“Ik vind het leuker om met mensen te praten dan over mensen te praten” – Roxane Knetemann over haar overstap naar Red Bull-BORA-hansgrohe
Maxim Horssels
donderdag 20 augustus 2026 om 06:33 Volg in Google

“Ik vind het leuker om met mensen te praten dan over mensen te praten” – Roxane Knetemann over haar overstap naar Red Bull-BORA-hansgrohe

Ze is al jarenlang een bekende stem in de wielerwereld, maar sinds begin dit jaar heeft Roxane Kneterman een heel ander leven. Ze verruilde de media voor de ploegleiderswagen en werd scout en development coach bij het opleidingsproject van Red Bull-BORA-hansgrohe

Over wat die functie precies inhoudt is weinig bekend. Reden genoeg voor een gesprek: over haar nieuwe rol, de zoektocht naar talent, de druk die uitzonderingen als Paul Seixas leggen op leeftijdsgenoten, en de stand van zaken in het Nederlandse jeugdwielrennen.

Je bent dit jaar overgestapt van de media naar Red Bull-BORA-hansgrohe. Hoe kwam die overstap tot stand?
“Wat misschien niet iedereen weet, is dat ik ben opgeleid tot pedagoog. Voor mijn afstudeerproject heb ik gekeken naar persoonsvorming binnen talentontwikkeling in de sport. Bij deze ploeg was er een vacature voor een functie als scout. Maar in de sollicitatieprocedure heb ik mezelf vooral geprofileerd als development coach: niet alleen wielrenners opleiden, maar ook mensen. Dat sprak Tim Meeusen, de Directeur of Development en Zak Dempster, de Chief of Sport, erg aan, en zo is een soort hybride rol ontstaan.”

Wat houdt het werk concreet in?
“Het scoutgedeelte deel ik met Michael Hepburn, die daarin de hoofdrol heeft. We houden onze oren en ogen open voor nieuw wielertalent. Het development-gedeelte betekent vooral dat ik met de U19-categorie op pad ga als ploegleider. We willen renners stap voor stap begeleiden van de U19 naar de U23, en uiteindelijk naar de WorldTour brengen. Het liefst bij onszelf, maar ook als ze elders een goede WorldTour-renner worden, hebben we volgens mij iets goeds gedaan.”

Je noemt jezelf de development coach die het ‘enthousiasme over waardes en nummers weer probeert te downgraden naar het praten over renners’. Wat bedoel je daarmee?
“Een development team is meer dan goede trainingsschema’s uitschrijven. Het gaat over opleiden richting de WorldTour, en dat zie ik als een piramide met bepaalde stappen. Het klinkt allemaal heel serieus, maar uiteindelijk hebben we het over heel jonge mensen, en niet alleen over nummers. Dat vind ik belangrijk om in het oog te houden.

Het landschap van het wielrennen professionaliseert enorm. Renners die bij ons rijden hebben nu al een volledig internationaal programma als U17. Dat brengt goede dingen met zich mee, maar we moeten ook oppassen: in de leeftijd waarin wij met deze jongens werken gebeurt ontzettend veel in iemands leven, en dat vergeet je soms.”

Waar let je op als je naar talent kijkt. Is dat puur fysiologisch, of ook mentaal?
“Ik wil meteen een slag om de arm houden: iedereen die denkt dat scouting alles kan voorspellen, heeft het mis. De leeftijd waarmee we werken is nog zo grillig. Maar één eigenschap die je echt nodig hebt om op het niveau te komen dat wij zoeken, is zelfregulatie: reflectie op jezelf én op de situatie, en verbanden kunnen leggen.

Je kunt wijzen naar de situatie, maar ook naar jezelf kijken: wat kan ik hieraan verbeteren? Voorbespreken is belangrijk, maar de nabespreking is voor mij twintigduizend keer belangrijker, ook als het goed ging. Daar stel je de juiste vragen en zet je iemand aan het denken. Het is aan te leren, maar je ziet wel duidelijk verschillen tussen renners.

Development gaat er niet om dat je alles voor ze regelt en oplost, dat is vaak de reflex, omdat je denkt dat je daarmee helpt. Maar ze mogen fouten maken. Ik word niet gelukkiger dan wanneer een renner na een pittig gesprek de volgende dag al de verbetering laat zien.”

Knetemann als co-commentator tijdens de Zesdaagse van Rotterdam 2022 – foto: fotopersburo Cor Vos

Iemand als Paul Seixas is in één jaar tijd een fenomeen geworden. Hoe kijken de jongens waarmee jij werkt naar zijn opmars?
“Er gaat een bepaalde druk door de hele U19-categorie. Het maakt dat jongens denken dat dit de norm gaat worden, en dat als je op je twintigste of eenentwintigste niet op dat niveau rijdt, je carrière niet gaat slagen.

Ik denk niet dat we met één Seixas meteen de norm hebben gezet. Kijk ook naar Lorenzo Finn: die doet het op een andere manier, met een ander traject en meer tijd om te groeien. Het zijn allebei uitzonderlijke gevallen, en er rijden meer van dat soort getalenteerde jongens rond.

Wat je als ploeg kunt doen, is renners bij hun eigen proces houden en hun eigen groei laten doormaken. Wij geloven sterk in een langere basis, ook omdat je elkaar dan beter leert kennen. Wat ik in het scouten op dit moment vooral zie, is een soort ratrace: er worden gouden bergen beloofd aan jonge renners, door allerlei ploegen die de boot niet willen missen. Maar gouden bergen bestaan niet. Ik ben blij dat wij als team bij onszelf blijven en in ons eigen programma geloven.”

Steeds meer rennersmanagers beginnen al bij de nieuwelingen te scouten. Hoe kijk jij daarnaar?
“Wij doen dat ook, dus uiteindelijk loop je elkaar achterna. Ik vind een manager voor een renner op zich niet gek, maar het management van een U17-renner vraagt echt iets anders dan het management van een WorldTour-renner.

Ik had laatst een goed gesprek hierover met een Nederlandse manager, die jongere renners in zijn portefeuille wil krijgen. Als je dat goed uitzet met een goede filosofie erachter, hoeft het niet slecht te zijn. Waar het misgaat, is als een manager alleen maar hoopt dat een ploeg interesse toont en je ergens binnenloodst, dan ben je niet met een duurzaam traject bezig.”

Hoe verloopt het traject als jullie een talent op het oog hebben?
“We zien een renner een paar keer, kijken naar zijn waardes, dat gaat vaak al via een manager. Voordat we iemand echt in ons U19-project willen hebben, zitten er sowieso meerdere contactmomenten in, soms bij mensen thuis. Daar zijn ouders heel nadrukkelijk bij betrokken, en als er een manager bij hoort, sluit die ook aan.

We willen het hele netwerk meenemen in de beslissing. Soms voel je in een gesprek gewoon dat het geen goede match gaat worden, ook al lijken er veel pluspunten te zijn. Dan moet je durven zeggen dat je het om die reden niet doet. Dat is echt een gevoelskwestie.”

Je was vorige maand bij de Jeugdtour in Assen. Wat viel je daar op, en hoe kijk jij naar de staat van het Nederlandse jeugdwielrennen?
“Er stonden opvallend weinig Nederlanders aan de start, deels omdat er tegelijk een U17-koers in de Ain in Frankrijk was. Wat ik verder zag: bij de U19-categorie is het van start tot finish een soort demarragevuurwerk, en dat was bij deze jongere groep nog niet het geval. Fijn om te zien dat er nog een grote groep lekker jong en onbevangen fietst.

Over het Nederlandse talent zelf ben ik sinds ik me dit jaar echt in de U19 ben gaan verdiepen positiever geworden dan ik verwachtte. Er rijden bijvoorbeeld een paar heel goede jongens bij, die ook internationaal sterk voor de dag komen.”

Je bent bekend als commentator. Wat maakte dat je die kant achter je liet voor deze functie?
“Ik merk dat ik het leuker vind om met mensen te praten dan over mensen te praten. Dat verrijkt me gewoon meer. Het is niet dat ik het media-werk niet meer leuk vind, want ik ben natuurlijk nog steeds co-host van de AD-podcast In het Wiel.

Maar ik voel me met de categorie waarmee ik nu mag werken enorm op mijn plek. Ik ben echt met mijn neus in de boter gevallen. Het was wel spannend, want het betekende ook afscheid nemen van andere dingen. Maar op dit moment kan ik alleen maar zeggen dat het een goede keuze is geweest. Ik doe de dingen die ik doe vanuit liefde en passie, en dat is dit gewoon.”

Om te reageren moet je ingelogd zijn.