Voorbeschouwing: Tour 2010: Etappe 16
dinsdag 20 juli 2010 om 08:30

Voorbeschouwing: Tour 2010: Etappe 16

In de maand juli staat de volledige wielerwereld in het teken van de 97e Tour de France. Voor veel Nederlanders een onvergetelijke editie, aangezien de ‘Grand Départ’ in Rotterdam wordt gegeven. WielerFlits blikt elke dag vooruit naar de rit van de volgende dag. Hoe ziet het traject van morgen er uit, en wie zijn de favorieten? Vandaag: de zestiende etappe van Bagnères-de-Luchon naar Pau.


Bron: letour.fr

Parcours
Voor wie het ontgaan is, de Tour van 2010 staat in het teken van de Pyreneeën. Honderd jaar geleden waren de Zuid-Franse bergen er voor het eerst bij, en sindsdien zijn beklimmingen de belangrijkste obstakels voor het klassement. Vandaar dat bijvoorbeeld de Tourmalet dit jaar twee keer aan bod komt. Vandaag voor het eerst, vanuit oostelijke richting, morgen nog eens vanaf de andere kant. Eigenlijk gaat het peloton met de rit van vandaag de Pyreneeën uit, richting vaste aankomststad Pau waar morgen wordt gerust. De laatste Bagnères-de-Luchon – Pau over de Tourmalet was in 1973 een prooi voor Bernard Thévenet. Deze klassieke rit werd ook een aantal keren in omgekeerde richting gereden, voor het laatst in 1998. Toen won Albeto Elli.

Tenue
Bron: letour.fr

De etappe van donderdag mag dan worden gekenmerkt als koninginnenrit, wie het programma van deze rit bekijkt kan moeilijk concluderen dat het hier om een minder zware etappe gaat. Liefst vier beklimmingen staan de renners te wachten, alle vier even legendarisch. Achter elkaar volgen de Col de Peyresourde, Col d’Aspin, Col du Tourmalet en Col d’Aubisque. Dat betekent twee keer 1e categorie en twee keer buitencategorie. Dat betekent vier maal tot boven de 1490 meter, en dat alles binnen 138 kilometer. Want na de laatste van vier toppen wachten ruim zestig dalende kilometers naar Pau. En dat laatste gegeven maakt dat deze rit niet de koninginnenrit van deze Tour wordt genoemd.

Tenue
Bron: letour.fr

De opeenvolgende beklimmingen nodigen uit tot een geschiedenisles. De Col de Peyresourde, die vanuit de start wordt beklommen, was er in 1910 bij en is een vaste klant in de Ronde van Frankrijk. Gemiddeld komt de karavaan hier om de twee jaar langs – de laatste keer in 2008 toen Sebastian Lang op avontuur ging. Voor de nabijgelegen Col d’Aspin gelden dezelfde statistieken. Na Octave Lapize in het beginjaar volgden nog vele grote namen die deze top als eerste bedwongen, waaronder Gerben Karstens in 1976.

Dan volgt de klim van de Tourmalet naar 2115 meter hoogte, inmiddels vernoemd naar Jacques Goddet die liefst vijftig jaar Tourdirecteur was. Het slotstuk van dit zware Pyreneeëndrieluik was er ook al in 1910 bij. Slechts éénmaal was de finish van een etappe op de top, zoals dat donderdag zal gebeuren. Vaker wordt er gekeuzen voor een finish in La Mongie, of rijdt het peloton gewoon verder. Zo ook in 2008, toen Rémy di Gregorio de top als eerste bereikte, maar zijn voorsprong niet kon volhouden tot de finish. Die lag toen op de Hautacam en ging naar een duo van Saunier Duval. Vorig jaar gingen de renners na de passage op de Tourmalet direct door naar Pau, zonder de Col d’Aubisque te beklimmen. Die staat vandaag wel op het programma. De berg van Wim van Est (die hier in het ravijn viel) en Lucien Aimar (die zuurstof tekort kwam).

Ook de Aubisque viert de honderdste verjaardag, en kende net als de Tourmalet slechts één keer een eigen aankomst: in 2007, toen Rasmussen won en zijn Tourzege definitief leek te hebben binnengehaald, gezien zijn ruime voorsprong die dag op zijn naaste belagers (Contador op 35 seconden, bijvoorbeeld). Diezelfde avond eindigde Rasmussens Tour om bekende redenen. De Tour heeft enkele jaren de tijd gekregen om te bekomen van deze kwestie, want sindsdien liet de organisatie deze berg links liggen. Van de vier bergen van vandaag is de Aubisque de langste en meest grillige. Het bestaat eigenlijk uit drie beklimmingen achter elkaar, met korte afdalinkjes ertussen. Niet voor niets werd deze berg een aantal keren slechts tot de 2e categorie gerekend. Dit jaar, als klim van de buitencategorie, begint de weg omhoog officieel op 29,2 kilometer van de top. Dit is wel inclusief de Col du Soulor, die voor het gemak niet apart wordt geclassificeerd. De negen laatste kilometers zijn met maximaal 7,2% wat minder zwaar dan de Soulor, maar worden uiteraard gereden met twintig zware klimkilometers in de benen.

En dan is het plots gedaan met het spektakel. Na vier legendarische cols moeten de renners nog een flink eind afleggen tot aan de finish. Gelukkig voor hem is dat in dalende lijn, want Pau ligt anderhalve kilometer lager dan de top van de Aubisque, op 210 meter boven zeeniveau, maar deze laatste zestig kilometer leveren hoogstwaarschijnlijk toch nog een kleine anderhalf uur koers op. Er is dus veel tijd en ruimte voor renners om opgelopen schade ongedaan te maken, terug te keren in belangrijke groepjes en zich op te maken op een groepssprint. In 2009 bleven twee man een aanstormende peloton nog wel voor, maar in de grote groep zaten nog gewoon sprinters als Freire, Rojas en Van Avermaet. Goed, er zijn dit jaar twee keer zo veel zware bergen te verteren, maar de lange afdaling zal er wellicht voor zorgen dat de klassementsmannen elkaar in deze rit niet gaan verrassen.

Beklimmingen
Km 11.0 – Col de Peyresourde (1569m) – 11.0 km á 7.4 % – 1e categorie
Km 42.5 – Col d’Aspin (1490m) – 12.3 km á 6.3 % – 1e categorie
Km 72.0 – Col du Tourmalet (2115m) – 17.1 km á 7.3 % – Buitencategorie
Km 138.0 – Col d’Aubisque (1709m) – 29.2 km á 4.2 % – Buitencategorie

Favorieten
Met een lange afdaling naar de finish toe zul je snel denken aan de beste daler van het peloton. Bij de NOS zullen ze misschien denken dat Cancellara of Hushovd dat is, maar de echte wielervolgers weten dan dat ze de gouden helm van Samuel Sánchez in de gaten moeten houden. De Spanjaard staat echter zeer goed in het klassement, en zal dus niet makkelijk wegkomen van de andere favorieten – zeker niet met nog zestig kilometer voor de boeg. Met twee geslaagde vluchtpogingen achter de rug lijkt het er meer op dat een clubje avonturiers – sterk genoeg om vier reuzenbeklimmingen te overleven – met voorsprong aan de slotkilometers zal beginnen. Tientallen gegadigden komen hiervoor in aanmerking – zelfs een goed klimmende sprinter als de eerder genoemde Hushovd. De slagingskans van de vluchtgroep zal, net als de vorige dagen, wellicht afhangen van de bereidheid van Radioshack of Caisse d’Epargne om deze te laten gaan, met het oog op het ploegenklassement. Misschien sturen de klassementsmannen weer pionnen mee. Garaté zou kunnen voor Rabobank, en Mario Aerts zal het misschien weer proberen voor OmegaPharma-Lotto.

Na het goede nieuws dat Bbox Bouygues Télécom langer in het peloton blijft zullen de renners van deze ploeg, gisteren ook al aan de champagne, opnieuw gemotiveerd zijn deze goede lijn door te zetten. Sowieso doen de Franse aanvallers het weer goed deze Tour, waardoor het ook uitkijken is naar mannen van FDJ of Cofidis. Misschien kan Christophe Moreau nog eens verrassen – dit zal één van zijn laatste echte kansen op een ritzege zijn in zijn carrière. En gaat Milram nou nog eens iets laten zien?

Veel kanshebbers, bijna onmogelijk om er een paar aan te wijzen. Maar we doen het toch. Al was het maar voor de discussie die daarop volgt…

Favorieten volgens WielerFlits
**** Rémi Pauriol
*** Sandy Casar, Christophe Moreau
** Pierrick Fédrigo, Julien El Fares, George Hincapie
* Damiano Cunego, Sylvain Chavanel, Rubén Plaza, Juan Manual Garaté

Bestel de Tourgids
Tour de France-poster