Het grote veldritdebat (deel 1): Spoorzoeken in het slijk

Het grote veldritdebat (deel 1): Spoorzoeken in het slijk
dinsdag 15 december 2020 om 18:00
Special

Een coronaproof rondetafelgesprek – leve Zoom! – beleggen met zeven mannen die er toe doen in zowel de Vlaamse als de internationale veldritwereld: het bleek geen sinecure. Een debat waarin het gezamenlijke doel van onze gasten het finaal haalde van ieders individuele belangen. “Het format van het veldrijden staat als een huis. Alleen moeten we weg uit de Vlaamse klei.”

Alle stakeholders van het veldrijden beseffen dat er werk aan de winkel is om de veldritsport in de toekomst naar een hoger – lees: internationaler – niveau te tillen. Cyclocross is altijd al een Belgisch-Nederlands onderonsje geweest en de top is er de laatste jaren, vooral bij de mannen dan, alleen maar op versmald. Bovendien heeft het veldrijden, zeker nu Mathieu van der Poel en Wout van Aert steeds meer wegrenner zijn, een gebrek aan vedetten. Hoe krikken we onze favoriete kijksport in de winter weer op naar het niveau van weleer?

Schort er iets aan het huidige businessmodel van het internationale veldrijden en zo ja, wat is voor jullie het meest duurzame cyclocrossmodel voor de 21ste eeuw?

Tom Van Damme: “Het Vlaamse model is wat mij betreft een voorbeeld voor een gezond internationaal model. Een combinatie van media- en  tv-coverage, goede tot zeer goede organisatoren, goed gestructureerde teams, die zowel met jeugd, mannen en vrouwen werken en daarnaast een aantal vedetten. En liefst met een duel tussen die toppers als extra troef. Daar hebben we in België overigens nooit over mogen klagen. Denk aan de duels tussen Bart Wellens en Sven Nys, dikwijls nog met enkele antipodes zoals Mario De Clercq die nog voor extra pigment zorgden.

Noodzakelijk is ook de goede werking tussen die verschillende actoren. Daar kan je dan op bouwen. Ik denk vaak terug aan mijn eerste bezoek aan de Koppenbergcross, waar toen amper tweeduizend bezoekers op afkwamen. Wat een verschil met de laatste jaren, wanneer je er over de koppen kon lopen. Het duidt erop dat zoiets stap voor stap en structureel moet groeien. Dankzij de gesloten omloop waarop een cross wordt afgewerkt, kan de organisator inkomsten genereren. Via ticketing, catering en het vipgebeuren. Koepelorganisaties maken het geheel nog professioneler en geven de sport een internationale uitstraling.”

Peter Van den Abeele

Peter Van den Abeele: “Alleen is het veldrijden bijzonder dominant in Vlaanderen, met dank aan zijn sterke renners én zijn teams. Er zijn bij de Internationale Wielerunie (UCI) 25 crossteams geregistreerd. Tien daarvan zijn Belgisch. Zonder Covid-19 stonden deze winter wereldwijd 166 wedstrijden op de kalender. Meer dan 50 daarvan zouden doorgaan in België. De Belgische UCI-commissarissen zijn de beste van de wereld omdat ze dankzij dat groot aantal wedstrijden meer ervaring opdoen dan hun buitenlandse collega’s. Uiteraard creëert dat een onevenwicht met andere landen en daar moeten we absoluut alert voor blijven.

Hierop is de visie omtrent de nieuwe formule van de Wereldbeker gebaseerd. Weliswaar zonder de bakermat te verloochenen. We zoeken naar de juiste balans tussen België en de rest van de wereld. We moeten de sport promoten in het buitenland, de passie voor de cross overbrengen, samen met de nationale federaties. Duidelijk maken dat het veldrijden een goede leerschool is voor de latere carrière van elke jongere. Dan denken we spontaan aan Wout Van Aert en Mathieu van der Poel maar dat geldt evenzeer voor Julian Alaphilippe, Peter Sagan, Anthony Turgis, Tom Pidcock, Mike Teunissen en vele anderen. Bij de dames denk ik aan Jolanda Neff, Marianne Vos, Pauline Ferrand-Prévot en Evie Richards.

Om een lang verhaal kort te maken: in het buitenland geldt een ander businessmodel dan datgene wat Tom schetst over België. Daar zijn minder inkomsten van toeschouwers en vips. Maar kijk daar alsjeblieft niet minachtend naar.”

Christophe Impens: “Voor mij bestaat een duurzaam model uit twee aspecten. Enerzijds is er inderdaad het economische model waar we heel waakzaam over moeten zijn. Laten we zorg dragen van dat microbiotoopje van teams, organisatoren, leveranciers, sponsoren, renners en media, met tv op kop, dat al jaren goed werkt en waar nu voor het eerst toch een kinkje in de kabel zit. Een samenwerking tussen al die actoren is cruciaal voor het succes van deze sport. Als ik de solidariteit zie die momenteel heerst tussen alle stakeholders in het veldrijden, zodat dit uitzonderlijke coronaseizoen tot een goed einde kan gebracht worden, is dat toch mooi.

Anderzijds is er ook het sportieve model. De Wereldbeker is een stap in de goede richting, op voorwaarde dat die zich internationaal oriënteert en zich niet op Vlaanderen focust. Nationale federaties moeten gemotiveerd worden om ook het veldrijden op hun agenda te zetten. Nu zwermen te veel jongeren te snel uit naar de weg of het mountainbiken. Wout en Mathieu zijn fantastische rolmodellen. Ook dat kan helpen.

Het overtuigen van de buitenlandse federaties om veldrijden hoog op de opleidingsagenda te zetten, wordt een werk van lange adem. Dan heb ik het ook over middelen, coaches, materiaal om te reizen, enzovoort. Ik schat dat je vedetten nodig hebt in een vijftiental landen. Pas dan kan er gesproken worden van een duurzaam model.”

Tomas Van den Spiegel

Tomas Van Den Spiegel: “Niet te vergeten, dé sleutel is op termijn misschien wel de introductie als olympische winterdiscipline. Want dát maakt bij de nationale federaties centen vrij. Kijk naar het baanwielrennen in Engeland dat met de grote budgetten gaat lopen terwijl het veldrijden er stiefmoederlijk behandeld wordt. Geen olympische medailles betekent geen geld.”

Tom Van Damme: “Dat is ook een van de redenen waarom het mountainbiken in een aantal traditionele crosslanden de bovenhand heeft gehaald. Zij krijgen subsidies voor MTB maar niet voor het veldrijden. Atleten die de Olympische Spelen als doel hebben, krijgen sneller een beurs. Het is niet overal zoals in België dat de vedetten goed betaald worden. In veel landen is het eerder een betaalde hobby.”

Hoe zit het met die olympische ambitie, Peter?

Peter Van den Abeele: “Die piste hebben we zeker nog niet opgegeven. Integendeel. Het struikelblok blijft echter het IOC-charter dat zegt dat een sport die wil toetreden tot de Olympische Winterspelen betwist moet worden op sneeuw of ijs. Daar wringt het schoentje. Niet toevallig stond dit seizoen een manche van de Wereldbeker in het Zwitserse Villars, op 1.300 meter hoogte, op de kalender. We hoopten op sneeuw om Thomas Bach, voorzitter van het IOC (Internationaal Olympisch Comité) te overtuigen. Jammer genoeg stuurt Covid-19 onze plannen in de war. We blijven echter lobbyen.”

Tomas Van Den Spiegel: “Nu, ik denk dat we het er over eens zijn dat er nog veel onbenut potentieel in het veldrijden zit. In een taart van honderd stukken, telt België er tachtig, en dan nog eens erg gefragmenteerd. Het doel moet zijn om er een taart van driehonderd stukken van te maken, een waarin iedereen zijn ei kwijt kan. We kunnen bij de pakken blijven neerzitten en ons vastklampen aan dat Belgische model.

We kunnen ook proberen te springen en uitzoeken waar de grenzen van het veldrijden liggen en hoe we daarmee kunnen omgaan. Die open mindset moeten we hebben. Op een zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk crossen organiseren en dan nog liefst in Vlaanderen, dat is een model met een houdbaarheidsdatum die ooit overschreden wordt. Op (middel)lange termijn moet het anders. Normaal was dit jaargang nul voor de nieuwe Wereldbeker. Dat zal nu voor volgend jaar zijn.”

Jeroen Leen: “Het format staat op punt. Een gebald uur topsport op een afgesloten parcours met vedetten. Ik denk dat veel sporten op dit format jaloers zijn. Daar moeten we ons van bewust zijn. Maar voor mij staan er vandaag te veel crossen op de agenda. We moeten naar een concept zoals Formule 1 met 15 of 20 wedstrijden die een soort Champions League vormen. Die moeten in een duurzame omgeving georganiseerd worden en die omgeving moet ook de andere wedstrijden er rond in leven houden, bijvoorbeeld door elk jaar een vijftal wedstrijden in die Champions League te wisselen.”

Eli Iserbyt

Eli Iserbyt: “Als ik jullie hoor spreken over één belangrijk klassement en minder crossen in eigen land, dan gaat er bij mij wel een belletje rinkelen. Mijn sponsors Pauwels Sauzen en Bingoal worden daar niet vrolijk van, vrees ik. Blijkbaar is het aantal minuten dat je in beeld bent, belangrijk. Als het aantal wedstrijden vermindert, zakt ook het aantal minuten. Vorige maand werd mijn ploeggenote Laura Verdonschot nog afgeschoten in een column omdat ze te weinig in beeld kwam.

Wat de internationalisering betreft, zie ik ook wel tegenstrijdigheden. Alpecin-Fenix heeft buitenlandse geldschieters maar de andere veldritteams leven van Belgische sponsors. Ik herinner me dat we vorig jaar de discussie voerden binnen ons team of we al dan niet naar de Verenigde Staten zouden afreizen. De kostprijs is zo hoog, terwijl onze sponsors er geen belangen hebben. Ik ben als kopman voldoende betaald om die kosten te dragen maar veel renners moeten daarna nog weken aan de bak in eigen land om die kosten terug te verdienen. Ik sta er zeker niet weigerachtig tegenover maar daar moet dan wel goed over nagedacht worden. Stel dat de teams jaren vooraf weten dat er in Tsjechië twee wedstrijden zijn, dan kunnen ze misschien op zoek naar een Tsjechische sponsor om daar op het shirt te zetten.”

Is het ‘product’ veldrijden voor internationale sponsors wel aantrekkelijk genoeg?

Philip Roodhooft: “De beleving bij Alpecin en Fenix (die ook rendement uit de weg en MTB halen, red) is compleet anders. Alpecin beperkt zich niet tot het veldrijden alleen. Kruibeke, Zonnebeke – ik noem de namen willekeurig, hoor – dat interesseert Alpecin niet. Het veldritseizoen hoeft voor hen ook niet zo lang te zijn. De klassiekers kennen ze wel. Zonhoven, Tabor, dat zijn wedstrijden die aanspreken, samen met het wereldkampioenschap natuurlijk. Dat is voor een sponsor als Alpecin het allerbelangrijkste moment in een crosseizoen. Al snap ik zeker wat Eli bedoelt.”

Christophe Impens: “Ook dat wordt een werk van lange adem. Alpecin-Fenix is de grote uitzondering. En Trek bij de ploeg van Sven Nys. Maar je ziet dat ook de sponsors in de Wereldbeker voornamelijk Belgisch zijn. En zo lang het internationale geld er niet is, blijven we ook in de Vlaamse klei draaien.”

Peter Van den Abeele: “Als de cross internationaler wordt, zullen er wellicht ook meer internationale sponsors interesse hebben. En iedereen weet toch dat er in 2022 een WK is in de Verenigde Staten. Teams kunnen in die optiek nu al op zoek naar partners. Centen ophalen: dat is toch de taak van een goede teammanager? In Vlaanderen is dat natuurlijk evidenter. Nu, ik wil niet negatief zijn. Dat grote aanbod hier heeft ook het succes van de cross gecreëerd maar misschien is de limiet overschreden om het interessant te houden.”

De Internationale Wielerunie heeft het al jaren, tevergeefs, over internationalisering in de cross. Is dat vandaag nog een prioriteit voor de UCI?

Peter Van den Abeele: “Zeker weten! We hebben in Aigle het World Cycling Center waar we opleidingen geven voor vijf olympische wielerdisciplines. Veldrijden is daar niet bij maar toch geven we ook daar opleidingen voor. We kijken absoluut niet neer op de cross. Het leeft en we zijn er graag bij betrokken. We moeten gewoon snel uit die Vlaamse klei. Punt. En daar moeten we met z’n allen aan meewerken. Anders blijven we in dezelfde cirkel draaien.”

Philip Roodhooft

Philip Roodhooft: “Toch denken wij vanuit onze organisatie dat het geld moet gehaald worden waar het zit. En dat bij de specifieke Vlaamse crossteams en de koepelorganisatoren genoeg geld is overgebleven. Stel dat je de X2O-Trofee en de Superprestige van acht naar tien manches laat uitbreiden en dat je ze verplicht om dat te doen met twee buitenlandse manches… Zo kunnen we met een deel van het geld dat hier in het crossmodel zit voor een stukje het veldrijden in het buitenland helpen ontwikkelen.”

En wat als elk team twee buitenlandse renners uit de top twintig of top dertig moet aanwerven? Momenteel is er een schaarste aan buitenlandse profs. Teams zijn niet geïnteresseerd want die jongens of dames halen de Belgische kranten niet. Maar als je ze verplicht, worden die renners of rensters misschien gegeerd. Dat kan werken. Kijk naar Stybar. Die is in België crosser geworden maar op zijn hoogtepunt in de cross stonden er wel twee Tsjechische Wereldbekers op de kalender.

Ondertussen heeft de wildgroei aan Vlaamse wedstrijden ervoor gezorgd dat bijvoorbeeld de EKZ Cross Tour (Zwitsers regelmatigheidscriterium, red.) volledig is ingesneeuwd. Terwijl ze in Zwitserland duizend euro startgeld boden, stonden ze hier te zwaaien met twee- of drieduizend euro voor dezelfde renner. Door dat gezonde model in Vlaanderen te blijven kopiëren, namen we wel alle zuurstof weg van de crossen in het buitenland. Misschien moet er vanuit de UCI een verplichting komen om in het buitenland te organiseren en buitenlandse renners aan te werven…”

Peter Van den Abeele: “Daar is over nagedacht, Philip. Maar aan een verzadigde kalender nog wedstrijden toevoegen, is niet gemakkelijk.”

Philip Roodhooft: “Nu is hij verzadigd, ja. Maar een paar jaar geleden niet en toen kwamen er steeds meer Vlaamse wedstijden bij waarvan je je afvroeg: waar dient dat nu voor? En die hebben het de buitenlandse wedstrijden moeilijk gemaakt.”

Peter Van den Abeele: “Ik wil nu in eerste instantie van top naar bottom werken. Starten met de Wereldbeker met een goede balans tussen Vlaanderen en het buitenland, zorgen voor een goede spreiding en rekenen op renners en teams om er vol tegenaan te gaan. Eenmaal dat floreert, kunnen we later nog een niveau lager gaan om zo uit de spiraal geraken. Alles tegelijk doen, dat heeft ook weinig zin. Maar wat de teams betreft, geef je wel een prima voorzet om verder op te bouwen. Al kan dat woordje ‘verplichten’ in slechte aarde vallen.”

Tom Van Damme: “Ik hoor dat woord niet graag. Ik gebruik liever de term ‘stimuleren’. Je moet teams en organisatoren zoveel mogelijk in vrijheid laten werken. Volgens hun eigen filosofie en strategie. Er zijn andere manieren om die doelen te bereiken.

Is er ook voor Belgian Cycling, als leidende federatie in het veldrijden, een rol weggelegd in die internationalisering?

Tom Van Damme: “Peter kan getuigen dat er al heel wat gesprekken gevoerd zijn tussen ons wat dat onderwerp betreft. Er zijn al tal van ideeën geopperd. Buitenlanders in Belgische teams opnemen was er een van. Het aantal toppers in lager gequoteerde Vlaamse wedstrijden beperken een ander. Maar wel nog met de nodige vrijheden voor de teams en organisatoren. Maar eigenlijk vind ik dat jullie een vreemde vraag stellen. Er wordt toch ook niet aan Eli gevraagd of hij mee helpt de concurrentie beter te maken? Of aan Philip of hij de andere teams sterker wil maken? Wij zijn als federatie verantwoordelijk voor het Belgische veldrijden. En dat draait goed en dat willen we in stand houden.”

Natuurlijk willen we meewerken om de cross in het buitenland populairder te maken maar we gaan ons eigen succes niet afbouwen. Zo werkt het niet. Het zijn de UCI en de UEC (Europese Wielerunie, red.) die de taak hebben om de andere federaties te stimuleren om ook in het veldrijden te investeren, wedstrijden te organiseren, hun talenten te vormen en de sport te promoten. De UCI kan bijvoorbeeld ook de WK-locaties verstandiger bepalen. Ik heb het gevoel dat de laatste tien jaar het WK in België of net over de grens plaatsvindt. Dat is niet de juiste manier om de sport in het buitenland te ontwikkelen. Ga weg van de grens, trek naar regio’s waar de cross nog niet populair is.”

Peter Van den Abeele: “Correctie… Dübendorf (Zwitserland) vorig seizoen, Bogense (Denemarken) een jaar eerder. In 2022 Fayetteville (VS), dat is toch niet bij deur, hé.”

Tom Van Damme: “Ja, dat klopt. Maar ik zie ook Hoogerheide (2014 en 2023), Bieles (2017), Valkenburg (2018) en Liévin (2025). Dat is telkens net over de grens.”

Ook opmerkelijk: Telenet is geen partner meer van de Wereldbeker en trekt zich eind dit jaar ook terug uit de ploeg van Sven Nys. Heeft dat iets te maken de huidige situatie in de cross?

Jeroen Leen: “Nee. Telenet is twaalf jaar actief in het veldrijden. Dat is best lang voor een bedrijf. En we verdwijnen ook niet helemaal uit beeld, hé. We blijven partner van de Telenet Superprestige en we hebben nog de tv-rechten tot 2024. Maar zoals in elk bedrijf wordt om de zoveel jaar de sponsorstrategie onder de loep genomen, worden keuzes gemaakt, budgetten bijgeschroefd enzovoort. Verder moet je daar niets achter zoeken.

Telenet heeft overigens een mooi traject afgelegd, denk ik. Ingestapt in 2009 en na twee maanden was onze naam al bij iedereen gelinkt aan het veldrijden, terwijl we zelf hadden gerekend op een inloopperiode van één tot twee seizoenen. Ook niet vergeten: op het moment dat Niels Albert, Bart Wellens en Sven Nys afgehaakt waren, was er al een teneur in de media dat het nu wel snel bergaf zou gaan met de cross.

Net toen hebben wij al onze contracten verlengd. Meer zelfs, we zijn nog extra gaan investeren. In de Wereldbeker, de Superprestige en een aantal losse crossen, terwijl de markt nochtans even geen vertrouwen meer had in het product veldrijden. Blij dat we in die fase zijn doorgegaan. Nu is het moment gekomen om iets anders te doen. Maar als je het mij vraagt, blijft het veldrijden een opportuniteit. Het is sport nummer drie in België en je stapt in voor een relatief laag bedrag.”

Peter Van den Abeele: “Ik ben Telenet nog steeds dankbaar dat ze in 2015 op de kar gesprongen zijn. 2014-2015 was een echt dieptepunt in de Wereldbeker met amper zes manches, waarvan vijf in België en Nederland. De zesde was in Milton Keynes. De komst van Telenet was een zegen. Via de productie van alle wedstrijden in het buitenland konden we de negatieve spiraal opnieuw ombuigen. Ondertussen is er opnieuw een overaanbod aan kandidaten.”


WielerFlits bracht in samenwerking met magazine Grinta de belangrijkste stakeholders in het veldrijden bijeen voor een coronaproof rondetafelgesprek via Zoom. In deel twee gaat het over de vernieuwde wereldbeker, de dominantie van de Nederlandse veldrijdsters en of het veldrijden kan overleven zonder Wout Van Aert en Mathieu van der Poel.

Wie is wie? (alfabetisch)

Christophe Impens (50)
In de jaren ’90 een succesvol atleet op de middellange afstand en in het veldlopen. Halve finalist op de Olympische Spelen in Atlanta (’96). Vandaag managing director bij evenemtenbureau Golazo, dat onder meer de X2O Trofee Veldrijden, de Ethias Crossen en de WB-wedstrijden in Namen en Zonhoven organiseert.

Eli Iserbyt (23)
Profveldrijder bij Pauwels Sauzen-Bingoal. Bij de jeugd meervoudig Belgisch en wereldkampioen, vandaag regerend Europees kampioen bij de profs en huidig leider in zowel de X2O Trofee als de Telenet Superprestige.

Jeroen Leen (48)
Sinds 1999 aan het werk als Sponsoring Manager bij Telenet. Het communicatiebedrijf is al 12 jaar een belangrijke partner in het veld, onder meer bij Telenet-Baloise Lions en het regelmatigheidscriterium Telenet Superprestige.

Philip Roodhooft (45)
Leidt samen met zijn broer Christoph Alpecin-Fenix, de ploeg van de regerende wereldkampioenen Ceylin del Carmen Alvarado en Mathieu van der Poel. Daarnaast runnen ze een aantal kleinere crossteams met toppers als Sanne Cant en Annemarie Worst

Tom Van Damme (59)
Werd in 2010 voorzitter van de Belgische Wielerbond (Belgian Cycling). Is ondertussen al twee keer herkozen. Van Damme bekleedt daarnaast een paar prominente functies bij de Internationale Wielerunie UCI.

Peter Van den Abeele (54)
Voormalig wielrenner met veldrijden en mountainbiken als specialiteit. In beide disciplines werd hij Belgisch kampioen en op de mountainbike haalde hij zowel de Spelen van Atlanta (’96) als Sydney (2000). Sinds 2003 werkt hij voor de Internationale Wielerunie UCI, waar hij opklom tot Directeur Sport.

Tomas Van den Spiegel (42)
Ex-professioneel basketbalspeler en nu CEO bij Flanders Classics, sinds 2010 de overkoepelende organisatie van zes Vlaamse voorjaarsklassiekers met onder meer de Ronde van Vlaanderen. In 2018 maakte FC haar intrede in het veld. Het is vandaag eigenaar van de Superprestige en organiseert vanaf dit seizoen de Wereldbeker.

Dit artikel delen:

38 Reacties

Koers 15 december 2020 om 11:57

Vlaamse ploegsponsoren en Vlaamse organisatoren zien uiteraard liever renners uit de buurt die Nederlandstalige interviews kunnen geven en daardoor op tv komen/en makkelijker fans krijgen binnen het afzetgebied, en zijn daar uiteraard bereid meer voor te betalen. Als buitenlander heb je meteen een financiële achterstand, die wellicht beter in het wielrennen wordt rechtgetrokken. Het afschaffen van het startgeld, en het tegelijk verhogen van het prijzengeld zou kunnen helpen, immers buitenlandse renners die eerst een beetje startgeld kregen maken nu wel kans op meer bij goed presteren.

Ik zie dat echter dan weer niet snel gebeuren aangezien ze de prijzengelden van de heren/dames min of meer recht hebben getrokken en dat zou dan niet meer kunnen…

Simon1 15 december 2020 om 12:21

Ik wacht eigenlijk op een cross op het malieveld en in het Haagse bos. Is qua bezoek eigenlijk ideaal in de randstad. Met de populariteit van Matthieu en Wout in Nederland is dit wellicht haalbaar.

Simon1 15 december 2020 om 12:22

Daarnaast lijkt me het moment daar voor een klassementscross in de UK.

Wheely 15 december 2020 om 13:00

De Nederlandse duingebieden, bossen en polders met dijkjes rondom de randstad lenen zich allemaal prima om een cross te bouwen. In Groot Brittannië kun je ongetwijfeld ook prachtige parkoersen vinden, ben alleen wel benieuwd of de Brexit geen obstakel is in het geheel – schijnt qua werken over de grens nogal ingewikkeld te worden begreep ik uit mensen in de muziekwereld.

Lalsacien 15 december 2020 om 17:36

Het eerste WK werd volgens mij midden in Parijs gehouden.

Michelangelo 15 december 2020 om 12:25

De enige manier om de sport uit de Vlaamse klei te trekken lijkt me toch de route via de Olympische spelen. Zolang het niet olympisch wordt, zal de sport in voormalige crosslanden als Zwitserland, Duitsland, Spanje, Frankrijk en Italie nooit kunnen wedijveren met het mountainbiken. Hier in Italie (in fietsregio Toscane) is er op dit moment niks dat wijst op kansen voor de cyclocross. Hooguit via de “gravelbike-route”.

Het organiseren van wereldbekers of wereldkampioenschappen in het buitenland klinkt leuk, maar zet geen zoden aan de dijk om de sport in het buitenland groter te maken. Daarvoor is de uitstraling m.i. niet groot genoeg, het lokt geen nieuwe mensen in de sport. En dat doen Olympische spelen wel. Maar dan stuit je op de reglementen en het sneeuw-en-ijs-principe van het IOC. Haal bij het schaatsen de spelen eraf, en je bent denk ik de Russen, Chinezen en Japanners zo kwijt. Zie ook hoe succesvol het marathonschaatsen is: niet olympisch, en dus alleen groot in Nederland.

En tot die tijd moet de sport haar zegeningen tellen, en blijven doen waar het goed in is: het organiseren van Vlaamse folklore evenementen die genoeg publiek trekken om rendabel te zijn.

jooprioolpijp 15 december 2020 om 12:55

Yep! Een sport hoeft niet mondiaal zijn om de moeite waard te zijn.

rogierb 15 december 2020 om 13:40

Helemaal mee eens.

Jacco van Stierop 15 december 2020 om 15:04

“(in fietsregio Toscane) is er op dit moment niks dat wijst op kansen voor de cyclocross.”

Het centrum van de cyclocross in Italië ligt in de regio Veneto, maar in Toscane wordt wel degelijk bij de clubs veel aan veldrijden gedaan in de winter, vooral bij de jeugd. Ik vermoed zelfs meer dan in Nederland boven de grote rivieren. De Italiaanse clubkampioenschappen veldrijden werden in januari van dit jaar nog in Toscane verreden.

Frank V 15 december 2020 om 16:24

edit wf: gedraag je

Michelangelo 15 december 2020 om 17:19

@Jacco,
Ik zeg niet dat er nergens op cyclocross fietsen wordt gereden hier in Toscane.

Maar waar je in Belgie en ook in zuid-Nederland behoorlijk wat cyclocross fietsen ziet (m.n. tijdens tourtochten e.d). zie je hier in de winter eigenlijk alleen maar racefietsen rondrijden, of (elektrische) mountainbikes. Als er al een tendens is richting andersoortige fietsen, dan gaat het richting gravelbikes. Althans, hier in omgeving Pisa.

En of er ergens clubkampioenschappen georganiseerd worden wil niet meteen zeggen dat een sport potentie heeft. Laatst hadden ze hier ook de clubkampioenschappen zwerkbal. Maar dat zie ik ook nog niet meteen olympisch worden of op andere manier een commercieel succes.

@Frank V: zet op twitter wat je wilt. Hebben je drie volgers ook wat om over te praten…

Jacco van Stierop 15 december 2020 om 20:47

@ Michelangelo
Het veldrijden is er in Italië altijd geweest en zal er altijd blijven, ook al speelt het momenteel geen rol van betekenis bij de profs. Vrijwel iedere Italiaanse profrenner heeft bij de jeugd veldritten gereden, het wordt als een belangrijk onderdeel gezien van de opleiding.
Als men een poging wil ondernemen het elite-veldrijden internationaler te maken zou ik niet weten waarom er in Italië geen kans zou liggen. Of het zal slagen weet ik niet, dat hangt af van vele factoren, maar indien wel dan eerder bij de vrouwen dan de mannen verwacht ik.

De mountainbike heeft de afgelopen decennia in Italië flink aan populariteit gewonnen, maar nog steeds kun je groepjes jongeren op crossfietsen aantreffen. Ga in het weekend maar eens kijken fuoristrada tussen Varese en het Lago Maggiore, of tussen Padua en Verona. Of die jongens en meisjes op korte termijn zullen doordringen tot de internationale top is twijfelachtig, maar ze houden wel de Italiaanse veldritcultuur in leven.

.

Arie den Blanken 15 december 2020 om 23:14

jooprioolpijp : Helemaal mee eens.

Merlinappa 16 december 2020 om 08:23

@Jacco

Ook boven de rivieren kan je elk weekend een cross rijden in Nederland, op regionaal niveau. Vaak zelfs 2 per weekend als je verschillende regio’s combineert. ;)

Michelangelo 16 december 2020 om 09:41

@Jacco,
Denk dat wij het redelijk eens zijn. Er is in Italie genoeg fietspotentieel, ook voor de veldritsport.
Situatie in Noord Italie ken ik niet zo goed, maar ik ben met name veel op pad in regio Pisa. En daar merk ik om mij heen niet veel van veldrijders. Als je hier praat over "off-road" dan is het MTB me stip op 1, en vervolgens gravelbikes. Jammer, want Italie heeft in het verleden wel toppers gehad in het veld.

Voor de fietsenbranche is op dit moment de gravelbike voor mijn gevoel commercieel interessanter dan de CX. En zelfs de E-bike is veel kansrijker, commercieel gezien. Dus van de fietsindustrie gaat het niet komen.

Er zal best wel wat CX cultuur zijn, maar hier in ieder geval in de verste verte niet te vergelijken met wat je in Vlaanderen of Nederland aantreft. En als die cultuur er niet (voldoende) is wordt het ook lastig om een evenement te organiseren dat commercieel interessant genoeg is de sport internationaler maakt.

Ik zie het helaas hier in ("midden") Italie niet gebeuren, tenzij er ooit een Olympische sport van wordt gemaakt.

Romāns Vainšteins 16 december 2020 om 12:27

Maak je dan ook van die lollige foto’s dat je hem omduwt of ben je niet dat type toerist?

platteprijs 15 december 2020 om 13:00

Mooi item redactie! Alleen wel een Vlaams onderonsje.

Franco Ballerini 15 december 2020 om 13:06

Mijn complimenten, interessant artikel. Buiten natuurlijk van der Poel en van Aert, denk ik dat grote successen van Pidcock, zowel in het veld als op de weg, het veldrijden een enorme boost kan geven. Het zou helemaal mooi zijn als Alaphillipe besluit elke winter een cross of tien mee te pakken.

rogierb 15 december 2020 om 13:42

Hoe ga ervoor zorgen dat Pidcock elke winter blijft crossen? Geen idee of Ineos erop zit te wachten. Tijd zal het leren. Lijkt me inderdaad belangrijk dat deze jongen behouden wordt voor de cross.

CechRepublic 16 december 2020 om 08:50

Waarom zouden ze daar moeite mee hebben? MvdP en WvA laten zien dat je het prima kan combineren met de weg. Sterker, met de steeds kortere etappes in de GT’s lijkt het juist een prima explosiviteitstraining in de winter. Sky/Ineos heeft ook nooit moeite gehad met het baanwielrennen van Viviani en Ganna waar ze commercieel ook nauwelijks belang bij hebben.

Ruben 15 december 2020 om 13:23

Mooi interview!
Hoewel olympische spelen een doorbraak zouden zijn, kan het ook indien de toppers effectief in het veld blijven rondhangen. Als Pidcock, van der Poel en Van Aert jaarlijks van midden december tot het WK in het veld blijven meerijden én nadien aantonen dat dit hun niveau omhoog tilt, zullen ook andere toppers volgen of langer in het veld blijven hangen, en volgt internationale aandacht vanzelf.

Overigens denk ik niet dat quota voor buitenlandse veldrijders in Belgische ploegen zin hebben: de ploegen zouden zelf moeten beseffen dat buitenlanders op dit moment eerder een voordeel dan nadeel zijn. Zo krijgt Orts hier, en terecht, meer aandacht op basis van zijn resultaten dan hij als Belg of Nederlander zou krijgen… Vreemd daarom dat zulke renners toch niet ingelijfd worden.

Michelangelo 15 december 2020 om 13:40

Ruben,
Ik vraag me af hoeveel mensen in Vlaanderen en Nederland beseffen dat het cyclocross echt een sport is in de kantlijn. Het lijkt van binnenuit een wereldsport omdat in Vlaanderen ieder weekend cyclocross op TV te zien is. Maar ik denk dat je alleen al in Belgie de taalgrens over hoeft te steken, om te concluderen dat het daar veel meer draait om MTB-en dan om cyclocrossen. En dan ben je nog niet in Duitsland, Frankrijk, Zwitserland of Italie.

Zelf denk ik dat de aanwezigheid van toppers als VDP en Van Aert positief werkt voor de cross in Nederland en Vlaanderen, maar niet in het buitenland. Pidcock voor het VK? is nog veel te vroeg, hij is in het VK nog niet “groot” genoeg, misschien in de toekomst. Enige die dat op dit moment zou kunnen is Alaphillipe (voor Frankrijk). Maar dan moet die ook mee doen voor de prijzen. Sagan? Ook die kruipt liever op de MTB volgens mij.

En dat zie ik eerlijk gezegd allemaal niet gebeuren.

Ik zou het wel interessant vinden om hierover figuren als Orts aan het woord te laten, of voormalige Duitse of Italiaanse toppers, en een Zwiterse organisator…

CechRepublic 16 december 2020 om 10:40

@Michelangelo, ik denk dat het overgrote deel van de liefhebbers zich dat echt wel realiseert. Net zoals Nederlanders echt wel weten dat buiten hun land schaatsen echt helemaal niks voorstelt. Ik denk ook dat dat de liefhebbers maar weinig interesseert.

Frank V 15 december 2020 om 13:27

Vooreerst, proficiat WF en Nico voor het bijeenbrengen van deze mensen. Nu lezen maar!

Frank V 15 december 2020 om 13:48

De epische battles van de jaren ’80 en ’90 zijn niet wijd genoeg uitgezonden in de wereld. Ze hebben het licht nog niet gezien. Maar met internationale sterren als MVDP, WVA en Pidcock gaat daar gegarandeerd verandering in komen. Via die Daniel Lloyd van GCN bijvoorbeeld zie ik dat zijn zoontje dol is op CX en aan CX kampen meedoet in Groot-Britannië. Sowieso ligt daar veel potentie. Misschien kunnen de Nederlanders wat meer Duitsers van de grensstreek trekken? Het is leuk om te doen, aardig om te kijken, of gewoon een leuk zondagje uit. En er is geld mee te verdienen. Ik zie het wel gebeuren de komende 10 jaar met de 3 voorgenoemde sterren, met organisaties die volk trekken en met eventuele coverage via GCN, die een wereldwijd publiek hebben.

Murcia 15 december 2020 om 14:01

Goed stuk, bedankt Nico.
Hoewel ik de inspanningen begrijp om de sport in meer landen populair te maken denk ik dat dit tot mislukken gedoemd is. MTB heeft de aantrekkingskracht en de Olympische status. Volgens mij ligt de uitdaging om binnen het kleine gebied waar de sport populair is het nog beter aan te pakken. Probeer bv eens om met name in Nederland meer sponsoring te krijgen en daar de sport op een hoger peil bij de mannen te krijgen. Dat lijkt me kansrijker dan proberen om Tsjechie en Zwitserland terug te veroveren. Die trein heeft het station al lang verlaten. Je kunt als sport ook prima overleven met alleen als achterland de Benelux.

Beer 15 december 2020 om 14:04

Waarom niet een soort van 'Vierschansentornooi', zoals in het skispringen? 4 wedstrijden, eventueel uit de Wereldbeker, die alle 4 in de Kerstvakantie worden georganiseerd & hun eigen klassement krijgen. Mocht het hierin lukken om naast VDP, WVA, Pidcock, Merlier en de Belgische veldrittoppers ook wegrenners met een cross/MTB-verleden als Stybar, Sagan, Alaphilippe, Teunissen, etc… aan de start te krijgen, heb je toch een format dat kijkers moet kunnen trekken. Een gebalde periode zodat wegrenners het kunnen inplannen, met een wedstrijd in België, Nederland, Frankrijk en eentje in Zwitserland/Duitsland/UK/…

Frank V 15 december 2020 om 14:09

-Iserbyt weet de vinger op de wonde te leggen en Roodhooft zwetst, Alpecin is niet gekomen voor Zonhoven, Alpecin is gekomen voor MVDP.

-Nederland mag ook wel eens uit haar kot komen ("als fietsland met al haar topsportklimaat) en met geld over de brug komen. Maar zoals we ze kennen, gierig, de kat uit de boom kijken. Al tonen enkelen nu hun goede wil in de WB.

-Nog zoiets, die Brico Park Crossen, letterlijk kindertuinomlopen in Maldegem en andere dorpen hadden echt niet de renners van een buitenlandse cross mogen kunnen pikken. Maar ja als MVDP hoort: "3.000 ipv duizend" Voor geld danst den …

-Laatste, die stimulatie in het buitenland, dat kunnen we niet aan de (saaie) officials van de UCI en de UEC overlaten. Je moet daar commerciële jongens op afsturen om bedrijven daar in een omloop te laten investeren en dan gewoon de bond om toestemming vragen. De bonden zelf zijn niet bij machte om een nieuwe discipline uit de grond te stampen.

tendam 15 december 2020 om 15:55

@frank v
Wat toon jij hier altijd een Nederlander-haat zeg, ongekend. Kan het wat minder?

Veldrijden is amper te volgen in Nederland, daarom is er geen geld voor. De markt regeert. Ik denk dat de gemiddelde klassementscross maximaal door een paar duizend Nederlanders wordt gevolgd, welke sponsor steekt daar nou geld in? Als het Olympisch was kon het nog op steun van het NOC rekenen, maar dat is dus ook niet zo.

FDJ 15 december 2020 om 18:45

“Nederland mag ook wel eens uit haar kot komen (“als fietsland met al haar topsportklimaat) en met geld over de brug komen. Maar zoals we ze kennen, gierig, de kat uit de boom kijken. Al tonen enkelen nu hun goede wil in de WB.”

Wat een onzin. Nederland is qua medailles per inwonertal één van de meest succesvolle sportlanden ter wereld op de Olympische Spelen. Ons topsportklimaat is uitstekend. Daardoor hebben we ook de luxe om keuzes te maken die het grootste succes opleveren. Veldrijden is mondiaal gezien een zeer marginale sport. In België leeft het idee dat het echt iets voorstelt. Dat is niet zo. Dat zegt niets over het feit of het leuk is om naar te kijken, maar het stelt als sport niets voor. Daarom zal NOC NSF ook gedegen afwegingen maken om voor andere sporten kiezen en daar in te investeren.

OllekeBolleke 15 december 2020 om 20:48

Hopen dat Pidcock (en Tulett en Mein) het cyclocrossen een boost kunnen geven in GB. Verder zou het mooi zijn als de successen van VdP, WVA en binnenkort Pidcock kinderen doet geïnteresseerd geraken op een iets internationaler niveau.

Kaj 15 december 2020 om 20:56

In Engeland hadden we in 2015 een WB wedstrijd op een parcours wat WK waardig was. Een ieder leek positief maar ja Milton Keynes kon het jaar erop speelstad worden voor het WB rugby. Keuze snel gemaakt jammer jammer.

Arie den Blanken 15 december 2020 om 21:49

Mooi artikel om te lezen. Ik kan me helemaal vinden in de meningen van Tom Van Damme en Eli Iserbyt. Het is niet aan de Belgen om hun kip met gouden eieren te slachten. Wil je nieuwe extra geldbronnen aanboren dan moet de UCI en andere nationaler bonden dat maar doen.

Theo Bovengemiddelkamp 15 december 2020 om 23:29

Nee, dat is juist de grootste fout die de sport kan maken. Als de sport nog Vlaamser wordt en het buitenland afhaakt, valt juist een deel van de spanning weg. Voorspelbaarbeid en dominantie zorgt er voor dat supporters afhaken, waarna sponsors afhaken. Dat proces is misschien zelfs al in gang gezet.

Domestique 15 december 2020 om 23:44

De best bekeken WK's ooit waren die van 2012 en 2013, waar het 2x een Belgisch duel was. Sven Nys heeft de populariteit van het veldrijden naar ongekende hoogten gestuwd in Vlaanderen, die gouden jaren zijn wel al eventjes voorbij.

Duels met buitenlanders doen er voor de Vlamingen (en dus de Vlaamse sponsors) niet toe, het liefst van al zagen ze Nys tegen Albert.

CechRepublic 16 december 2020 om 10:42

Door het zo lokaal te laten zijn slacht je de kip met de goed eieren niet, maar laat je die arme kip wel langzaam verhongeren. Op korte termijn kan je gelijk hebben, op langere termijn moet het veldrijden echt waken voor irrelevantie.

Theo Bovengemiddelkamp 16 december 2020 om 00:00

De top naar bottom benadering van Van den Abeele is juist het stomste wat er is. In veel landen is er niet eens een top en dat gaat een WB wedstrijd niet veranderen. De sport moet juist van onderaf opgebouwd worden. Als de Nationale bonden niet willen investeren in het veldrijden, dan halen de Belgen maar buitenlandse trainers of talenten naar hier om ze zelf op te leiden. Deel je kennis.
Zorg voor huizen waar buitenlandse renners goedkoop kunnen verblijven. Faciliteer vrijwilligers voor in de post. Laat Orts of Rochette meetrainen bij het team van Nys. En bij Pauwels Sauzen nemen ze weer 2 andere buitenlandse renners mee op training. Enz.
En wellicht is het damesveldrijden wel een belangrijke troefkaart bij de internationalisering van de sport.

Merlinappa 16 december 2020 om 08:19

Kan ik dit ook al podcast luisteren? Vind ik persoonlijker fijner dan zo’n lap tekst.

Headlines

Materiaalzone

Populair