Voorbeschouwing: Milaan-San Remo 2026 – Weer een epische tweestrijd Van der Poel-Pogacar
Andiamo! In de eerste maanden stonden er al belangrijke wielerafspraken op het menu, maar zaterdag is het tijd voor de eerste monumentale klassieker van 2026. Inderdaad: Milaan-San Remo is daar. In La Primavera wil Tadej Pogacar een belangrijk hiaat opvullen in zijn palmares, maar dan moet hij wel eerst voorbij Mathieu van der Poel. WielerFlits blikt vooruit!
Historie
Laatste winnaars Milano-Sanremo
| Jaar | Winnaar |
|---|---|
| 2025 | |
| 2024 | |
| 2023 | |
| 2022 | |
| 2021 |
Laatste editie
Eén aanval zegt soms meer dan duizend woorden. Voor de wat oudere wielerliefhebbers die zijn opgegroeid in de tijd van Eddy Merckx, is het wellicht moeilijk voor te stellen. Dat er momenteel een wielrenner rondrijdt die misschien nog wel beter is dan de inmiddels tachtigjarige Belgische wielerlegende. Nog completer, genialer en frivoler dan de man die in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ontelbare grote wielerwedstrijden op zijn naam wist te schrijven.
Elk tijdperk kent zijn fenomenen, maar Tadej Pogačar is wellicht het grootste fenomeen van allemaal. Maar, zelfs fenomenen botsen wel eens op onvoorziene natuurkrachten. 22 maart 2025. Flanken van de Poggio. Drie renners draaien gezamenlijk deze 3,7 kilometer lange beklimming – al sinds jaar en dag de scherprechter in Milaan-San Remo – op.

foto: Fotopersburo Cor Vos
De man in de witte trui met regenboogstrepen is Tadej Pogačar, de boomlange kerel met volle baard luistert naar de naam Filippo Ganna en de ranke maar tegelijkertijd krachtige coureur in het tenue van Alpecin-Deceuninck heet Mathieu van der Poel. Deze drie kleppers zijn op die bewuste zaterdag in maart verwikkeld in een nietsontziende driestrijd om de overwinning in La Primavera.
De wereldkampioen beseft dat hij de knuppel vroeg in het hoenderhok moet gooien en gaat als een bezetene tekeer op de flanken van de voorlaatste beklimming, de alombekende Cipressa. Met zijn versnellingen doet Pogačar het peloton uiteen spatten, maar één renner is niet van plan om te plooien: Van der Poel. De Nederlander geeft geen krimp. Wat Pogačar ook probeert, de klassiekerspecialist heeft telkens een passend antwoord in huis, ook op de Poggio.
Op de trappers, in het zadel, van kop, vanuit zijn rug en na elke bocht: Pogačar moet zijn volledige wielerrepertoire aanspreken, maar het blijkt niet genoeg om zijn Nederlandse opponent van zich af te schudden. Van der Poel lijkt de laatste hectometers naar de top van de Poggio af te tellen, maar dan gebeurt er iets onverwachts. Tot verrassing van velen, niet in de laatste plaats van Pogačar.
Op goed driehonderd meter van de top van de Poggio, net na het steilste gedeelte, schudt Van der Poel een verschroeiende demarrage uit zijn benen. Met één goed getimede en vinnige versnelling brengt Van der Poel de beste wielrenner van het moment even aan het wankelen. Pogačar weet op karakter weer aan te sluiten, maar de schade is al geleden. In de daaropvolgende eindsprint om de zege, maakt Van der Poel het op grandioze wijze af.
Parcours
De tijd dat Milaan-San Remo nog daadwerkelijk vertrok vanuit Milaan, ligt alweer enkele jaren achter ons. In 2023 had Abbiategrasso de eer om als startplaats te fungeren en één jaar later klikten de renners in Pavia hun koersschoentjes in de pedalen. Dat is de organisatie blijkbaar goed bevallen, want de eerste monumentale klassieker van het seizoen heeft met de Lombardse stad een alternatieve startplaats gevonden voor de komende jaren.
De 117e editie van Milaan-San Remo heeft verder weinig verrassingen in petto voor de renners. De organisatie houdt vast aan zijn beproefde recept, al bedraagt de totale afstand ditmaal bijna 300 kilometer. Na de start gaat het in zuidwestelijke richting – over voornamelijk vlakke wegen – naar de eerste helling van de dag. En dat is meteen een bekende scherprechter.
Milano-Sanremo
We hebben het natuurlijk over de Passo del Turchino. De Turchino was in de begindagen van Milaan-San Remo nog de enige noemenswaardige beklimming in het parcours, zowat halfweg koers, maar deze was wel vaak beslissend. De Turchino is tegenwoordig niet meer dan een voetnoot in het wedstrijdverloop, maar zal als eerste ijkpunt in de koers wel voor wat nervositeit zorgen.

De renners rijden op de top van de Turchino door een tunnel – foto: Fotopersburo Cor Vos
Na de passage over de Passo del Turchino dalen de renners af richting Genua Voltri en vanaf daar zullen ze – langs de kust – westwaarts rijden. Via Varazze, Savona en Albenga worden daarna de Tre Capi bereikt: de Capo Mele, de Capo Cervo en de Capo Berta. Vanaf de top van die laatste helling, op zo’n veertig kilometer van de streep, gaat het in volle vaart naar de laatste twee beklimmingen van de dag: de Cipressa, die sinds 1982 deel uitmaakt van de route, en de Poggio.
De klim zelf heeft officieel geen naam, dus wordt deze vernoemd naar het dorpje wat de top vormt: Cipressa (5,6 km à 4,1%). De klim naar dit dorpje aan de Ligurische kust, op een hoogte van ongeveer 240 meter, is regelmatig de locatie waar subtoppers een verwoede uitvalspoging doen, maar waar de koers zelden (al zal Pogacar graag het ongelijk willen bewijzen) beslist wordt. Dat komt onder meer door de tien vlakke kilometers die tussen de Cipressa en de Poggio liggen en waar een aanstormend peloton een flink voordeel heeft.
Net als de klim kan ook de afdaling zijn weerslag hebben op de koers, want de dalende lijn van de SP77 geldt als uiterst technisch. Vraag dat maar aan Niccolò Bonifazio, die er als lokale held ooit duizelingwekkende snelheden wist te halen, tot bewondering en afgrijzen van de televisiekijkers. De Italiaan wist die afdaling destijds tot een goed einde te brengen, maar dat was niet altijd het geval. In 1984 kwam Jan Raas er hard ten val, met langdurige rugklachten ten gevolge, die het einde van zijn carrière als wielerprof zouden betekenen.

Op de flanken van de Cipressa is het peloton nooit ver weg – foto: Fotopersburo Cor Vos
Zijn er favorieten die de Cipressa (of de daaropvolgende afzink) aangrijpen om de koers in lichterlaaie te zetten? Mocht het gehoopte spektakel uitblijven, dan zal het moeten gebeuren op de flanken van de beklimming van de Poggio di Sanremo, die begint op negen kilometer van de finish. De klim is 3,7 kilometer lang en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 3,7% procent. Een ‘kwadratische klim’, zou Tim Krabbé zeggen.
Net voordat de top bereikt wordt, loopt de hellingsgraad overigens nog even op tot 8%. De weg is vrij smal, met vier haarspeldbochten in de eerste twee kilometer. De afdaling is bij momenten dan weer uitdagend, over asfaltwegen met meerdere bochten die op bepaalde punten vrij smal zijn. Na de laatste dalende kilometers is het niet zo ver meer naar de eindstreep in San Remo.
De laatste twee vlakke kilometers voeren over lange en rechte wegen. Op 850 meter van de finish is er nog een scherpe bocht naar links, gevolgd door een bocht naar rechts op 750 meter van de streep op de welbekende Via Roma.
Milaan-San Remo 2026 – Beklimmingen
nog 150 km – Passo del Turchino (26 km à 1,5%, Ovada als startpunt)
nog 51,6 km – Capo Mele (1,7 km à 4,2%)
nog 47,5 km – Capo Cervo (1,9 km à 2,6%)
nog 39,5 km – Capo Berta (1,8 km à 7,1%)
nog 22 km – Cipressa (5,6 km à 4,1%)
nog 6 km – Poggio di Sanremo (3,7 km à 3,7%)
Favorieten
Het is haast niet meer voor te stellen, maar in een nog niet zo ver verleden was Milaan-San Remo een klassieker voor de sprinters. Althans, rappe mannen maakten er steevast een goede kans op de overwinning, maar die tijd is inmiddels wel voorbij. De dagen dat Mario Cipollini (2002), Óscar Freire (2004, 2007 en 2010), Alessandro Petacchi (2005), Mark Cavendish (2009), Alexander Kristoff (2014), John Degenkolb (2015) en Arnaud Démare (2016) er konden zegevieren, lijken wel geteld.
Dit heeft allemaal te maken met het koersgedrag van de huidige toppers in het peloton. De kleppers van nu laten geen mogelijkheid of helling onbenut om de koers in vuur en vlam te zetten. Of het nu op dertig, zestig of zelfs honderd kilometer van de finish is. Vastgeroeste koersscenario’s worden herschreven, wielerregels aan de laars gelapt. In het huidige wielrennen gooien de kopmannen de knuppel steeds vroeger in het hoenderhok.
Er wordt steeds vaker en vooral eerder met open vizier gekoerst. Er zijn bovendien meerdere ploegen bij gebaat om de koers zo hard mogelijk te maken, om zo de rappe mannen overboord te gooien, maar we kijken toch vooral naar één man: Tadej Pogacar. Het Sloveense wielerwonder uit Komenda won de voorbije jaren zowat elke denkbare wedstrijd en is op zijn 27ste al bezig met het afvinken van nog ontbrekende koersen. Een van deze wedstrijden, is Milaan-San Remo.

Tadej Pogacar – foto: Fotopersburo Cor Vos
Slaat de wereldkampioen bij zijn zesde poging dan eindelijk toe? De kopman van UAE Emirates XRG is steevast op de afspraak in de finale van de Italiaanse klassieker, is vaak de man die de koers doet openbreken, maar wegrijden op de Cipressa of Poggio blijkt o zo ingewikkeld. Zelfs voor een fenomeen als Pogacar. De Sloveen is na al die jaren nog steeds op zoek naar de ontbrekende cijfers om de code te kraken, al is het ook geen hogere wiskunde. Voor Pogacar is het zaak om de koers zo hard mogelijk te maken, en het liefst zo vroeg mogelijk.
Waar Pogacar in de eerste jaren zijn kruit droog hield voor de Poggio, gooide hij vorig jaar al op de flanken van de Cipressa zijn eerste kaarten op tafel. Dat zal ook nu weer het beproefde recept zijn, zo verwachten we, en met onder meer Isaac Del Toro (let op de Mexicaan!) en Florian Vermeersch in de ploeg heeft hij zeker de renners om het peloton aan gruzelementen te rijden op deze beklimming. Het ontbreken van Tim Wellens en Jhonatan Narváez is wel een flinke streep door de rekening: zij waren vorig jaar nog cruciaal bij het inleiden van Pogacars aanval op de Cipressa.

Mathieu van der Poel – foto: Fotopersburo Cor Vos
En er is een nog groter ‘probleem’ voor Pogacar en UAE Emirates: ze zullen dit jaar weer moeten afrekenen met Mathieu van der Poel. De Nederlander was vorig jaar de grote boeman van de Sloveen en de renner die hem – nog maar eens – van de overwinning wist te houden op de Via Roma. De kopman van Alpecin-Premier Tech lijkt dit jaar weer klaar om de wereldkampioen het vuur aan de schenen te leggen, want Van der Poel maakte dit voorjaar al de nodige indruk. Bij zijn seizoensdebuut in de Omloop Het Nieuwsblad en Tirreno-Adriatico stond er geen maat op MVDP.
We bombarderen de klassiekerspecialist dan ook tot topfavoriet, gezien zijn twee eerdere overwinningen, intrinsieke klasse, explosiviteit én vermogen om het na een zware finale af te maken in de sprint. Dan moet hij uiteraard wel eerst Pogacar zien te volgen op Cipressa en Poggio, maar vorig jaar liet hij zien dat het mogelijk is. Mocht Van der Poel erin slagen om voor een derde keer te zegevieren, dan komt hij op gelijke hoogte met wielergrootheden Fausto Coppi (1946, 1948 en 1949), Roger De Vlaeminck (1973, 1978 en 1979) en Óscar Freire (2004, 2007 en 2010).
Alpecin-Premier Tech, de ploeg van titelverdediger Van der Poel, heeft overigens nog een interessante kaart om uit te spelen. Wat heet: de Belgische formatie heeft met oud-winnaar Jasper Philipsen (winnaar van de voorbije Nokere Koerse) een tweede kandidaat-winnaar in de gelederen, mocht er zich een scenario voltrekken waarin de wedstrijd toch weer uitmondt in een sprint van een iets grotere groep.

Wout van Aert – foto: Fotopersburo Cor Vos
Vorig jaar draaide Milaan-San Remo uit op een driestrijd tussen Pogacar, Van der Poel en… Filippo Ganna. De Italiaan stierf duizend doden op de Cipressa en Poggio, maar bleek wel als enige in staat om zijn karretje aan te haken bij de twee wielerfenomenen. In de eindsprint strandde de tempobeul vervolgens op die zo ondankbare tweede plaats, en dus zal hij ongetwijfeld met de nodige revanchegevoelens aan de start verschijnen. Zorgt de renner van INEOS Grenadiers zaterdag voor de eerste Italiaanse zege sinds Vincenzo Nibali, die in 2018 een gedenkwaardige solo-zege boekte?
Over oud-winnaars gesproken: we zijn zeer benieuwd of Wout van Aert (winnaar van de ‘covid-editie’ van 2020) de strijd kan aangaan met Pogacar en Van der Poel op de Cipressa en Poggio. De 31-jarige Belg is terug van weggeweest, nadat hij de voorbije twee seizoenen koos voor een alternatieve voorbereiding zonder Milaan-San Remo. Dit jaar kiest hij weer voor een klassiek voorjaarsprogramma, met alle grote wielerafspraken, en La Primavera is zijn eerste hoofddoel van 2026. Met een goede Van Aert moet je altijd rekening houden, maar hoe goed is hij nu eigenlijk?
Door ziekte moest de Kempenaar zijn voorjaarsprogramma lichtjes omgooien en passen voor de Omloop Het Nieuwsblad, maar de kopman van Visma | Lease a Bike kreeg daarna wel de tijd om zijn vorm aan te scherpen in Strade Bianche en Tirreno-Adriatico. We verwachten hem dan ook zeker in de spits van de wedstrijd. Met zijn klim- en sprintkwaliteiten blijft Van Aert een meer dan gevaarlijke klant, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij de laatste jaren wel zijn meerdere moet erkennen in zijn twee grote rivalen, op de momenten dat het er écht om ging.

Tom Pidcock – foto: Fotopersburo Cor Vos
Visma | Lease a Bike heeft echter meerdere ijzers in het vuur, want ook Christophe Laporte en Matteo Jorgenson beschikken over de capaciteiten om een rol van betekenis te spelen in de finale. De Fransman kan met zijn snelle benen gokken op een sprint, terwijl Jorgenson dan weer gebaat is bij een schifting op de Cipressa en Poggio. De runner-up van Tirreno-Adriatico zal wel alleen moeten aankomen, maar wie weet kan hij in de finale profiteren van de aanwezigheid van zijn ploegmaat Van Aert. Het Britse goudhaantje Matthew Brennan is er door ziekte helaas niet bij.
Lidl-Trek leek het geweer van schouder te moeten veranderen, maar hij doet dan tóch gewoon mee: Mads Pedersen. Het was een verrassende mededeling, want afgelopen weekend meldde ploegleider Kim Andersen nog dat de Deen niet zou starten in La Primavera. “Eerlijk gezegd was het plan niet om San Remo te rijden, maar we hebben een paar echt goede trainingen afgewerkt en we wilden specifieke waarden zien om ook in deze wedstrijd kans te maken op een goed resultaat”, is Pedersens uitleg op de ploegsite.

Mads Pedersen is de ultieme dark horse voor de overwinning – foto: Fotopersburo Cor Vos
“Na een paar zware trainingen deze week geloven we dat het een goede beslissing is om weer te koersen, een rugnummer op te spelden en weer comfortabel te worden in een wedstrijd. Het is echt prettig om op dit punt te zijn en hier in Italië te kunnen starten. Het is een goed begin met het oog op de Belgische klassiekers.” De vraag is alleen of de oud-wereldkampioen meteen weer kan wedijveren met zijn mede-toppers Pogacar en Van der Poel. Pedersen kennende zal hij geen modderfiguur (willen) slaan, maar we verwachten nu ook geen wonderen.
Met de afwezigheid van sprintbom Jonathan Milan (ziek) zal er wel meer worden gekeken naar de pas herstelde Pedersen en zijn Tsjechische rechterhand Mathias Vacek. Soudal Quick-Step heeft dan weer Paul Magnier in de gelederen. De Fransman zal hopen op een gesloten koersverloop waarin het weer zal samentroepen na de Poggio, maar die kans lijkt anno 2026 wel verkeken. Mochten de sprinters toch in een kansrijke positie komen, dan houden we ook rekening met Tobias Lund Andresen (Decathlon CMA CGM), Luke Lamperti, Marijn van den Berg (EF Education-EasyPost) en Biniam Girmay (NSN).
De puncheurs zullen hier echter wel een stokje voor willen steken. Dan denken we allereerst aan Tom Pidcock, die als uitgesproken kopman van Pinarello-Q36.5 maar wat graag de strijd wil aangaan met topfavorieten Pogacar en Van der Poel. Romain Grégoire (Groupama-FDJ) kon vorig jaar al even zijn karretje aanhaken bij de ‘Grote Twee’ en zal nu nog langer willen volgen en – waarom niet – de gevestigde orde écht uitdagen.

Julian Alaphilippe – foto: Fotopersburo Cor Vos
Wie we ook niet uit het oog mogen verliezen, is oud-winnaar Matej Mohoric. Met zijn daalkwaliteiten – we herinneren ons allemaal nog zijn afzink van de Poggio – kan de Sloveen ver komen. We houden verder rekening met een uitschieter van de explosieve en snelle Paul Lapeira (Decathlon CMA CGM), zijn al even rappe landgenoot Axel Laurance (INEOS Grenadiers), mannen-in-vorm Giulio Pellizzari, Laurence Pithie en Primoz Roglic (Red Bull-BORA-hansgrohe), Andrea Vendrame, Mauro Schmid (Jayco AlUla) en Alberto Bettiol (XDS Astana).
Tot slot, willen we ook gewezen winnaars Julian Alaphilippe (Tudor) en Jasper Stuyven (Soudal Quick-Step) nog even benoemen, net als Vincenzo Albanese (EF Education-EasyPost), Alex Aranburu (Cofidis), Rick Pluimers én Matteo Trentin (nog twee troeven van Tudor).
Weer en TV
Het is zaterdag waarschijnlijk prima koersweer tijdens Milaan-San Remo met een afwisseling van zon en stapelwolken. Er is een kleine kans op een lokale bui. De middagtemperatuur ligt in San Remo rond de vijftien graden.
Langs de kust staat zaterdagmiddag een matige wind (windkracht 3 of 4) uit het zuidoosten tot oosten. De renners zullen de wind in de tweede helft van de rit, vanaf Genua, dus vaak vanaf links of schuin(links)achter hebben.
Milaan-San Remo is ook dit jaar – van start tot finish – live te zien op Eurosport 1 en via HBO Max. De Belgische wielerfans kunnen tevens afstemmen op de commerciële zender VTM. Bekijk alle tv-zenders en uitzendtijden in onze tv-gids Wielrennen op TV.
De Zomergids 2026 van Wielerflits Magazine is maar liefst 220 pagina's dik en staat barstensvol mooie wielerverhalen. Een van de verhalen gaat over de band tussen Mathieu van der Poel en zijn opa Raymond Poulidor. Wat zijn hun gelijkenissen? Welke invloed heeft Poulidor gehad op de wielrenner en de mens Mathieu? En hoe wordt in Frankrijk aangekeken tegen MVDP? In de Zomergids lees je verder alles over de Tour de France en de Tour Femmes, Jonas Vingegaard over de knechten van Tadej Pogačar, Lucien Van Impe, Nienke Vinke en nog veel meer!








De winnaar, poel of pogi, zal om het even zijn.
Dat gaat echt geen verschil meer maken in deze tijd.
Het zit hem in het extreem hard omhoog kunnen knallen op de laatste twee puisten. Daarvoor zoe je vaak nog 80 man zitten.
Nee wielrennen is nog traditioneel oud, fossielig...
Maar soms moet je ook knippen plakken zonder de traditie te breken.
Amstel gold race is daar een mooi voorbeeld van. Dat is lef hebben.
Een mogelijk scenario: Vroege vlucht van een man of tien en een paar subtoppers krijgt 10 tot 15 minuten voorsprong en werkt uitstekend samen. Achtervolging door alleen UAE en Alpecin, terwijl alle andere teams geen meter kop doen, maar storen op de tweede rij. UAE en Alpecin helpers uitgeblust voor de Cipressa. Subtopper(s) houdt/houden vol tot de finish met minder dan een minuut voorsprong. Zou leuk zijn.