Koen Bouwman illustreert niveauverschil met Pogacar: “Net zo groot als tussen amateurs en mij”
Koen Bouwman en Sam Oomen verbazen zich over hoe ver Tadej Pogacar boven de rest van het peloton uitsteekt. Oomen reed de Ronde van Zwitserland, en maakte daarbij van dichtbij mee hoe de Sloveen de concurrentie verpletterde. In de podcast In Het Peloton maakte Bouwman een opvallende vergelijking.
Bouwman vertelt dat hij in de zomer wel eens een avondwedstrijd bij zijn club rijdt, waarin hij het opneemt tegen amateurs. “Ik denk echt dat het verschil tussen die amateurs en mij hetzelfde is als tussen mij en Pogacar. Alleen ik leg geen tegels van 7.00 uur ’s ochtends tot 17.00 uur ’s middags. Ik ben ook gewoon een prof en doe er ook alles voor”, aldus de tweevoudig ritwinnaar in de Giro d’Italia.
Ook Oomen probeerde in de podcast onder woorden te brengen wat de dominantie van Pogacar met hem als renner doet. “Zondag in de GP Gippingen deed ik mee in de finale, maar in de Ronde van Zwitserland stap je dan de boksring in en ga je iedere dag klappen vangen. Samen met vele anderen overigens, maar er steekt één ploeg en vooral één jongen zo ver bovenuit, dat je er eigenlijk met je hoofd niet meer bij kan”, zei de Nederlander van Lidl-Trek.
Desillusie
“Je fietst zoveel minder hard, ondanks dat je er alles voor doet. Ik weet niet of desillusie het goede woord is, maar dat is wel het eerste woord wat in me opkomt.” Pogacar won de Ronde van Zwitserland met ruim zes minuten voorsprong, hoewel de ronde slechts vijf dagen duurde. In de eerste etappe gooide hij het klassement al in het slot door met ruim twee minuten voorsprong te winnen. “Ik was gewoon klaar eigenlijk. Dan staan er meteen 100 man buitenspel na 40 kilometer koers”, zei Oomen over dat moment.

Pogacar in de Ronde van Zwitserland – foto: Fotopersburo Cor Vos
Wielerflits Magazine is jouw Tourgids!
De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. En het is niet voor niets De Meest Complete Tour de France Gids. In onze Zomergids lees je alles over de Tour de France en de Tour Femmes, van etappes tot favorieten en indrukwekkende achtergronden over de teams en de bergen. Je leest over Jonas Vingegaard, de knechten van Tadej Pogačar, Lucien Van Impe, Mathieu van der Poel, Raymond Poulidor, Rick Pluimers en nog veel meer!
Ik denk het overigens niet hoor, want dan zou Vingegaard en Seixas ook uit de pot moeten snoepen. Die zijn immers ook 10x beter dan de rest vh peloton. Vraag is wel waar de grens ligt en hoe lang je nog kunt zeggen dat het 'gewoon talent' is. Die hele maffioso crew om hem heen helpt dan ook niet echt mee.
Daarnaast is het idd wel mijn interpretatie ja: want je kunt natuurlijk niet verwachten dat Sam en Koentje het achterste van hun tong laten zien. Dat wat ze op de hotelkamer zeggen, zal heus wel íets ongenuanceerder zijn dan wat ze in de podcast zeggen.
Dat is wel een heel makkelijke redenatie. Je hebt altijd toppers en minder goede renners. Dat Pogacar een steengoed renner is, en Vingegaars en Seixas ook, staat buiten elke discussie.
Echter zie je bij zowel Vingegaard en Seixas ook duidelijk dat ze mindere dagen hebben en minder boven de rest uitsteken.
Neem bij Seixas het Baskenland. Geweldige tijdrit en geweldige rit de dag erna. De lastigere erna kon Lipowitz hem eigenlijk altijd volgen. Dan zie je dus dat de pieken elkaar wel afwisselen en niet structureel elke keer hetzelfde wordt geleverd.
Bij Vingegaard zie je eigenlijk hetzelfde patroon. Heeft altijd wel een mindere dag in een grote ronde. Vorig jaar op Hautacam en in de ITT bijvoorbeeld in de Tour. In de Vuelta tov Almeida op de Angliru en dit jaar ook weer in de ITT in de Giro en ook Gall bleef een bergop aankomst akelig dichtbij.
Bij Pogacar is na zijn nederlaag in de Tour van 2023 eigenlijk nergens meer zwakte geweest. Hij wint moeiteloos de combi Giro/Tour in 2024. Iets wat Froome, Contador, Nibali allemaal probeerden en niet lukte. Terwijl zij de toppers van hun generatie waren. Hij doet vorig jaar de combi Vlaanderen, Roubaix en vervolgens op zn gemak Waalse Pijl en LBL erbij.
Het zijn allemaal dingen die we bij welke andere topper nooit hebben gezien. Dat er geen zwakte tussen zit maakt het op zijn minst opmerkelijk.
Hij kan meedoen om de overwinning in vlakke klassiekers zoals Parijs-Roubaix en daar in de top drie eindigen (normaal voor grote sterke renners, geen kleine klimmers). In heuvelritten is hij vaak ongenaakbaar en weet hij met indrukwekkende, lange solo’s weg te rijden, terwijl een complete achtervolgende groep er niet in slaagt dichterbij te komen. Het meest opvallende is misschien nog wel dat het eruitziet alsof hij dit met gemak doet.
Ook in de tijdritten behoort hij tot de absolute wereldtop, wat relatief normaal is voor een ronderenner. Ook al kan die ook in vlakke tijdritten winne. Daarnaast beschikt hij over een sterke punch, waardoor hij ook in korte, explosieve aankomsten uit de voeten kan.
Dat is precies wat Pogacar zo uitzonderlijk maakt: hij beheerst vrijwel elk aspect van het wielrennen op het hoogste niveau. De meeste renners specialiseren zich in één specifiek onderdeel om daarin uit te blinken, maar Pogacar lijkt juist overal in te excelleren. Dit lijkt mij niet te kunnen zonder doping. De renners die dit konden, zaten aan de doping of deden dit 50/60 jaar geleden, toen de competitie nog niet zo groot was.
Of de WK Tijdrit. Dat ie zelfs ingehaald werd door Evenepoel en verslagen werd door iemand als Van Wilder voor een medaille. Ook Québec kon ie geen verschil maken toen ie vanuit het peloton het een aantal keer probeerde richting koplopers.
Net als je bij Vingegaard en Seixas moet zoeken naar ritjes dat het wat tegenviel, kun je die bij Pogacar ook nog wel vinden. Als je wilt.
Bij Bouwman is de curve van die ene wonder-Giro vergeleken de resultaten ervoor en erna ook wel bijzonder overigens :)
Pogacars prestaties zijn zo verbluffend en bewonderenswaardig dat je wil geloven in magie. Vrij gangbaar psychologisch verschijnsel waar vooral illusionisten dankbaar gebruik van maken.
Eddy’s broertje was apotheker en schreef zijn thesis over Pemoline. Lance gooide vooral zijn eigen glazen in door zich steeds meer als een tiran te gedragen. Dat waren serieuze krassen op hun imago waardoor pers en publiek plots genoeg kregen van de magie en op zoek gingen naar het trucje.
In een sport die zo afhankelijk is geworden van de marginal gains kan zelfs een extra halve doping procent een immens verschil maken. Dat Pogacar op eigen kracht boven de rest staat valt absoluut niet te ontkennen, maar hij staat er veel te ver boven. Elke renner die er veel te ver boven stond is tegen de lamp gelopen.
Romeinse keizers konden het nog redelijk lang overleven onder een vijandige bevolking maar als de senaat het genoeg vond was het snel met ze gedaan. Het peloton begint te morren en dat is meestal geen goed teken.
Bij de apotheek.
Zolang er geen Bjarne Riis de tour gaat winnen, moet de verklaring eerder elders gezocht worden dan je weet wel waar. Maar goed ook die mosterd van Abraham is topsport eigen. Maar over wat je niet weet, kun je alleen nietszeggend zijn.
De ogen gaan blijkbaar moeilijk open. Pogacar kletst VDP eraf waar en wanneer hij wil. Op de Poggio & op de Kwaremont.
Ik hoop dat het zuivere koffie is, maar ik steek er mijn hand niet voor in het vuur. Gezien de afkomst (Slovenie heeft een historie met dopeurs in operatie Aderlass), de entourage (o.a. Gianetti), en met name de overmacht ten opzichte van andere talentvolle profs is er genoeg reden om twijfels te hebben. Zeker als je ook nog eens de historie van het wielrennen een beetje kent.
Frustraties zijn goed te begrijpen. Je zou als middelmatige renner die toch iets wil bereiken bijna zelf aan de doping gaan.
Verder valt de heerschappij van Pogacar ook niet echt te herleiden tot valsspelen volgens mij. Hij is gewoon extreem veelzijdig, en daarom domineert hij de sport zo. 4x Strade, MSR, 3x RVV, 4x Luik, 5x Lombardije, de Giro, 4x Tour... Zelfs met hypothetische ‘extra hulp’ zie ik weinig renners al dat soort koersen winnen. Het moet van nature een bijzonder compleet wielrenner zijn. En hij heeft ook het geluk dat hij koerst in een tijdperk waarin er steeds meer lastige parcoursen zijn. Kijk alleen naar de WK-parcoursen nu, 4 jaar op rij op zijn maat.
En hij wordt wel eens verslagen ook: in Roubaix, op het WK tijdrijden werd hij vorig jaar nog geparkeerd achtergelaten door Evenepoel, enz. Het is extreem straf wat hij doet de afgelopen 2,5 jaar, maar niet onmogelijk. Hij kan vooral heel goed bergop rijden en heeft een ijzersterke punch in huis. Daarmee wint hij bijna al zijn koersen.
En verder vermoed ik dat ook deze generatie de limieten opzoekt van wat toegestaan is. Altijd zo geweest, en zal altijd ook zo blijven. En gezien hij bij de rijkste ploeg rijdt, zal hij op dat vlak ook de meeste mogelijkheden krijgen.