Sam Ligtlee: van fietscross naar wereldkampioen op de baan

Sam Ligtlee: van fietscross naar wereldkampioen op de baan
vrijdag 8 januari 2021 om 00:00
Advertorial

In het eerste deel van een nieuwe serie over Nederlandse wielertoppers maken we kennis met baanrenner Sam Ligtlee. Zo hard als hij de Kilometer op de wielerbaan kan fietsen, zo kunnen dat er maar weinig. Het leverde de jonge Nederlander in februari vorig jaar de wereldtitel op dit loodzware onderdeel op, waarbij de renners zich het zwart voor de ogen rijden.

De opzet van de Kilometer is even simpel als genadeloos. De baansprinters beginnen vanuit een startmachine. Vijf keer piept de geluidsinstallatie, waarna het laatste signaal het vertreksein is. In vier rondes van 250 meter gaan de renners tot het uiterste gaatje om uiteindelijk stikkapot van de fiets te stappen. Na hopelijk de snelste tijd… De tegenstand tijdens het WK in Berlijn wist met wie ze te maken had, want Ligtlee had op het EK in 2018 al eens de bronzen medaille veroverd op dit nummer.

De Nederlandse krachtpatser, van december 1997, voelde zich eigenlijk als nooit tevoren. In de kwalificatie zette hij al de tweede tijd op de klokken, achter de regerende wereldkampioen – ruim voldoende om zich te plaatsen voor de finale, later op de dag. Om een indruk te geven: vanuit een staande start reed hij gemiddeld boven de zestig per uur. “De vorm was gewoon goed. Na die eerste keer was ik ook echt wel verzuurd, maar ik kwam die kilometer eigenlijk wel heel lekker door, ook na die tijd.”

Even trok hij zich terug in het hotel om een pauze te nemen. “Toen dacht ik, ik wil eigenlijk nog wel zo’n kilometer rijden zoals ik net heb gedaan. En dat gevoel heb ik echt nog nooit gehad. Dat was eigenlijk wel heel speciaal.” Op zijn kamer werd zijn kwalificatierace nog eens helemaal uitgedacht en opgeschreven. “Daaruit kwam dat ik de lijnen nog beter moest rijden. En dat heb ik uitgevoerd in de finale. De vorm was natuurlijk ook wel goed. Toen was het nog een kwestie van de puntjes op de i zetten.”

Toch is het allemaal niet op de wielerbaan begonnen. Toen hij drie, vier jaar oud was, reed Ligtlee op sportcomplex Papendal namelijk al in de rondte op een BMX. “Dat heb ik zeker wel tien of elf jaar met heel veel plezier gedaan.” Het grootste deel van het jaar kon hij daar terecht om zich door de schuine bochten en over de heuvels te smijten; enkel in de winter, als het circuit te glad werd, moest de crossfiets aan de kant blijven. “Omnisport was maar twaalf kilometer vanaf ons ouderlijk huis in Eerbeek, dus toen gingen we in de winterstop maar baanwielrennen.”

Tot op een gegeven moment zijn trainster hem zei dat hij eens moest meedoen aan een testdag van de KNWU op de baan. “Eerst twijfelde ik een beetje, maar ik deed het toch maar. Ik moest wat testjes doen. Dat was op het Interland (een baantoernooi voor junioren, red.) zelfs, dacht ik. Adriaan Helmantel, toentertijd talentcoach bij de KNWU, was daar ook en die zei ‘Kom maar mee trainen’. Dus vanaf toen trainde ik gewoon mee zonder echt nog in de selectie te zitten. Dat was pas vanaf de junioren met Steven McEwen, die de nieuwe generatie sprinters coachte.”

Adriaan Helmantel, die nu bondscoach is van de duurrenners, was dus eigenlijk jouw ontdekker? “Zo kun je het wel zien ja!”, zegt Ligtlee lachend. “Hoewel, ontdekker… Dat was misschien toch wel wielervereniging De Adelaar; die vrouw die zei dat ik aan de testdag moest meedoen, Sylvia heette ze.” Vanaf de junioren, we spreken dan over de periode 2014/2015, ging Ligtlee meetellen in het nationale baanwielrennen. Daarbij kon hij ook rekenen op de nodige ondersteuning van de Nederlandse bond.

“Toen ik steun kreeg van de KNWU en de A-status kreeg, begon het pas echt leuk te worden”

Zo mocht hij voortaan gebruikmaken van verschillende faciliteiten. “Denk aan de wielerbaan, het krachthonk, een coach, ik kon elke week naar de masseur. Bij de junioren is dat nog… je gaat nog naar school toe, dus dat moet je allemaal maar zien te combineren. Maar vanaf de beloften was ik klaar met school en ging ik mij volledig op het baanwielrennen concentreren. Toen ik mijn A-status kreeg, begon ik ook geld te verdienen en dan begint het eigenlijk leuk te worden. Op een gegeven moment moet je natuurlijk wel gaan uitbetalen.”

Ligtlee bleek talent te hebben voor het baansprinten en doorliep soepel de leeftijdscategorieën. “Soms zie je dat jongens heel veel moeite ervoor moeten doen, maar bij de junioren ging het als vanzelf. Omdat je er aanleg voor hebt, denk ik. Bij de elite wordt het dan ook wel echt werken. Eerst heb je dat niet zo door, maar op een gegeven moment zijn het de puntjes op de i, die erbij komen kijken. Je moet gefocuster met je voeding bezig zijn… het wordt allemaal serieuzer omdat het je beroep wordt. Je moet dingen laten om de top te kunnen bereiken.”

Nu, zo’n twintig jaar nadat hij zijn eerste rondjes reed op Papendal, maakt hij, samen met onder anderen Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland, deel uit van een zeer succesvolle Nederlandse lichting baansprinters. Ook mag hij zich wereldkampioen op de Kilometer noemen. Minstens anderhalf jaar lang zelfs, want het volgende WK, in Asjchabad, wordt pas volgend jaar oktober gehouden. “Zo’n regenboogtrui? Dat voelt heel machtig. Ik denk dat wereldkampioen op de Kilometer het begin kan zijn van iets heel moois.”

De Olympische Spelen van Tokio komen nog te vroeg, maar Ligtlee droomt ervan om in 2024, in Parijs, wel van de partij te zijn. “Eerst wil ik individueel nog beter worden. Het is moeilijk in ons landje om individueel heel goed te zijn. Tenminste, je kán heel goed zijn, maar ze zijn allemáál zo goed. Het is zo’n sterke groep, ongelooflijk. We stuwen elkaar op naar een hoger niveau. Het is een goede groep. Voor de een zit het soms tegen, voor de ander soms mee. Dat wel. Maar we blijven beseffen dat we hartstikke goed bezig zijn.”

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Nederlandse Loterij. Nederlandse Loterij is hoofdsponsor van de KNWU en ondersteunt op deze manier alle KNWU wielerdisciplines. Lees hier hoe Nederlandse Loterij helpt Nederland gelukkig, gezond en sportief te maken.


Volgende week in deel 2: Milan Vader, al sinds zijn zevende verknocht aan de mountainbike

Dit artikel delen:

Headlines

Materiaalzone

Populair