Tadej Pogacar, Jonas Vingegaard; waarom zwijgen jullie over deze Tour?
Opinie Op de laatste donderdag staat de Alpenrit naar Orcières-Merlette op het programma. Vrijdag volgt de bergrit naar l’Alpe d’Huez. De volgende dag trekken de renners opnieuw naar de Nederlandse Alp via de Col du Sarenne, om in de avond met de trein van Grenoble naar Parijs te reizen. Op de slotdag volgt vervolgens een klassieker via Montmartre naar de Champs-Élysées. En dat allemaal na ruim drie weken Tour de France. Het is een absurd zwaar einde van de ronde, enkel en alleen omdat organisator ASO wil dat de spanning tot de laatste dag behouden blijft.
Hoe anders reageerde de hele sportwereld in het bloeddopingtijdperk tot ongeveer 2012. Destijds klonk steevast de vraag of de grote rondes niet minder zwaar moesten worden gemaakt, omdat het zonder ‘verboden hulpmiddelen’ fysiek simpelweg niet meer te doen was. Er moest bij de samenstelling van het parcours vooral ook aan de gezondheid van de renners worden gedacht; de Tour-renners waren immers geen circusartiesten. Daar lijkt vijftien jaar later niemand meer bij stil te staan.
De finale van deze Tour is hier het overduidelijke bewijs van. Dit geldt niet alleen voor de Franse ronde. De Giro d’Italia kenmerkt zich al jaren door de meeste verplaatsingen van alle grote rondes. De editie van dit jaar werd met bijna 48.700 hoogtemeters verder als loodzwaar omschreven. Neem de laatste vrijdag: een monsterlijke koninginnenrit met vier hoge passen in slechts 151 kilometer, terwijl voor de volgende dag nóg een bergrit van 200 kilometer met een dubbele beklimming van de Piancavallo op het programma stond. Ook de Vuelta a España profileert zich de laatste jaren openlijk door aan te geven dat zij telkens de zwaarste van de drie grote rondes wil uittekenen.
Natuurlijk is het nooit anders geweest in het wielrennen. Liefst 102 jaar geleden vond er een historisch interview plaats waarin journalist Albert Londres de broers Henri en Francis Pélissier sprak over het idee dat de Tour-organisatie de renners in 1924 uitbuitte. Dat verhaal ging de geschiedenis in onder de titel Les Forçats de la Route, oftewel ‘De Dwangarbeiders van de Weg’.
Het ging destijds om ritten van vaak meer dan vierhonderd kilometer die in het holst van de nacht startten en grotendeels over onverharde wegen verliepen. “Je hebt geen idee wat de Tour is,” zei Henri Pélissier destijds. “Het is een lijdensweg. Wil je zien hoe we rijden?” Vervolgens trok hij de stimulerende middelen uit zijn tas: cocaïne voor de ogen, chloroform voor het tandvlees en pillen (amfetaminen en arsenicum). “Kortom,” voegde hij eraan toe, “we rijden op dynamiet.”

Rennersstakingen in de Tour de Dopage in 1998 die de discussie over gezondheid aanzwengelden. Foto: Fotoburo Cor Vos
Het interview bracht destijds het rauwe besef dat de renners zichzelf letterlijk moesten drogeren om de grillen van Tour-directeur Henri Desgrange te overleven. Natuurlijk zijn die omstandigheden allang achterhaald en is er van dergelijke monsteretappes geen sprake meer. Toch werd deze vergelijking in het epo-tijdperk weer opgerakeld. Na de ‘Tour de Dopage’ in 1998 eisten de renners dat er direct iets moest veranderen aan de zwaarte van de koers. Ze weigerden nog langer “als slachtvee” te worden behandeld.
In de nasleep van de rechtszaak rond de Festina-ploeg werd door meerdere ploegartsen het argument aangehaald dat het rijden van een loodzware grote ronde niet meer menselijk was. Zo’n drieweekse overlevingstocht was immers niet op een spreekwoordelijke biefstuk te volbrengen. Het was in hun ogen dan ook volstrekt logisch dat de renners naar dopingproducten grepen.
“Drie weken lang rijden met etappes over vele bergpassen sloopt het menselijk lichaam. De rode bloedcellen worden letterlijk kapotgebeukt. Door epo te geven, wordt het bloed op een normaal, gezond peil gehouden, zodat de renner niet bezwijkt onder de zwaarte van het parcours”, zo luidde de uitleg van de artsen.
In de jaren van de epo-schandalen werd er dan ook openlijk getwijfeld of het format van een drie weken durende koers niet te extreem was voor een ‘schone’ sport. Deze geluiden kwamen vooral van betrokken renners, artsen, ploegen en journalisten. De organisatoren gaven zelden toe dat de zwaarte van hun grote rondes onmenselijk was, al voerden ze de eerste jaren wel kleine veranderingen door. Ze kwamen met iets kortere etappes, minder extreme opeenvolgingen van zware ritten en meer rustdagen.

Jonas Vingegaard en Tadej Pogacar op de ‘Berg des Doods’. Foto: Fotoburo Cor Vos
Mondjesmaat zijn de grote rondes de afgelopen twintig jaar echter weer extremer geworden. Het lijkt erop dat we weer helemaal terug bij af zijn. Het is dan ook opmerkelijk dat er, sinds het Tourparcours van 2026 bekend werd gemaakt, nauwelijks een kritisch geluid over het loodzware slot te horen is. Het wordt als normaal beschouwd. Alsof de komst van nieuwe voedingspatronen en foodcoaches de boel ineens menselijk maakt.
Nee, zelfs welbespraakte toppers als Tadej Pogačar, Jonas Vingegaard en Remco Evenepoel zwijgen over dit thema. Waarom er geen enkel woord van kritiek klinkt, is voor mij onbegrijpelijk. Het lijkt alsof de renners en ploegen er opnieuw blindelings mee instemmen dat ze als gladiatoren de arena in worden geworpen, waarbij het vermaak van het publiek belangrijker is dan de gezondheid van de helden zelf.
Deze zomer staat weer in het teken van de Tour!
Heb jij de tactische blik om te voorspellen wie er triomfeert op de Alpe d'Huez?
Weet je precies welke renner gaat verrassen? En wie, wanneer op het podium staat?
Daag je vrienden, familie en collega's uit en bewijs dat jij de ultieme wielerkenner bent!
Om te reageren moet je ingelogd zijn.