Altijd dichtbij, zelden raak: waarom het voor Max Kanter zo moeilijk is om te winnen
Video Max Kanter werd afgelopen zondag tweede achter Arne Marit in de Trofeo Palma. Andermaal tweede. De sneller Duitser stond in zijn beloftenjaren bij Development Team Sunweb te boek als groot sprinttalent, maar bij de profs blijkt winnen o zo lastig voor hem. In de Alpecin Barbershop legt hij aan WielerFlits uit waarom vertrouwen daarin het grote verschil maakt.
De 28-jarige renner van XDS Astana boekte in 2024 zijn eerste van twee profoverwinningen. In de Ronde van Turkije van dat jaar en afgelopen seizoen in de Famenne Ardennes Classic was Kanter de beste. Als belofte won hij nog ritten in de Tour de l’Avenir, Olympia’s Tour en werd hij tweemaal Duits kampioen. Maar bij de profs is die opgave een stuk lastiger gebleken.
“Het is heel moeilijk, om eerlijk te zijn. Het kost veel tijd, je hebt veel ervaring nodig en je moet er hard voor werken. Zeker in deze tijd van het wielrennen, is de opdracht moeilijker en moeilijker om te winnen.”

Wéér tweede afgelopen weekend – foto: fotopersburo Cor Vos
Er viel dan ook een last van zijn schouders toen hij in 2024 – toen nog in het shirt van Movistar – zijn eerste profzege binnenharkte. “Het is absoluut niet makkelijk om er als sprinter zo lang op te moeten wachten”, vertelt de Duitser, die in 2019 prof werd bij Team Sunweb.
“Je moet erin blijven geloven. Maar omdat er zo veel voor nodig is, was de opluchting bij de eerste zege wel groot. Uiteraard moet je een seizoen wel in goede conditie beginnen, maar daarna moet je een goed ritme onderhouden en vertrouwen op doen. Helemaal voor sprinters is dat erg belangrijk.”
Het laatste anderhalve jaar verzamelde Kanter naast twee zeges liefst acht tweede plaatsen, waarvan de laatste dus afgelopen zondag op Mallorca. “Mijn grote ambitie voor 2026 is dan ook om wat tweede plaatsen om te draaien in overwinningen”, zegt Kanter, die nog nooit de Tour de France reed.
“Voor iedere renner is dat een kinderdroom. Hopelijk mag ik hem in de toekomst eens rijden. Of dat voor dit jaar al is, daarover moet ik nog praten met de ploeg. Na mijn start op Mallorca is het plan eerst dat ik me op de klassiekers ga focussen. Daarna zien we hoe het loopt.”

Je zou zeggen dat je in de kleinere koersen toch wel wat meer zeges zou moeten verzamelen.
Dat je Merlier, Philipsen, Milan, Pedersen en Kooij er niet oplegt snap ik wel.
Maar een sprint winnen in de kleinere koersen zou wel vaker moeten lukken.