Vuelta 2018: Vooruitblik op het parcours van de 73ste Vuelta

Door Koen Middendorp, woensdag 22 augustus 2018 om 06:00

foto: Sirotti

Vamos! Vamos! Venga! Venga! Het is weer tijd voor de Vuelta a España! Vanaf zaterdag 25 augustus zullen de Spaanse aficionado’s hun kelen weer schor schreeuwen om de renners aan te moedigen, als zij Caminito del Rey, Lagos de Covadonga en de Coll de la Gallina op fietsen of Málaga, Marbella en Madrid binnenrijden. De derde grote ronde van het jaar begint – in tegenstelling tot vorig seizoen – gewoon weer op eigen bodem. WielerFlits blikt uitgebreid vooruit op het parcours van de 73e editie van de Spaanse ronde. Wat zijn de kritieke punten en welke etappes dienen met rood worden omcirkeld?


Om niet schril af te steken bij de loodzware Giro d’Italia en de hectische Tour de France, ging de organisatie van de Vuelta sinds de eeuwwisseling op zoek naar een eigen identiteit. Die werd gevonden in het vele klimwerk dat de renners nu al vele jaren voor de wielen geschoven krijgen. Het credo van koersdirecteur Javier Guillén en zijn kompanen? Hoe meer bergen, hoe beter! De Spaanse ronde werd de voorbije edities vooral gekenmerkt door de talrijke muro’s die de coureurs op hun bord kregen. Valdepeñas de Jaen, Mirador de Ezaro, Bola de Mundo en Cuitu Negru: het kon niet steil genoeg voor de organisatie. Vorig jaar eindigden er maar liefst vijf etappes op een dergelijk explosieve slotklim.

We zien dit jaar echter een (voorzichtige) trendbreuk. Bij het overlopen van het parcours, markeren we slechts één etappe – de tweede naar Caminito Del Rey – die finisht op een korte en steile slotklim. De eerste week is voor Vuelta-begrippen relatief eenvoudig, met één proloog, twee potentiële sprintetappes, drie heuvelritten en één aankomst bergop. De 73e editie biedt de sprinters zeven sprintkansen, aanzienlijk meer dan de vier sprintgelegenheden van vorig jaar. Dit betekent dat het aantal kansen voor baroudeurs flink is afgenomen. Ondanks het gebrek aan echte muro’s, komen de klimmers in deze ronde wel aan hun trekken. In totaal wachten er acht aankomsten bergop, met bekende scherprechters als La Camperona, Lagos de Covadonga en de Coll de la Gallina. Maar de Vuelta zou de Vuelta niet zijn, als ze geen nieuw blik aan beklimmingen zou zijn opengetrokken.

De echte muren – zoals die van Valdepeñas de Jaen – worden dit jaar gemeden – foto: Sirotti

De geboorteplek van een kunstzinnig genie 
“Kijk daar, naar het zuiden, daar ligt Málaga”. Het zijn de woorden van de beroemdste inwoner die de havenstad ooit heeft gekend: Pablo Picasso. De Spaanse kunstschilder, die met zijn rebelse penseel het aanzicht van de schilderkunst voorgoed heeft veranderd. De artistieke duizendpoot die – naast schilderen – ook deed aan beeldhouwen, tekenen, het ontwerpen van sieraden en keramiek. De man die door nieuwe technieken en een meer geometrische stijl de wereld liet kennismaken met het kubisme. De controversiële provocateur, die tijdens zijn leven meer vrouwen versleet dan verftubes.

Pablo Picasso verhuisde op tienjarige leeftijd weliswaar naar het westen van Spanje, hij had Málaga in zijn hart gesloten. Wie anno 2018 door de zuidelijke kuststad loopt, merkt dat de liefde van twee kanten komt. Zo heeft Málaga zijn eigen Museo Picasso de Málaga, en kun je in de zomermaanden rustig flaneren op de Paseo Maritimo Pablo Ruiz Picasso. Die laatste straat is op zaterdag 25 augustus deels het decor van de proloog van de 73e editie van de Vuelta a España. De renners zullen er geen tijd voor hebben, maar sta – als de zoveelste coureur hier passeert – even stil bij een van de grootste schilders aller tijden.

Wat er te vertellen is over de acht kilometer lange proloog? Het startpodium staat pal voor het museum Centre Pompidou Málaga, waarna de renner – eenmaal hij er vanaf is gerold – langs de haven de pier oprijdt. Na een korte passage langs het strand rijden de renners de eerder genoemde Paseo Maritimo Pablo Ruiz Picasso over, naar de wijk El Limonar. Van daaruit klimt het naar de top van Gibralfaro (1 km aan 5,5%), waar Philippe Gilbert in de Vuelta van 2010 Joaquím Rodriguez na een felle strijd wist af te troeven. Eenmaal boven gaat het weer naar beneden, via het Paseo del Parque en de winkelstraat Calle Larios, naar de finish op de Plaza de la Constitución. Wie vliegt daar naar de eerste Maillot Rojo?

Zaterdag 25-08 – Etappe 1: Málaga-Málaga, proloog (8 km)

De organisatie mag voor deze editie van La Vuelta dan gekozen hebben voor minder muro’s, op dag twee krijgen we gewoon een ‘typische’ Spaanse aankomst voorgeschoteld! De start vindt plaats in Marbella, een mondaine badplaats aan de voet van de Sierra Blanca. Het bij Nederlanders in trek zijnde Marbella is de geboorteplaats van ex-renner Txema del Olmo. Na de start moet er voor het eerst echt worden geklommen in deze Vuelta, naar de top van de Puerto de Ojén (7,5 km aan 4,5%). Van daaruit gaat het over golvende wegen naar de finish, die al na 72 kilometer wordt bereikt. Het peloton is dan nog niet klaar, want het tweede gedeelte van de etappe speelt zich af rondom een dertig kilometer lang circuit.

Via het ongecategoriseerde klimmetje naar Álora en de tussensprint in El Chorro gaat het voor een eerste keer over de Alto de Guadalhorce (5,1 km aan 3,3%) en later de Alto de Ardales (3,1 km aan 4,9%). Na een lange afdaling komen de renners met nog dertig kilometer te gaan opnieuw op het circuit, gekenmerkt door de helling naar Álora en de Alto de Guadalhorce, waar ditmaal de finishstreep is getrokken. Laat u niet foppen: de aankomst is niet te vergelijken met die van 2015. Toen zocht en vond de organisatie een in de buurt liggend – significant steiler – klimmetje als toetje. De Guadalhorce wordt nergens echt lastig, maar kent wel een slotkilometer aan 5,2%. Peter Sagan, iemand?

Esteban Chaves verwees in 2015 Tom Dumoulin naar de tweede plaats op Caminito del Rey – foto: Sirotti

Javier Guillén heeft bij het uitteken van het Vuelta-parcours vier dagen uitgetrokken voor spektakel op het grondgebied van de provincie Málaga. Na twee etappes lijken de sprinters een eerste maal uit hun hok te mogen komen. Al is dit in Spanje nooit zeker, want het woordje vlak heeft hier een heel andere betekenis dan in onze contreien. Zeker in de eerste koersuren moeten de renners nog vaak uit het zadel, met de Puerto del Madroño (20 km aan 5%) en de Puerto del Viento (letterlijk: de Windberg). De laatste zeventig kilometer kennen daarentegen geen noemenswaardige hindernissen, waardoor de sprintersploegen de tijd hebben om zich te formeren. Al is de finale richting Alhaurin De La Torre niet van de poes. Na een passage door de toeristische badplaats Torremolinos begint het wegdek vervelend omhoog te lopen. Met nog vier kilometer te gaan ligt er zelfs een strook van 500 meter aan 5%. Krijgen we een eerste massasprint in deze ronde?

De vierdaagse trip door de provincie Málaga wordt afgesloten met de eerste bergrit van deze Vuelta. Vanuit startplaats Vélez-Málaga zullen de renners tijdens de eerste veertig kilometer denken: is dit nu de eerste etapa de montaña in deze ronde? Ze zullen hun woorden inslikken als ze de voet bereiken van de achttien kilometer lange Alto de la Cabra Montés. Na een plateau én afdaling wordt de spanning opgebouwd naar de finale. Net voor de slotklim passeren de renners de tussensprint in Granada, dat vanwege het Moorse middeleeuwse paleis en fort Alhambra miljoenen toeristen trekt. De studentenstad is al vele malen het decor geweest van een Vuelta-finish. De laatste keer was echter alweer in 2007, toen Samuel Sánchez wist te winnen.

Samuel Sanchez zegevierde in 2007 in Granada, waar de Vuelta dit jaar passeert – foto: Sirotti

Sánchez zal voorlopig de laatste winnaar blijven in Granada, want de etappe eindigt twintig kilometer verderop. De organisatie is er opnieuw in geslaagd om een nieuwe klim te ontdekken: de Sierra de la Alfaguara. Vanuit stilistisch oogpunt scoort de Alfaguara tien op tien. Maar zal het sportief ook een succes worden? De gemiddelde stijgingsgraad van 5,4% – over een afstand van twaalf kilometer – belooft weinig goeds. Luis Angel Maté – die de beklimming als zijn broekzak kent – laat tegenover AS zijn licht schijnen op de debuterende col. “Het is niet de zwaarste beklimming, maar je kunt er wel op kapot gaan. Daarnaast is het traditioneel erg heet in deze periode, wat ook zijn invloed zal hebben”, aldus de Cofidis-renner. Collega-prof Dario Cataldo vult aan. “Het zwaarste stuk volgt in het begin, met stroken tot 11%.” Hier zal het verschil moeten worden gemaakt, want in de laatste open kilometers heeft de wind vrij spel, wat de aanvalslust weinig goed zal doen.

Zondag 26-08 – Etappe 2: Marbella-Caminito del Rey (163,5 km)

Maandag 27-08 – Etappe 3: Mijas-Alhaurín de la Torre (178,2 km)

Dinsdag 28-08 – Etappe 4: Vélez-Málaga-Alfacar Sierra de la Alfaguara (161,4 km)

Zweten in het zuiden 
De ploegen wacht dinsdagavond geen lange verplaatsing, want de start van de vijfde etappe is in Granada. Van hieruit gaat het over een kleine 190 kilometer naar Roquetas de Mar, dat gelegen is in het oosten van de provincie Andalusië. Het is een typische Vuelta-etappe, met een reliëf dat in horten en stoten verloopt. Na 48 kilometer wacht de Alto de Órgiva, om honderd kilometer later te beginnen aan de Alto El Marchal. Daartussen is het ook niet van de poes. De Alto El Marchal – met zijn top op 26,7 kilometer van de streep – is vijftien kilometer lang aan een gemiddelde van net geen 4%. Kunnen de sprinters hier overleven? Na de top verloopt de etappe alleen nog maar in dalende én vlakke lijn. Wie treedt er in de voetsporen van Magnus Cort en Caleb Ewan? Nee, deze renners wonnen niet een Vuelta-etappe in Roquetas de Mar, maar de Spaanse eendagswedstrijd Clásica Almería, die de laatste jaren steevast eindigt in deze badplaats.

Vuelta-ritten die zich afspelen aan de zuid- en oostkust van Spanje, staan vaak garant voor spektakel. Is het niet omdat de renners de Sierra Nevada worden ingestuurd, dan wel omdat de steile pentes van de Valdepeñas de Jaen worden opgezocht. De regio Murcia is eveneens vaak het decor van strijd. Maar zal dit ook het geval zijn voor etappe zes naar San Javier? De organisatie geeft namelijk de voorkeur aan een sprintersrit, gezien de weinige hoogtemeters. Akkoord: de Alto de Garrobillo (3,8 km aan 5,8%) en de Alto Cuesta de Cedacero (5,2 km aan 5,2%) liggen in het parcours, maar die laatste bevindt zich op ruim vijftig kilometer van de streep. De etappe mag dan sportief geen hoogvlieger zijn, vanuit cultureel-historisch oogpunt is er voldoende te zien. De renners passeren namelijk de belangrijke havenstad Cartagena, dat al sinds de Romeinen een kruispunt is voor handelslieden en hun bijbehorende producten.

De Vuelta van 2015 op de Alto Cuesta de Cedacero – foto: Sirotti

Gedurende de zevende etappe worden opnieuw de grote cols en bekende kuitenbijters vermeden, maar de 185,7 kilometer lange onderneming naar Pozo Alcón voert over bijzonder lastig terrein. De renners trekken vanuit het in Murcia gelegen Puerto Lumbreras weer terug naar Andalusië, dwars door de binnenlanden. Ze mogen zich hiermee opmaken voor snikhete temperaturen. Er zitten dan slechts twee beklimmingen in het parcours, het gaat de hele dag op en af. Met nog vijftig kilometer te gaan rijden de renners in Pozo Alcón het lokale circuit op. De beslissing moet vallen in de laatste twintig kilometer, met als kritieke punten de Alto de Ceal (4,5 km aan 5,4%) en een onbenoemde helling (1,7 km aan 7.8%). Hierna volgen nog 5,5 – licht oplopende – kilometers naar de finish, die omgeven is door het groen van het Parque Natural Sierras de Cazorla, het grootste beschermde natuurgebied van Spanje.

De laatste etappe door het zuiden van Spanje begint in hartje Andalusië, in Linares, waar de inwoners nog altijd mijmeren over het sluiten van de Spaanse autofabrikant Santana Motor S.A. Vanuit Linares rijdt het peloton – weliswaar via een omweg – naar het noorden, naar de mijnstad Almadén. Na goed zeventig kilometer duiken de coureurs het Parque Natural Sierra de Cardeña y Montoro in, over de Alto de Españares (10,3 km aan 3,6%). Eenmaal boven gaat het linea recta naar de finish. De etappe is bestemd voor de sprinters, tot de laatste zes kilometer, die vervelend omhoog lopen. De laatste tweeduizend meter stijgen zelfs aan 4%, met een piek van 7%. Welk scenario is het meest waarschijnlijke?

Woensdag 29-08 – Etappe 5: Granada-Roquetas de Mar (188,7 km)

Donderdag 30-08 – Etappe 6: Huércal-Overa-San Javier Mar Menor (155,7 km)

Vrijdag 31-08 – Etappe 7: Puerto Lumbreras-Pozo Alcón (185,7 km)

Zaterdag 1-09 – Etappe 8: Linares-Almadén (195,1 km)

Van de windberg naar Asturiaans explosiegevaar 
De Alto de la Covatilla: Vuelta-kenners weten meteen waarover het gaat. Op een hoogte van 1965 meter kun je hier (’s winters) niet alleen skiën, maar ook een wielerwedstrijd laten eindigen. De Spaanse ronde weet er alles van, want in 2002, 2004, 2006 en 2011 kwam de Vuelta-organisatie met dit idee. Ze kreeg met Santi Blanco, Felix Cardenas, Danilo Di Luca en Daniel Martin mooie namen op de erelijst. Vooral de overwinning van Blanco was doordrenkt met emotie. De toentertijd 28-jarige Spanjaard – geboren in het nabijgelegen Puerto de Béjar – reed een thuisrace. Hij wist als vroege vluchter uit de klauwen te blijven van de favorieten, maar veel had het niet gescheeld. “Ik zat de laatste kilometers steendood, maar ik mocht en kon niet falen voor mijn eigen volk”, zo keek Blanco vijftien jaar na dato terug op zijn historische overwinning.

Ik mocht en kon niet falen voor mijn eigen volk – Santi Blanco over zijn overwinning op La Covatilla 

Na zeven jaar afwezigheid maakt La Covatilla weer zijn opwachting in de Vuelta. Dit keer zonder Santi Blanco, maar met heel wat andere klimgeiten die hier naar de zege willen klauteren. Zo pal voor de rustdag is het ook hét ideale moment om het klassement door elkaar te schudden. Dit zal waarschijnlijk pas gebeuren op La Covatilla zelf, want de Puerto del Pico (15,3 km aan 5,6%), Alto de Gredos en de Puerto de Peña Negra (13 km aan 4,5%) liggen te ver van de aankomst. Na een lange aanloop door de provincie Salamanca, begint op 24 kilometer van de meet de eigenlijke slotklim. Na een negen kilometer lange – op en afgaande – passage, gaat het via een twee kilometer lange afdaling naar het officiële gedeelte van La Covatilla: ruim twaalf kilometer klimmen aan 6,4%. Hierbij moet worden aangetekend dat de eerste vier kilometer weinig voorstellen. Van kilometerpaal acht tot de rode vod stijgt het aan maar liefst 8,5%. De laatste kilometer zakt dan weer naar ‘slechts’ 4%.

Daniel Martin is de laatste winnaar op La Covatilla – foto: Sirotti

Belangrijker dan de stijgingspercentages, is misschien wel het open karakter van de klim. De wind heeft vrij spel, helemaal in de slotkilometers. Met een beetje geluk (of pech, het is maar hoe je het bekijkt) zien we waaierrijden bergop, zoals tijdens de laatste passage in 2011. Het waren toen Bradley Wiggins en een ontluikende Chris Froome die dankbaar gebruik maakten van el viento. Pocketklimmer en toenmalige leider Joaquím Rodriguez waaide die dag haast van de berg af. Krijgen we opnieuw een dergelijk schouwspel?

Zondag 2-09 – Etappe 9: Talavera de la Reina-La Covatilla (200,8 km)

Na een welgekomen rustdag kruipen de renners dinsdag weer op hun fiets. De organisatie houdt rekening met stramme spieren, want de tiende etappe van Salamanca naar het kleine plaatsje Bermillo de Sayago is grotendeels vlak. We zetten verder koers richting het noorden – langs de Portugese grens – maar bevinden ons nog altijd op het grondgebied van Castilla y León, de grootste autonome regio van Spanje. De start is pal voor de universiteit van Salamanca, dat hiermee zijn status als studentenstad in de verf wil zetten. Pas na 140 kilometer doemt het eerste bergje op met de Alto de Fermoselle (4,9 km aan 5,3%), gevolgd door een tien kilometer lange uitloper. De laatste twintig kilometer zijn vlak, waardoor een sprint tot de mogelijkheden behoort.

De karavaan verlaat vervolgens Castilla y León om verder te koersen in de aangrenzende provincie Ourense. Hier staat een potentiële sleuteletappe op het programma. Potentieel, want de renners maken nog altijd de koers. Onderweg van Mombuey naar Ribeira Sacra Luintra worden de hoge cols gemeden, maar het aantal beklimmingen is niet op één hand te tellen. De Puerto de Padornelo (6,5 km aan 3,7%), de Alto de Covelo (9,3 km aan 3,6%), Alto de Trives (11 km aan 4%) en de Alto del Mirador de Cabezoas (15,5 km aan 3,2%): ze zullen de coureurs onderweg flink uitwringen. Tel daarbij de vele niet gecategoriseerde hellingen, en je spreekt over een loodzware etappe. Na de Alto de Mirador gaat het via een afdaling naar de Pombar, een twee kilometer lange klim aan 7,5%. Twee jaar geleden zette Simon Yates hier – na een identieke finale – zijn succesvolle aanval in naar de dagwinst in Luintra.

De gebroeders Yates maken beiden weer hun opwachting in de Spaanse ronde. Krijgen we dezelfde winnaar in Luintra? Dan moet Simon na de Pombar nog wél 3,6 kilometer overleven, waaronder de oplopende finishstraat.

Simon Yates won in 2016 de etappe naar Luintra – foto: Sirotti

De Vuelta komt nu steeds dichter bij Asturië, wat betekent klimmen, klimmen en nog eens klimmen! Voordat het zover is, staat er nog een (relatief) vlakke etappe op het programma door de regio Galicië in het uiterste noordwesten van Spanje. Alhoewel, vlak? De 181,1 kilometer lange rit van Mondoñedo naar Faro de Estaca de Bares kan weleens ontaarden in een waar slagveld. De laatste dertig kilometer zijn namelijk zeer pittig, al vertelt de dwarsdoorsnede een andere waarheid. Een opsomming van de te nemen hellingen in het laatste koersuur: 2,9 km aan 6%, 1 km aan 4,5%, 2,8 km aan 5%, 2,4 km aan 4,6%, 1,7 km aan 3,5% en 1,2 km aan 2,6%. Het zijn misschien niet de zwaarste beklimmingen, maar ze gaan aan het einde wél tellen.

Daar komt het smalle wegdek nog bij in de laatste kilometers. Ideaal voor vluchters, maar een nachtmerrie voor de sprintersploegen. Als er überhaupt nog sprinters over zijn. Op drie kilometer van de finish volgt er een korte afdaling, om via een 400 meter lange strook bergop – aan 3% – de laatste licht dalende kilometer aan te vatten. Het wordt een beetje eentonig, maar een goede Sagan zou hier van smullen!

Dinsdag 4-09 – Etappe 10: Salamanca-Fermoselle Bermillo de Sayago (177 km)

Woensdag 5-09 – Etappe 11: Mombuey-Ribeira Sacra Luintra (207,8 km)

Donderdag 6-09 – Etappe 12: Mondoñedo-Faro de Estaca de Bares Mañón (181,1 km)

Het begin van een duivels drieluik 
Vrijdag 7 september is het dan eindelijk zover: de Vuelta is aangekomen in Asturië! Hoe wonderschoon regio’s als Andalusië, Murcia en Castilla y León ook zijn, fietsen in Asturië is van een andere orde. De noordwestelijke regio is van nature een buitenbeentje. Dit was al het geval in de middeleeuwen, toen het als enige regio uit de greep wist te blijven van de Moren en zo zijn christelijke karakter kon behouden.

De wegen zijn er smal, het wegdek soms abominabel. Het kan er meteorologisch spoken. Wind, regen, donder, mist. De beklimmingen zijn er aartsmoeilijk, met haast onmenselijke stijgingspercentages. Al deze factoren komen bijeen bij hét bedevaartsoord voor wielrenners: Alto de l’Angliru. Dit keer laat de Vuelta La Gamonal links liggen, maar zwaar zal het de komende dagen worden! Er volgt aan het einde dan weliswaar geen Angliru, de driedaagse passage eindigt op die andere mythische beklimming.

De laatste steile stroken van La Camperona – foto: Sirotti

De eerste bergrit leidt het peloton naar La Camperona. De etappe begint in Asturië, maar eindigt toch weer in Castilla y León. Om precies te zijn in de buurt van het plaatsje Sabero, in het Cantabrische gebergte. La Camperona heeft nog maar tweemaal als aankomstplaats gediend in de Vuelta, maar is al niet meer weg te denken uit het repertoire. Voordat we de voet bereiken, staan er 165 kilometer op het menu door de binnenlanden van Asturië. Na goed twee uur beginnen de koplopers aan de Puerto de Tarna (16,8 km aan 4,9%), waarna een lange tussenstrook volgt naar de voet van La Camperona (8,8 km aan 6,5%). De eerste drie kilometer zijn goed te doen. Wat heet: het gemiddelde komt hier nauwelijks boven de 3% uit. Hierna volgen al twee kilometer aan ruim 6%. Zie het als een opwarmertje voor de laatste drie kilometer, die werkelijk hallucinant zijn.

De brede autostrade waarop de renners het eerste gedeelte van de beklimming hebben afgewerkt, wordt ingeruild voor een smal – haast geitachtig – pad naar de top van La Camperona. Het gemiddelde schiet hier meteen de hoogte in. De eerste twee kilometer stijgen aan liefst 15(%(!), met uitschieters van 22%. In de laatste achthonderd meter vlakt het wegdek iets af, al is dit met een gemiddelde van 11% maar relatief. Na goed elf minuten zigzaggen wordt de top gerond. Wie fietst zich in de voetsporen van Ryder Hesjedal en Sergey Lagutin, die beiden de sterkste waren na een vroege vlucht? Achter de Canadees en de Oezbeek werden er die dag schitterende duels uitgevochten tussen de klassementsrenners. Twee jaar geleden verkocht Nairo Quintana zijn rivalen hier een uppercut, terwijl Chris Froome in 2014 – na een schimmig maar fascinerend schouwspel – als eerste wist boven te komen.

Nairo Quintana vloog twee jaar geleden La Camperona op – foto: Sirotti

Deel twee van het duivelse drieluik neemt de omgekeerde richting: van Castilla y León weer terug naar Asturië. Onderweg wachten de nodige beklimmingen. Te beginnen met de Puerto de San Isidro (14,7 km aan 5,8%) na goed vijftig kilometer koers. Het meeste klimwerk is echter in het tweede deel van de etappe gestopt, met de Alto de la Colladona (5,3 km aan 7,1%), Alto de la Mozqueta (9,4 km aan 6,2%) en de Alto de la Falla de Los Lobos (5,2 km aan 6,7%). Het had zomaar de titel kunnen zijn van een roman van Cervantes. De werkelijkheid zal echter een stuk minder poëtisch aanvoelen. De top van de laatste klim ligt op 21 kilometer van de finish, maar daarmee is de koek nog niet op.

De organisatie is er namelijk opnieuw in geslaagd om een ondoenlijk geitenpad te vinden, waar normaal gesproken geen mens komt. Les Praeres de Nava is de naam. Deze aankomst doet de slotklim van gisteren, La Camperona, verbleken. De cijfers? Ruim vier kilometer klimmen aan een gemiddelde van – ja, je leest het goed – 13,6%! De eerste twee kilometer gaan zelfs aan een gemiddelde van 16% omhoog! Het smalle wegdek verkeert bij momenten in zeer slechte staat, wat de lastigheidsgraad vergroot. Er zal ongetwijfeld een hevig gevecht losbarsten op deze ‘mini-Angliru’, die zijn debuut maakt in de koers. Wie hier zegeviert, is dé topfavoriet om de Vuelta te winnen.

De laatste etappe in Asturië krijgt zijn verdiende einde: een aankomst op de iconische Lagos de Covadonga. De Vuelta zal er zondag 9 september voor de 21ste keer aankomen. In 1983 had Marino Lejaretta de eer om er als eerste winnaar zijn handen in de lucht te steken. Sindsdien is de weg naar de Meren van Covadonga getemd door onder meer Pedro Delgado, Luis Herrera, Laurent Jalabert en Pavel Tonkov. Hier wint met andere woorden geen koekenbakker. Voordat het zover is, hebben de renners al ruim 150 kilometer en tweemaal de pittige Mirador del Fito (gemiddeld 9%) – met de top op respectievelijk 78 en 40 kilometer van de finish – afgewerkt.

De Lagos de Covadonga is een 12,2 kilometer lange beklimming aan 7,2%. Dit gemiddelde wordt naar beneden gehaald door het onregelmatige karakter van de col. Zo lopen de eerste zeven kilometer aan ruim 8% omhoog, met pieken tot 15%. In de slotkilometers worden steile secties afgewisseld met stroken bergaf. Wel is er het fantastische uitzicht over de Meren van Covadonga. Na een snelle afdaling lopen de laatste honderden meters weer bergop. De laatste keer dat de Vuelta finishte op de Covadonga, was twee jaar geleden. Robert Gesink leek die dag op weg naar winst, maar de Nederlander werd in de laatste kilometers ingerekend door een ontketende Quintana. De Colombiaan pakte naast de dagwinst ook de rode leiderstrui, die hij in het vervolg van de Vuelta niet meer afstond. Voorspelt de Covadonga opnieuw de eindwinnaar?

Robert Gesink leidt in 2016 de dans op de Lagos de Covadonga – foto: Sirotti

Vrijdag 7-09 – Etappe 13: Candás Carreño-La Camperona (174,8 km)

Zaterdag 8-09 – Etappe 14: Cistierna-Les Praeres Nava (171 km)

Zondag 9-09 – Etappe 15: Ribera de Arriba-Lagos de Covadonga (178,2 km)

Tijdrijden in Torrelavega, klimmen in het Baskenland
Na een welverdiende rustdag in Santander – de hoofdstad van de regio Cantabrië – moet er op de derde dinsdag gewoon weer gewerkt worden. Het is te hopen dat de welbekende mal dia na de rustdag uitblijft, want anders ben je het haasje. Vandaag is er namelijk de individuele tijdrit, voerend van Santillana Del Mar naar Torrelavega. De tijdrit voert grotendeels over vlakke wegen, en is daarmee op maat van de pure hardrijders. Maar pas op: het ritme kan worden gebroken op de resem heuveltjes waar de renners over moeten.

De aankomst is op het Oscar Freíre Sportcomplex. De Spanjaard – die tijdens zijn carrière driemaal wereldkampioen werd – zag op 15 februari 1976 het levenslicht in de Cantabrische stad. Oscarito is echter niet de enige wielertopper afkomstig uit de havenplaats. Vijf jaar later werd Juan José Cobo – in 2011 nog winnaar van de Vuelta – er geboren.

De immer passievolle Basken moedigen hun thuisrijder Igor Anton aan – foto: Sirotti

Baskenland! Bereid je voor op een zee van Baskische wielerfans die – getooid in het kenmerkende oranje – Aupa! Aupa! Aupa! schreeuwen. Het is een kakofonie van geluid dat je – buiten het wielergekke Vlaanderen – nergens anders hoort. “De beste fans ter wereld zijn te vinden in het Baskenland”, zo liet Alberto Contador zich eens ontvallen. De laatste woensdag van de Vuelta zullen de Euskotarrak de renners weer vooruit schreeuwen. Dat is ook wel nodig, want het terrein is pittig. Vanuit startplaats Getxo – jaarlijks de gastheer van de Circuit de Getxo en geboorteplaats van Jonathan Castroviejo – gaat het naar de hoofdstad Bilbao, die op de bucket list moet staan van de zichzelf respecterende reiziger.

Via de Alto de la Arboleda (6,9 km aan 5,2%) en de Alto de San Juan de Gaztelugatxe (4,2 km aan 6,3%) gaat het naar Balcón de Bizkaia waar (op een steenworp afstand van de Monte Oiz) de aankomstlijn is getrokken. Na een tiental kilometer aan 4%, dalen de renners onder meer langs de slotklim. Eerst maken ze nog een omweg in noordoostelijke richting. Een omzwerving die leidt naar de voet van de Alto de Santa Eufemia (3,8 km aan 6,1%) en even verderop de Gontzegaraine (5,3 km aan 4%), waar de koers ongetwijfeld zal losbarsten. Dat zal het zeker doen op de slotklim naar Monte Oiz. Het is een pittige opdracht: een achttal kilometer klimmen aan 9%. Vooral de laatste vier kilometer zijn loodzwaar, met een gemiddelde van ruim 11%. Daar komt nog bij dat het wegdek bestaat uit afwisselend beton en asfalt.

Danny van Poppel schreeuwt het uit in Lleida – Foto: Sirotti

Voordat de Vuelta zijn climax bereikt in de Pyreneeën, krijgen de sprinters in de achttiende etappe naar Lleida weer eens een kans. Het is niet des Vuelta’s, maar over de etappe is bijzonder weinig te vertellen. Onderweg zijn er geen beklimmingen of andere kritieke punten, waardoor een eindsprint nagenoeg onvermijdelijk is. Danny van Poppel zal ongetwijfeld glunderen bij het horen van de naam Lleida, dat tijdens de Spaanse Burgeroorlog zwaar is gebombardeerd, want de Nederlander won er in 2015. De snelle mannen zullen er een bommetje droppen, maar dan in de hoop om de etappe te winnen. Kan de renner van LottoNL-Jumbo opnieuw toeslaan?

Dinsdag 11-09 – Etappe 16: Santillana del Mar-Torrelavega, individuele tijdrit (32 km)

Woensdag 12-09 – Etappe 17: Getxo-Balcón de Bizkaia (157 km)

Donderdag 13-09 – Etappe 18: Ejea de los Caballeros-Lleida (186,1 km)

Haantjesgedrag op de kippenberg 
Nog maar 352,6 kilometer te gaan, verdeeld over drie etappes. Op papier lijkt het einde in zicht, maar in de praktijk zal het aanvoelen als een eeuwigheid. De 73e editie van de Vuelta a España zal worden beslist in de Pyreneeën, met bergetappes naar respectievelijk Andorra en de Coll de la Gallina. Het is de laatste kans om de leider en zijn ploeg te bestoken, en in het ideale geval, te breken. De voorlaatste etappe leent zich uitstekend voor een ongehoorde coupe, maar eerst staat er nog een rit op het programma naar de top van de Coll de la Rabassa.

Vanuit de finishplaats van gisteren, Lleida, gaat het over relatief vlakke wegen naar de slotklim. Het wegdek begint bij het uitrijden van El Pla de Sant Tirs op weg naar Andorra al gevoelig omhoog te lopen. Het dwergstaatje wordt bereikt net voor de voet van de Rabassa. De naar een hoogte van 2025 meter voerende Pyreneeëncol is 17,5 kilometer lang en stijgt aan een gemiddelde van 6,3%. Vooral de eerste vijf kilometer zijn pittig met percentages tot 10%. Hierna vlakt de weg af, eigenlijk tot de laatste kilometer, die weer omhoog gaat aan 7%. De grote vraag is: krijgen we spektakel? Of houden de favorieten hun kruit droog voor die allesbeslissende etappe van zaterdag?

Alejandro Valverde, Joaquím Rodriguez en Alberto Contador sprinten naar de top van La Gallina – foto: Sirotti

Want allesbeslissend zal de twintigste rit van Andorra naar de top van de Coll de Gallina (vrij vertaald: de Kippenberg) zijn. Meer dan drieduizend hoogtemeters, en dat over een afstand van slechts 97,3 kilometer! Het doet denken aan de Andorra-etappe van drie jaar geleden. De hoogtemeters zijn verdeeld over de Col de la Comella (4,7 km aan 6,8%, vanuit het zuiden), Coll de Beixalis (9,7 km aan 6,7%, vanuit het zuiden), Coll de Ordino (11,2 km aan 6,5%) en nogmaals de Coll de Beixales (6,5 km aan 8,3%, vanuit het oosten) en de Col la de Comella (4 km aan 4,9%, vanuit het noorden). Na de Comella volgen er nog acht kilometer naar de voet van de Coll de la Gallina.

De laatste klimopdracht in deze Vuelta is bijzonder pittig, want het gemiddelde komt – over een afstand van 7,7 kilometer – uit op 7,8%. Vooral de laatste kilometers zijn bijzonder steil met percentages in de dubbele cijfers. De niet-klimmers zullen zigzaggen in de vele steile bochten die La Gallina rijk is. De klimgeiten zullen hier dan weer versnellen, zoals te zien was in 2012 en 2013. Vooral de allereerste passage over de Col de la Gallina staat nog altijd in het geheugen gegrift van de wielerfan. We kregen er namelijk een fantastisch duel voorgeschoteld tussen Alejandro Valverde, Joaquím Rodriguez, Alberto Contador en Chris Froome, die ook in deze volgorde over de finish kwamen. De schrijver van deze vooruitblik zou tekenen voor een gelijkaardig scenario!

Vrijdag 14-09 – Etappe 19: Lleida-Andorra Naturlandia (154,4 km)

Zaterdag 15-09 – Etappe 20: Andorra Escaldes-Engordany-Coll de la Gallina (97,3 km)

Na 3254,7 kilometer, 51 beklimmingen, acht aankomsten bergop, één tijdrit, één proloog en de nodige sprint- en overgangsetappes wordt op zondag 16 september het boek van 73e Vuelta a España gesloten. Voordat de eindwinnaar in Madrid wordt gehuldigd met de bijbehorende champagne en kussen op de wang, dient hij eerst nog koers te zetten richting de Spaanse hoofdstad, waar elf rondjes van 5,9 kilometer op het programma staan. Wie sprint er ’s avonds in de voetsporen van Matteo Trentin, John Degenkolb en Michael Matthews, renners die allemaal zegevierden in het centrum van Madrid?

Na de daaropvolgende plichtplegingen, met als hoogtepunt het kronen van de eindwinnaar, zit de Vuelta a España 2018 er alweer op. En daarmee het groterondewerk van dit seizoen. Hasta el próximo año!

Matteo Trentin won vorig jaar in Madrid – foto: Sirotti

Zondag 16-09 – Etappe 21: Alorcón-Madrid (100,9 km)

Volledig etappeschema Vuelta a España 2018
Zaterdag 25-08 – Etappe 1: Málaga-Málaga, proloog (8 km)
Zondag 26-08 – Etappe 2: Marbella-Caminito del Rey (163,5 km)*
Maandag 27-08 – Etappe 3: Mijas-Alhaurín de la Torre (178,2 km)
Dinsdag 28-08 – Etappe 4: Vélez-Málaga-Alfacar Sierra de la Alfaguara (161,4 km)**
Woensdag 29-08 – Etappe 5: Granada-Roquetas de Mar (188,7 km)
Donderdag 30-08 – Etappe 6: Huércal-Overa-San Javier Mar Menor (155,7 km)
Vrijdag 31-08 – Etappe 7: Puerto Lumbreras-Pozo Alcón (185,7 km)
Zaterdag 1-09 – Etappe 8: Linares-Almadén (195,1 km)
Zondag 2-09 – Etappe 9: Talavera de la Reina-La Covatilla (200,8 km)**

Maandag 3-09 – Rustdag

Dinsdag 4-09 – Etappe 10: Salamanca-Fermoselle Bermillo de Sayago (177 km)
Woensdag 5-09 – Etappe 11: Mombuey-Ribeira Sacra Luintra (207,8 km)
Donderdag 6-09 – Etappe 12: Mondoñedo-Faro de Estaca de Bares Mañón (181,1 km)
Vrijdag 7-09 – Etappe 13: Candás Carreño-La Camperona (174,8 km)**
Zaterdag 8-09 – Etappe 14: Cistierna-Les Praeres Nava (171 km)**
Zondag 9-09 – Etappe 15: Ribera de Arriba-Lagos de Covadonga (178,2 km)**

Maandag 10-09 – Rustdag

Dinsdag 11-09 – Etappe 16: Santillana del Mar-Torrelavega, individuele tijdrit (32 km)
Woensdag 12-09 – Etappe 17: Getxo-Balcón de Bizkaia (157 km)**
Donderdag 13-09 – Etappe 18: Ejea de los Caballeros-Lleida (186,1 km)
Vrijdag 14-09 – Etappe 19: Lleida-Andorra Naturlandia (154,4 km)**
Zaterdag 15-09 – Etappe 20: Andorra Escaldes-Engordany-Coll de la Gallina (97,3 km)**
Zondag 16-09 – Etappe 21: Alorcón-Madrid (100,9 km)

* = aankomst heuvelop
** = aankomst bergop

Officiële website
Deelnemerslijst (WielerFlits)

Dit artikel delen:

28 Reacties

kielabokki 20 augustus 2018 om 10:42

Heb je je erg moeten inhouden om Purito er niet vaker in te verwerken?

ditisdavid 20 augustus 2018 om 11:15

Al eerder gepost in het Scorito-topic, maar hier even nuttig: document met de hoogteprofielen van (vrijwel) alle beklimmingen van deze Vuelta.

Ab Normaal 20 augustus 2018 om 11:51

Mooie voorbeschouwing, uitstekende analyse.

Arry1337 20 augustus 2018 om 12:05

Ik waardeer de moeite die de schrijver van dit artikel hierin gestoken heeft, over het algemeen is het goed om ijverig te zijn. In dit geval vind ik alleen dat er te veel randzaken en feitjes besproken worden waardoor het te veel tekst is om nog te weten wat je eigenlijk nog leest. Het is zowat een boekwerk waarbij 80% niet over het parcours gaat.

52voor11achter 20 augustus 2018 om 12:08

Het Routeboek!

jooprioolpijp 20 augustus 2018 om 21:23

koers gaat over zoveel meer dan het parcours…

Jacco van Stierop 20 augustus 2018 om 12:32

Edit: A Coruña ligt inderdaad aan de westkust.

SteelHorseCowboy 20 augustus 2018 om 13:29

Blij als de Vuelta gekte een beetje minder wordt. Het is altijd prachtig om naar te kijken, maar de inflatie in steile aankomsten bergop moet eens ophouden. Trouwens, sowieso is de mode van aankomsten bergop uit de hand gelopen. Een paar keer per ronde is zat. Wat is er mis met een mooie aankomst in het dal? Dan moet je natuurlijk wel een ‘normale’ weg hebben om af te dalen. Maar zelfs dat is mogelijk. Geitenpaadje ophoog, aan de andere kant over een normale weg oplaag. Ook dat is meer dan genoeg te vinden, als je maar zoekt..

vlek 20 augustus 2018 om 15:41

Eens! Qua parcours vind ik de Vuelta zeker de laatste jaren de minst aantrekkelijke van het stel; teveel hetzelfde met een duidelijke hang naar ritten die vooral draaien om de slotklim en een gebrek aan creativiteit.

ghostwriter 20 augustus 2018 om 13:48

@SteelHorseCowboy
Dan worden de grote rondes nog saaier doordat de tijdrijdende klimmers dan een voordeel krijgen en die hebben sowieso al een groot voordeel op de pure klimmers.

bartje 20 augustus 2018 om 14:07

Koen verliest zich nog wel eens in onnodig proza, maar ik vind het toch een hele mooie voorbeschouwing, mijn complimenten!

Zin an!

Lorenzo Simons 20 augustus 2018 om 15:18

Leuk dat jullie mijn filmpje van Les Praeres erop hebben gezet! Ik heb trouwens ook een kortere versie op youtube staan waarbij ik uitleg geef. Het is in het engels, maar moest er interesse voor zijn kan ik het ook altijd wel in een nederlands inspreken ;) Of laat maar weten als jullie vaker willen samenwerken.

Lennimator 20 augustus 2018 om 15:32

De 20e etappe is nog korter dan eerder gemeld en de laatste berg is opeens een Especiale. Frappant.

https://www.wielerflits.nl/nieuws/vuelta-2018-kent-negen-aankomsten-bergop-twee-tijdritten/

jooprioolpijp 20 augustus 2018 om 21:21

Lijkt me een idd een wat minder extreem parcours dan voorgaande jaren. Heeft wel het karakter van de Vuelta als klimmerskoers met veel aankomsten bergop. Gelukkig minder wacht-wacht-poef etappes deze keer. Verder best veel etappes waar vluchters een kans maken. Kortom, zin an.

Jopie 20 augustus 2018 om 22:04

Fijn parcours voor de klassementsrenners die aan het begin van de ronde nog niet top zijn. In de eerste twee weken zie ik relatief weinig ritten waar we echt grote verschillen gaan zien. Kruijswijk zal wel blij zijn met dit parcours met het zwaartepunt in de laatste week.

Retro Lex 20 augustus 2018 om 22:22

Ik vond het verhaal veels te lang. En over Marbella dat in trek zou zijn bij Nederlanders.
Marbella is een verzamelplek voor fout volk zoals Russische Maffia etc. Dat NLers zich daar vergapen aan de te grote jachten en auto’s snap ik. Maar ze slapen toch echt in torremolines ( geboekt bij Sunweb of vacansoleil )

ProfrondeZevenbergen 20 augustus 2018 om 22:44

Bedankt voor de voorbeschouwing. Parcoursinformatie is zeker nuttig. Het te vele geleuter er om heen vind ik nogal storend. En waarom wordt het profielplaatje niet onder de tekst per etappe weergegeven? Nu moet ik iedere keer op en neer scrollen voor een etappe of vier. Ik kijk dan liever op zweeler …

Mwielerfan 20 augustus 2018 om 23:01

Tekst direct bij profiel heeft ook mijn voorkeur. Ik raak ontmoedigt door de omvang.
Van de meer interessante etappes kan ik dan de tekst lezen en wie weet wordt ik verleid meer te lezen.

Jacco van Stierop 20 augustus 2018 om 23:56

Het is te veel info in één keer. Maak een voorbeschouwing met alleen informatie over de (wieler)geschiedenis en landschappelijke kenmerken van de regio’s die worden aangedaan en maak apart daarvan een voorbeschouwing over globaal de technische aspecten van het parcours met af en toe een detail. Nu begint het de lezer te duizelen bij het lezen van de zoveelste beklimming van 8,3 km à gemiddeld 7,6% met uitschieters van ruim 14% in de laatste 3 km op de flanken waar ooit het Romeinse leger slag heeft geleverd tegen een bonte stoet Iberiërs waarvan de gevolgen nog steeds terug te vinden zijn in de locale keuken.
Er zullen ongetwijfeld voorbeschouwingen volgen van elke afzonderlijke Vuelta-etappe, daar kan wel een mix worden gemaakt van historische/ landschappelijke/ maatschappelijke context, parcours en favorieten. Een etappe is immers een veel beter te behappen brok.
Nu blijf je in verwarring achter als je er al in slaagt dit artikel in één keer te lezen. Mag toch aannemen dat dat niet de bedoeling is.
Overigens wel complimenten voor de passie waarmee het is geschreven.

Jean Dumas 22 augustus 2018 om 15:31

Vind het wel fijn dat je vooraf in een keer alle etappes door kan pluizen. Kwestie van even scrollen.

Ab Normaal 21 augustus 2018 om 09:51

De beste stuurlui staan aan wal!

CeRo 21 augustus 2018 om 10:26

Mooie voorbeschouwing, ik kan de randinfo zeker appreciëren!

DirtyBarry 22 augustus 2018 om 10:31

Lekker dan, doet hier iemand mega zn best om een super informatieve voorbeschouwing te schrijven, zijn de helft van de reacties negatief. Persoonlijk vond ik het heerlijk om te lezen, met name de gedeeltes over de geschiedenis van bepaalde etappeplaatsen, welke epische zeges daar hebben plaatsgevonden en ook wat algemene feitjes zoals over Picasso in Malaga. Niets dan hulde. Beetje gaan lopen zeuren dat je moet scrollen om het juiste plaatje bij het juiste stukje tekst te krijgen. Alsof scrollen veel energie kost!

Zjoske 22 augustus 2018 om 12:43

Als je al geen opbouwende kritiek meer mag geven…?
Voor mij is het ook te uitgebreid met te veel randzaken. Waar ik normaal alles wel lees, merk ik hier dat ik een beetje van alinea naar alinea spring.

Jean Dumas 22 augustus 2018 om 15:30

La Camperona mag er wezen, maar voor de rest valt het eigenlijk wel mee. Dit is verdorie een Dumoulin-Vuelta.

Javier 22 augustus 2018 om 16:26

Heel mooi geschreven, auteur heeft duidelijk talent. Op naar zaterdag!

Polly 24 augustus 2018 om 10:37

Bedankt voor deze prachtige voorbeschouwing! Leuk ook alle fluff er omheen! Let vooral niet op de azijnpissers die alleen maar in staat zijn om plaatjes te bekijken!

IL DON 24 augustus 2018 om 20:28

Hele mooie voorbeschouwing!

Geweldig en gepassioneerd geschreven met hele stukjes culturele- en wielergeschiedenis eromheen vertelt. Daarnaast wil ik speciaal even zeggen: hands up voor de geweldig bedachte titels: Zweten in het Zuiden, het begin van een duivels drieluik en Haantjesgedrag op de kippenberg; met die titels kun je thuiskomen.

Ik ben wel deels met de kritiek eens. Ik zou eerst de 4 profielen laten zien en dan de tekst eronder zetten. Dat scheelt minder scrollwerk en je hebt sneller de tekst bij het profielkaartje. Voor de rest vind ik het een beetje gezeur van onze forumleden.

Ik zeg een dikke 8 met een kleine kanttekening/kritiekpunt!

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.