Voorbeschouwing: Ronde van de Toekomst 2015

Voorbeschouwing: Ronde van de Toekomst 2015

foto: ASO

zaterdag 22 augustus 2015 om 11:00

Het is misschien wel de belangrijkste graadmeter voor beloften: de Tour de l’Avenir, ofwel de Ronde van de Toekomst, herbergt jaarlijks de grootste talenten uit het beloftencircuit. Wie treedt er in de voetsporen van grootheden – samen goed voor twaalf Tour-zeges – Felice Gimondi, Joop Zoetemelk, Laurent Fignon, Greg LeMond en Miguel Indurain? Samen met Sam Oomen en Mathieu van der Poel blikt WielerFlits in deze special uitgebreid vooruit.

Rijke historie
In 1961 bedenkt Jacques Marchand, redacteur bij de Franse sportkrant L’Equipe, zich dat het tijd is voor een Ronde van Frankrijk voor amateurs. De journalist komt op het idee om op die manier teams uit de Sovjet-Unie en andere communistische landen naar Frankrijk te halen, omdat het in die landen verboden is om een professionele sport te beoefenen. Tijdens de eerste jaren werkt het amateurpeloton haar etappes af voorafgaand aan de grote Tour. De Italiaan Guido Do Rosso schrijft de eerste editie op zijn naam en zou later drie keer in de top-7 van een grote ronde eindigen.

Felice Gimondi - Foto: Sirotti

Felice Gimondi – Foto: Sirotti

Na zeges van de Spanjaard Antonio Gómez del Moral (waarin Jan Janssen als derde eindigt) en de Fransman André Zimmerman, wint in 1964 de dan nog onbekende Felice Gimondi de Tour de l’Avenir. De Buizerd van Bergamo groeit kort daarna uit tot een legende, want nauwelijks een jaar later staat hij op het hoogste schavot in Parijs: als 23-jarige wint hij de Tour. Nadien zou hij nog drie keer de Giro d’Italia winnen, alsmede eenmaal de Vuelta a España en een wereldtitel op de weg. Om nog maar te zwijgen over zijn vele andere successen.

De Italiaan blijkt later een maatstaf voor een aantal van zijn opvolgers. Wanneer de wedstrijd in 1968 verhuist van juli (dus niet meer voorafgaand aan de Tour) naar eind september, komen ook de Nederlanders meedoen. Harry Steevens finisht in 1966 als tweede achter Mino Denti. Het eerste echte succes dient zich aan in 1969, wanneer de 22-jarige Joop Zoetemelk de zege voor zich opeist, nadat hij een jaar eerder al goud won op de honderd kilometer ploegentijdrit tijdens de Olympische Spelen in Mexico-Stad. In 1970 tekent de renner uit Rijpwetering zijn eerste profcontract bij Flandria-Mars, waarna hij tien jaar later de voorlopig laatste Nederlandse Tourwinnaar is.

Joop Zoetemelk, uiterst links - Foto: Sirotti

Joop Zoetemelk, uiterst links – Foto: Sirotti

Drie jaar nadien mag er opnieuw een landgenoot juichen in de wedstrijd, die dan – in ’72 – voor het eerst door het leven gaat als de Trophée Peugeot de l’Avenir. Nadat hij in 1968 samen met Zoetemelk Olympisch goud had gewonnen en een jaar later opzien baart door in de Rheinland-Pfalz Rundfahrt negen van de elf etappes te winnen én in het eindklassement een voorsprong heeft van 36 minuten (!) op de nummer twee, schiet Iwan de verschrikkelijke raak in Frankrijk. Fedor den Hertog is de naam (geboren als Fedor Iwan) en in die tijd de patron in het Nederlandse amateurpeloton en ver daarbuiten. Een jaar eerder staat hij ook al op het podium, als tweede op bijna dertien en een halve minuut van winnaar Régis Ovion.

Wijlen Den Hertog krijgt in die jaren vele profcontracten aangeboden, maar gaat daar nimmer op in: hij wil zijn vrijheid niet verliezen. Als hij – inmiddels 28 jaar – in 1975 toch besluit om een profbestaan te beginnen, is Fedor al over zijn top heen. Dat komt mede door een ernstig ongeluk, waardoor hij niet meer goed ziet. Hoewel hij in 1977 wel een rit weet te winnen in de Tour de France en de Vuelta. Fedor den Hertog, een van de vergeten wielergrootheden in Nederland, sterft in februari 2011 aan de gevolgen van teelbalkanker.

We maken een klein sprongetje in de tijd, naar 1978 (in de twee jaren daarvoor eindigen Henk Lubberding en Johan van der Velde overigens als tweede en derde). In dat jaar gebeurt voor het eerst waarvoor Jacques Marchand de rittenkoers opricht: er wint iemand uit het Oostblok. En dat was een unicum, want nog nooit stond er iemand uit de Sovjet-Unie überhaupt op het podium. In ’78 wel, drie stuks welteverstaan. De communistische, klasseloze ideologie werpt in de vorm van Serguei Soukhoroutchenkov – op het eindpodium geflankeerd door landgenoten Ramazan Galaletdinov en Sergueï Morozov – de eerste échte wielerheld op onder het regime van Leonid Brezhnev. Suko, het koosnaampje voor Soukhoroutchenkov, is in die tijd de beste amateurrenner ter wereld. Hij zou een jaar later opnieuw de Ronde van de Toekomst winnen en is daarmee nog altijd de enige renner die deze mijlpaal van twee zeges weet te behalen. Nadat hij in eigen land goud wint op de wegwedstrijd tijdens de Olympische Spelen van Moskou in 1980, verzuimt Suko in dat jaar voor een derde keer de Tour de l’Avenir te winnen.

Serguei Soukhoroutchenkov - Foto: Sirotti

Serguei Soukhoroutchenkov – Foto: Sirotti

De Rus moet dat jaar zijn meerdere erkennen in een Colombiaan, een land dat in 1980 voor het eerst deelneemt aan de Toekomstronde. Nee, niet Rafael Antonio Niño (op dat moment zesvoudig winnaar van de zware Vuelta a Colombia, nog steeds een record) of de dan piepjonge Fabio Parra en Luis ‘Lucho’ Herrera maken furore.  De kopman bij de Colombianen luistert dat jaar naar de naam Alfonso Flórez, een klein gedrongen pocketklimmer met een typische Zuid-Amerikaanse snor. Flórez haalt de Tour de l’Avenir binnen op respectabele afstand gevolgd door zijn tegenstrever uit de Sovjet-Unie. Naar later blijkt, is de winst in de Franse rittenkoers zijn laatste echte wapenfeit in Europa. Hij eindigt nog wel als achttiende in de Tour van ’84, maar de prestaties van Parra (derde in de Tour van ’88) en Herrera (vijfde in de Tour van ’87 en datzelfde jaar winnaar van de Vuelta) kan hij nooit evenaren. Flórez belandt na zijn wielercarrière in de ‘zakenwereld’ in het door cocaïne geregeerde Colombia. Frank Heinen schreef voor de collega’s van Het is Koers! een kleine ode aan Flórez, die in 1992 nabij een supermarkt het leven laat, koud gemaakt door het Cartel del Medellín van drugsbaron Pablo Escobar.

Na 1980 verliest de wedstrijd wat van haar glans, ondanks een nieuwe tweede plek voor Soukhoroutchenkov. De organisatie besluit dan namelijk de wedstrijd ook open te gooien voor professionals. Dat duurt tien edities lang, waarvan de laatste vijf door het leven gaan onder een andere naam: Tour de la Communauté Européenne, vrij vertaald de Ronde van het Europese Gemenebest. Tot 1990 zetten bekende renners als Greg LeMond, Olaf Lüdwig, Charly Mottet, Miguel Indurain, Laurent Fignon en Johan Bruyneel hun naam op de erelijst.

De Ronde van de Toekomst gaat in 1992 echter op de schop als de Société du Tour de France, onderdeel van de ASO, de wedstrijd in handen krijgt. Vanaf dat moment mogen nog enkel renners meedoen jonger dan 25 jaar. De Fransen en Spanjaarden delen daarna jarenlang de winst, met tussendoor twee Russen – Denis Menchov in 2001 en Evgeni Petrov in 2002. Bart Voskamp (derde in 1992) en Maarten den Bakker (tweede in 1994) zorgen voor de Nederlandse inbreng op het eindpodium. Nadat Lars Bak als Deen in 2005 de hegemonie van de Fransen, Spanjaarden en Russen doorbreekt, dienen zich in Nederland klimmers en klassementsrenners aan.

Een jonge Robert Gesink in Tirreno-Adriatico 2009 - Foto: Sirotti

Een jonge Robert Gesink in Tirreno-Adriatico 2009 – Foto: Sirotti

In 2006 maakt Robert Gesink de overstap van Löwik Meubelen naar Rabobank Continental. De jonge Varssevelder tekent dat jaar mooie resultaten op in zware rittenkoersen en wint in juni zelfs een etappe en het eindklassement in het Circuito Montañés, een wedstrijd in de Spaanse bergrijke provincie Cantabrië. Daarmee verzekert Gesink zich van het kopmanschap in de Ronde van de Toekomst. De dan 20-jarige renner komt ijzersterk voor de dag in Frankrijk, finisht in vier van de tien etappes bij de eerste zes en eindigt uiteindelijk als tweede in het eindklassement. Hij hoeft dat jaar enkel de 25-jarige Spanjaard Moisés Dueñas, toentertijd professional bij Agritubel, voor te laten.

Een jaar later is het echter wel raak voor Nederland in de Tour de l’Avenir, die door wijzigingen in het reglement vanaf dan enkel voor renners onder 23 jaar is én vanaf dat jaar de finalewedstrijd in de UCI U23 Nations Cup is. Bauke Mollema maakt net als Gesink een jaar eerder in de winter van 2006-2007 de overstap van Löwik Meubelen naar de opleidingsploeg van Rabobank en rijdt nagenoeg dezelfde resultaten als Gesink. De geboren Groninger wint namelijk ook het Circuito Montañés en rijdt in de Tour de l’Ain (derde) bovendien een goede generale, wat hem samen met Steven Kruijswijk het speerpunt van Nederland maakt in de Toekomstronde. Daarin stelt Mollema niet teleur: hij eindigt in zes van de tien etappes bij de eerste tien en komt bovenop de beklimmingen van Super Besse en Craponne-sur-Arzon als tweede boven, na respectievelijk Dario Cataldo en Ivan Rovny. Dat leidt in 2007 tot de eindoverwinning voor Mollema in de Tour de l’Avenir, met Tony Martin en André Steensen naast hem op het podium. Bekijk hieronder (na 0.12) beelden van Mollema’s zege, in beeld gebracht door RTV Noord.

In de seizoenen daarna staan Jan Bakelants en Romain Sicard op het hoogste schavot, voordat de Colombianen – naar later blijkt – de laatste vijf edities domineren. Nairo Quintana (2010), Johan Esteban Chaves (2011) en Miguel Ángel López (vorig jaar) zijn in die jaren de sterksten, terwijl Juan Ernesto Chamorro in 2012 een seconde te kort komt op Warren Barguil. Tussendoor gaat de Spanjaard Rubén Fernández met de zege lopen. In 2014 pakt de volslagen onbekende López – die voorafgaand aan de Tour de l’Avenir enkel een gewonnen Vuelta de la Juventud Colombia (Ronde van Colombia voor beloften) als wapenfeit heeft – in de eerste bergrit naar Plateau de Solaison de macht. Hij laat daar zien de sterkste klimmer te zijn, door op 42 seconden als derde te eindigen na vluchters Ilya Davidenok en Sam Oomen. De Kazach werd later echter op doping betrapt, waardoor Oomen nu in de boeken staat als winnaar van die rit. López vindt in de bergen geen tegenstander van formaat: enkel de Australiër Robert Power komt in de buurt, gevolgd door de Russen Aleksey Rybalkin en Alexandr Foliforov. In die volgorde staan ook de nummers één tot en met vier van het eindklassement in de geschiedenisboeken. Oomen eindigt als eerstejaars belofte – nauwelijks negentien jaar oud – op een dertiende plaats, net geen elf en een halve minuut na López.


Laatste tien winnaars
2005: flag-dk Lars Bak
2006: flag-es Moisés Dueñas
2007: flag-nl Bauke Mollema
2008: flag-be Jan Bakelants
2009: flag-fr Romain Sicard
2010: flag-co Nairo Quintana
2011: flag-co Johan Esteban Chaves
2012: flag-fr Warren Barguil
2013: flag-es Rubén Fernández
2014: flag-co Miguel Ángel López


Loodzwaar parcours
De Tour de l’Avenir is anno 2015 toe aan haar 54ste editie. De rekenwonders onder ons weten dan dat er iets niet klopt. De jaren 1975 en 1991 zijn blanco op het palmares. In 1974 lijkt de wedstrijd zijn laatste adem uit te blazen, maar de Prix de l’Amitié Nice-Bourg-en-Bresse (de ‘voorouders’ van de Tour de l’Ain) steekt in ’76 een helpende hand toe. In 1991 liggen financiële problemen aan de basis van annulering. De lengte van de koers is in de loop der jaren vaak gewijzigd. Anno 2015 kiest de organisatie – in handen van Alpes Vélo en met de steun van de ASO – voor zeven ritten, voorafgegaan door een proloog. Een parcours om duimen en vingers bij af te likken, want het staat onomwonden vast: deze Ronde van de Toekomst is de laatste decennia niet zó zwaar geweest!

Zaterdag 22 augustus
Proloog: Tonnerre – Tonnerre (3,5km)

De renners en kenners die denken dat een proloog een eenvoudige manier is om een rittenkoers af te trappen, hebben het dit keer mis. De proloog in het kleine dorpje Tonerre – dat ligt in Bourgondië en zo’n 5500 inwoners telt – herbergt net buiten bebouwde kom een klimmetje van ongeveer een kilometer. Dit bergje doemt op na negenhonderd meter, waarna de weg een dikke kilometer omhoog loopt aan een gemiddeld stijgingspercentage van om en nabij de 5%. De top ligt op anderhalve kilometer voor de streep, waarna het enkel nog in dalende lijn naar de finish gaat. De eerste renner vertrekt stipt om vijf uur ’s middags, waarna om iets na zeven uur eerste geletruidrager bekend is.

Van der Poel’s kijk:
“Hier zullen de proloogspecialisten bovendrijven, kijk bijvoorbeeld naar Campbell Flakemore vorig jaar. Toen  was het parcours van de proloog min of meer hetzelfde. Maar ook de jongens voor het klassement zullen op de afspraak moeten zijn. Die moeten dit zeker kunnen. Mocht een klimmer hier toch tijd verliezen, dan zijn er later in deze ronde nog mogelijkheden zat om dat goed te maken.”

Zondag 23 augustus
Etappe 1: Chablis – Toucy (160,5km)

Daags na de proloog staat de eerste rit in lijn op het programma. Het peloton start in het wereldberoemde dorpje Chablis, bekend van de gelijknamig wijn die in tegenstelling tot de klassieke Chardonnay-druif gerijpt wordt in stalen vaten in plaats van in eikenhout. De aankomstlijn ligt 160,5 kilometer verderop getrokken in Toucy. Onderweg in het arrondissement Auxerre wacht het peloton de eerste twee tussensprints, evenals de eerste bergpunten. Twee klimmetjes van de vierde categorie moet men bedwingen, waarvan de laatste op elf kilometer van de meet tijdens de laatste van twee plaatselijke rondes in Toucy. Normaal gesproken wint hier een sprinter.

Oomens blik:
“Mijn ervaring in de Tour de l’Avenir is dat het erg hectisch is de eerste dagen. In relatieve mate te vergelijken met de eerste week in de Tour de France, want eigenlijk is dit ook ónze Tour. Normaal zijn het ritten voor sprinters, maar het gevaar ligt altijd op de loer. Je weet nooit hoe het met de wind staat, dat kan per dag verschillen. Wanneer het een keer slecht weer is en de wind komt op de kant, dan krijg je chaos in het peloton.”

Maandag 24 augustus
Etappe 2: Avallon – Arbois (193,5 km)

De tweede rit in de Tour de l’Avenir is meteen de langste van allemaal. Het startschot klinkt in het historische stadje Avallon, dat nog altijd volledig ‘beschermd’ is door een versterkte muur uit de 12de eeuw. Nog voor halfweg koers liggen wederom twee bergjes van de vierde categorie en heeft de organisatie ook een tussensprint gepland. De tweede tussensprint vindt vervolgens plaats op zestig kilometer van de aankomst. Daarna is het in een rechte en vooral vlakke lijn naar finishplaats Arbois, dat ligt in het departement Jura. Na 193,5 kilometer loopt de aankomststraat overigens wel omhoog.

Van der Poels kijk:
“De vlakke ritten zijn altijd gevaarlijk. De ploegen met sprinters zullen hier zeker werken. Maar als er op een lastig stuk een grote groep wegrijdt, moet je wel zorgen dat je meezit. Je kunt de wedstrijd in deze ritten niet winnen natuurlijk, maar wel verliezen. Zelf ga ik me waarschijnlijk niet mengen in het gedrang, want na een volledig vlakke etappe ga ik nooit een massasprint winnen. Ik kan vooral goed sprinten na een zware wedstrijd met oplopende aankomst, wat in deze ritten niet echt het geval is. Het belangrijkste is om die etappes goed door te komen, hè.”

Dinsdag 25 augustus
Etappe 3: Champagnole – Tournus (137 km)

De vierde dag op Franse wegen begint op steenworp afstand van de Frans-Zwitserse grens, in Champagnole. Het peloton zet koers landinwaarts en finisht na 137 kilometer opnieuw in Bourgondië. In de eerste vijftig kilometer is een bergje opgenomen van de vierde categorie en een klim van de derde categorie. De laatste zestig kilometer zijn bijna volledig vlak, waardoor de sprinters zich voor de derde dag op rij in hun handen mogen wrijven. Mochten de renners onderweg trouwens blessures oplopen, dan zijn ze op hun plek in aankomstplaats Tournus. In dat dorpje staat een heus hospitaalmuseum genaamd Hôtel-Dieu, met een van de oudste en mooiste apotheken van Frankrijk. Voor de cultuurliefhebbers onder ons: in het museum hangt werk van kunstenaar Jean-Baptiste Greuze, geboren in Tournus. Ook de romaanse abdijkerk van Saint Philibert is het bekijken waard.

Oomens blik:
“Voor mij persoonlijk is het zaak om deze eerste drie ritten te overleven. Zorgen dat ik er zonder kleerscheuren doorheen kom en Stan of misschien Mathieu een keertje goed kan afzetten. Zodoende hopen we met de ploeg een korte uitslag te noteren in een van die eerste drie etappes. Stan is in ieder geval een rappe gast, getuige ook zijn winst op het NK.”

Woensdag 26 augustus
Etappe 4: Annemasse – Cluses (146,7km)

De vierde rit start in Annemasse, onder de rook van onderzoeksinstituut CERN en nabij de Zwitserse stad Genève. Met de Mont Blanc – gelegen in het departement Haute-Savoie, waar het peloton die dag start – dicht in de buurt, doemen in de finale de eerste serieuzere bergen op. Eigenlijk moeten we hier spreken van berg in enkelvoud, want de renners moeten twee keer de top ronden van de Côte de Châtillon sur Cluses. De eerste keer krijgt de berg een waarde van derde categorie, omdat het peloton de klim niet vanuit de start neemt. De eerste keer ligt de top op veertig kilometer van de aankomst in Cluses, die de renners na 120 kilometer voor het eerst passeren. Dan dient de finishlijn als tussensprint, waarna het peloton nu wel naar de voet van de de Côte de Châtillon sur Cluses trekt. Dit keer is de berg van tweede categorie en ligt de top op dertien kilometer voor de streep. Na een kilometer of drie op een soort plateau, begint op tien kilometer voor het einde de afdaling naar de vallei. De laatste vijf vlakke kilometers brengt het peloton vervolgens naar de inmiddels bekende aankomst in Cluses.

Van der Poels kijk:
“Dit is een van de etappes die me het beste ligt. Misschien dat ik in die echte bergetappes toch wat tekort ga komen, denk ik. Sam is volgens mij de beste klimmer in onze selectie. Op een goede dag moet ik wel met de eersten mee boven geraken, maar die heb je niet voor het uitkiezen. Vorig jaar zag je dat de verschillen op de slotdag het grootste waren. Wanneer je dan nog redelijk fris zit, kun je veel tijd goed maken. Dat neemt niet weg dat deze vierde etappe voor mij prima te doen moet zijn.”

Donderdag 27 augustus
Etappe 5: Megève – Montvelazan (Montée de La Rosière)* (103,1km)

Op de donderdag is dan de eerste aankomst bergop. Een korte, maar zware rit zal het klassement verder vorm gaan geven. Over net iets meer dan honderd kilometer plaagt de organisatie de renners met één berg van de tweede categorie en liefst drie cols van de eerste categorie! Vanuit de start gaat het een kleine tien kilometer in dalende lijn naar de voet van de Col des Saisies (tweede categorie), op 1658 meter boven zeeniveau (13,6km lang aan 5% gemiddeld stijgingspercentage). Na elf kilometer dalen begint gelijk de volgende klim, die luistert naar de naam Col de Pré op 1731 meter hoogte (12,7km aan 7,7% gemiddeld). Deze berg is bestempeld als een klim van de eerste categorie.

Na een hele korte afdaling beginnen de renners – met tussendoor nog de niet gecategoriseerde Col de Méraillet – aan de Cormet de Roselend (1968 meter boven zeeniveau, 6km lang aan 6,3% gemiddeld). Als je denkt: ‘die naam komt me bekend voor’, dan zit je goed. En dat is nu niet omdat deze eerste categorie-klim extreem lastig is, maar waarschijnlijk wel door de gevaarlijke afdaling. Deze berg is een bekende van de Tour de France, waarin hij al tien keer werd opgenomen. De allereerste in die wedstrijd die er ooit bovenkwam, was overigens landgenoot Lubberding. De door haarspeldbochten getekende afdaling kwam echter vaker in het vaderlandse nieuws: drie renners schoten er in het verleden al eens het ravijn in. Johan Bruyneel deed dat in 1996, terwijl Michael Rogers en David Arroyo in 2007 een bocht misten. In die laatste etappe was overigens ook de Col de La Rosière opgenomen. Michael Rasmussen zou in die etappe, die samen met Arroyo en Rogers in de kopgroep zat, de basis leggen voor zijn bijna onontkoombare Tourzege. We weten inmiddels allemaal hoe en waarom die gele droom in duigen viel. La Rosière, waar het l’Avenir-peloton dit jaar finisht in het dorp Montvelazan – ligt op op 1847 meter hoogte, is zestien kilometer lang en kent een gemiddeld stijgingspercentage van 6%.

Van der Poels kijk:
“Deze qua kilometers korte etappes zijn heel gevaarlijk. De renners vliegen er dan meteen in, terwijl er bij langere ritten iets terughoudender gereden wordt. Dat volle bak koersen vanuit het begin, is voor mij niet slecht. Ik doe dat ook graag, omdat ik het leuker vind. Je moet heel erg gefocust aan de start staan, want je weet dat je maar een paar klimmen hebt en er meteen gekoerst wordt. Dat lange wachten voor een wedstrijd losbarst, vind ik – al is het niet helemaal het goede woord – vaak wat saaier.”

Vrijdag 28 augustus
Etappe 6: Bourg-Saint-Maurice – Saint-Michel-de-Maurienne (126km)

Na de bijzonder zware etappe van donderdag, krijgt het peloton een dikke dertig kilometer om warm te draaien op vrijdag. Dan doemt namelijk de enige klim van hors categorie op. En dat is zeker niet de minste: met een hoogte van 1992 meter boven zeeniveau is de Col de la Madeleine (waar Michael Boogerd in 2002 zijn glorietocht begon richting zijn Tour-ritzege op La Plagne) het op een na hoogste punt in deze rittenkoers. Deze bekende Alpencol duurt liefst 24,8 kilometer lang en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 6,1%. Na de Madeleine volgt een lange afdaling van twintig kilometer, gevolgd door een aanloop van 35 kilometer naar de voet van de tweede en laatste klim van de dag. De Col de Beau Plan is van eerste categorie, maar een stuk minder hoog dan de voorgaande beklimmingen. Deze berg ligt op 1414 meter boven zeeniveau, is bijna tien en een halve kilometer lang aan 6,7% gemiddeld. De top – direct gevolgd door een afdaling – ligt op tien kilometer van aankomstplaats Saint-Michel-de-Maurienne.

Oomens blik:
“Als er een goede kopgroep vertrekt op de Madeleine, die in de vallei na de afdaling goed blijft draaien en de Beau Plan overleeft, zou een vroege vluchter daar zo maar eens kunnen winnen. We hebben met de ploeg de afdaling van de Beau Plan ook verkend en dat is eigenlijk vrij simpel: vanaf de top rechtstreeks dalen tot aan de finishstreep in Saint-Michel-de-Maurienne. Ook voor de favorieten is het belangrijk om daar een goede afdaling te rijden. En dat is iets wat ik wel redelijk goed kan, net als Mathieu. Ik ben niet bang om de aanval te kiezen in een afdaling. Maar daarbij moet ik wel zeggen dat ik zulke Alpencols nog nooit ben afgedaald in enorm nat weer, dan komt het namelijk ook aan op stuurmanskunsten, angst en vertrouwen.”

Zaterdag 29 augustus
Etappe 7: Saint-Michel-de-Maurienne – Les Sybelles (Montée des Bottières)* (93,5km)

De slotetappe van de Tour de l’Avenir 2015 start in de finishplaats van een dag eerder, in Saint-Michel-de-Maurienne. De wedstrijdorganisatie heeft opnieuw een relatief korte rit in petto, maar deze is schrikbarend zwaar. Hoe wel de Col du Télégraphe de horizon op het ansichtkaartje van het Zuid-Franse dorpje siert, gaan de renners daar omheen en zetten koers naar de Col de Mollard (1638 meter hoogte). Dit is opnieuw een klim van de eerste categorie, over een lengte van 17,9 kilometer aan 5,7% gemiddeld. Na een afdaling van zo’n vijftien kilometer wacht echter alweer de volgende Alpenreus. De Col de la Croix de Fer (7km aan 8% gemiddeld) is met zijn 2066 meter hoogte het dak van deze ronde, maar gek genoeg bestempeld als eerste categorie-klim. In de jongste Tour de France werd deze bergpas zelfs twee keer aangedaan (in etappes 19 en 20), twee keer als klim van hors categorie.

Na de Croix de Fer volgt een lange afdaling van 22 kilometer. Het brengt de renners aan de voet van de volgende beklimming uit de jongste Tour. Sterker nog, het is in 2015 pas voor het eerst dat het Tour-peloton de Lacets de Montvernier aandoet. Deze klim van derde categorie (3,1 kilometer aan 9% gemiddeld, naar een hoogte van 782 meter) is zó steil, dat er over de relatief korte afstand liefst achttien haarspeldbochten nodig zijn om het ‘bergje’ een beetje begaanbaar te maken. Het helikopter-camerashot van de klim is echter van een sublieme en heroïsche schoonheid (zie foto hieronder). Als slotstuk op de deur van de Ronde van de Toekomst kiest de organisatie voor Montée des Bottières, een relatief onbekende klim in het skigebied Les Sabylles.  Na deze berg van 9,5 kilometer lang aan 7% gemiddeld, krijgt de eindlaureaat op 1249 meter hoogte de laatste gele trui omgehangen in de Ronde van de Toekomst 2015.

Het idyllische plaatje van Lacets de Montvernier - Foto: ASO

Het idyllische plaatje van Lacets de Montvernier – Foto: ASO

Oomens blik:
“Het zou heel goed kunnen dat de beslissing in het klassement pas hier valt. De vermoeidheid sluipt er dan bij de meeste jongens toch wel in. Misschien dat een bepaalde ploeg al zodanig heeft moeten controleren, dat de kopman van dat team al vroeg zijn ploegmaats heeft opgesoupeerd. Dan zou het zo maar een hele open strijd kunnen worden, man tegen man. Maar dat is lastig te zeggen, want er zijn genoeg scenario’s te bedenken. Als je bijvoorbeeld zelf eventjes niet mee kunt op de Croix de Fer, dan zou je klassement binnen de kortste keren ook naar de vaantjes zijn. Want de rit mag op papier dan wel kort zijn, je zit door het vele klimwerk toch drie en een half uur op de fiets. Wel vind ik het goed dat de organisatie zulke zware bergritten beperkt tot een maximum van 120 kilometer, want anders was het wel een hele heftige klus geworden. Zo is het mooi, ik vind het wel goed.”


Grootste favorieten voor de eindzege
In Frankrijk is men op zoek naar de erfenis van Miguel Ángel López. Tijdens de finale van de UCI U23 Nations Cup – waarin Italië aan de leiding gaat –  brengt ieder land vrijwel altijd zijn sterkst mogelijke opstelling aan het vertrek. Mede daarom geldt de Tour de l’Avenir al jaren als dé graadmeter voor beloften die klaar zijn voor een profcarrière. Robert Power (20), een van de beste ronderenners van zijn generatie, moet echter met een zware knieblessure toekijken vanaf de zijlijn. De in Castronno (Italië) wonende Australiër won in juli de loodzware Giro Ciclistico della Valle d’Aosta Mont Blanc, een loodzware klimkoers in het noordwesten van Italië. Power werd vorig jaar nog tweede en koerst vanaf 2016 voor Orica-GreenEDGE. Wie is nu de grote favoriet?

**** flag-co Sebastián Henao

Sebatián Henao - Foto: Sirotti

Sebastián Henao – Foto: Sirotti

Ook in 2015 is een Colombiaan de te kloppen man. Het Zuid-Amerikaanse land neemt namelijk een WorldTour-renner mee naar Frankrijk. Daar moet Sebastián Henao het gaan doen. De 22-jarige klimmer van Sky (de officiële regels schrijven dat iedere renner – ongeacht prof of niet – onder 23 jaar mee mag doen aan deze koers) is zonder meer de grote topfavoriet. Met twee WorldTour-jaren in zijn rugzak, mag hij ondanks een wat minder seizoen hier eigenlijk niet verliezen. In 2014 werd Henao (toen nog twintig!) bijvoorbeeld 22ste in de Giro d’Italia en viel vooral zijn achtste plaats in de rit naar Val Martello op. Hij krijgt in de Ronde van de Toekomst de steun van een ijzersterk ploeg. Daar lees je meer over bij de outsiders.

*** flag-nl Sam Oomen & flag-be Laurens De Plus

foto: Mathilde l'Azou/Rabo Dev Team

foto: Mathilde l’Azou/Rabo Dev Team

Hoe wel de springveren uit het Colombiaanse Andesgebergte de dans wellicht zullen leiden, komt de voornaamste tegenstand van Henao meer dan waarschijnlijk van het vlakke land. Een van die jongens luistert naar de naam Sam Oomen. Onze jonge landgenoot (20 jaar, van 15 augustus 1995) is bezig aan een uitstekend seizoen en maakt vooral bergop indruk. In de Franse rittenkoersen op Continental-niveau (2.2-wedstrijden) was hij een plaag voor zijn tegenstanders. In mei toont hij zich met ritwinst de beste in de Rhône-Alpes Isère Tour, die in hetzelfde gebied plaatsvindt als de Tour de l’Avenir. In de Tour des Pays de Savoie – ook in dezelfde regio – wint Oomen zelfs twee etappes, waaronder een individuele klimtijdrit. Hij eindigt er als tweede in het eindklassement, een prestatie die hij begin augustus in de Tour Alsace herhaalt. Oomen bereidt zich middels de Tour de l’Ain voor op de Toekomstronde en eindigt daar – tussen de profs – in de bergetappes als zevende en vijfde, wat resulteert in plek acht op de eindafrekening. Dient de opvolger van Mollema zich aan?

Laurens De Plus - Foto: Lotto Soudal

Laurens De Plus – Foto: Lotto Soudal

Naast Oomen is er nog zo’n jonge snaak die de concurrentiestrijd met de oudere beloften prima aan kan. De optelsom leert ons namelijk dat Laurens De Plus zich sterk ontwikkelt als klimmer. De 19-jarige Belg, die koerst voor Lotto Soudal U23, is in de Giro Ciclistico della Valle d’Aosta Mont Blanc de enige renner die weerstand biedt aan Power. Tijdens een sprint-à-deux met de Australiër in de tweede etappe naar Morillon, trekt De Plus zelfs aan het langste eind. Eerder op het seizoen liet hij zijn Belgische klimmersbenen ook al zien inde Ronde de l’Isard, een andere zware rittenkoers in het beloftencircuit en eveneens een goede indicatie voor de Tour de l’Avenir. De Plus ligt de komende drie seizoen vast bij Etixx-Quick-Step, zo maakt die ploeg afgelopen donderdag bekend. Dries Van Gestel is in Frankrijk De Plus’ voornaamste helper.

** flag-nl Mathieu van der Poel, flag-it Simone Petilli & flag-no Odd Christian Eiking

Mathieu van der Poel - Foto: Sirotti

Mathieu van der Poel – Foto: Sirotti

Nederland start tijdens deze rittenkoers met een sterk team. Oomen staat er in de lastige etappe namelijk niet alleen voor, want hij krijgt de steun van onder meer Martijn Tusveld, Lennard Hofstede, Koen Bouwman én Mathieu van der Poel. De wereldkampioen veldrijden gebruikt de wedstrijd als voorbereiding op het cross-seizoen, maar hoopt desalniettemin te scoren. MvdP heeft zich nog niet echt met zijn leeftijdsgenoten kunnen meten, omdat hij bij BKCP-Corendon simpelweg een ander programma rijdt. In 2013 – zijn laatste jaar bij de junioren – koerst hij wel met zijn generatie en is hij het gehele seizoen vrijwel ongenaakbaar, met een wereldtitel in Florence als bewijs. Echte Alpencols heeft hij in wedstrijdverband nog nooit gereden, maar het kan voor Van der Poel eigenlijk nooit zwaar genoeg zijn. Op basis van zijn talent zou hij ver moeten komen, ook daarom is de Tour de l’Avenir een mooie testcase. De zesde plek in het eindklassement na de Ronde van België moet hem vertrouwen geven.

Simone Petilli - Foto: Sirotti

Simone Petilli – Foto: Sirotti

De Italianen staan voorafgaand aan l’Avenir aan kop als het gaat om de UCI U23 Nations Cup. In de personen van Gianni Moscon en Simone Consonni weten zij twee wedstrijden in deze competitie te winnen. De grootste troef voor het zwaardere klim- en rondewerk heet echter Simone Petilli. De renner uit Bellano (aan de oostelijke oevers van het Comomeer) heeft de afgelopen winter een duidelijk stap gezet en kan prima resultaten overleggen in de twee zwaarste beloftenkoersen dit seizoen, naast de Tour de l’Avenir. Zo won Petilli in mei de Ronde de l’Isard en werd hij derde in de jongste Giro Ciclistico della Valle d’Aosta Mont Blanc, achter Power en De Plus. Kortom: een gehaaide Italiaan waar absoluut rekening mee gehouden dient te worden.

Odd Christian Eiking - Foto: Joker

Odd Christian Eiking – Foto: Joker

Ook de Noren komen met een goede selectie richting Frankrijk. Daar is Odd Christian Eiking de man voor het klassement. Met de steun van Sindre Skjøstad Lunke moeten de Noren hun partij kunnen blazen. Eiking is de regerend Noors kampioen bij de beloften en weet al dat hij komend seizoen bij FDJ zijn profdebuut gaat maken. De 20-jarige renner van Joker laat in profkoersen op eigen bodem zijn talent zien, door als respectievelijk twaalfde en zesde te eindigen in de Tour of Norway en de Artic Race of Norway, beiden van het 2.HC-niveau. In de Giro Ciclistico della Valle d’Aosta Mont Blanc weet Eiking bovendien een etappe te winnen en zich te verzekeren van stek veertien in het eindklassement. In 2014 eindigt hij in de Italiaanse rittenkoers als tweede, maar stelt daarna teleur in de Tour de l’Avenir. Eiking aast dus op eerherstel.

* flag-at Gregor Mühlberger, flag-au Jack Haig, flag-fr Guillaume Martin & flag-it Giulio Ciccone

Gregor Mühlberger - Foto: Sirotti

Gregor Mühlberger – Foto: Sirotti

Net als de Noren, beschikken ook de Oostenrijkers over een goede lichting. Zo zijn klimmers Felix Großschartner (die hier niet meedoet) en Michael Gogl stagiair bij Tinkoff-Saxo, terwijl Lukas Pöstlberger (eveneens afwezig in Frankrijk) en Gregor Mühlberger diezelfde status hebben bij Bora-Argon 18. De laatstgenoemde in dit rijtje van vier is de man om naar uit te kijken bij Oostenrijk, samen met Gogl en Benjamin Brkic. Mühlberger kent een goed seizoen met onder andere de overwinning in de Vredeskoers, die eveneens deel uit maakt van de Nations Cup. Ook weet hij halverwege juni de Oberösterreichrundfahrt (2.2) te winnen, door op de slotdag in een lastige etappe naar de zege in Steyr te soleren. Dat het met zijn vorm goed zit, bewees hij in de slotrit van de Czech Cycling Tour (2.1) de voorbije week. Daar is alleen Zdeněk Štybar beter dan Mühlberger.

Jack Haig - Foto: Sirotti

Jack Haig – Foto: Sirotti

Naast Power mist er bij Australië ook het andere grote talent en winnaar van de Ronde van Vlaanderen voor beloften, Alex Edmonson. Deze twee talenten hebben samen met Jack Haig één ding gemeen: in het nieuwe kalenderjaar komen ze elkaar tegen bij Orica-GreenEDGE, hun nieuwe ploeg. Voor Haig is de Tour de l’Avenir een mooie kans om zelf zijn kunsten te etaleren, met Nick Schultz aan zijn zijde. Vaak rijdt de roodharige Aussie namelijk in dienst van Power, iets wat hij in de Giro Ciclistico della Valle d’Aosta Mont Blanc van dit seizoen en de Tour de l’Avenir van vorig jaar doet. Daarin eindigde Haig als superknecht zelf op een negende en twaalde plek. In de Tour Alsace van de voorbije maand – waar Power geblesseerd afhaakte – werkt hij zich naar een vijfde plaats in de eindrangschikking. De klimmer annex tijdrijder wist bovendien al twee keer en top-20 notering te behalen in het eindklassement van de Tour Down Under, onderdeel van de WorldTour.

Guillaume Martin - Foto: CC Etupes

Guillaume Martin – Foto: CC Etupes

Frankrijk heeft het wat talent betreft heel goed voor elkaar voor de komende jaren. Denk bijvoorbeeld eens aan Thibaut Pinot, Romain Bardet, Warren Barguil, Julian Alaphilippe, Arnaud Démare, Nacer Bouhanni en Bryan Coquard. Daarmee houdt het nog niet op, want de Fransen hebben niet minder dan vier troeven voor het klassement in de Ronde van de Toekomst. Guillaume Martin is daarbij de klaveren boer. Hij is de winnaar van Luik-Bastenaken-Luik U23 en heeft daarnaast al twee jaar ervaring in deze rittenkoers én als stagiair van Sojasun (2013) en FDJ (2014). Hij liet zich dit seizoen ook opmerken in de Ronde de l’Isard, waar hij net naast het eindpodium viel en als vierde eindigt..

Giulio Ciccone leidt de dans in de Ronde van Trentino 2015 - Foto: Sirotti

Giulio Ciccone leidt de dans in de Ronde van Trentino 2015 – Foto: Sirotti

Waar Fabio Aru in Italië klaarstaat om de tifosi te bedienen wanneer Vincenzo Nibali afzwaait, kloppen ook Aru’s troonopvolgers al op de deur. Eerder deze voorbeschouwing komt Petilli al aan bod, maar met de 20-jarige Giulio Ciccone en iets mindere mate Edward Ravasi hebben de Italianen nog twee ijzers in het vuur. Ciccone wint in de voorbije twee edities van de Giro Ciclistico della Valle d’Aosta Mont Blanc het bergklassement en is daarnaast in de Toekomstronde editie van 2014 hard op weg naar een mooie plek in het eindklassement. In de laatste etappe naar La Toussiere valt de – op dat moment – nummer zes in het klassement letterlijk en figuurlijk weg. Met een profcontract bij Bardiani-CSF voor 2016 op zak, wil Ciccone zich vast en zeker een laatste keer laten zien in zijn leeftijdscategorie.


Vele outsiders

Rodrigo Contreras (l) en Fernando Gaviria (r) - Foto: Tim De Waele/Etixx-Quick-Step

Rodrigo Contreras (l) en Fernando Gaviria (r) – Foto: Tim De Waele/Etixx-Quick-Step

Deze Ronde van de Toekomst kent naast WielerFlits’ tien favorieten ook een heel blik met outsiders. En die zouden we te kort doen door ze niet te noemen. Neem bijvoorbeeld de Colombianen Rodrigo Contreras (komende seizoenen uitkomend voor Etixx-Quick-Step) en Aldemar Reyes. Die laatste werd tweede in de Vuelta a Colombia U23 en is de grote onbekende. Eind 2014 schemert hij echter met de interesse van BMC en dat is volgens zijn ploegleider niet zo gek: “Aldemar is heel verlegen jongen, die niet graag interviews geeft. Maar zodra hij zijn fiets aanraakt, verandert hij in een monster. Die transformatie is bijna niet te geloven”, tekent AS Colombia op. Daarin schuilt het gevaar, evenals de twee andere Colombianen die trainen in een instituut en niet uitkomen voor een ploeg. Rusland voert op het laatste moment nog een selectiewijziging toe en trommelt twee dagen voor de start plots Aleksey Rybalkin, de nummer drie van vorig jaar, op. De renner van Lokosphynx heeft dit seizoen nog niet bevestigd, al toont hij met een zestiende plek en winst in het jongerenklassement van de Ronde van Portugal wel dat zijn vorm groeiende is.

Marc Soler - Foto: Sirotti

Marc Soler – Foto: Sirotti

Zoals gezegd kunnen de Fransen teren op een hele goede generatie. Zo liet Nans Peters in de Tour de l’Ain (vierde in het eindklassement, nog voor Steven Kruijswijk) zien met de besten mee omhoog te kunnen. Ook FDJ-coureur Jérémy Maison is een goede klimmer. Dat bewijst hij dit seizoen in de Ronde de l’Isard (derde) en de Tour des Pays de Savoie, waar hij als vierde eindigt. Met Léo Vincent kan men in de bergen nog eens rekenen op een extra pion. Wat er met de Spanjaarden aan de hand is, hoor ik je inmiddels denken. Heel simpel: die beschikken niet over dermate grote talenten op dit moment. Movistar-renner Marc Soler kan in zijn debuutjaar nog niet overtuigen, terwijl Julen Amezqueta (winnaar van de Ronde van Portugal voor beloften, volgend seizoen in dienst van Southeast) nog moet aantonen het hooggebergte aan te kunnen.

Wat voor Amezqueta geldt, mag men ook zeggen over de Portugese talenten. Ruben Guerreiro, Rui Carvalho en Luis Gomes staan hun mannetje in de heuvels. Carvalho en Gomes lieten dat vooral in Portugal zelf zien, terwijl Guerreiro zijn opleiding volgt bij Axeon Cycling in de Verenigde Staten. En dat is een mooi bruggetje naar Alexey Vermeulen, de man die het voor de Amerikanen moet gaan doen. De 20-jarige klimmer vindt zichzelf terug op plek 29 in de Toekomstronde-rangschikking van vorig seizoen en finisht dit jaar als twaalfde in de Giro Ciclistico della Valle d’Aosta Mont Blanc en zevende in de Ronde de l’Isard.

Lennard Kämna na zijn wereldtitel in Ponferrada - Foto: Sirotti

Lennard Kämna na zijn wereldtitel in Ponferrada – Foto: Sirotti

Ook de Duitsers hebben een paar pareltjes rondrijden bij de beloften. Bij afwezigheid van Silvio Herklotz, moet de pas 18-jarige Lennard Kämna het gaan doen. De regerend wereldkampioen tijdrijden bij de junioren ontwikkelt zich sterk, wat zich uitbetaalt met ritwinst in de Giro Ciclistico della Valle d’Aosta Mont Blanc. Nils Politt (stagiair bij Katusha) en Maximillian Schnachmann zijn de andere twee mannen voor het klassement. Andere namen om in de gaten te houden zijn de Russen Matvey Mamykin en Ildar Arslanov, de Brit Alex Peters (komende seizoen actief voor Sky), de Zwitsers Patrick Müller en Tom Bohli (stagiair bij BMC), Oekraïners Anatoli Budiak en Mark Padun, Domen Novak en Marko Pavlic uit Slovenië, de Pool Arkadiusz Owsian en de voor het mondiale UCI-team uitkomende Anass Aït El Abdia (Marroko) en Caio Godoy uit Brazilië.


Sprintersgilde

Søren Kragh Andersen - Foto: Sirotti

Søren Kragh Andersen – Foto: Sirotti

De eerste drie ritten in lijn zijn echte sprintetappes. Een van de betere sprinters in het beloftencircuit – en tevens de kersverse Europees kampioen – is Erik Baška uit Slowakije. Zijn land doet echter niet mee, waardoor het voornamelijk uitkijken is naar de Colombiaan Fernando Gaviria (komende seizoenen Etixx-Quick-Step), de Italiaan Simone Consonni (winnaar van La Côte Picarde, een vlakke eendagskoers uit de Nations Cup) en de Noor Daniel Hoelgaard (vloert in de Ronde van Normandië Coen Vermeltfoort en Aidis Kruopis in een massasprint, bijvoorbeeld). Kort achter deze drie heren staan de Duitser Jan Dieteren, de Est Martin Laas (winnaar Ronde van Estland 2015 en vierde in de door Van der Poel gewonnen Baltic Chain Tour 2014) en de Nederlandse beloftenkampioen Stan Godrie, die op een goede dag lastig kunnen zijn voor Gaviria, Consonni en Hoelgaard. Last but not least krijgt ook Denemarken een eervolle vermelding, want die nemen liefst vier rittenkapers mee. Søren Kragh Andersen is daarbij het grootste talent, maar ook van Alexander Kamp, Patrik Olesen en Mads Pedersen mag men het nodige verwachten.


Van der Poel - Foto: Marcel Koch

Mathieu van der Poel – Foto: Marcel Koch

 
Ik ga voor een ritzege – Mathieu van der Poel

Mathieu van der Poel is een van de grootste talenten op twee wielen ter wereld. In het veldrijden kroont hij zich in februari 2015 tot de jongste wereldkampioen ooit, een titel die hij in 2013 als junior ook op de weg pakt. In de Ronde van de Toekomst maakt hij voor het eerst zijn opwachting in een rittenkoers enkel en alleen voor beloften. In gesprek met WielerFlits spreekt hij zijn verwachtingen voor de achtdaagse wedstrijd uit.

“Ik heb lang getwijfeld om deze koers te rijden. Normaal gesproken had ik nu met de ploeg de Baltic Chain Tour aangedaan. Maar die wedstrijd viel uit ons programma, waardoor er ruimte voor mij ontstond om mee te doen aan de Tour de l’Avenir. Daarnaast denk ik dat deze toch wel zware week, een prima investering richting het cross-seizoen is. Mensen moeten in ieder geval niet gaan denken dat het voor mezelf een soort van test is of iets, al ga ik er natuurlijk wel naartoe om resultaten neer te zetten.

Met de vorm zit het goed. Begin augustus ben ik begonnen met de voorbereidingen op het cross-seizoen. Daar zitten heel veel loop- en stabiliteitstrainingen bij, wat zijn impact heeft op mijn conditie. Het is in ieder geval echt weer leuk om met het veldrijden bezig te zijn. Dat wil overigens niet zeggen dat een cross-voorbereiding de Ronde van de Toekomst in de weg zit. Ik denk namelijk dat ik iets frisser ben, omdat ik minder wedstrijdkilometers in de benen heb. Al zullen de jongens die de Tour de l’Ain hebben gereden wel een stapje voor hebben.

Wat ik precies van deze wedstrijd kan verwachten, is voor mij ook een moeilijke vraag. Ik heb al een tijdje niet echt meer gekoerst, zeker niet bergop. Daarom vind ik het ook fijn dat we eerst drie vlakke ritten krijgen, zodat ik de tijd krijg om het koersgevoel op te bouwen naar het einde van de week toe. Ik rij natuurlijk pas voor het eerste in dit internationale veld, dus weet ik ook niet precies wat ik kan en mag verwachten. Ik denk dat na de eerste bergrit duidelijk wordt wie nu wie in de gaten moet houden. Zelf ben ik daar totaal niet mee bezig, al zullen sommige ogen wel op mij gericht zijn.

Ik ga in ieder geval mijn best doen om mezelf in een positie te verschaffen waardoor ik mee kan doen voor een etappezege. Een klassement rijden speelt nog niet echt in mijn hoofd, maar daar denk ik eerlijk gezegd vooraf nooit aan. Er kan in een week zo veel gebeuren. Maar het spreekt natuurlijk voor zich dat wanneer ik er goed voor sta, ik ook een goed klassement probeer te rijden. Als Nederland zijnde, kunnen we – denk ik – wel een grote rol vervullen. Onze selectie bestaat uit hele sterke renners en ik denk dat vooral Sam al meerdere keren heeft bewezen bergop bij de besten te horen.

Mocht ikzelf al een goed klassement rijden, dan zou dat heel erg leuk zijn. Het zou voor mezelf ook een bevestiging geven. Maar als dat nu niet zo is, dan weet ik ook dat het geen ramp is. Ik mis natuurlijk de specifieke en ideale voorbereiding op deze wedstrijd, maar achter dat excuus ga ik me zeker niet verstoppen. Het zou wel heel leuk zijn als ik ook zonder die gerichte opbouw naar deze wedstrijd met de betere kan meekomen. Of een goed resultaat mij stof tot nadenken geeft over een vervroegde overstap naar de weg? Nee, want daar ben ikzelf al goed mee bezig geweest. Het doel is om ooit de overstap naar de weg te maken, dat sowieso. Alleen is dat voorlopig niet aan de orde, omdat ik het crossen nog altijd veel leuker vind. Normaal gezien dien ik in ieder geval mijn tot en met 2018 lopende contract uit, daarna zien we wel verder.”

Ook benieuwd naar de verwachtingen van Sam Oomen? Dat en meer lees je in WielerFlits’ Weekendinterview van 22 augustus!


Favorieten volgens WielerFlits
**** Sebastian Henao
*** Sam Oomen, Laurens De Plus
** Mathieu van der Poel, Simone Petilli, Odd Christian Eiking
* Gregor Mühlberger, Jack Haig, Guillaume Martin, Giulio Ciccone


Klik hier voor de complete deelnemerslijst. WielerFlits staat uitgebreid stil bij de Tour de l’Avenir. Iedere etappe is live te volgen via een Volg Hier-bericht en natuurlijk lees je na afloop ook een wedstrijdverslag van elke etappe.

[poll id=”105″]

Dit artikel delen:

37 Reacties

Celestino 21 augustus 2015 om 11:10

Ik zou Alex Peters toch minimaal 1 ster geven…

rahimns 21 augustus 2015 om 11:21

Thnx, fixed!

Nick Nuyens 21 augustus 2015 om 11:22

Totaal geen idee of die MvDP klimmersbenen heeft.

rahimns 21 augustus 2015 om 11:27

@Nick die heeft hij wel. In bijv. de Tour Alsace dit jaar zat hij bij de beste bergop. Het is een vrij complete renner. Ik kan niet wachten tot dat hij zich volledig op de weg gaat richten.

achtpuntzes 21 augustus 2015 om 11:29

lekker uitgebreide voorbeschouwing. daar is Youri wel even zoet mee geweest. :)

rennerske 21 augustus 2015 om 11:32

Schitterende voorbeschouwing. Gelukkig naast die onzinnige poppenkast van de Vuelta een echte Ronde op een normaal parcours met renners die de koers wel serieus nemen.

Sagan=hulk 21 augustus 2015 om 11:36

Fantastische voorbeschouwing!

Het is toch ronduit belachelijk dat Henao hier meedoet. Gewoon alle World-tour en pro conti rijders bannen, tenzij het stagiairs zijn. Zoals op het wk.

burgyv 21 augustus 2015 om 11:37

Mooie voorbeschouwing met vdPoel en Oomen! (misschien iets te uitgebreid maar ach)

Sterrenverdeling valt flink over te twisten. Soler heeft juist een heel sterk jaar gehad bij Movistar, vooral in dienst misschien. Soler is echt kandidaat podium. Reyes, Kamna en Peters verdienen ook wel een ster. En ik schat Muhlberger, Haig en Ciccone hoger in dan vdPoel, Eiking en misschien ook wel Oomen, de Plus en Petilli. Bouwman misschien nog voor top10? Bij de sprinters is de vernoeming van Baska mij een raadsel. Laas? wie is dat? en Sorensen wordt te laag ingeschat.

Voorspelling klassement
1. Henao
2. Muhlberger
3. Soler

Wie zijn de favorieten voor de proloog? Wurtz, Kamna?

Ciclismo92 21 augustus 2015 om 11:38

Er wordt wel wat veel verwacht van de Nederlands aan de sterrenverdeling te zien. Niet dat Sam en Mathieu geen grote talenten zijn, maar als er een op het podium staat, zou dat al heel erg goed zijn denk ik.

rahimns 21 augustus 2015 om 11:40

@rennerske onzinnige poppenkast van de Vuelta ??? en de renners daar zouden de koers niet serieus nemen ??? die mag je uitleggen, want wat is er nu weer met de Vuelta dan.

Nick Nuyens 21 augustus 2015 om 11:40

@rahims

Ik kan ook niet wachten, als belg kijk ik altijd vol belangstelling naar de veldrijders op de weg. Toch opvallend dat alle toppers uit een c-sport het eigelijk maken als topper in een a-sport. Boom: 5de wk, Tourrit, vueltarit en proloog in P-N en Stybar vergelijkbaar palmares waar ik bij hem nog een wereldtitel of klassieker winst verwacht.

rahimns 21 augustus 2015 om 11:45

@Nick ik vind veldrijden niet een C-sport. Natuurlijk is het niet de meest mondiale sport ter wereld maar de renners zijn wel allemaal topsporters. Het is een hele zware tak van de wielersport en er zijn in het verleden wel meer toppers op de weg voortgekomen uit de cyclocross. En ik denk dat Mathieu echt een enorm groot talent is die misschien echt tot hele bijzondere dingen in staat is in de toekomst waarbij de prestaties van Boom en Stybar wel eens kunnen verbleken. Maar dan moet hij niet al te lang wachten met een overstap, over een jaar of 2 moet hij deze dan ook echt maken.

Nick Nuyens 21 augustus 2015 om 11:53

@rahimns hopelijk kan hij uitgroeien tot een echte afmaker zoals Gilbert. Daar heeft hij volgens mij ook de ingesteltheid voor maar voor hetzelfde geld kom je altijd net kort zoals GVA of Sagan al zie ik de laatste nog wel een echte killer worden.

ydenaar 21 augustus 2015 om 11:59

Thnx, fixed!

LyndaLid 21 augustus 2015 om 12:05

Mooie voorbeschouwing hoor!

Altijd interessant om te volgen deze ronde, toch vaak een indicatie van welke renners je 1 of 2 jaar later wat meer voorin grote koersen kan verwachten.

Overigens had ik Henao dit jaar al meer verwacht, die wilde zelfs voor de jongerentrui in de Giro gaan. Toch tegenvallend dus, misschien maakt ie hier zijn seizoen goed.

tight 21 augustus 2015 om 12:10

Poe hee dat zijn drie behoorlijke bergritten op een rij. Waarom niet wat meer heuvelritten, waarop tactisch gekoerst kan worden?

Adrianus 21 augustus 2015 om 12:42

Ik vermoed, dat Johan Lammerts naar aanleiding van de uitslagen van de Ronde van de Toekomst te voorbarig is geweest met het nu al vrij geven van zijn wk selectie.
Gespaard van valpartijen of ziekte gaat Mathieu van der Poel wederom verbazen.

CyclesGoff 21 augustus 2015 om 13:10

Inderdaad mooie voorbeschouwing; informatief en met een gezonde dosis humor geschreven. Ook nog wat geleerd over gezichtsbeharing. Van de typisch Zuid-Amerikaanse snor van Flórez had ik al wel gehoord; van de opzienbaard van Den Hertog nog niet. (flauw, maar ik kon het niet laten).
edit: Inmiddels aangepast zie ik.

Rosanero 21 augustus 2015 om 13:48

Edit Redactie: Pas je gedrag aan wanneer je hier wil blijven reageren.

Wim Kruithof 21 augustus 2015 om 14:20

redactie, mijn oprechte complimenten. Soms is een voorbeschouwing wel heel erg mooi uiteengezet. Zeker nu als special. Paris-Roubaix (vorig jaar) was ook een huzarenstukje.

Wat mij betreft een top product.

alsjewint 21 augustus 2015 om 14:24

WF, dank voor deze mooie voorbeschouwing. De belangrijkste etappekoers voor beloften terecht extra in het zonnetje gezet. Met dit parcours en de Nederlandse inbreng denk ik dat ik deze koers toch wat intensiever ga volgen dan de gemiddelde beloftenkoers.De Lacets de Montvernier komen wel in de spotlights. Nooit eerder opgenomen in een koers en nu in 2015 maar liefst 3 keer.

Darth333 21 augustus 2015 om 14:28

Deze voorbeschouwing is 3x zo lang als die van de Vuelta :D. En dit is 'maar' een beloftenkoersje… Echt een geweldige voorbeschouwing overigens

52voor11achter 21 augustus 2015 om 14:48

@Darth333
mag je eindelijk ‘als’gebruiken, doe je het niet :)

Maar deze belofte koers belooft een heleboel voor Nederland!

diegodon 21 augustus 2015 om 14:59

misschien dat Sam Oomen dan morgen verteld waar hij volgend jaar gaat rijden !

boomcie 21 augustus 2015 om 16:14

Komaan jongens ‘ingesteltheid’. Dat is toch zuiver trolling? Wat moet ik doen, daar niet op reageren?

Laatste nieuws

Materiaalzone

Populair