Aike Visbeek vormt Intermarché-Wanty-Gobert: “Een andere aanpak heeft geloond”

Aike Visbeek vormt Intermarché-Wanty-Gobert: “Een andere aanpak heeft geloond”

foto: Cor Vos

vrijdag 3 december 2021 om 20:00
Interview

Intermarché-Wanty-Gobert heeft als WorldTour-debutant haar huid duur verkocht. Op de UCI Ranking hield de Waalse ploeg toch zes gerenommeerde WorldTeams achter zich. Architect van de ploeg is de Nederlander Aike Visbeek. Met WielerFlits ontleedt hij in een tweeluik het jaar van zijn formatie. In deel één blikken we vooral terug op het seizoen 2021, de opvallende transfer van Biniyam Ghirmay en de wederopstanding van onder meer Taco van der Hoorn.

Het team kende een prima jaar met naar eigen zeggen een bescheiden budget. Taco van der Hoorn won een rit in de Giro d’Italia en in de Benelux Tour, terwijl Rein Taaramäe een etappezege boekte in de Vuelta a España. De ervaren ronderenner uit Estland droeg ook een aantal dagen de rode trui en later in die ronde deed Odd Christian Eiking dat ook nog een week. Danny van Poppel was dan weer goed voor overwinningen in de Egmont Cycling Race en in Intermarché-Wanty-Gobert’s thuiskoers Binche-Chimay-Binche. Vooral de stijgende lijn in de resultaten is opvallend. Daarover een vraag-antwoordgesprek met Aike Visbeek.

Het begin van het jaar lijkt op basis van uitslagen lastig voor jullie. Hoe beschouw jij de periode rondom de voorjaarsklassiekers, zeg maar de periode van Omloop tot Luik?
“Ik denk dat we in die periode als ploeg volwassen zijn geworden. Daarmee bedoel ik dat we beter als ploeg samen reden, er zat meer organisatie in tijdens de koers. Alleen dat betaalde zich niet uit in resultaten. In de Ardennenklassiekers reden we goede, aanvallende koersen, met de middelen die we hebben. Voor het eerst kon ook Quinten Hermans proeven van de finales van WorldTour-klassiekers. Een echte knaller kenden we niet, maar we hebben in het voorjaar wel de basis gelegd voor het verdere succes later in het jaar.”

Eiking droeg een week lang het rood in de Vuelta – foto: Cor Vos

Wat is er na Luik-Bastenaken-Luik gezegd of gedaan? In alle eendagskoersen die jullie daarna rijden, eindigen jullie eigenlijk overal steevast bij de eerste tien.
“Dat is een combinatie van factoren. Eén: het was voor mij natuurlijk een nieuwe groep en een nieuwe organisatie. Ik moest kijken hoe het werkte met Danny van Poppel, hoe kunnen we die sprinttrein finetunen? Hoe moet ik de selectie samenstellen? Wat voor renner is Aimé De Gendt, wat kan Pieter Vanspeybroeck? Ik had daar wel een idee bij, maar op de koers zien je dat pas écht. Dat was een factor, op elkaar ingespeeld raken.

De andere is dat we in het voorseizoen best wel veel kleinere wedstrijden zagen wegvallen en eigenlijk – voor een groot gedeelte, althans – alleen maar het WorldTour-programma overhielden. Daar moesten we steeds opboksen tegen de besten ter wereld. Voor ons was dat nog niet zo eenvoudig. In de loop van het seizoen werd het WorldTour-peloton meer verspreid over verschillende koersen.

Daarna is het goed gaan lopen. We hebben de jongens ook niet opgebrand in het voorjaar, dat zie je duidelijk. Ondanks dat we in totaal veel wedstrijden hebben gereden. Wat in het verleden weleens bij deze ploeg bleef haperen, is dat als renners goed waren, ze veel te lang door bleven rijden. Daardoor kwam er na een sterke periode nooit meer een tweede of derde piek. Met een goed jaarplan hebben we dat dit seizoen anders opgepakt. Neem nu Baptiste Planckaert, die geen Tour de France rijdt. Die komt weer terug in het najaar en rijdt weer solide. Ook bij Danny van Poppel zat er een opbouw in die goed werkte.”

Danny van Poppel wint op indrukwekkende wijze Binche-Chimay-Binche – foto: Cor Vos

Halverwege het seizoen tover je een konijn uit de hoge hoed. Afrikaans toptalent Biniyam Ghirmay komt per direct over. Hoe is dat gegaan?
“Ook daar komen meerdere factoren samen. Een bittere conclusie aan het begin van het seizoen was voor mij wel dat we niet een volgende generatie met talent klaar hadden staan.

Biniyam kwam toen al heel snel op ons pad en daarna hebben we snel gehandeld. We zagen dat het bij DELKO niet goed liep en Biniyam maakte een snelle ontwikkeling door. Wij hebben hem vervolgens een logische vervolgstap aangegeven. Wat voor hem heel goed paste, was dat hij in .Pro-koersen al goed meedeed voor overwinningen. Om zich verder te ontwikkelen, had hij baat bij WorldTour-wedstrijden en een betere begeleiding. Omdat hij liet zien dat hij in koersen finales kon rijden, moest hij ook kansen krijgen. In combinatie met de familiaire sfeer die er bij Intermarché-Wanty-Gobert hangt, was dat de juiste balans.

Biniyam zag daarna ook snel dat hij bij ons inderdaad WorldTour-wedstrijden kon rijden die bij hem pasten. De Ronde van Polen en de Bretagne Classic, bijvoorbeeld. In die wedstrijden had hij ook niet grote kopmannen voor zich. Hij vindt het geen probleem om voor anderen te rijden, maar hijzelf gaat ook steeds vaker finales en resultaten kunnen rijden. En hij had heel goed in de gaten dat wij hem écht graag wilden. Zijn manager – Alex Carera – heeft duidelijk bij Biniyam aangegeven dat als hij het familiaire aspect belangrijk vindt, dat wij een goede match voor hem waren. Dat geluk heb je ook nodig, dat hij een manager heeft die ons verhaal kan bevestigen. Carera heeft in het verleden al meer renners bij ons gehad.

Biniyam Girmay tijdens de Ronde van Polen in de kleuren van Intermarché-Wanty-Gobert – foto: Cor Vos

Het klikte ook meteen goed tussen Jean-François Bourlart, Maxime Segers, Biniyam en mij. Ik heb een plan gemaakt met een doordacht idee erachter en dat heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat we de grote ploegen te snel af waren. Hij had ook naar een grotere WorldTour-ploeg kunnen gaan, die interesse was er ook echt. We hadden onder meer concurrentie van UAE-Emirates en ik geloof ook dat Deceuninck-Quick-Step interesse in hem had. Het was dus wel een straffe stoot. Ik denk dat we daarmee goed werk geleverd hebben.”

Ghirmay is de laatste jaren al veel besproken geweest en op het jongste WK voor beloften pakte hij zilver. Waar ligt zijn plafond?
“Ik denk dat het iemand is die een klassieker of een etappe in een grote ronde kan winnen. In de lastigere eendagskoersen is het een renner die kan uitgroeien tot een topper. Ik heb hem eigenlijk nog nooit echt vergelijken met een andere renner. Hij is misschien wel een beetje te vergelijken met een Michael Matthews. Ze kunnen allebei lastige wedstrijden aan, maar ze zijn evengoed nog snel op het einde. Waar Bling misschien iets meer het pure talent is, heeft Bini iets meer gevoel voor de wedstrijden. Ik moet wel eerlijk zeggen dat ik echt wel onder de indruk ben van de volwassenheid van deze jongen.

Hij is echt nuchter; hij kan wel van zijn succes genieten, maar hij blijft wel professioneel. Ik heb niet de indruk dat hij zich erdoor laat wegdragen. Hij is heel trouw aan de ploeg, heel dankbaar ook. Als ik hem moet vergelijken met een renner met wie ik eerder gewerkt heb, merk je wel dat Biniyam een jongen is met het karakter van een kampioen. Vergelijk hem anders ook eens met een John Degenkolb. Iemand die heel verstandige beslissingen neemt en op een goede, rationele manier zijn carrière bekijkt en daarin de juiste stappen neemt die daarbij horen. Dat herken ik wel in Biniyam.”

Ghirmay op het podium van het WK voor beloften – foto: Cor Vos

In het najaar lieten jullie jezelf ook weer goed zien in de eendagsklassiekers, met vooral een heel sterke Danny van Poppel. Maar ook opnieuw Andrea Pasqualon, Lorenzo Rota en nieuwkomer Ghirmay. Wat is jouw visie op die periode?
“Als ik kijk naar de renners die we hebben, dan vind ik dat we het daar vooral sterk gedaan hebben op basis van goede periodisering. Maar ook goede samenstellingen van de verschillende teams in die desbetreffende wedstrijden, met een goede balans. Er was nooit één speerpunt, maar meerdere mannen die voor een resultaat konden gaan. Wat je bij deze ploeg merkt – die positie hebben we ook in de WorldTour – is dat we onze neus niet ophalen voor kleinere koersen. Voor ons zijn dat net de wedstrijden waarin we ons kunnen laten zien. Dan zie je ook het vertrouwen heel rap toenemen.

De Egmont Cycling Race was daarvan een mooi voorbeeld. Er komt op een gegeven moment ook meer kwaliteit in onze selectie. Dries De Pooter reed daar als stagiair een fantastische wedstijd. Hij zorgt er samen met Baptiste Planckaert voor dat ze Danny daar afzetten en hij zijn sprint kan doen. Je ziet dan dat meer jongens in de breedte een hoger niveau halen. Dat rendeerde dus vooral in het najaar heel goed en daar ben ik zeer tevreden mee.”

Op welke ontwikkeling ben jij dan nu het meest trots: op die van Lorenzo Rota, of die van Georg Zimmermann? Of misschien wel van het op de rails krijgen van Danny van Poppel?
“Da’s een lastige… Dat kan ik bijna niet beantwoorden. Laat ik het dan zo zeggen: op Danny ben ik het meeste trots, omdat hij al bij meerdere van ’s werelds grootste ploegen gereden heeft. Dan is het mooi dat wij hebben laten zien, dat wij hem bij onze ploeg óók op een echt hoog niveau kunnen krijgen – misschien wel Danny’s hoogste niveau ooit. Hij is daarom een mooie referentie naar andere renners dat wij dat ook voor elkaar kunnen krijgen. Dat springt dan misschien wel het meeste in het oog, maar alle drie hebben een vergelijkbaar verhaal.”

Nog iemand die bij jullie weer helemaal is opgeleefd: Taco van der Hoorn. Hij pakt zelfs twee van jullie drie overwinning op WorldTour-niveau, terwijl hij dit jaar ook voor BEAT Cycling had kunnen rijden. Waarom past hij hier zo goed?
“Ik merkte dat er echt behoefte was aan meer renners die heel professioneel met het wielrennen omgaan. Begrijp me niet verkeerd: bij ons doen ook de meeste renners er alles aan wat ze kunnen. Maar bij déze jongen zie je dat hij heel veel zaken doet waar héél goed over nagedacht is. Taco is ook een heel open en vriendelijke jongen. Zijn aanpak past heel goed bij ons, we kregen iemand aan tafel die bepaalde specialiteiten heeft en die heel professioneel met zijn vak bezig is. In de bus is hij een stimulatiebron, andere renners leren van Taco. Dat is een belangrijk punt waarom we hem graag wilden hebben.

Van der Hoorn wint de derde etappe van de Giro 2021 – foto: Cor Vos

En twee: zijn specifieke kwaliteiten als renner passen goed bij onze ploeg. Als wij in de klassiekers met onze renners naar de Oude Kwaremont rijden en daar gebeurt het, dan is het voor ons lastig om tot een heel mooie uitslag te komen. Wij moeten het hebben van slim koersen en resultaten afdwingen door in vroege ontsnappingen mee te schuiven of in de pre-final break te gaan. Dat we net wat eerder weg zijn en met dertig seconden voorsprong aan de Kwaremont kunnen beginnen. Dat is iets wat Taco heel goed kan en waar hij heel veel gevoel voor heeft. Dat was het niveau en het type renner dat ik zocht en goed paste bij onze rijstijl. Die twee componenten waren voor mij belangrijk.”

Kun je in het kader van dit licht ook de kracht van de ervaren Andrea Pasqualon en de herleefde Rein Taaramäe bij jullie in de ploeg uitleggen?
“Het zijn allebei renners die hun fouten gemaakt hebben, ze hebben veel ervaring. Ze zijn daar ook eerlijk en open over. Het zijn allebei liefhebbers. Bij Rein was dat wel weg, toen hij bij ons kwam. Maar hij heeft dat echt teruggekregen. Pasqua is echt een man met een leeuwenhart, terwijl Rein altijd een groot talent is geweest. Ze hebben daardoor twee verschillende trajecten gemaakt. Rein kwam als een groot talent binnen bij Cofidis en is altijd een goede renner geweest. Hij heeft dat altijd moeten bevestigen. Pasqualon is iemand die echt door de achterdeur van het peloton prof is geworden. Hij heeft echt moeten knokken voor elk contract en werd stapje voor stapje steeds beter. Het zijn mooie voorbeelden van jongens die eigenlijk heel bescheiden zijn, hard werken, liefhebbers zijn en dat ook overbrengen op onze jonge renners. Ze voelen zich ook beide heel goed bij onze ploeg.

Pasqua is echt een teamplayer, die 110% geeft. Of hij nu de sprint moet aantrekken voor Danny of dat hij voor zichzelf moet rijden, hij gaat er vol voor. Dat is ook weleens zijn achilleshiel geweest, hoor. Dan is hij met jongens op hoogtestage en houdt hij zich niet aan het plan, traint-ie toch een uur extra omdat hij zich goed voelt. En een dag later is hij een stuk vermoeider dan hij eigenlijk zou moeten zijn, snap je. Dat is de passie en de liefde voor de sport. Het zijn wel jongens die je in de ploeg hebt die ervaren zijn én ook goede gasten. Dan heb je ook veel sneller een ontspannen, relaxte, maar ook gefocuste sfeer in een team. Daar dragen deze twee jongens wel echt aan bij.”

Andrea Pasqualon tijdens de Benelux Tour – foto: Cor Vos

Zij – maar ook de broers Van Poppel en Simone Petilli– reden dit jaar allemaal meer dan tachtig koersdagen. Renners als Jasper De Plus of Alex Evans komen amper aan twintig. Waarom?
“Het feit blijft wel – en daar moeten we ook niet omheen draaien – dat we in de breedte niet een heel sterke ploeg waren afgelopen jaar. Dat gaat volgend seizoen beter zijn. Dan zal er een minder groot aantal jongens met zo veel koersdagen zijn, meer gelijkwaardiger. Nu waren de verschillen wel groot, omdat er renners bij waren die absoluut niet WorldTour-waardig zijn. Dat klinkt hard, maar zo is het wel. Een aantal kon er niets aan doen, hoor. Een paar jongens hebben de kans om op WorldTour-niveau te presteren, echt gegrepen. Denk aan Rota, Zimmermann, Taco. Zij hebben de kansen met beide handen aangepakt.

Maar er zijn er ook die dat niet gedaan hebben. Die maken dan een veel minder snelle ontwikkeling door. Ik bedoel: je kunt leren van Taco, als je bij hem in de bus zit. Je kunt ook je eigen ding blijven doen. Daar hebben we een aantal van gehad. Maar dan merk je wel dat ze minder snel zaken oppikken, heel duidelijk. We zijn dit jaar bijvoorbeeld ook veel beter op onze voeding gaan letten. Bij een aantal jongens zie je dat ze dat niet oppakken. Je ziet dan gelijk dat zij blijven hangen. Maar neem nu Boy en Danny, die zijn wel een goed voorbeeld. Zij zijn echt bezig gegaan met hun voeding met onze voedingsdeskundige en hebben daarna stappen gemaakt. Je ziet dat zij een goed seizoen hebben gedraaid.”


In deel twee van dit interview lees je meer over de transitie die Intermarché-Wanty-Gobert komend jaar maakt, waar ze in de toekomst naartoe willen en hoe Visbeek op zijn eigen jaar terugkijkt.

Dit artikel delen:

12 Reacties

Secondant 2 december 2021 om 08:16

Mooi stuk, kan niet wachten op deel II.
Visbeek is wat mij betreft een van de beste in zijn vak. Wat hij bij (destijds) Sunweb en haar voorgangers heeft gedaan is uitstekend. Een man met een visie en altijd fijn om naar te luisteren in interviews. Was hem bij SEG een beetje uit het oog verloren en ben blij dat hij terug is op het WT-niveau, waar hij hoort.

lo squalo dello Stretto 2 december 2021 om 08:46

Interessant interview, hulde! Ook wel een sympathieke ploeg. Sowieso is Hilaire van der Schueren een beetje een cultheld; altijd opboksend tegen de grote 2 Belgische teams. Er was veel gegniffel bij de overstap naar WT maar ze laten toch maar mooi 6 teams achter zich op de ranking en hebben zich echt positief laten zien met de heel bescheiden selectie die ze hadden. Voor volgend jaar hebben ze goed ingekocht dus zullen de verwachtingen ook wel iets hoger mogen liggen.

Polleke 2 december 2021 om 11:35

Enige nuance is hier gepast… de kwaliteit van de rennersgroep en de prestaties zijn tegelijk met het budget omhoog gegaan… zoek het niet verder,

Mwielerfan 2 december 2021 om 18:55

Niet mee eens, diverse renners hebben beter dan ooit gepresteerd. Eyking en Vd hoorn. of het beste in jaren, d van poppel, taaramae

Ronellenfitsch 2 december 2021 om 17:27

Goed interview, lekker specifiek.

Mwielerfan 2 december 2021 om 18:56

Mooi stuk, geeft diepgang aan de site

steoo 2 december 2021 om 20:32

Jammer dat ze Eiking hebben laten gaan en ik mis na het vertrek van Danny een “echte”sprinter.

Lay On 2 december 2021 om 22:01

Kristoff mag je toch nog wel een sprinter noemen, al wint ie zelden meer pelotonsprints. En Thijssen mag hopen bij Intermarché meer kansen te krijgen dan bij Lotto.

Deo 3 december 2021 om 07:54

In hoeverre is van Poppel een echte sprinter? Is toch wel duidelijk geworden dat hij het iets meer moet hebben van de wat selectievere koersen.

Blackcanyon 2 december 2021 om 23:45

Hij verdient een Aaike over zijn bol.

Deo 3 december 2021 om 07:52

Goede balans tussen plezier en een hoge meetlat qua professionaliteit. Al is zeggen dat de van Poppels het voedingsschema goed oppakken een aparte want die draaien al lang mee. Dan kun je beter een voorbeeld geven van iemand die dat eerst niet deed.

josemanuelfuente 3 december 2021 om 12:06

Wordt er altijd vrolijk van als ik hun shirtje in de aanval zie

Volg hier

Headlines

Populair

Materiaalzone