Maxim Van Gils zag concurrentie groeien tijdens revalidatie: “Winnen is altijd moeilijk in deze generatie”
Interview Na 111 dagen is er eindelijk witte rook voor Maxim Van Gils. De naar Monaco uitgeweken Antwerpenaar maakt zondag zijn comeback in het peloton in de Tour Auvergne Rhône-Alpes, nadat Jan Christen hem in de Clasica Jaen tijdens zijn derde wedstrijd van het jaar tegen de grond had gekegeld in een sprint voor de tweede plaats. Op zijn beste dagen is de 26-jarige heuvelspecialist hoe dan ook wereldtop, maar maar hoe ver zit hij daar nog vandaan? Wielerflits vraagt het de man zelf.
Sinds zijn overstap van de Lotto-ploeg naar Red Bull-BORA-hansgrohe krijgt Van Gils zowat alle plagen van Egypte over zich. De bekken- en schouderbreuk in februari was een dieptepunt. Maar met het voormalige Critérium du Dauphiné in zicht, is er licht aan het einde van de tunnel. “Ik kan niet klagen”, knikt hij geruststellend. “Natuurlijk heb je altijd vraagtekens na een lange periode zonder koersen. Maar in het dagelijkse leven en op training ondervind ik geen enkele hinder meer van mijn val en die blessures.”
Wat is het lastigste moment in je traject geweest?
“Thuiskomen uit Spanje! Omdat ik in een rolstoel zat en van Malaga terug naar Brussel moest vliegen voor mijn operatie in Herentals, was dat geen makkelijke reis. Daarna was alles echt heel goed geregeld. Het was gewoon een kwestie van thuis blijven en rusten, veel kon ik niet doen. Na een week of drie à vier begon ik me een stuk beter te voelen en kon ik al een keer met krukken wandelen of wat mankend vooruitkomen.”
Je reactie na het incident zei veel over jou als persoon. Geen moment was je rancuneus naar Christen.
“Ik ga van nature heel snel door na tegenslag in mijn leven. Als ik een slechte training heb, kan ik wel eens een middag slechtgezind zijn. Maar tegen de avond is dat gevoel vaak weg. Dat was toen ook zo: misschien was ik dertig minuten na de val triest, maar ik heb snel de knop omgedraaid. Dat is het beste, anders sleur je jezelf meer de dieperik in. Je kunt de klok niet terugdraaien. Voor ik goed en wel besefte, fietste ik weer.”

Weer geen Ardennenklassiekers in topvorm voor Van Gils – foto: Fotopersburo Cor Vos
Je miste nochtans de Ardennenklassiekers. Ook vorig jaar was je niet helemaal top in de Ardennen door een val in de Amstel Gold Race. Zo tikken de kansen wel weg. Knaagt dat?
“Misschien viel het me door die opeenvolging van pech wel extra zwaar. Vorig jaar kon ik al niet vaak laten zien wat ik waard was, ik kreeg geen constante in mijn prestaties. Het was dit seizoen écht de bedoeling om van koers naar koers toe te leven en altijd vooraan te rijden, maar dat viel helemaal weg door die blessure. Dan is het toch even zoeken naar de ‘mindset’ van: oké, het gaat wél goed komen.”
Heb je het gevoel dat die vele pech je ontwikkeling als renner afremt?
“Misschien had ik dat een beetje na vorig jaar. Door geen grote ronde te rijden, kan het wel dat ik daar een klein beetje achterstand heb opgelopen. Maar ik was toen zo veel ziek dat ik ook nooit een grote ronde had kunnen uitrijden, denk ik. Er was altijd wel íéts of ik was gewoon te vermoeid. Maar nu voel ik me terug prima. Ik denk niet dat er een enorme achterstand is.”
Na de klassiekers van 2024 dachten we: de volgende stap voor Maxim is er eentje winnen. Maar nu doet de zeven jaar jongere Paul Seixas dat al in de Waalse Pijl. Heb je schrik om te worden ingehaald door jong geweld?
“Winnen gaat áltijd moeilijk worden tegen de gouden generatie waartegen ik nu moet koersen, denk ik. Maar consistent op die podia eindigen is wel een groot doel, ook voor de toekomst. Ik zie ook wel dat jonge gasten zoals Isaac Del Toro en Paul Seixas eraan komen; ze blijven rap rijden, ze blijven komen. Het wordt er dus zeker niet makkelijker op.”
Maakt dat steeds hogere niveau je onzeker voor je comeback?
“Ik hoop natuurlijk om er zondag niet meteen te worden afgereden (lacht). Het niveau gaat elke week omhoog, inderdaad. Ik denk dat ik op het algemene niveau van twee jaar geleden altijd mee zou kunnen doen voor een ereplaats, maar ik heb nu écht geen idee hoe sterk de tegenstand is. De eerste dagen zal ik direct voelen waar ik sta. Maar ook als het niet meteen super is, denk ik wel dat ik er later kan doorkomen.”
Hoe ver sta je dan op dit moment?
“Ik denk dat ik hetzelfde niveau heb als dat ik op dit moment zónder de val zou hebben. Ik zit er toch dicht tegenaan. Misschien nog geen honderd procent, maar we wilden ook nog een klein beetje overhouden voor de zomer om nog beter te worden.”

Van Gils en Evenepoel – foto: Fotopersburo Cor Vos
Met ‘de zomer’ bedoel je de Tour de France, maar je ploeg maakt de selectie pas op 26 juni, een week voor de start, bekend.
“Als je de Tour niet kunt rijden is er in die periode weinig koers, daarom ben ik er graag bij. Ik wil veel koersen, want ik heb veel gemist. Alleen, er is momenteel inderdaad nog geen selectie; er staan veel namen op de lijst. Iedereen wil er graag bij zijn, een man of elf schat ik. De komende weken zullen doorslaggevend zijn om te kijken wie in vorm is en hoe ze het team samenstellen. Ze moeten selecteren op basis van de ambities en de manier waarop ze willen koersen. Ik begrijp dat zoiets tijd vraagt.”
Ben jij als puncheur wel het ideale profiel voor een knecht van kopmannen Remco Evenepoel en Florian Lipowitz?
“Op hoogtestage heb ik daar hard aan gewerkt. Van nature focus ik meer op mijn punch, maar als je drie weken op Sierra Nevada traint, dan is dat telkens 33 kilometer naar boven. Ik ben dus wel aan die lange inspanningen gewend.”
We kennen je als een winnaar, hoe vind je het dan om te knechten?
“Ik heb dat nog niet zo veel gedaan, eerlijk gezegd. Anderzijds: een grote ronde rijden met een ploeg voor het klassement vind ik heel interessant. Omdat we twee kopmannen hebben, kunnen we ook verschillende plannen uitwerken. Alhoewel dat moeilijk is tegen de concurrenten waartegen we rijden. Maar zo heb je op elke dag wel iets aan de hand wat het boeiend houdt. Bijna elke rit wordt belangrijk.”
In een eerder stadium gaf je aan dat je Remco Evenepoel eigenlijk niet zo heel goed kende. Is dat nu anders?
“Ik weet nu dat we allebei van lekker eten houden (lacht). Zonder gekheid, ik denk dat de langste periode dat we samen zijn geweest in 2017 en 2018 was, toen we echt nog jong waren. Daarna heb ik hem nooit meer zo lang gezien. Nu waren we drie weken samen, bijna twintig uur per dag. Dan leer je elkaar iets beter kennen. Je woont bijna samen, bij wijze van spreken.”

Van Gils zit vol motivatie – foto: fotopersburo Cor Vos
Schept het een band dat hij weet hoe het is om terug te keren na een blessure?
“Zeker. Bij Primoz Roglic heb je hetzelfde. Maar laten we eerlijk zijn: behalve Tadej Pogacar denk ik niet dat iemand momenteel een super ‘smoothe’ carrière heeft gehad. Iedereen in het peloton maakt wel eens iets mee qua blessures. Sinds ik prof ben had ik nog nooit echt iets heus meegemaakt, dit was de allereerste keer. Ik kan dus niet klagen.”
Begrijp je de vraagtekens die mensen plaatsen bij de wisselwerking tussen twee kopmannen in de Tour?
“Het hangt er natuurlijk een beetje vanaf over wie het gaat, maar ik denk dat Remco en Lipo wel een heel goede combinatie zijn. Het zijn niet dezelfde karakters, en ze hebben een andere koersstijl. Ik heb het er op stage ook even met Lipo over gehad.”
“Hij zei me tijdens dat gesprek dat je dat nodig hebt in een ploeg, en dat ze elkaar ergens naar een hoger niveau kunnen drijven. Je hebt natuurlijk altijd wel een klein beetje concurrentie in een ploeg, maar zolang dat steeds op een gezonde manier blijft, helpt dat.”
Gaan er in het najaar ook kansen voor jezelf volgen?
“Zeker! Dan wachten er allemaal koersen die me supergoed liggen als ik in orde ben. Misschien dat ik iets frisser ben dan andere jaren, omdat ik het voorjaar heb gemist. Als ik naar de Tour mag, hoop ik daar goed uit te komen en in het najaar niet eens de benen te voelen. We hebben sowieso overal een sterke ploeg, maar in wedstrijden als de Clasica San Sebastian en de koersen in Canada wil ik wel meedoen.”
Tot slot: wat heb je in die maanden afwezigheid nu het hardste gemist?
“Vooral het gevoel van winnen. Dat is iets heel zeldzaams, want je rijdt tegen supergoede coureurs, maar dat is wel altijd de drijfveer waarom je traint en waar je naar streeft.”

Wielerflits Magazine is jouw Tourgids!
De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. En het is niet voor niets De Meest Complete Tour de France Gids. In onze Zomergids lees je alles over de Tour de France en de Tour Femmes, van etappes tot favorieten en indrukwekkende achtergronden over de teams en de bergen. Je leest over Jonas Vingegaard, de knechten van Tadej Pogačar, Lucien Van Impe, Mathieu van der Poel, Raymond Poulidor, Rick Pluimers en nog veel meer!
Om te reageren moet je ingelogd zijn.