Fabio Jakobsen: “Winnen bij Quick-Step houdt je nederig”

Door , zondag 16 september 2018 om 12:00

Foto: Sirotti

Voor Fabio Jakobsen is 2018 niet alleen zijn eerste profseizoen, maar meteen ook zijn jaar van de doorbraak. Volgens zijn entourage is hij een sprinttalent zoals er maar ééntje in de tien jaar opstaat, de renner van Quick-Step Floors zelf blijft nuchter maar is tegelijk wel ambitieus. WielerFlits zocht hem op voor een babbel.


Bij de eerste de beste kans die je krijgt meteen winnen, je moet het maar doen. Jakobsen flikte het begin maart in Nokere Koerse, door bovenop Nokereberg Amaury Capiot en Hugo Hofstetter achter zich te laten. De afmaker in Jakobsen was geboren. “Opeens ben je een winnaar”, beaamt Jakobsen. “Dat was ik natuurlijk al bij de beloften, maar bij de profs is dat toch nog anders. Je begint in zekere zin vanaf nul. Als sprinter en afmaker word je afgerekend op hoeveel kansen je pakt. Hoeveel je er krijgt, hangt af van hoeveel je er pakt. De Scheldeprijs is een mooi voorbeeld. Elia Viviani zou normaal zijn voorjaar doortrekken tot in Schoten, maar hij was op dat moment al vrij vermoeid. Omdat ik had bewezen dat ik het ook kon afmaken, kreeg Viviani zijn rust en werd ik uitgespeeld. Dat is volgens mij ook de kracht van de ploeg. Ze durven te gokken op jong talent. Daar moet ik ze heel dankbaar voor zijn.”

Na Nokere was Jakobsen niet meer te houden en volgden er overwinningen in de Scheldeprijs, Tour des Fjords en zelfs in de BinckBank Tour. Tegen alle verwachtingen in, geeft Jakobsen aan. Maar wat waren die verwachtingen vooraf dan precies? “Ik had gedacht dat het eerste seizoen een aanpassingsjaar zou zijn. Het tempo van de koers, de langere afstanden, daarbij dacht ik te kort te komen. Net als bij mijn overgang van de junioren naar de beloften. Maar op een of andere manier ben ik door die drie beloftejaren toch veel sterker geworden. Dat ik een leuk sprintje in huis had, wist ik natuurlijk. Maar niet na een afstand van 200 kilometer bij de profs en al helemaal niet tegen namen als Kittel, Groenewegen en Ewan.”

Zijn opleiding aan de SEG Racing Academy zou daar weleens voor iets tussen kunnen zitten. Jakobsen kreeg na zijn Nederlandse beloftetitel in 2016 al enkele mooie aanbiedingen uit het profpeloton van Roompot-Nederlandse Loterij en LottoNL-Jumbo, maar besloot desondanks om een jaar extra in de U23-categorie te blijven. Onder de hoede van de broers Berkhout kon hij rustig doorgroeien. “Na mijn eerste Nederlandse titel was ik echt nog niet klaar om bij de profs te gaan rijden. Daar was mijn motor op dat moment nog veel te klein voor. Ik had een leuk sprintje, dat was mijn wapen en daar kon ik veel mee winnen. Maar ik was nog niet compleet genoeg om bij de profs aan de slag te gaan. In dat derde jaar bij SEG Racing heb ik veel gewonnen, maar ben ik vooral qua inhoud enorm gegroeid. Ik ben nu veel completer, vandaar dat ik onmiddellijk meekon.”

Jakobsen wint Nokere Koerse – Foto: © Luc Claessen / Getty Images

Hiërarchie
Jakobsen is niet de enige snelle man met ambitie bij Quick-Step. Fernando Gaviria en Elia Viviani zijn nog altijd de grote sterren, maar ook Alvaro Hodeg rijdt zich steeds meer in de kijker. Zorgt dat voor een moeizame rolverdeling? “Ik denk dat het op dit moment optimaal ingedeeld is. Viviani en Gaviria nemen een uitgebreid programma voor hun rekening met de meeste koersen op WorldTour-niveau. Daaronder krijgen Hodeg en ik kansen in wat losse koersen, af en toe ook in de WorldTour. Quick-Step koerst genoeg om voor iedereen kansen te creëren en dat laten we ook zien. Hodeg en ik wonnen allebei al vier keer, en niet de minste wedstrijden. Op dit moment zitten wij prima op het derde plan.”

En toch… incidentjes zijn er altijd. Zo kreeg Viviani het tijdens de ploegstage in januari op zijn heupen, toen Jakobsen hem steeds te snel af was tijdens de sprintjes op training. “Tja, dat is training. Je bent neoprof, en je wordt misschien wat onderschat”, lacht Jakobsen. “Je bent nieuw, je geeft alles en wil jezelf graag bewijzen. Kijk, ik heb nog lang niet de klasse van Viviani, maar training is training, en ik weet dat ik geen pannenkoek ben. Het is logisch dat hij er niet blij van wordt als ik er weer overheen kom. Dat is de hiërarchie, een soort status, die hij te verdedigen heeft en vreest om te verliezen. Maar ik denk dat, als hij daar nu op terugkijkt, hij het toch niet als een schande zal zien dat hij van mij heeft verloren. Misschien is het zelfs een kleine trigger geweest om een stapje meer te doen. Als hij me daar met zes lengtes zou kloppen, dan denkt hij van: nou, dat zit wel goed. Maar nu heeft hij waarschijnlijk gedacht van: verdorie, die snotneus komt er overheen, en ik wil dit jaar wel dé sprinter zijn binnen de ploeg. Ten minste, als hij het positief oppakt, dan kan je zulke wel akkefietjes omzetten in iets positiefs.”

Het typeert misschien ook wel het karakter van een sprinter. Lichtjes opvliegend en agressief, met de streep in zicht. Geldt dat ook voor Jakobsen? “In zekere zin wel. Let op, het is niet zo dat vanaf ik op de fiets kruip, ik meteen een beest word. Soms kan ik in de eerste 150 kilometer anderen constant voor laten gaan, dat ik zoiets heb van: laat lekker gaan, het is onnodig om nu te gaan vechten voor een gaatje, ook al is dat niet prettig. Maar op het moment dat het wél uitmaakt of ik een plekje verlies of niet, of dat ik bij een ploegmaat in het wiel blijf, dan zorg ik wel dat ik op scherp sta en alles doe wat mogelijk is, wat mag en kan, en vooral wat nog steeds veilig is om dat plekje niet te verliezen. Je hebt op dat moment een heel scherpe focus die bijna richting agressief of licht opvliegend gaat. Dat moet ook. Vanaf het moment dat je je laat doen, is het gedaan. Concurrenten weten dat en voelen dat ook aan.”

De kracht van Steels
Ondanks alles valt het op dat Jakobsen steeds de nuchterheid zelve blijft. Geen grootspraak, geen arrogantie, wel realisme en ambitie. “Dat gebeurt automatisch in een ploeg als Quick Step. Op dit moment is mijn zege in de BinckBank Tour de grootste die ik heb. Een WorldTour-koers, in eigen land, weet je wel. Maar dan zit je ’s avonds aan tafel met de Belgische kampioen en met de winnaar van de Ronde van Vlaanderen. Dat maakt je toch ook weer nederig. Niet alles draait om jou. Er wordt meer gewonnen, hé. Je wordt niet de grote vedette. Dus dat vind ik ook wel weer fijn, dat je niet meteen naast je schoenen gaat lopen, en met een frisse blik naar de komende koersen kijkt. Misschien maar goed ook, want ik wil zeker geen stappen overslaan in mijn ontwikkeling.”

Vooral sportdirecteur Tom Steels, aan het einde van vorige eeuw zelf een topsprinter, blijkt daarbij een belangrijke rol te spelen. Steels is samen met dokter Van Mol, trainer Koen Pelgrims en Niki Terpstra een van de vier vertrouwenspersonen van Jakobsen bij de ploeg. “Met Tom heb ik het meeste contact. Hij is geweest waar ik nu ongeveer ben. Hij heeft ervaring, die ik blindelings volg en helpt me om niet té snel te willen gaan. Bijvoorbeeld, een koers als de Scheldeprijs wil je winnen als je op je top bent als sprinter. Normaal is dat tussen je 25e en 30e, maar ik win die al op mijn 21e. Dat wil dus zeggen: als ik volgend jaar minder goed doe, is dat een tegenvaller. Dat schrikt aan de ene kant niet af, want je kan hem maar beter gewonnen hebben. Aan de andere kant opent het stiekem wel deurtjes. Ik begin voorzichtig aan Kuurne-Brussel-Kuurne te denken. Of Gent-Wevelgem: niet binnen vijf of zes jaar, maar binnen twee jaar al eens kijken of je over de Kemmelberg komt. Dan ben ik zo blij dat ik Tom heb. Hij kan me zeggen of ik klaar ben om een stap vooruit te zetten en helpt me bij het kiezen van het programma en mijn doelen.”

Terpstra en Jakobsen op het NK – Foto: Marcel Koch

Die andere vertrouwenspersoon, Niki Terpstra, vertrekt aan het einde van het seizoen voor een avontuur bij het Franse Direct Energie. Een flinke aderlating voor Jakobsen, zo blijkt. “Ah, dat is zo jammer!”, reageert hij oprecht. “Ik had echt nog wel graag een jaar of twee bij Niki in de leer geweest. In het peloton is hij misschien wat berucht, maar ik lag graag met hem op de kamer en vond hem een aardige gast. Ik ga niet zeggen dat hij een goede vriend is geworden, maar zeker een goede collega. Van de winter wil ik samen met hem wat meer op de baan gaan koersen. Misschien dat ik zo nog wat van hem opsteek. Een hele winter zonder competitie is ook niet gezond, toch? Een beetje spanning en actie moeten wel kunnen, denk ik.”

Zoals Groenewegen
Jakobsen droomt bovendien stiekem van dezelfde koersen als Terpstra: de klassiekers op Vlaamse bodem. Ploegmanager Patrick Lefevere vertelde in een eerder stadium al dat hij voor Jakobsen een rol in het zwaardere werk weggelegd ziet, maar Jakobsen vraagt tijd. “Dat vond ik wat extreem. Zeker op dat eerste trainingskamp dacht ik: dat is misschien iets te hoog van de toren geblazen. Alleen, dat zijn mannen met tonnen ervaring en wie ben ik dan om dat tegen te spreken? Iemand als Lefevere zegt zoiets niet zonder dat hij iets gezien heeft waarom hij dat zegt. Hetzelfde met hun woorden over mijn sprint: uiteindelijk heb ik daar vertrouwen uit geput, en hebben zij mij ook veel vertrouwen gegeven. Dat neem ik mee in het verdere vervolg van mijn carrière. Ook met het oog op de Vlaamse klassiekers.”

“Ik weet dat ik geduld moet hebben, maar kan anderzijds niet wachten op die wedstrijden. Klassiekers, dat vind ik echt leuk”, vertelt Jakobsen met pretlichtjes in zijn ogen. “Ik rijd heel graag in België. Die koersen zijn ideaal om inhoud op te doen. Die kortere hellingen liggen mij en ook voor het wringen voor de hellingen of kasseistroken deins ik niet terug. Ik spreek dan niet over de Ronde van Vlaanderen, waar er toch iets te veel geklommen moet worden, of Parijs-Roubaix. Zeg nooit, nooit, maar laten we maar beginnen met Dwars door Vlaanderen of Kuurne-Brussel-Kuurne. Ik maak het mij zeker niet gemakkelijker door daarop te mikken, maar ik vind het wel mooi. Misschien zou Kuurne-Brussel-Kuurne volgend jaar al een doel kunnen worden mits een goeie winter.”

Waarom niet? Die andere snelle landgenoot, Dylan Groenewegen, bewees begin dit jaar dat het mogelijk is. “In dat opzicht is Dylan wel een referentie. Ik denk dat hij nog iets meer pure sprinter is dan ik. Hij is jaar na jaar een beetje sterker geworden, en dat is vaak het allerbeste. Hij is een schoolvoorbeeld van hard blijven werken, ieder jaar iets beter worden, iets harder sprinten, een paar keer dichtbij zijn en dan plots toeslaan. Ik denk dat zoiets je ook hongerig houdt. Je hebt natuurlijk veel veelwinnaars bij de junioren en dan komen ze bij de beloften of de profs, en dan klikt er iets in dat hoofd waardoor ze er minder voor willen doen en uiteindelijk nooit de top bereiken. Dat zal je bij Dylan nooit zien. Zeker nu hij nog eens twee Touretappes wint, dat is als sprinter misschien wel het hoogst haalbare. Ik ben nog lang niet waar hij nu staat, maar hij is wel een grote inspiratie. Als ik zoals hem zou kunnen doorgroeien richting top, dan zou ik dat heel gaaf vinden.”

Dit artikel delen:

27 Reacties

Pat McQuaid 15 september 2018 om 10:18

Hoe heet die geheimzinnige Baskische dopingdokter van hun ook al weer?

ah-ja 15 september 2018 om 10:43

Doping? Bij Quick Step??

EddyB1958 15 september 2018 om 10:46

Pat Molesto?

FBahamontes 15 september 2018 om 12:12

José Ibarguren Taus is dat. En dan hebben ze ook nog Ivan Vanmol, die vroeger in zijn GB-MG Maglificio en Mapei tijd op zijn zachts gezegd ook niet van onbesproken gedrag was. En 3x raden wie toen de ploegleider was bij die ploeg.

miguelon 15 september 2018 om 13:17

@pat, juist!! Je zou het haast vergeten, een jonge Nederlander die er meteen staat in z’n eerste jaar, die moét wel stijf staan van de doping. Wel knap dat dit doktersgilde erin slaagt de boel te blijven belazeren. Maar goed, wij weten het wel hee … Der Fabio presteert een beetje té bovennatuurlijk!

EddyB1958 15 september 2018 om 13:19

En verliep alles zuiver bij Rabobank vroeger?

maklukzat 15 september 2018 om 10:29

Mis wel de meer kritische vragen. Waarom afgestapt in de Dauphine ? Hoe verteert hij de bergen.

Samlambeej 15 september 2018 om 13:33

@maklukzat
Wie verwachtte dat hij daar zou uitrijden?

assen 15 september 2018 om 10:41

Dank, leuk om te lezen!

Een mooie follow up eigenlijk van de interviews aan het begin van het seizoen. Misschien een idee die te linken aan deze? Ik denk aan het interview met hemzelf als ook die met Lefevre over hem.

assen 15 september 2018 om 12:56

Cool! Thanks.

LucasR 15 september 2018 om 10:42

Leuk interview!

EddyB1958 15 september 2018 om 11:07

Toch spijtig dat de verplaatsingen naar Nederland en België de laatste tijd voor Quick Step Floors zo moeilijk te doen zijn…

Ton van Wieringen 15 september 2018 om 11:39

Mooi interview met een foutje in de titel. Het moet zijn: Winnen bij Quick-Step houd je nederig. Dus niet houdt met dt.

Domestique 15 september 2018 om 11:57

Lol nee de titel klopt gewoon… In deze zin is ‘je’ niet het onderwerp. Leuk interview inderdaad! Als Belg ben ik toch wat jaloers op jullie sprintersgilde. Net als Groenewegen lijkt deze Jakobsen me overigens ook een sympathieke gast.

Mathieu Moller 15 september 2018 om 11:57

Houdt moet hier wel degelijk met dt, aangezien “je” niet het onderwerp is.

xistnc 15 september 2018 om 12:26

Lol, de onterechte verbetering die je weet dat gaat komen.

fony83 15 september 2018 om 13:05

Het is maar waar je van hout

ti-raleigh 15 september 2018 om 11:57

Het is houdt en niet houd. Doe maar eens maak of maakt..

Slurpie Blauw 15 september 2018 om 14:26

‘Hout’ is wel degelijk een woord.

williams 15 september 2018 om 12:49

Taalfouten verbeteren die geen taalfouten zijn, dat is pas op je bek gaan…

Wielrennertje 15 september 2018 om 12:57

Doe maar rustig hoor makker, het is maar een foutje..

Schollekop 15 september 2018 om 18:27

Ik heb ook zo mijn bedenkingen bij de prestaties van QS. Eenmaal weg bij die ploeg presteren renners gelijk een stuk minder.

Domestique 15 september 2018 om 21:52

Lijkt mij niet zo héél moeilijk te verklaren. Als je bij het beste team zit, hoef je niet noodzakelijk de allerbeste in koers te zijn om te winnen. Op het juiste moment het overwicht van de ploeg uitbuiten kan leiden tot een pak overwinningen. Een Lampaert is in se niet beter dan Vanmarcke, maar graait wel vaker de zegeruiker mee. Zal de sterkte van QS ook wel wat mee te maken hebben.

Javier 16 september 2018 om 08:21

Interessant interview. Ben benieuwd hoe dit gaat uitpakken met de klassiekers. Jakobsen heeft wat intrinsieke snelheid betreft het talent om 1 van de snelste mannen in de massasprint te zijn.

EddyB1958 16 september 2018 om 13:24

Nummer 65 voor Quick Step Floors en nummer 5 voor Jakobsen in Slovenië.

de oudste 16 september 2018 om 21:11

je houdt
houd je; zo heb ik het ( heel ) vroeger geleerd.
ik er vóór, en je er achter krijgt geen t…..

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.