Tour 2019: Mike Teunissen bezorgt Nederland na dertig jaar eindelijk weer geel

Door , zaterdag 6 juli 2019 om 17:30
Tour 2019: Mike Teunissen bezorgt Nederland na dertig jaar eindelijk weer geel

foto: Cor Vos

Het heeft exact dertig jaar geduurd, maar er rijdt weer een Nederlander in de gele trui! Mike Teunissen schreef in Brussel geschiedenis door – uiterst verrassend – naar de ritzege en Le Maillot Jaune te snellen, waardoor Erik Breukink niet meer de laatste Nederlandse geletruidrager is. WielerFlits dook voor deze special de archieven in. Welke landgenoten droegen eigenlijk allemaal dat felbegeerde kleinood?


De voorlaatste keer dat een Nederlandse wielrenner de gele trui droeg, werd George Bush sr. beëdigd als 41e president van de Verenigde Staten. Viel het kabinet-Lubbers II over de voorgestelde beperking van het zogeheten reiskostenforfait. En vierde de westerse wereld de val van de Berlijnse Muur, waardoor Oost en West weer werden herenigd. In datzelfde jaar won de toen 25-jarige Erik Breukink de proloog in de Tour de France, met start en finish in Luxemburg. Na afloop kreeg de Nederlander ook de gele trui uitgereikt. Breukink had toen niet kunnen vermoeden dat hij dertig jaar zou moeten wachten op een opvolger: 10.961 dagen.

Aan het einde van de jaren tachtig was het namelijk helemaal niet zo bijzonder, een Nederlander in de gele trui. Jelle Nijdam, Teun van Vliet, Johan van der Velde, Adrie van der Poel… Zomaar wat namen die één of meerdere dagen in dat magische shirt mochten rondfietsen. En vergeet ook niet de generatie Joop Zoetemelk-Jan Raas-Gerrie Knetemann, renners die onlosmakelijk verbonden zijn met de kleur geel. Maar het begon allemaal in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen het Nederlandse wielrennen steeds groter en populairder werd. En het succes niet alleen beperkt bleef binnen de vaderlandse grenzen.

Wim van Est (midden) en Gerrit Voorting (rechts) droegen allebei het geel  – foto: Cor Vos

Wie Wim van Est zegt, zegt vooral twee dingen: Col d’Aubisque en Pontiac. We gaan terug naar het jaar 1951, de Tour van de Zwitserse charmeur Hugo Koblet. Maar toch ook de Tour van Wim van Est. De geboren Brabander slaagt erin om na twaalf etappes de gele trui te pakken, nadat hij in Dax de Fransen Louis Caput en Jacques Marinelli wist te vloeren. De 28-jarige Van Est schrijft geschiedenis in de Pyreneeën: nog nooit was een Nederlander erin geslaagd om het geel te pakken. Van Est doet het, waardoor hij als leider mocht beginnen aan de dertiende rit naar Tarbes, een etappe van iets meer dan tweehonderd kilometer over de gevreesde Col d’Aubisque.

De Italiaan Serafino Biagioni komt als winnaar over de streep, maar het echte verhaal wordt geschreven in de achtergrond. Het is namelijk Van Est die valt in de afdaling van de Aubisque. Is het vermoeidheid? Overmoed? Of gewoon brute pech? Van Est zelf wijt de val aan een lekke band. Feit is dat de Nederlander zeker zeventig meter naar beneden kukelt, maar de schade blijkt gelukkig mee te vallen. De beelden – die ruim veertig jaar later opduiken – staan nog altijd op het collectieve netvlies. Een hevig geëmotioneerde Van Est wordt met een ketting van fietsbanden omhoog gehesen, wetende dat zijn gele droom voorbij is. Het bleek het einde van zijn Tour, maar zeker niet het einde van zijn wielercarrière.

Veel mensen zijn wellicht vergeten dat Van Est na die bewuste Tour nog twee keer de gele trui mocht aantrekken. In 1955 bleef hij opnieuw één dag in het bezit van het geel, terwijl hij in 1958 zelfs twee dagen het klassement aanvoerde. Maar De Locomotief blijft toch vooral de man die viel in de afdaling van de Aubisque. Al is het maar omdat horlogefabrikant Pontiac – die destijds het Nederlandse team sponsorde – na afloop een advertentiecampagne opzette. “Zeventig meter viel ik diep, mijn hart stond til, maar mijn Pontiac liep”, aldus Van Est. Hoe een (letterlijk) dieptepunt kan veranderen in een (commercieel) hoogtepunt.

Jan Janssen grapt en grolt tijdens de Tour van 1968 – foto: Cor Vos

Na Van Est zagen we al snel meer Nederlanders in de gele trui. Zo veroverde Wout Wagtmans in 1954, 1955 en 1956 maar liefst twaalf gele tenues, alleen Joop Zoetemelk droeg vaker het felbegeerde tricot. Maar ook Gerrit Voorting en Ab Geldermans stonden even in het middelpunt van de belangstelling. Alleen: Van Est, Wagtmans, Geldermans en Voorting wisten de gele trui niet naar Parijs te brengen. Het was wachten op Jan Janssen, die in 1968 als eerste Nederlander de drieweekse ronde won. De renner uit Nootdorp droeg in 1966 al één dag het geel, en leek zelfs op weg naar de Tourzege. Maar toen kwam die bewuste etappe naar Turijn, de verrassende aanval van Lucien Aimar, de gebrekkige radioverbinding… En de rest is geschiedenis.

Maar twee jaar later was Janssen terug, in de hoop nu wél de Tour te winnen. De Zuid-Hollander was een van de favorieten, maar de aandacht ging in die Tour toch vooral uit naar Charly Grosskort, Georges Vandenberghe en Rolf Wolfshohl. Coureurs die één of meerdere dagen in het geel rondreden. Bovendien was er heibel binnen de Nederlandse ploeg, wat leidde tot een moeizaam begin voor Janssen. Toch zat de 28-jarige renner drie weken op het vinkentouw, klaar om toe te slaan. Het moest allemaal gebeuren in de afsluitende tijdrit naar Parijs, met aankomst op de wielerbaan Bois de Vincennes, iets ten zuidoosten van de stad.

Het verschil tussen Janssen en leider Herman Van Springel? Zeventien seconden in het voordeel van de Belg, die wel de mindere tijdrijder was. En dus wist Janssen het verschil ruimschoots goed te maken. Aan de streep bleek Van Springel 55 seconden trager, waardoor Janssen de Tour won met een verschil van 38 seconden. Een geëmotioneerde en wat beduusde Janssen werd op de schouders genomen door vrienden, familie en toeschouwers. De Nederlandse televisiekijkers (het was de eerste keer dat de Tour live werd uitgezonden) hoorden de legendarische commentator Theo Koomen het volgende zeggen: “Jan Janssen heeft de Tour de France gewonnen. Jan, Jan, geweldig!”

Janssen mocht niet veel later de gele trui aantrekken, voor de eerste maal in die bewuste Tour van ’68. Een beter moment had de Nederlander echter niet kunnen uitkiezen. Het was overigens wel de laatste keer dat we Janssen in het geel zagen, aangezien hij in de daaropvolgende seizoenen niet meer zijn gebruikelijke niveau wist te halen.

Wie Jan Janssen zegt, zegt automatisch ook Joop Zoetemelk. Jan & Joop zijn anno 2019 nog altijd de enige Nederlandse Tourwinnaars. Maar Janssen en Zoetemelk zijn ook de enige vaderlandse laureaten van de Vuelta a España. Janssen wist in zijn carrière tweemaal het Tourpodium te halen. Mooie cijfers, maar dit aantal verbleekt bij de zes podiumplekken van zijn (iets) jongere landgenoot. Bovendien heeft Zoetemelk aanzienlijk meer gele truien thuis liggen: de Hagenaar was maar liefst 22 dagen leider in de Ronde van Frankrijk. Het begon allemaal in 1971, maar Zoetemelk wist in zijn tweede Tour slechts één dag het geel te houden.

Nét niet, leek een beetje het verhaal van Joop Zoetemelk te worden. De zwijgzame ronderenner deed vrijwel altijd mee om de eindzege, maar botste met Eddy Merckx en Bernard Hinault op twee superkampioenen. Zoetemelk finishte als tweede in 1970, 1971, 1976, 1978 en 1979. Bovendien werd hij nog vierde in 1973 en 1975, vijfde in 1972 en achtste in 1977. Een indrukwekkende regelmaat, maar telkens was er wel iemand beter. In 1978 en 1979 reed hij zelfs vier én zes dagen in het geel, maar moest hij in Parijs toch zijn grote rivaal Hinault feliciteren met diens eindzege. Joop Zoetemelk leek voor altijd genoegen te moeten nemen met die tweede plek, maar toen…

Joop Zoetemelk valt op de slotklim naar Pra Loup – foto: Cor Vos

In 1980 krijgt de kopman van TI-Raleigh-Creda dé kans van zijn leven, aangezien titelverdediger Hinault last heeft van tendinitis en de Tour moet verlaten. En dat terwijl de Fransman juist op weg leek naar een derde achtereenvolgende Tourzege. Plots is Zoetemelk de nieuwe favoriet, maar de Nederlander weet uitstekend om te gaan met de druk. De Nederlander verovert het geel na de eerste Pyreneeënrit naar Bagnères-de-Luchon, waarna hij alsmaar verder weet uit lopen. Slechts één keer komt zijn leidende positie in gevaar, maar dit komt niet door een aanval van een van zijn concurrenten.

Het is namelijk luxeknecht Johan van der Velde die in de zestiende etappe zijn kopman laat vallen op de slotklim naar Pra Loup. De Nederlandse kampioen bepaalt het tempo in de uitgedunde favorietengroep, als hij plots een bruuske beweging maakt. Zijn kopman is verrast, waardoor hij tegen het asfalt kwakt. “Wat een drama, misschien!”, roept commentator Jean Nelissen in de microfoon. Gelukkig blijken diens woorden niet profetisch, aangezien Zoetemelk direct op zijn fiets springt en zodoende weer weet aan te sluiten. Een week later wordt Joop Zoetemelk gehuldigd als eindwinnaar van de Tour. De man van net niet, is de man van wel!

Leider Erik Breukink samen met zijn ploeggenoot Jean-Paul van Poppel – foto: Cor Vos

Alle aandacht gaat nu uit naar Zoetemelk, wat niet geheel onlogisch is. Maar er waren meer Nederlandse wielrenners die in de jaren zeventig het geel droegen. De namen van Jan Raas en Gerrie Knetemann kunt u waarschijnlijk wel raden. Die van Gerben Karstens is wellicht wat moeilijker. Maar ook Rini Wagtmans – de neef van de eerder genoemde Wout Wagtmans – droeg in 1971 één dag het geel. De jaren zeventig waren kortom erg succesvol, maar ook in de jaren tachtig wisten veel landgenoten de trui te veroveren. We noemen Jelle Nijdam, Teun van Vliet, Adrie van der Poel, Jacques Hanegraaf, Johan van der Velde en Henk Lubberding.

En we sluiten de rij natuurlijk met Erik Breukink. De ronderenner kende in 1987 (ritwinst) en 1988 (jongerentrui) al succes in de Tour, maar in 1989 volgde de ultieme bekroning: een zege in de proloog én de gele leiderstrui. “Het waren andere tijden. Het was toen niet zo bijzonder dat een Nederlander in de gele trui reed”, zo keek Breukink 26 jaar na dato terug met de Volkskrant. “Misschien waren we wel verwend”, aldus Breukink, die maar één dag kon genieten van zijn gele droom. In de eerste rit-in-lijn reed al snel een klein groepje weg. Breukinks ploegleider Peter Post zag geen nut in het verdedigen van de trui, en dus nam de Portugees Acacio da Silva de leiding over. “Ik denk dat een ploeg dat nu anders zal doen”, aldus Breukink.

Mike Teunissen flikt het: de Nederlander pakt het geel in Brussel – foto: Cor Vos

Toen, in 2015, wachtte Breukink nog altijd op een opvolger. Die leek er dat jaar te komen, zo was toch de gedachte onder veel Nederlandse wielerfans. De Tour begon dat seizoen namelijk met een proloog in Utrecht, toch een van de specialiteiten van Tom Dumoulin. De renner van Giant-Alpecin finishte ‘slechts’ als vierde in de Domstad, waardoor ‘we’ nog wat langer moesten wachten op een nieuwe Nederlandse geletruidrager. Mike Teunissen (en niet de gevallen Dylan Groenewegen) zorgde vandaag echter voor de verlossing met zijn sprintzege in de hoofdstad van Europa. Het is alleen te hopen dat het niet weer dertig jaar duurt vooraleer Teunissen een opvolger krijgt.

Overzicht van de Nederlandse geletruidragers 

Joop Zoetemelk kreeg wel vaker de gele trui omgehangen – foto: Cor Vos

1. Joop Zoetemelk – 22 dagen in het geel (1x 1971, 1x 1973, 4x 1978, 6x 1979, 10x 1980)

2. Wout Wagtmans – twaalf dagen in het geel (7x 1954, 2x 1955, 3x 1956)

3. Gerrie Knetemann – acht dagen in het geel (2x 1978, 1x 1979, 1x 1980, 4x 1981)

4. Wim van Est – vier dagen in het geel (1x 1951, 1x 1955, 2x 1958)
Gerrit Voorting – vier dagen in het geel (1x 1956, 3x 1958)

6. Jelle Nijdam – drie dagen in het geel (1x 1987, 2x 1988)
Jan Raas – drie dagen in het geel (1978)
Teun van Vliet – drie dagen in het geel (1988)

9. Jan Janssen – twee dagen in het geel (1x 1966, 1x 1968)
Ab Geldermans – twee dagen in het geel (1962)
Gerben Karstens – twee dagen in het geel (1974)
Jacques Hanegraaf – twee dagen in het geel (1984)
Johan van der Velde – twee dagen in het geel (1986)

14. Rini Wagtmans – één dag in het geel (1971)
Adrie van der Poel – één dag in het geel (1984)
Henk Lubberding – één dag in het geel (1988)
Erik Breukink – één dag in het geel (1989)
Mike Teunissen – één dag in het geel (2019)

Aantal renners: 18
Aantal gele truien: 74

Adrie van der Poel mocht één dag van het geel genieten – foto: Cor Vos

Dit artikel delen:

7 Reacties

Fassa Bortolo 6 juli 2019 om 17:39

Grappig dat dit klaar stond, maar dan toch even herschreven moest worden.

Utrecht19 6 juli 2019 om 18:03

Was ook het eerste wat ik dacht.

jooprioolpijp 6 juli 2019 om 17:45

Tijd voor de pol: heeft Teunissen ‘m na morgen nog?

kampie 6 juli 2019 om 18:43

Super!

assen 6 juli 2019 om 19:26

Teun heeft wel een voorgift van 10 seconden.

Ploegentaktiek zal erg belangrijk zijn. Dylan vrij snel lozen lijkt mij de beste tactiek. En niet wachten op Bennett, als dat relevant mocht blijken.

Pat McQuaid 6 juli 2019 om 19:35

Jij hebt er kijk op. Zoveel mogelijk van je ploeg zo snel mogelijk lozen. Toppie!

FFD 6 juli 2019 om 19:51

Wat een fantastische sprint van hem zeg! Verdiend ie ook echt na zo een topjaar. Het voorjaar waar hij, in de schaduw van van Aert, ook al erg sterk reedt.

Hopelijk is Martin ongedeerd (zag er niet uit alsof ie was gevallen) en valt de schade bij Groenewegen mee (ook dat leek mee te vallen). Dan morgen en de rest van de Tour weer knallen! Al denk ik dat morgen het geel niet te houden is.

Fantastisch begin iig!

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.