“Iedereen heeft schrik van Pogacar en Van der Poel”: Zo passen San Remo-concurrenten zich nu al aan
Interview Wie de deelnemerslijst van Milaan-San Remo bekijkt, ziet daar nog maar weinig snelle mannen op staan. De meeste teams mikken zaterdag op een puncheur of klimmer, in het monument dat nochtans jaar en dag te boek stond als eens gouden kans voor sprinters. Is die evolutie definitief en waarom geven de teams het al op voorhand op? Wij deden navraag bij de concurrenten van topfavorieten Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel.
De editie van 2025 heeft renners en ploegen wakker geschud. We herinneren ons allemaal nog de indrukwekkende rush van UAE Emirates XRG op de Cipressa-klim, die traditioneel de finale opent. Eén voor één reden de knechten van Tadej Pogacar zich leeg, in de hoop om de concurrentie te vermoeien. Wanneer de grootmeester zelf enkele honderden meters voor de top zijn versnelling inzette, konden alleen Mathieu van der Poel en (na de afdaling) Filippo Ganna mee. De rest zou hen nooit meer terugzien.
Zaterdag verwacht bijna iedereen een gelijkaardig scenario. Bijgevolg trekken de minder klimmende sprinters hun conclusies. Arnaud De Lie was bij de collega’s van Het Laatste Nieuws zeer uitgesproken. Hij start zaterdag niet. “Tenzij Pogacar en Van der Poel vijf dagen vooraf ziek melden. Ik moet realistisch blijven: met hen aan de start maak ik geen schijn van kans. Ze rijden de Cipressa een minuut sneller op dan de rest.”
De Lie concludeerde dat Milaan-San Remo voortaan een ‘verloren dag’ is. Ploegleider Wesley Van Speybrouck, die klimmer Lennert Van Eetvelt als kopman bij Lotto-Intermarché had voorzien, steunt zijn kopman. “Ik denk dat we de juiste beslissing nemen. We hebben op voorhand bepaald dat andere wedstrijden prioriteit krijgen. In de GP van Denain kan hij donderdag voor de zege meedoen. Hij is ook nog jong. Op termijn kan Arnaud een koers als Milaan-San Remo misschien aan maar nu is dat niet aan de orde.”
Waarom doen quasi alle andere ploegen dan hetzelfde? Qua snelle namen zien we alleen Jasper Philipsen, Tobias Lund (Decathlon CMA CGM), Paul Magnier (Soudal Quick-Step) en Matthew Brennan (Visma | Lease a Bike) op de deelnemerslijst. Al zijn ook zij geen pure sprinters en zijn de renners in steun beter klimmende pionnen. “Ik denk dat ze allemaal een beetje schrik hebben van Pogacar en Van der Poel”, lacht Van Speybrouck.

Magnier probeert het – foto: Fotopersburo Cor Vos
Quick-Step én Philipsen proberen het
Soudal Quick-Step-ploegleider Wilfried Peeters wilde Magnier absoluut mee naar Italië nemen. “Ik geef je gelijk dat het geen sprinterskoers meer is. Het wielrennen is het geëvolueerd, maar we moeten ook eerlijk zijn. Het is maar één man die het verschil maakt. Zonder UAE en Pogacar aan de start is het wel nog altijd iets waar de sprinters kunnen scoren. Hij gaat niet eeuwig meegaan en opvolgers als Paul Seixas en Isaac Del Toro zijn van een andere categorie. Daarom willen we Magnier ervaring laten opdoen”, legt hij uit.
Peeters verwijst naar recente edities die Mark Cavendish (in 2009), Alexander Kristoff (2014), Arnaud Démare (2016) of Jasper Philipsen (2024) wonnen. Gesloten koersen, met een beperkte groepssprint aan het eind. “Die tijden zijn misschien niet definitief voorbij. Daarom is het zo belangrijk dat Magnier die koers leert rijden. Vergeet niet dat die editie van Philipsen nog maar twee jaar geleden is. Je moet er altijd in geloven, anders moet de helft van het peloton niet meer starten.”
Cadeau zullen types zoals Magnier het nooit krijgen. “Milaan-San Remo is nooit een pure sprinterskans geweest”, aldus Peeters. “Als sprinter moet je altijd een beetje de koers ondergaan en ben je afhankelijk van hoe de rest koerst. Maar als alles op een dag eens meezit, moet je als snelle man wel klaar staan om je kans te grijpen.”
Voor de editie van dit jaar is Peeters duidelijk: “UAE Emirates heeft al lang op voorhand een plan in elkaar gestoken en dat gaan ze op de Cipressa uitvoeren. Dat kan je niet tegenhouden. Maar Van der Poel gaan ze er niet afrijden bergop. Hij was ongelooflijk in Tirreno-Adriatico. Ik heb hem nog nooit zo snel weten rijden”, lacht de ploegleider. “En ook Pogacar is opnieuw dik in orde. Of ze gemakkelijk wegrijden zal ook afhangen van het weer. In het begin van de week voorspelden ze nog regen, dan krijg je een nog zwaardere koers.”
Ook Jasper Philipsen behoort tot het kransje renners die het desondanks wil proberen. “Een kans is er altijd. Negen van de tien keer is het inderdaad een verloren dag, als je naar het resultaat kijkt. Maar je hebt dan wel de kilometers en die lange koers in de benen. Ik vind ook dat je voor elke minuscule kans die er is, daarheen moet gaan. Milaan-San Remo is een te belangrijke koers om zomaar te laten schieten.”

Philipsen staat ook opnieuw aan de start – foto: Fotopersburo Cor Vos
Op welke manier zou de snelle Limburger toch kunnen winnen? “Ik was goed in orde in Italië, maar die jongens op de Cipressa volgen is een ander paar mouwen. Ik denk dat Mathieu een goede kans maakt om opnieuw te winnen. En dan probeer ik mijn koers te rijden vanaf de tweede lijn. Dat betekent: na de hellingen bekijken in welke groep ik zit en voor de hoeveelste plaats we uiteindelijk strijden. Het is zoals het is: door de dominantie van Pogacar is het een andere koers met een andere dynamiek dan toen ik won.”
Selecties
Philipsen heeft het geluk dat hij met Van der Poel nog altijd een kandidaat-winnaar in de ploeg heeft bij Alpecin-Premier Tech. Dat kan niet iedereen zeggen. Barhain Victorious won La Primavera nog in 2022 met Matej Mohoric, maar ook zij zitten met de handen in het haar. “Als ze écht doortrekken op de Cipressa, kunnen zelfs klimmerstypes niet meer mee”, zegt ploegleider Nikolas Maes. “Je moet al extreem talentvol zijn zoals de twee kemphanen, of in het beste geval Filippo Ganna, om die versnelling te hebben.”
Maes erkent dat een selectie maken voor La Primavera anders gaat dan jaren terug. “We beseffen ook dat het geen zin meer heeft om sprinters mee te pakken. De renners die de afgelopen jaren voorin eindigden, dicteren de wet op het zwaarste deel van het parcours. Elk jaar kletsen ze er extra minuten af op de Cipressa. Je kunt rijden hoe je wil, maar je moet mee. Als je besluit om te wachten op je knechten om te organiseren, verlies je twintig tellen extra en is het zeker gedaan om nog voor de zege te sprinten.”
Het klinkt bijna als moedeloosheid. “Zogezegd is het een koers die Pogacar lastig kan winnen, maar toch gaat hij alles weer bepalen. Het gaan dezelfde mannen zijn als vorig jaar. Maar dat moeten we omarmen. Er zijn ploegen die dat misschien vervelend beginnen te vinden, maar we moeten beseffen dat Pogacar en Van der Poel uithangborden zijn voor de sport. Geen fletse kerels, maar mannen met charisma. Dat is mooi om naar te kijken, maar het maakt het lastiger voor ons om te winnen”, besluit een eerlijke Maes.
Zeg van Evenepoel wat je wil maar die wil er zich tenminste niet bij neerleggen