross was. Winnen was geen noodzaak, maar het helpt wel dat tikkeltje extra. Mijn grootste doel was echter om met een goed gevoel naar huis te gaan. En dat heb ik kunnen doen. Ik trainde de voorbije weken en maanden regelmatig in het zand, maar daarom kan je dat niet altijd toepassen in de wedstrijd.”

Brand versus Betsema in de Zilvermeercross – foto: Cor Vos

“Al vind ik Mol nu ook weer niet dé grote referentie voor het WK. Ceylin (del Carmen Alvarado, red) was er niet bij en het zand van Oostende is niet het zand van Mol. Ik heb nog nooit ergens door zand gereden dat precies hetzelfde aanvoelt als ergens anders.”

Je ging ook nog niet verkennen in Oostende?
“Nee. Het weer heeft zijn invloed op een parcours, dus vond ik het niet zo zinvol. We komen normaal ook pas daags voor het WK aan in Oostende. Dat is prima voor mij. Het is een beetje een identieke aanloop als naar een Wereldbeker en dat is voor mij voldoende. Ik hoef er niet vroeger te zijn dan nodig.”

Je bent ‘zandtechnisch’ een stuk sterker geworden. Hoe hard heb je daar aan gewerkt?
“Best intensief, moet ik bekennen. Met dank aan de aanwijzingen van onze teammanager Sven Nys. Let op dit, dit moet je zo en zo doen… Daarna is het kwestie van uren maken in het zand en die tips toepassen. Uiteindelijk is het aan jezelf om te ervaren en aan te voelen hoe je het beste door een spoor komt.”

Over hoeveel uren praten we?
“Ach, het is een combinatie. Je kan niet uren aan een stuk alleen door het zand rijden, want dan ben je snel naar de vaantjes. Ik heb het hele jaar door geprobeerd om af en toe dat specifieke gevoel in de benen te krijgen. En uiteraard ligt de laatste weken het accent daar nog niets meer op.”

Kan je iets concreter zijn over die tips van Sven Nys?
“Dat gaat onder meer over de positionering op de fiets. Dat gaat ook over de keuze van het verzet, dat soort dingen, …”

En met de handjes los op het stuur, de fiets zijn ding laten doen? Zo vertellen specialisten ons…
“Haha, dat klinkt altijd zo gemakkelijk, hé. De fiets zijn weg laten vinden… Heb ik eens letterlijk geprobeerd: dat stuur echt zijn gang laten gaan. Stond ik halverwege de zandstrook helemaal stil. Om maar te zeggen, er zit toch wat nuance in dat verhaal. Je moet je stuur toch een beetje begeleiden.”

Je pendelt elke week tussen Rotterdam en de Kempen om met de ploegmaats te trainen?
“Klopt. Doe ik het hele seizoen door. Alleen toen de grenzen gesloten waren, trainde ik in Alphen. Daar kan je ook perfect in het zand trainen. Er zijn zelfs een aantal pittige passages bergop. Maar als ik kan, train ik met het team. Vooral in Lichtaart, maar vorige week werkten we bijvoorbeeld een zandtraining in Averbode af.”

Het podium van Gavere kan zomaar het WK-podium zijn – foto: Cor Vos

Ceylin del Carmen Alvarado en Denise Betsema zijn jouw grootste concurrentes. Wie reken jij er nog bij?
“Ceylin heeft op haar laatste stage zeker nog een stap gezet. Denise is altijd goed in het zand. Annemarie (Worst, red) is moeilijk in te schatten. De afgelopen weken leek ze het tempo niet de hele wedstrijd vol te kunnen houden, maar op het WK hoef je maar één dag fris te zijn. Sanne (Cant, red) liet de laatste wedstrijden zien dat ze een goede start in de benen heeft. Ze zakte daarna wel een beetje weg, maar ze is een kampioenschapsrenster. Ik ga daar voor alle duidelijkheid niet wakker van liggen, maar ik hou haar in het achterhoofd. Het zou niet slim zijn om je concurrentes op een WK te onderschatten.”

De Nederlandse vrouwen zijn ontzettend sterk in de breedte. Wordt het ieder voor zich, zaterdag?
“Bondscoach Gerben de Knegt zal ons ongetwijfeld vertellen dat het hem niet uitmaakt wie wint, als het maar een oranje shirtje is. Ja, we rijden onze eigen wedstrijd. Alleen… Als er een niet-Nederlands shirt in de buurt is, moet je je hoofd gebruiken. Het is dus zaak om te zorgen dat er alleen maar oranje voorin rijdt. Dan kunnen wij onze koers rijden zoals we dat anders doen.”

Stel: een Nederlandse rijdt op kop en jij achtervolgt, met Sanne Cant in het wiel. Wat doe je?
(lacht) “Dan moet ik er voor zorgen dat Sanne niet meer in het wiel zit. Natuurlijk ga ik niet achter een landgenote rijden terwijl er iemand anders in het wiel zit uit te rusten. Maar opnieuw: het is aan ons om ervoor te zorgen dat zo’n situatie zich niet voordoet.”

Of je kan heel snel starten en ervoor zorgen dat je als eerste Nederlandse voorop rijdt.
“Dat doet Denise wel. Zij start altijd rap.”

Je lacht, maar zoiets kan wel beslissend zijn.
“Ja zeker. Kijk maar naar Hulst. Ik reed een hele poos dezelfde rondetijden als Denise, maar als je vijftien seconden achterop ligt, maak je dat niet zomaar goed. Zeker omdat ons niveau zo dicht bij elkaar aanleunt. Dus de start is inderdaad wel een belangrijk onderdeel.”

In Hamme liep zowat alles fout voor Brand. Hier ging ze plat op de buik – foto: Cor Vos

Vorig weekend won je niet, al hadden de omlopen niets te maken met het parcours in Oostende.
“Ik ben voluit gegaan, maar in Hamme liep alles fout wat fout kon lopen. In Overijse waren we elkaar waard. Ik had wel een zware trainingsweek achter de rug. Hoe zwaar? Vergeleken met de andere weken – waarin de wedstrijden elkaar snel opvolgden – mag je toch praten over een dikke verdubbeling van het aantal uren en een hogere intensiteit. Dat kan je niet meer doen in de laatste week.”

Al nagedacht over de weken ná het WK veldrijden?
“Ik blijf nog een tweetal weken crossen om mijn leidersplaats in zowel de X2O Trofee als de Superprestige te verdedigen. Daarna ga ik door op de weg, maar er is nog niet beslist hoe of wat. Daar gaan we na het WK over nadenken. Wellicht las ik een kleine pauze in, maar die zal sowieso kort zijn. Als ik het laatste crossweekend oversla, heb ik nog één weekend vrij voor het wegseizoen start. Dat lijkt me wel aardig.”

Dit artikel delen:

10 Reacties

VerstandOpNul 28 januari 2021 om 13:36

Lullige foto daar in de modder..

Arie den Blanken 28 januari 2021 om 14:23

Natuurlijk gaat iedere NL-se alleen voor eigen kans en rijden ze net zo tegen elkaar als in alle andere crossen. Opmerkingen van als de situatie zich voordoet om aan het landsbelang te denken is alleen maar voor de bühne. Het is op geen enkele wijze een teamsport. Renne(st)rs rijden niet voor hun land. Financiëel is het onaantrekkelijk tweede te worden achter een landgenoot.

Jan Blokland 28 januari 2021 om 14:28

Gaat gewoon een één, twee, drietje worden toch.
Betsema zorgt wel voor de schifting. Uiteindelijk blijven dan de drie Nederlandse dames over met daar achter ook nog eens Vos, Kastelijn en Worst. Al zijn die laatste twee de laatste weken wat minder.

Arie den Blanken 28 januari 2021 om 14:35

Dat zal me worst wezen. Doordat ze deel uit maakt van het team van Sven Nys gaat mijn voorkeur uit naar Brand. Alle andere NL-se buiten Vosje (ken haar vader Henk goed) interesseren me niet.

Emergo 28 januari 2021 om 16:08

Je hebt duidelijk je beperkingen Arie Zoek het woord sportiviteit eens op.

Arie den Blanken 28 januari 2021 om 18:14

Kleine correctie, ik bedoel: Alle andere NL-se deelneemsters hebben net zoveel mijn interesse als de dames uit alle andere landen.

VerstandOpNul 28 januari 2021 om 21:09

Wat doe je ingewikkeld Arie..

Frank V 28 januari 2021 om 22:51

Hij is eerlijk in zijn voorkeuren. Zouden er meer hier moeten doen.
Ik vind het begrip 'sportiviteit' net ingewikkeld. Zeker in de context van 'veld'rijden'.
Hé! Rij me niet in de weg!

Robbiebier 28 januari 2021 om 15:26

Leipe shit arie, ik neem jou dus ook niet meer serieus,OH deed ik al niet.

Merlinappa 28 januari 2021 om 17:55

Zand is heel goed trainbaar. Mooi dat Brand hier de tijd voor heeft genomen, topfavoriet wat mij betreft.

Headlines

Materiaalzone

Populair