Topsprinters haken massaal af voor Vuelta a España: “Organisator houdt niet meer van massaspurts”
Wie de startlijsten van de Vuelta a España en de Renewi Tour vergelijkt, merkt iets op. Zowat alle topsprinters staan volgende week aan de start van de meerdaagse wedstrijd in België, in Monaco zullen er voor de Vuelta veel minder sprinters te bespeuren zijn. Een wederkerend feit met meerdere redenen. “Vlakke etappes bieden te weinig spektakel”, vertelt Marc Sergeant bij het Nieuwsblad.
Wout van Aert en Mads Pedersen kleuren, bijna met z’n tweën, de sprinterslijst in de Vuelta. Die start op 22 augustus, maar enkele dagen eerder start in Diest al de Renewi Tour. Daar staan er dit jaar heel wat topsprinters aan de start. Tim Merlier, Jonathan Milan, Olav Kooij, Jasper Philipsen en tal van andere snelle mannen tekenen er present.
Ook vorig jaar waren de snelle mannen in de Vuelta schaars en was Philipsen, die er dan ook drie ritten won, er de enige echte topsprinter. Heel wat snelle mannen haken nu dus af voor de Vuelta vanwege verschillende redenen.
Een eerste reden is de zwaarte van het parcours. Deze Ronde van Spanje werd voorgesteld als “één van de zwaarste ooit”. Via de Pyreneeën rijden de renners naar het Spaanse binnenland en maken ze enorm veel hoogtemeters. Echte vlakke sprintkansen zijn er niet snel in deze Vuelta. “Renners als Tim Merlier moeten tien dagen wachten op hun eerste sprintkans”, zegt Soudal Quick-Step-CEO Jurgen Foré aan het Nieuwsblad. Voor die andere snelle man van ‘The Wolfpack’, Paul Magnier, “is een tweede grote ronde op een jaar wat te veel van het goede”.
Fysiek en mentaal zwaar
Volgens Christoph Roodhooft, manager van Alpecin-Premier Tech, “moet je een echt complete sprinter zijn om in de Vuelta te kunnen winnen”. Renners als Kaden Groves en Philipsen zitten volgens de Belg in die categorie. Voor Philipsen komt deze Vuelta, die vier weken na de Tour al begint, te vroeg. Een sprinter heeft tijd nodig om te recupereren. “Zo’n Tour heeft bij iemand als Jasper een enorme impact.”
Ook mentaal is zo’n grote ronde van drie weken zwaar voor een sprinter. “Iemand als Merlier ziet dat parcours en denkt: hoe moet ik daaraan beginnen? Eenmaal per jaar kan je je daaroverzetten – voor de Tour bijvoorbeeld – maar twee keer is vaak te veel gevraagd”, zegt ex-prof Marc Sergeant bij de Belgische krant. De keuze valt zo al snel op een korte rittenkoers als de Renewi Tour.

Tim Merlier versloeg in de Tour Jasper Philipsen en Olav Kooij in de sprint. – foto: Fotopersburo Cor Vos
En toch waren de sprintkansen in de Vuelta vroeger vaak rijkelijk aanwezig. “De Vuelta-organisator ASO houdt niet meer van massaspurts. Parcoursen worden almaar zwaarder, want ze gaan onmiddelijk hellingen opzoeken. Vlakke etappes bieden te weinig spektakel”, aldus Sergeant.
Voor sterke sprinters als Van Aert, Groves, Pedersen of Brennan komen er door het ontbreken van de pure sprinters dan weer extra kansen vrij.
Staat overigens gewoon op de site van de ASO als altijd.
Schijnt dat Evenepoel en del Toro liever nog 3 weken waren doorgegaan. Die kwamen er net een beetje in.
Voor Merlier zijn er maar 2 zekere sprintritten. Als het mee zit, zou hij 4x kunnen sprinten.
Als je even snel en oppervlakking door de (extreem misleidende) profielen op PCS scrollt kan je inderdaad denken dat er amper kansen voor sprinters zijn. Maar als je er daadwerkelijk even in duikt zie je legio kansen.
Etappe 2, 5, 8, 10, 11, 13, 15, 16, 17 kunnen allemaal prima een massasprint worden. Elk jaar maken ploegen weer dezelfde fout door al hun sprinters naar de Renewi Tour te sturen. Amateurisme ten top.
Als Merlier zou starten verandert de dynamiek tussen de sprintersploegen en is hij in de meeste heuvelritten kansloos. In etappe 2 (3000+ hoogtemeters, nergens vlak, aankomst heuvelop) heeft hij sowieso niets te zoeken, in een rit 5&8 zouden de ploegen met de beter klimmende sprinters bij zijn aanwezigheid bergop een zodanig tempo rijden dat Merlier sowieso wordt gelost, etc.
Wetende dat er in het najaar buiten de Vuelta juist vooral sprinterskoersen zijn en de meeste sprinters helemaal geen zin hebben om aan het eind van het seizoen nog 3 weken door de Spaanse woestijn te rijden, is het volkomen logisch dat we naast Groves/Van Aert/Pedersen alleen maar B- en C-garnituur zien.
Je krijgt er enorm gezapige etappes van en dan gaan ze al doldrieste idioten enkele kliometers rijden met zeer reglmatig grote valpartijen tot gevolg, waar vaker dan eens de schuld niet zomaar naar de parcoursbouwer verlegd kan worden.
Het stikt gewoon teveel van de ploegen met ietwat tot hele snelle mannen in de ploeg die niets willen uitrichten. Dan kun je dus ook krijgen dat men je gaat negeren. Aangezien dat eenzijdige, passieve gedrag niet wordt gewijzigd bij die ploegen en er gebrek is aan zelfreflectie, misschien dan eens aan wat knoppen draaien via bv UCI-punten. Denk aan puntensysteem waarbij je bij toenemend aantal vluchtkm meer ucipunten verdient, het aantal ook afhangt van de groepgrootte en er extra bonus is als een vlucht succesvol wordt uitgevoerd, zodanig dat het meer loont aan uci-punten om 7de in een geslaagde vluchtersetappe te worden dan 7de en 12de in een sprint om maar wat te noemen.